← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 7 oktober 2025, nr. PO/FenV/54400275, houdende aanpassing van de bedragen voor bekostiging primair onderwijs voor het kalenderjaar 2026 en het vaststellen van de bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs kalenderjaar 2026 (Regeling bekostiging WPO en WEC 2026)

Geldende tekst a fecha 2025-10-17

Gelet op de artikelen 116, zesde en elfde lid, 119, tweede en derde lid, 121, tweede lid, 122, vierde lid, en 124, derde en vijfde lid, van de Wet op het primair onderwijs, de artikelen 114, zesde en tiende lid, 117, tweede en derde lid, en 119, vierde lid, van de Wet op de expertisecentra, artikel 5.15, derde en vijfde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, de artikelen 5, tweede lid, 13, vierde en vijfde lid, 14, tweede en vierde lid, 15, tweede lid, 16, achtste lid, 17, derde lid, 18, elfde lid, 19, tweede lid, 20, derde lid, en 22, derde lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022, de artikelen 4, tweede lid, 13, derde en vierde lid, 14, tweede lid, 15, zesde lid, en 16, vierde lid, van het Besluit bekostiging WEC 2022, de artikelen B 15, derde lid, en C 11, derde lid van het Besluit trekkende bevolking WPO, artikel 4 van het Besluit informatievoorziening WPO/WEC, en artikel 6.30, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Loon- en prijsontwikkeling
1.

De ontwikkeling van de in deze regeling genoemde bedragen bedraagt ten opzichte van het voorgaande kalenderjaar 0,3877%.

2.

Bij het vaststellen van het genoemde percentage in artikel 2, eerste lid, is er van uitgegaan dat 89,15% gevoelig is voor loonontwikkelingen als bedoeld in artikel 116, negende lid, van de WPO en artikel 114, achtste lid, van de WEC, en 10,85% gevoelig is voor prijsontwikkeling als bedoeld in artikel 116, elfde lid, van de WPO en artikel 114, tiende lid, van de WEC.

3.

De aanpassing voor prijsontwikkeling als bedoeld in artikel 116, elfde lid, van de WPO en artikel 114, tiende lid, van de WEC, vindt plaats door de bedragen op basis van de werkelijke prijsontwikkeling voor het tweede jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de bedragen worden vastgesteld, aan te passen overeenkomstig de prijsmutatie van de netto materiële consumptie, zoals opgenomen in de Macro Economische Verkenning, die naar verwachting zal optreden tussen het prijsniveau in het eerstbedoelde jaar en het prijsniveau in het daaropvolgende jaar, alsmede aan te passen overeenkomstig de prijsmutatie van de netto materiële consumptie, zoals opgenomen in de Macro Economische Verkenning, die naar verwachting zal optreden tussen het prijsniveau in het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de bedragen worden vastgesteld en het jaar waarvoor de bedragen worden vastgesteld.

Hoofdstuk 2. Vaststelling bedragen basis-, extra en ondersteuningsbekostiging

Paragraaf 1. Basisscholen

Artikel 3. Bedrag per school en bedrag per leerling
1.

Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 116, tweede lid, van de WPO, bedraagt € 6.866,55.

2.

Het bedrag per school, bedoeld in artikel 13, vierde lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022 bedraagt voor:

Bedrag per school
a. Basisscholen met minder dan 100 leerlingen € 102.069,35
b. Basisscholen met 100 leerlingen of meer € 123.801,33
Artikel 4. Eenmalige startbekostiging nieuwe school

Het deel van de bekostiging, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022, bedraagt voor een basisschool € 20.086,15.

Artikel 5. Extra bekostiging (zeer) kleine basisscholen

Het startbedrag, het verminderingsbedrag en het basisbedrag, bedoeld in artikel 14, tweede, respectievelijk derde lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022, worden als volgt vastgesteld:

Artikel Bedrag
14, tweede lid, (kleine scholen startbedrag) € 274.878,49
14, tweede lid, (kleine scholen verminderingsbedrag) € 1.832,53
14, derde lid, (zeer kleine scholen basisbedrag) € 485.996,21
Artikel 6. Extra bekostiging voor internationaal georiënteerd basisonderwijs
1.

Het bedrag per afdeling voor internationaal georiënteerd basisonderwijs, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022, bedraagt € 42.411,10.

2.

Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022, bedraagt € 759,84.

Artikel 7. Extra bekostiging groei

Het bedrag per leerling bij groei, bedoeld in artikel 16, achtste lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022, bedraagt € 572,21.

Artikel 8. Extra bekostiging een of meer nevenvestigingen

Het bedrag per nevenvestiging, bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit bekostiging WPO 2022, bedraagt € 21.497,96.

Artikel 9. Extra bekostiging onderwijsachterstandenbestrijding en Nederlands onderwijs anderstaligen
1.

Het bedrag per eenheid achterstandsscore, bedoeld in artikel 18, eerste lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022, bedraagt € 845,42.

2.

Het bedrag per school, bedoeld in artikel 19, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022, bedraagt € 144,14.

3.

Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 19, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022, bedraagt € 25,21.

Artikel 10. Vermindering bekostiging bij verzelfstandiging van een vestiging
1.

