Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 7 oktober 2025, nr. IENW/BSK-2025/238366, houdende vaststelling van tijdelijke regels ter stimulering van het uitvoeren van fullscale demonstratieprojecten ter vergroting van de markt- en exportkansen voor de Nederlandse watertechnologiesector (Tijdelijke subsidieregeling stimulering fullscale demonstratieprojecten watertechnologie)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-10-09
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 2, eerste lid, 4, eerste lid, onderdeel d, 6, 7, 8, eerste lid en tweede lid, onderdeel b, 9, 10, tweede lid, 13, 22, tweede lid, 23, vijfde lid en 26, eerste lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M;

BESLUIT:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Doel

Deze regeling heeft tot doel om de uitvoering van fullscale demonstratieprojecten van watertechnologische innovaties binnen de focusgebieden te stimuleren in een praktijkomgeving.

Artikel 3. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

Voor subsidie komen in aanmerking de loonkosten, investeringskosten, materiaalkosten en advieskosten, bedoeld in artikel 25, derde lid, van de AGVV, die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van een of meer van de volgende activiteiten:

Artikel 4. Kosten die niet voor subsidie in aanmerking komen

Tot de kosten, bedoeld in artikel 3, behoren in ieder geval niet:

Artikel 5. Subsidieplafond en verdeling
1.

Het subsidieplafond voor deze regeling bedraagt € 17,7 miljoen en bestaat uit

2.

Indien na afloop van de eerste uitvoerperiode de daarvoor beschikbare middelen niet zijn uitgeput, wordt het resterende bedrag toegevoegd aan het subsidieplafond voor de tweede uitvoerperiode.

3.

De subsidie voor experimentele ontwikkeling door een onderneming bedraagt maximaal 25% van de subsidiabele kosten en kan worden opgehoogd naar 30% tot een maximum van € 2 miljoen per project:

4.

De subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op niet-economische experimentele ontwikkeling door een onderzoeksorganisatie.

5.

De subsidie bedraagt maximaal 30% van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op een publieke of semi-publieke partij.

6.

Indien voor de berekening van de subsidiabele kosten uurtarieven worden gehanteerd, wordt gebruik gemaakt van:

7.

De aanvragen worden ter beoordeling voorgelegd aan de adviescommissie.

8.

De subsidie wordt verdeeld op volgorde van rangschikking van de aanvragen, waarbij de tijdig en volledig ingediende subsidieaanvragen worden gerangschikt naar geschiktheid op grond van de volgende criteria:

9.

Voor de rangschikking scoort het project ten minste 62,5 van de maximaal 125 toe te kennen punten, waarbij per criterium als bedoeld in het vijfde lid een maximum van 25 punten wordt toegekend en de aanvraag met de meeste punten het hoogst wordt gerangschikt.

10.

Indien aan twee of meer projecten een gelijk aantal punten is toegekend worden de aanvragen daarvoor gerangschikt naar focusgebied, waarbij de aanvraag voor het project dat bijdraagt aan een focusgebied waarvoor de minste aanvragen zijn ingediend het hoogst wordt gerangschikt.

Artikel 6. Adviescommissie
1.

Er is een adviescommissie die belast is met adviseren van de minister over de aanvragen door middel van beoordeling en rangschikking, conform artikel 5.

2.

De adviescommissie bestaat uit zeven leden, waarvan één de voorzitter is, met:

3.

De voorzitter en de andere leden van de commissie worden door de minister benoemd voor periode tot uiterlijk zes maanden na sluiting van de laatste uitvoerperiode.

Artikel 7. Aanvraag
1.

De minister kan op aanvraag van een consortium subsidie verlenen.

2.

Subsidie kan worden aangevraagd vanaf 23 oktober 2025 tot en met 23 januari 2026 voor de uitvoerperiode vanaf 23 januari 2026 tot en met 23 januari 2030.

3.

Vanaf 1 september 2029 tot en met 1 december 2029 kan subsidie worden aangevraagd voor de uitvoerperiode vanaf 1 december 2029 tot en met 1 december 2033.

4.

Een aanvraag wordt ingediend bij de minister. Voor het indienen van de aanvraag kan gebruik worden gemaakt van een door de minister beschikbaar gesteld digitaal formulier.

5.

Onverminderd de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 10 van het Kaderbesluit Subsidies I en M, gaat de aanvraag vergezeld van:

6.

Het exploitatieplan bevat de volgende gegevens en bescheiden:

Artikel 8. Afwijzingsgronden

Onverminderd de afwijzingsgronden, bedoeld in de artikelen 11 en 12 van het Kaderbesluit subsidies I en M, beslist de minister afwijzend op een aanvraag indien:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.