Gewijzigd besluit redelijk rendement warmteleveranciers
Uitwerking van de methode van het redelijk rendement voor warmteleveranciers over de periode 2018–2022 en 2023–2025 ten behoeve van de rendementstoets warmte
1. Samenvatting
2. Inleiding
3. Uitgangspunten van het redelijk rendement op basis van de WACC
4. Kostenvoet eigen vermogen
4.1. Risicovrije rente
4.2. Marktrisicopremie
4.3. Systematisch risico
4.4. Conclusie
5. Kostenvoet vreemd vermogen
De kostenvoet vreemd vermogen betreft de vergoeding die vreemd vermogensverschaffers van warmteleveranciers eisen voor het ter beschikking stellen van hun vermogen. De kostenvoet vreemd vermogen is van belang voor het bepalen van het redelijk rendement op basis van de WACC, aangezien de WACC het gewogen gemiddelde is van de kostenvoet vreemd vermogen en de kostenvoet eigen vermogen.
5.1. Methode
5.2. Gebruikte gegevens
5.3. Berekening kostenvoet vreemd vermogen
5.4. Conclusie
5a. Onderzoek naar opslagen KVV (en KEV)
5a.1. Beroepsprocedure
5a.2. Kostenvoet vreemd vermogen, differentiatie naar grootte leverancier
5a.3. Verzameling en verwerking van data
5a.4. Classificatie naar grootte
5a.5. Definitie variabelen
5a.6. Beschrijving dataset
5a.7. Resultaten
5a.8. Additionele analyses
5a.9. Conclusie
5b. Opslag asymmetrisch reguleringsrisico
6. Gearing en belastingvoet
6.1. Gearing
6.2. Belastingvoet
7. Vaststelling van de hoogte van het redelijk rendement
8. Dictum
Bijlage 1. Samenvatting en reactie zienswijzen
1.1. Inleiding
1.2. Ontvankelijkheid
1.3. Zienswijzen
Zienswijze 1: ‘‘Het normrendement mag niet met terugwerkende kracht worden toegepast’’
Zienswijze 2: ‘‘De ACM moet rekening houden met de governance van het warmtebedrijf’’
1.4 Zienswijzen op de WACC
Hoogte en looptijd van de WACC
Zienswijze 3: ‘‘De ACM heeft de WACC voor warmteleveranciers te laag vastgesteld’’
Zienswijze 4: ‘‘Looptijd van de WACC’’
Zienswijze 5: ‘‘De ACM heeft bij het vaststellen van de WACC onvoldoende rekening gehouden met de diversiteit in de warmtesector’’
Zienswijze 6: ‘‘De ACM gebruikt een vergelijkingsgroep die niet representatief is voor de risico’s van warmtebedrijven in Nederland’’
Zienswijze 7: ‘‘De ACM moet de sectoren binnen de vergelijkingsgroep anders wegen’’
Zienswijze 8: ‘‘De marktrisicopremie wordt door de ACM onderschat’’
Zienswijze 9: ‘‘De gehanteerde risicovrije rente sluit niet aan bij de huidige situatie’’
Zienswijze 10: ‘‘De ACM moet verduidelijken welke kostenvoet vreemd vermogen zij hanteert en hoe vaak zij de rentecomponent in de kostenvoet vreemd vermogen gaat herzien’’
Zienswijze 11: ‘‘De ACM moet rekening houden met het bestaan van een asymmetrisch reguleringsrisico’’
1 Zoals hierna in deze paragraaf wordt toegelicht hebben deze zienswijzen geleid tot een wijziging in de van de rendementstoets.
Zienswijze 12: ‘‘De ACM moet rekening houden met rentestijgingen tijdens de reguleringsperiode’’
1 Zoals hierna toegelicht hebben deze zienswijzen geleid tot een wijziging in de Beleidsregel van de rendementstoets.
Zienswijze 13: ‘‘Het percentage vennootschapsbelasting is te laag’’
Zienswijze 14: ‘‘Het verschil tussen de theoretische KVV en de daadwerkelijke KVV moet worden gebruikt als opslag op de KEV.’’
Zienswijze 15: ‘‘Het onderzoek naar de KVV dient te worden gevalideerd door een onafhankelijke deskundige.’’
Zienswijze 16: ‘’De ACM moet een generieke opslag voor innovatieve/niet-routinematige investeringen opnemen’’
Zienswijze 17: ‘‘De periode van de opslag voor asymmetrisch reguleringsrisico moet aansluiten bij de reguleringstermijn van 5 jaar’’
Samenvatting zienswijze:
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.