Het bedrag, bedoeld in artikel 22, eerste lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022, dat bij toepassing van artikel 116, achtste lid, van de WPO per leerling in mindering wordt gebracht op de bekostiging van de overblijvende school bedraagt € 6.866,55.

2.

De gegevens over het aantal leerlingen op 1 februari van het kalenderjaar waarin de verzelfstandiging heeft plaatsgevonden dient voor 1 juli te zijn ontvangen door DUO.

3.

De gegevens over het aantal leerlingen op 1 februari van het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de verzelfstandiging heeft plaatsgevonden dient voor 1 juli te zijn ontvangen door DUO.

Artikel 11. Bedragen voor scholen voor kinderen van wie de ouders een trekkend bestaan leiden
1.

Het bedrag per school, bedoeld in artikel B 15, derde lid, van het Besluit trekkende bevolking WPO bedraagt € 514.336,90.

2.

Het bedrag per school, bedoeld in artikel C 11, tweede lid, van het Besluit trekkende bevolking WPO bedraagt € 669.742,19.

3.

Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel C 11, tweede lid, van het Besluit trekkende bevolking WPO bedraagt € 6.866,55.

Paragraaf 2. Speciale scholen voor basisonderwijs

Artikel 12. Bedrag per school en bedrag per leerling
1.

Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 116, tweede lid, van de WPO, bedraagt voor een speciale school voor basisonderwijs € 7.914,08.

2.

Het bedrag per school, bedoeld in artikel 13, vijfde lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022 bedraagt voor:

Bedrag per school
a. Speciale scholen voor basisonderwijs met minder dan 100 leerlingen € 99.760,48
b. Speciale scholen voor basisonderwijs met 100 leerlingen of meer € 122.793,30
Artikel 13. Eenmalige startbekostiging nieuwe school

Het deel van de bekostiging, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022, bedraagt voor een speciale school voor basisonderwijs € 22.131,12.

Artikel 14. Ondersteuningsbekostiging

Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 121, eerste lid, van de WPO bedraagt € 7.382,51.

Artikel 15. Extra bekostiging nevenvestigingen

Het bedrag per nevenvestiging, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022, bedraagt € 24.099,91.

Artikel 16. Extra bekostiging onderwijsachterstandenbestrijding

Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 18, tiende lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022, bedraagt € 3.896,64.

Paragraaf 3. Scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs in cluster 3 en 4

Artikel 17. Bedrag per school en bedrag per leerling
1.

Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 114, tweede lid, van de WEC, bedraagt:

2.

Het bedrag per school, bedoeld in artikel 13, derde en vierde lid, van het Besluit bekostiging WEC 2022 bedraagt voor:

Bedrag per school
a. Scholen voor speciaal onderwijs met minder dan 50 leerlingen € 164.336,67
b. Scholen voor speciaal onderwijs met 50 leerlingen of meer € 187.403,32
c. Scholen voor voortgezet speciaal onderwijs met minder dan 50 leerlingen € 168.448,33
d. Scholen voor voortgezet speciaal onderwijs met 50 leerlingen of meer € 191.514,99
Artikel 18. Eenmalige startbekostiging nieuwe school

Het deel van de bekostiging, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit bekostiging WEC 2022, bedraagt voor een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs € 21.398,41.

Artikel 19. Ondersteuningsbekostiging
1.

Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 119, eerste lid, van de WEC is per categorie van ondersteuningsbehoefte van de leerling, opgenomen in de toelaatbaarheidsverklaring, bedoeld in artikel 40, tiende of twaalfde lid van de WEC en per onderwijstype van de leerlingen, weergegeven in onderstaande tabel:

categorie 1/l categorie 2/m categorie 3/h
per leerling so € 14.397,04 € 23.426,82 € 34.961,85
per leerling vso € 15.343,69 € 26.780,75 € 33.084,22
2.

Indien er geen sprake is van een toelaatbaarheidsverklaring omdat er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 40, achtste en negende lid, van de WEC dan wel van plaatsing in een residentiële instelling als bedoeld in artikel 119, derde lid, van de WEC wordt het bedrag voor ondersteuning afgeleid van de onderwijssoort van de school. Voor de onderwijssoort ‘lichamelijk gehandicapte leerlingen’ is categorie 2/m van toepassing. Voor de onderwijssoort ‘meervoudig gehandicapte leerlingen met de combinatie lichamelijke handicap en zeer moeilijk lerend’ is categorie 3/h van toepassing. Voor de overige onderwijssoorten is categorie 1/l van toepassing.

Artikel 20. Extra bekostiging onderwijsachterstanden

Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 14, tweede lid, van het Besluit bekostiging WEC 2022 bedraagt € 3.896,64

Artikel 21. Extra bekostiging schoolbad
1.

Het bedrag per bad, bedoeld in artikel 15, vijfde lid, van het Besluit bekostiging WEC 2022 bedraagt voor een hydrotherapiebad € 12.705,01 en voor een watergewenningsbad € 27.470,67.

2.

Het bedrag per m3 waterinhoud, bedoeld in artikel 15, vijfde lid, van het Besluit bekostiging WEC 2022 bedraagt voor een hydrotherapiebad € 369,87 en voor een watergewenningsbad € 214,98.

3.

Het bedrag voor de beweegbare bodem, bedoeld in artikel 15, vijfde lid, van het Besluit bekostiging WEC 2022 bedraagt € 1.332,38.

4.

Het bedrag per m3 waterinhoud bij een beweegbare bodem, bedoeld in artikel 15, vijfde lid, van het Besluit bekostiging WEC 2022 bedraagt € 100,75.

Artikel 22. Extra bekostiging brancardlift

Het bedrag per brancardlift, bedoeld in artikel 16, vierde lid, van het Besluit bekostiging WEC 2022 bedraagt € 8.180,53.

Hoofdstuk 3. Bekostiging samenwerkingsverbanden

Artikel 23. Bedragen lichte ondersteuning samenwerkingsverbanden PO
1.

Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 122, eerste lid, van de WPO bedraagt € 396,53.

2.

Het bedrag per leerling dat in mindering wordt gebracht op de bekostiging van het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 122, derde lid, van de WPO bedraagt € 7.382,51.

Artikel 24. Bedrag bekostiging zware ondersteuning PO
1.

Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 124, eerste lid, van de WPO, bedraagt € 555,80.

2.

Het bedrag per leerling dat in mindering wordt gebracht op de bekostiging van het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 124, vierde lid, van de WPO, is per categorie ondersteuningsbehoefte van de leerlingen, weergegeven in onderstaande de tabel:

categorie 1/l categorie 2/m categorie 3/h
per leerling so € 14.397,04 € 23.426,82 € 34.961,85
Artikel 25. Bedrag bekostiging zware ondersteuning VO
1.

Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 5.15, eerste lid, van de WVO 2020, bedraagt € 881,34.

2.

Het bedrag per leerling dat in mindering wordt gebracht op de bekostiging van het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 5.15, vierde lid, van de WVO 2020, is per categorie ondersteuningsbehoefte van de leerlingen, weergegeven in onderstaande tabel:

categorie 1/l categorie 2/m categorie 3/h
per leerling vso € 15.343,69 € 26.780,75 € 33.084,22
Artikel 26. Bedrag overdracht bekostiging bij meer dan gemiddelde toename na 1 februari

Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 20, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022 en artikel 6.30, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, is weergegeven in onderstaande tabel;

Bedrag
per leerling sbo € 15.296,59
per leerling so categorie 1/l € 22.450,82
per leerling so categorie 2/m € 31.480,60
per leerling so categorie 3/h € 43.015,63
per leerling vso categorie 1/l € 27.509,73
per leerling vso categorie 2/m € 38.946,79
per leerling vso categorie 3/h € 45.250,26
Artikel 27. Aanvullende bekostiging schoolmaatschappelijk werk primair onderwijs in het kader van veiligheid en opvang risicoleerlingen

Aan het samenwerkingsverband PO, waarvan de som van de achterstandsscores van de vestigingen binnen het samenwerkingsverband 1 of meer is, wordt een bedrag van € 17,11 per eenheid achterstandsscore als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022 toegekend.

Hoofdstuk 4. Bekostiging instellingen

Artikel 28. Basisbedragen

Het bedrag per leerling van een instelling, bedoeld in artikel 114, tweede lid, van de WEC, bedraagt:

Artikel 29. Bedragen voor bekostiging voor ondersteuning instellingen

De bedragen, bedoeld in artikel 119, tweede lid, van de WEC, zijn in onderstaande tabel per instelling weergegeven:

Ondersteuningsbedrag
Instellingscode Naam instelling Ondersteuningsbedrag
25GP Visio Onderwijsinstelling Noord € 5.313.244,70
25GR Bartimeus OWI voor Visueel Gehandicapte Leerlingen € 16.516.096,26
25HD Koninklijk Instituut tot Onderwijs van Slechtziende en Blinden € 9.397.872,65
25HE Onderwijsinstelling Sensis € 20.018.394,67
01JO Koninklijke Auris Groep € 107.751.379,45
08ZP Zuid € 36.720.496,13
17GW Koninklijke Kentalis € 157.595.684,29
20WR VierTaal € 40.962.458,47

Hoofdstuk 5. Aanvullende bekostiging kalenderjaar 2026

Artikel 30. Algemeen
1.

Het bevoegd gezag ontvangt, tenzij anders bepaald, uiterlijk 16 weken na ontvangst van een aanvraag voor aanvullende bekostiging als bedoeld in dit hoofdstuk een beschikking.

2.

Indien een peildatum, bedoeld in de artikelen 34 tot en met 36, of de datum, waarop de aanvraag op grond van de artikelen 31 tot en met 33, 37 en 39 uiterlijk kan worden ingediend, valt op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag wordt als peildatum of uiterlijke datum de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is, aangehouden.

Artikel 31. Aanwezigheid schipperskinderen
1.

Het bevoegd gezag van een basisschool die voor 1 december 2026 wordt bezocht door drie of meer kinderen in de eerste vier verblijfsjaren op een reguliere basisschool, die verblijven in een internaat of pleeggezin en van wie de vader of moeder het schippersbedrijf uitoefent of heeft uitgeoefend, ontvangt op aanvraag aanvullende bekostiging.

2.

De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bedraagt vanaf drie ingeschreven schipperskinderen € 3.373,23 per leerling. Dit bedrag wordt gedeeld door twaalf en vermenigvuldigd met het aantal maanden waarvoor de bekostiging wordt toegekend.

3.

Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl. De aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens:

4.

Het bevoegd gezag verklaart door indiening van de aanvraag dat in de leerlingenadministratie van de school of scholen waarvan de kinderen afkomstig zijn, onder vermelding van de betreffende schoolsoort met vermelding van het aantal verblijfsjaren, is opgenomen.

5.

Indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt toegekend ontvangt het bevoegd gezag aanvullende bekostiging met ingang van de maand volgend op de datum waarop de aanvraag is ontvangen, tenzij de aanvraag wordt ingediend in januari. In dat geval is de ingangsdatum bekostiging 1 januari.

6.

De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval afgewezen indien de aanvraag op of na 1 december 2026 is ontvangen.

Artikel 32. Aanwezigheid van leerlingen met een culturele achtergrond van de Roma en Sinti
1.

Het bevoegd gezag van een basisschool die voor 1 december 2026 wordt bezocht door vier of meer leerlingen met een culturele achtergrond van de Roma en Sinti, ontvangt op aanvraag aanvullende bekostiging.

2.

De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bedraagt € 4.543,86 per ingeschreven leerling met een culturele achtergrond van de Roma of Sinti. Dit bedrag wordt gedeeld door twaalf en vermenigvuldigd met het aantal maanden waarvoor de bekostiging wordt toegekend.

3.

Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl. De aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens:

4.

Indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt toegekend ontvangt het bevoegd gezag aanvullende bekostiging met ingang van de maand volgend op de datum waarop de aanvraag is ontvangen, tenzij de aanvraag wordt ingediend in januari. In dat geval is de ingangsdatum bekostiging 1 januari 2026.

5.

De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval afgewezen indien de aanvraag op of na 1 december 2026 is ontvangen.

Artikel 33. Leerlingen afkomstig uit ‘Blijf van mijn lijf huizen’
1.

Het bevoegd gezag van een basisschool, waar gedurende een periode van maximaal één jaar voorafgaand aan de aanvraag ten minste tien leerlingen uit een ‘Blijf van mijn lijf huis’ nieuw zijn ingeschreven, kan aanvullende bekostiging aanvragen.

2.

Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl. De aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens:

3.

Het bevoegd gezag verklaart door indiening van de aanvraag dat in de leerlingenadministratie een overzicht is opgenomen van het aantal ‘Blijf van mijn lijf huis’ leerlingen dat gedurende de periode van maximaal één jaar voor de aanvraag de basisschool heeft bezocht met de data van in- en uitschrijving.

4.

Indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt toegekend ontvangt het bevoegd gezag aanvullende bekostiging met ingang van de maand volgend op de datum waarop de aanvraag is ontvangen, tenzij de aanvraag wordt ingediend in januari. In dat geval is de ingangsdatum van de bekostiging 1 januari 2026.

5.

De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval afgewezen indien de aanvraag op of na 1 december 2026 is ontvangen.

Artikel 34. Eerste opvang asielzoekers en overige vreemdelingen basisscholen
1.

Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

2.

Het bevoegd gezag van een basisschool waar de eerste opvang in het onderwijs wordt verzorgd voor ten minste vier asielzoekers of overige vreemdelingen die in aanmerking komen voor de bekostiging als bedoeld in dit artikel, ontvangt op aanvraag aanvullende bekostiging.

3.

Het recht van aanvullende bekostiging bedraagt per leerling maximaal twaalf maanden gerekend vanaf de eerste dag van inschrijving op een school met inachtneming van de peildata in het vijfde lid.

4.

In afwijking van het derde lid wordt in het geval de datum van vestiging in Nederland van de leerling voor het vierde levensjaar van deze leerling ligt, de periode tussen de datum van vestiging in Nederland en het bereiken van de leeftijd van vier jaar in mindering gebracht op het recht op deze bekostiging. De datum van vestiging is de oudste datum van inschrijving in Nederland als bedoeld in bijlage 1 van de Regeling register onderwijsdeelnemers.

5.

De aanvullende bekostiging heeft betrekking op een periode van drie maanden, met als peildata:

6.

Het bevoegd gezag dient ter verkrijging van de aanvullende bekostiging een aanvraag in die, indien de peildatum 1 juli betreft, moet zijn ontvangen binnen acht weken na de peildatum en, indien het een andere peildatum betreft, binnen vier weken na de peildatum. De aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft die is ontvangen na deze termijn.

7.

Een basisschool die niet eerder eenmalige aanvullende bekostiging heeft ontvangen voor het verzorgen van de eerste opvang van asielzoekers of overige vreemdelingen, komt in aanmerking voor een eenmalige aanvulling op de aanvullende bekostiging van € 17.403,91.

8.

Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl. De aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens:

9.

De bekostiging, bedoeld in het tweede lid, wordt berekend volgens de formules:

waarin steeds:

10.

Het bedrag per leerling wordt vastgesteld overeenkomstig de code van de verblijfsrechtelijke status van de leerling waaruit volgt of de leerling als een asielzoeker of een overige vreemdeling wordt beschouwd. Wanneer een leerling asielzoeker of overige vreemdeling is, wordt dit weergegeven in onderstaande tabel:

Code Omschrijving Categorie
21 Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder a. Verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, arbeid vrij. Asielzoeker of overige vreemdeling
22 Vreemdelingenwet 2000 art. 8, sub a. Verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met tewerkstellingsvergunning OF gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid. Overige vreemdeling
23 Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder a. Vergunning regulier voor bepaalde tijd, met enkel de mogelijkheid om specifieke arbeid te verrichten (zonder twv). Overige vreemdeling
24 Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder a. Vergunning regulier voor bepaalde tijd, geen arbeid. Overige vreemdeling
25 Vreemdelingenwet 2000 art. 8, sub b. Verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd OF EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen. Overige vreemdeling
26 Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder c. Verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd, arbeid vrij. Asielzoeker
27 Vreemdelingenwet 2000 art. 8, sub d. Verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd OF EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen. Asielzoeker
28 Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder e. Gemeenschapsonderdaan, economisch actief, arbeid vrij. Overige vreemdeling
29 Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder e. Gemeenschapsonderdaan, economisch niet actief, arbeid vrij. Overige vreemdeling
30 Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder e. Familielid van een gemeenschapsonderdaan, na toetsing aan EU-recht, arbeid vrij. Overige vreemdeling
31 Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder f en h. In procedure voor aanvraag verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Overige vreemdeling
32 Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder f en h. In procedure voor aanvraag verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Asielzoeker
33 Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder g en h. In procedure voor voortgezet verblijf, tijdige aanvraag. Asielzoeker of overige vreemdeling
34 Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder g en h. In procedure voor voortgezet verblijf, ontijdige aanvraag. Asielzoeker of overige vreemdeling
35 Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder I. Onderdaan heeft verblijfsrecht o.b.v. het Associatiebesluit 1/80 van de Associatieraad EEG/Turkije (waarin soepelere regels zijn opgenomen voor Turkse onderdanen). Overige vreemdeling
36 Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder e. Gemeenschapsonderdaan, economisch actief, met enkel de mogelijkheid om specifieke arbeid te verrichten. Overige vreemdeling
37 Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder e. Gemeenschapsonderdaan, economisch niet actief, met enkel de mogelijkheid om specifieke arbeid te verrichten. Overige vreemdeling
38 Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder e. Familielid van een gemeenschapsonderdaan, na toetsing aan EU-recht, met enkel de mogelijkheid om specifieke arbeid te verrichten. Overige vreemdeling
39 Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder m. Persoon is in afwachting van indiening asielaanvraag bij andere lidstaat o.g.v. Dublinverordening. Asielzoeker
40 Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder e. Gemeenschapsonderdaan of familielid met recht op duurzaam verblijf. Dit kan men aanvragen als men 5 jaar rechtmatig in NL heeft verbleven als gemeenschapsonderdaan of familielid. Overige vreemdeling
41 Rechtmatig verblijf Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder e, is beëindigd. Overige vreemdeling
42 Rechtmatig verblijf op grond van voorlopige maatregel EHRM, geen arbeid. Overige vreemdeling
43 Rechtmatig verblijf op aanwijzing Minister van Justitie en Veiligheid, geen arbeid. Overige vreemdeling
44 Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder m. Leerling is in afwachting van overdracht naar andere lidstaat o.g.v. Dublinverordening. Asielzoeker
45 Vreemdelingenwet2000 art. 8, onder i. Leerling heeft verblijfsrecht voor termijn van 180 dagen (bedoeld voor onderzoeker of student). Overige vreemdeling
46 Vreemdelingenwet 2000 art 8, onder f en h, EU-richtlijn 2001/55, in procedure art 28, arbeid loondienst. Verblijfstitel voor Oekraïense ontheemden. Asielzoeker
98 Geen verblijftitel meer. Asielzoeker of overige vreemdeling
11.

Het bevoegd gezag bepaalt of een leerling een asielzoeker of een overige vreemdeling is in het geval de leerling:

12.

De aanvullende bekostiging, bedoeld in het tweede lid, kan niet worden aangevraagd voor leerlingen die geboren zijn in Nederland en die de verblijfsrechtelijke status krijgen van één van de ouders of voogden.

Artikel 35. Onderwijs aan asielzoekers na het eerste jaar
1.

Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder asielzoeker:

2.

Het bevoegd gezag van een basisschool waar onderwijs wordt verzorgd voor asielzoekers ontvangt op aanvraag aanvullende bekostiging.

3.

De aanvullende bekostiging vangt aan aansluitend op de twaalf maanden bedoeld in artikel 34, tweede lid, en bedraagt per leerling maximaal twaalf maanden.

4.

In afwijking van het derde lid wordt, indien het aantal maanden van de periode tussen de datum van vestiging in Nederland en het bereiken van de leeftijd van vier jaar als bedoeld in artikel 34, vierde lid, de twaalf maanden overschrijdt, het restant van dit aantal maanden boven de twaalf als bedoeld in artikel 34, derde lid, in mindering gebracht op het recht op deze bekostiging. De datum van vestiging is de oudste datum van vestiging in Nederland als bedoeld in bijlage 1 van de Regeling register onderwijsdeelnemers.

5.

De aanvullende bekostiging heeft betrekking op een periode van drie maanden, met als peildata:

6.

Het bevoegd gezag dient ter verkrijging van de aanvullende bekostiging een aanvraag in die indien de peildatum 1 juli betreft moet zijn ontvangen binnen acht weken na de peildatum en indien de peildatum niet 1 juli betreft binnen vier weken na de peildatum. De aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft die is ontvangen na deze termijn.

7.

Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl. De aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens:

8.

De bekostiging, bedoeld in het tweede lid, bedraagt € 2.184,36 per asielzoeker vermenigvuldigd met 25,00%.

9.

Het bedrag per leerling wordt vastgesteld overeenkomstig de code van de verblijfsrechtelijke status van de leerling waaruit volgt of de leerling als een asielzoeker wordt beschouwd. Wanneer een leerling een asielzoeker is, wordt weergegeven in artikel 34, tiende lid.

10.

Het bevoegd gezag bepaalt of een leerling een asielzoeker is in het geval dat de leerling:

11.

De aanvullende bekostiging, bedoeld in het tweede lid, kan niet worden aangevraagd voor leerlingen die geboren zijn in Nederland en die de verblijfsrechtelijke status krijgen van één van de ouders of voogden.

Artikel 36. Opvang vreemdelingen op speciale scholen voor basisonderwijs
1.

Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

2.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder vreemdeling mede verstaan:

3.

Het bevoegd gezag van een school waar de opvang in het onderwijs wordt verzorgd voor ten minste vier vreemdelingen die in aanmerking komen voor de bekostiging als bedoeld in dit artikel ontvangt op aanvraag aanvullende bekostiging.

4.

De aanvullende bekostiging die op grond van het derde lid wordt verstrekt voor de vreemdelingen op speciale scholen voor basisonderwijs bedraagt per leerling maximaal twaalf maanden gerekend vanaf de eerste dag van inschrijving op een school voor basisonderwijs met inachtneming van de peildata in het zesde lid.

5.

In afwijking van het vierde lid wordt in het geval de datum van vestiging in Nederland van de leerling voor het vierde levensjaar van deze leerling ligt, de periode tussen de datum van vestiging in Nederland en het bereiken van de leeftijd van vier jaar in mindering gebracht op het recht op deze bekostiging. De datum van vestiging is de oudste datum van inschrijving in Nederland als bedoeld in bijlage 1 van de Regeling register onderwijsdeelnemers.

6.

De aanvullende bekostiging heeft betrekking op een periode van drie maanden, met als peildata:

7.

Het bevoegd gezag dient ter verkrijging van de aanvullende bekostiging een aanvraag in die indien de peildatum 1 juli betreft, moet zijn ontvangen binnen acht weken na de peildatum en indien het een andere peildatum betreft binnen vier weken na de peildatum. De aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft die is ontvangen na deze termijn.

8.

Een basisschool die niet eerder eenmalige aanvullende bekostiging heeft ontvangen voor het verzorgen van de eerste opvang van asielzoekers of overige vreemdelingen, komt in aanmerking voor een eenmalige aanvulling op de aanvullende bekostiging van € 17.403,91.

9.

Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl. De aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens:

10.

De bekostiging, bedoeld in het zesde lid, bedraagt per ingeschreven vreemdeling € 4.512,53 vermenigvuldigd met 25,00%.

11.

Voor de toepassing van dit artikel wordt als vreemdeling tevens aangemerkt de leerling:

12.

De aanvullende bekostiging, bedoeld in het derde lid, kan niet worden aangevraagd voor leerlingen die geboren zijn in Nederland en die de verblijfsrechtelijke status krijgen van één van de ouders of voogden.

Artikel 37. Opvang asielzoekers in procesopvanglocaties en gezinslocaties
1.

Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder asielzoeker: een leerling die verblijft in een procesopvanglocatie, zijnde de verblijfplaats van vreemdelingen tijdens de rust- en voorbereidingstermijn voorafgaand aan de algemene asielprocedure en gedurende de algemene asielprocedure door de Immigratie- en Naturalisatiedienst, dan wel leerling die verblijft in een gezinslocatie voor gezinnen met minderjarige kinderen die geen recht meer hebben op verstrekkingen conform de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005.

2.

Het bevoegd gezag van de basisschool waar op 1 februari 2025 asielzoekers worden opgevangen, ontvangt op aanvraag aanvullende bekostiging.

3.

De bekostiging, bedoeld in het tweede lid, bedraagt per asielzoeker € 1.320,56.

4.

Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl. De aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens:

5.

De aanvraag, bedoeld in het tweede lid, wordt in ieder geval afgewezen indien de aanvraag op of na 1 februari 2026 is ontvangen.

Artikel 38. Justitiële jeugdinrichtingen en gesloten jeugdhulpinstellingen verbonden aan scholen voor cluster 4
1.

Het bevoegd gezag van een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs aan zeer moeilijk opvoedbare kinderen met een vestiging die fungeert als justitiële jeugdinrichting waarbinnen het onderwijs georganiseerd wordt, dan wel is verbonden aan een gesloten jeugdhulpinstelling, ontvangt aanvullende bekostiging.

2.

De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bedraagt voor zowel justitiële jeugdinrichtingen als gesloten jeugdhulpinstellingen € 52.663,49 per vestiging en € 26.364,66 per onbezette capaciteitsplaats. Voor justitiële jeugdinrichtingen bedraagt het bedrag per capaciteitsplek € 14.515,51 en voor gesloten jeugdhulpinstellingen bedraagt het bedrag per capaciteitsplaats € 6.063,70.

3.

Het aantal capaciteitsplaatsen per vestiging is gelijk aan de door de Minister van Justitie en Veiligheid toegekende capaciteit als het een justitiële jeugdinrichting betreft, en is de door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport toegekende capaciteit als het een gesloten jeugdhulpinstelling betreft. Het aantal onbezette capaciteitsplaatsen is het verschil tussen het aantal capaciteitsplaatsen van de school en de som van het aantal leerlingen per justitiële jeugdinrichting vestiging dan wel gesloten jeugdhulpinstelling per vestiging op 1 februari 2025.

4.

De bekostiging van een nieuwe vestiging vangt aan op 1 augustus van enig jaar. De bekostiging voor het kalenderjaar waarin de bekostiging aanvangt wordt berekend overeenkomstig het tweede en zesde lid vermenigvuldigd met 41,67%.

5.

De bekostiging, bedoeld in het tweede en zesde lid, wordt voorafgaand aan het bekostigingsjaar voorlopig vastgesteld op basis van het aantal capaciteitsplaatsen op 1 januari 2025 en indien het een nieuwe vestiging betreft op basis van het aantal capaciteitsplaatsen op 1 augustus 2025.

6.

In aanvulling op het bedrag per capaciteitsplaats voor een gesloten jeugdhulpinstelling, bedoeld in het tweede lid, ontvangt een bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid, in kalenderjaar 2026 € 75.000 per vestiging en een extra bedrag van € 5.261 per capaciteitsplaats.

Artikel 39. Leerlingen met een ernstige meervoudige beperking
1.

Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder een leerling met een ernstige meervoudige beperking: een leerling met een combinatie van een ernstige of zeer ernstige verstandelijke beperking (IQ tot 35), een lichamelijke beperking en bijkomende stoornissen, voor wie naast extra ondersteuning in het onderwijs ook extra zorg nodig is, die op 1 februari 2025 ingeschreven stond op een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs en voor wie het bevoegd gezag bekostiging categorie 3 (hoog) ontvangt.

2.

Het bevoegd gezag van een school voor speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs waar op 1 februari 2025 een of meer leerlingen met een ernstige meervoudige beperking waren ingeschreven, ontvangt op aanvraag aanvullende bekostiging.

3.

Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl. De aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens:

4.

De aanvraag, bedoeld in het tweede lid, dient voor 1 februari 2026 ontvangen te zijn. Aanvragen die op of na die datum worden ontvangen, worden afgewezen.

5.

De bekostiging, bedoeld in het tweede lid, bedraagt per ingeschreven leerling met een ernstige meervoudige beperking maximaal € 8.000,00.

6.

Voor de aanvullende bekostiging op grond van dit artikel is voor het kalenderjaar 2026 een bedrag van maximaal € 10 mln. beschikbaar.

7.

Indien het bekostigingsplafond, bedoeld in het zesde lid, wordt overschreden, wordt het bedrag per leerling met een ernstige meervoudige beperking, bedoeld in het vijfde lid, verlaagd naar rato van het aantal leerlingen met een ernstige meervoudige beperking waarvoor de bekostiging wordt toegekend.

8.

De Minister beslist uiterlijk 16 weken na 1 februari 2026 over de aanvraag.

Artikel 40. Samenvoeging
1.

Het bevoegd gezag van een basisschool, speciale school voor basisonderwijs of een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs ontvangt aanvullende bekostiging voor het eerste en tweede kalenderjaar volgend op een samenvoeging als bedoeld in artikel 21 van het Besluit bekostiging WPO 2022 en artikel 17 van het Besluit bekostiging WEC 2022.

2.

De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend volgens de formule X – Y, waarin:

X = de som van de bekostiging van alle scholen die onderdeel uitmaken van de samenvoeging, berekend op grond van artikel 116, tweede lid, van de WPO, artikel 114, tweede lid, van de WEC, en de artikelen 14, 17, 18 en 19 van het Besluit bekostiging WPO 2022, in het eerste kalenderjaar na de samenvoeging, wanneer de samenvoeging niet zou hebben plaatsgevonden; en

Y = de som van de bekostiging van de fusieschool, berekend op grond van artikel 116, tweede lid, van de WPO, artikel 114, tweede lid, van de WEC, en de artikelen 14, 17, 18 en 19 van het Besluit bekostiging WPO 2022, in het eerste kalenderjaar na de samenvoeging.

3.

De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, is voor het eerste kalenderjaar volgend op de samenvoeging 100% van de uitkomst van de formule in het tweede lid en voor het tweede kalenderjaar volgend op de samenvoeging 50% van de uitkomst van de formule in het tweede lid.

4.

De aanvullende bekostiging, bedoeld in het derde lid, wordt aangepast voor loon- en prijsontwikkelingen.

5.

Indien een school op grond van dit artikel aanvullende bekostiging ontvangt of op grond van de Regeling bijzondere bekostiging bij fusie en opheffing van scholen in het primair onderwijs en beleidsregel interpretatie samenvoeging in WPO en WEC bijzondere bekostiging ontvangt, betrokken is bij een samenvoeging, als bedoeld in het eerste lid, en daarvoor aanvullende bekostiging ontvangt, als bedoeld in het tweede lid, dan vervalt vanaf 1 januari na de laatstbedoelde samenvoeging de eerdere aanspraak op aanvullende of bijzondere bekostiging.

6.

Dit artikel is niet van toepassing op een samenvoeging van scholen waarbij één of meer van de scholen die onderdeel uitmaken van de samenvoeging op het moment van deze samenvoeging minder dan 8 jaar worden bekostigd.

Artikel 41. Samengaan van een basisschool met een speciale school voor basisonderwijs
1.

Het bevoegd gezag van een basisschool die per 1 augustus 2026 samengaat met een speciale school voor basisonderwijs, die wordt opgeheven met ingang van 1 augustus 2026 en waarvan blijkens de registratie in het Register Onderwijsdeelnemers (ROD) ten minste 25% van de leerlingen van de speciale school voor basisonderwijs op 1 februari 2026, op 1 augustus 2026 is ingeschreven op de basisschool, ontvangt op aanvraag aanvullende bekostiging voor het restant van het kalenderjaar van samengaan en de eerste twee volledige kalenderjaren na samengaan.

2.

Een aanvraag voor de aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt per brief ingediend bij DUO en moet voor 1 oktober 2026 door DUO ontvangen zijn. Aanvragen die op of na deze datum worden ontvangen, worden afgewezen. De aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens:

3.

De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, is voor het restant van het kalenderjaar van samengaan gelijk aan de bekostiging op grond van artikel 116, tweede lid, van de WPO, die de opgeheven speciale school voor basisonderwijs zou hebben ontvangen in de eerste vijf maanden na de opheffing.

4.

De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, is voor het eerste volledige kalenderjaar na het samengaan gelijk aan de bekostiging op grond van artikel 116, tweede lid, van de WPO, die de opgeheven speciale school voor basisonderwijs zou hebben ontvangen in het eerste kalenderjaar na de opheffing.

5.

De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, is voor het tweede volledige kalenderjaar na het samengaan gelijk aan het bekostigingsbedrag per school op grond van artikel 116, tweede lid, van de WPO, dat de opgeheven speciale school voor basisonderwijs zou hebben ontvangen in het kalenderjaar na de opheffing, vermenigvuldigd met 50%.

6.

De aanvullende bekostiging, bedoeld in het vierde en vijfde lid, wordt aangepast voor loon- en prijsontwikkelingen.

7.

Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk 16 weken na 30 september 2026.

Artikel 42. Overgangsrecht lopende aanspraken op bijzondere bekostiging bij fusies

De Regeling bijzondere bekostiging bij fusie en opheffing van scholen in het primair onderwijs en beleidsregel interpretatie samenvoeging in WPO en WEC, zoals die luidde op 31 december 2022 blijft van toepassing op een aanspraak op bijzondere bekostiging die op grond van artikel 3, 10 of 15 van die regeling aan het bevoegd gezag van een school is toegekend, met dien verstande dat deze per kalenderjaar wordt toegekend.

Artikel 43. Aanvullende bekostiging voor kleine basisscholen vanwege de eerste opvang van asielzoekers en overige vreemdelingen
1.

Het bevoegd gezag van een basisschool dat door de eerste opvang van asielzoekers en overige vreemdelingen als bedoeld in artikel 34, eerste lid, geen of minder extra bekostiging kleine basisscholen ontvangt als bedoeld in artikel 14, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022, ontvangt aanvullende bekostiging.

2.

Voor de berekening van de aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt de extra bekostiging kleine bassischolen herrekend, door voor de herrekening uit te gaan van het aantal leerlingen op de basisschool op 1 februari 2025 minus het aantal eerstejaarsasielzoekers en overige vreemdelingen op de basisschool op 1 januari 2025 voor wie bekostiging is toegekend op grond van artikel 34 van Definitieve regeling bekostiging WPO en WEC 2025.

3.

De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bedraagt het verschil tussen de herrekende extra bekostiging kleine basisscholen, bedoeld in het tweede lid, en de extra bekostiging kleine basisscholen, bedoeld in artikel 14 tweede lid van het Besluit bekostiging WPO 2022.

Hoofdstuk 6. Betaalritme

Artikel 44. Betaalritme
1.

Onverminderd het tweede tot en met derde lid worden de bekostigingsbedragen, bedoeld in deze regeling, uitbetaald in maandelijkse termijnen van gelijke omvang.

2.

De bekostigingsbedragen, bedoeld in de artikelen 4, 13 en 18 worden in één termijn in juni uitbetaald.

3.

De bekostigingsbedragen, bedoeld in artikel 7, 34, 35 en 36, worden in één termijn uitbetaald.

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Artikel 45. Inwerkingtreding
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2.

Deze regeling heeft betrekking op het kalenderjaar 2026 en vervalt met ingang van 1 januari 2031.

Artikel 46. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bekostiging WPO en WEC 2026.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.