Regeling van de Minister van Economische Zaken van 3 oktober 2025, nr. WJZ/26315620, houdende procedures Adviescollege toetsing regeldruk

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 3, tweede lid, onderdeel c, en 9, van de Instellingswet Adviescollege toetsing regeldruk;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Uitgezonderde ministeriële regelingen

Als ministeriële regelingen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c, van de wet, worden aangewezen ministeriële regelingen die uitsluitend bestaan uit:

Artikel 3. Adviestermijnen ontwerpen van EU-wetgevingshandelingen
1.

De Minister van Buitenlandse Zaken zendt een ontwerp van een EU-wetgevingshandeling zo spoedig mogelijk, maar binnen een termijn van één werkdag na ontvangst van dat ontwerp, aan het adviescollege.

2.

De minister die het aangaat maakt een conceptbeoordeling van de regeldrukeffecten van een ontwerp van een EU-wetgevingshandeling binnen een termijn van tien werkdagen na publicatie van het ontwerp en legt die conceptbeoordeling uiterlijk op de werkdag na die conceptbeoordeling voor aan het adviescollege.

3.

Het adviescollege brengt een advies als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de wet uit binnen een termijn van zeventien werkdagen na publicatie van een ontwerp van een EU-wetgevingshandeling.

4.

In uitzonderlijke gevallen waarin spoedige advisering over de conceptbeoordeling van een ontwerp nodig is, brengt het adviescollege op verzoek van de minister die het aangaat een advies als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de wet uit binnen een door die minister in afstemming met het adviescollege te bepalen termijn.

Artikel 4. Adviestermijnen voorstellen voor nationale regelgeving
1.

Het adviescollege brengt een advies als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdelen a of b, van de wet uit binnen vier weken na ontvangst van de in artikel 8, eerste lid, van de wet bedoelde stukken, of binnen de termijn waarbinnen een ieder in de gelegenheid wordt gesteld langs elektronische weg opmerkingen te maken over het concept indien die termijn langer is dan vier weken.

2.

In verband met de termijn, bedoeld in het eerste lid, vindt voorlegging als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet plaats op een zodanig tijdstip dat besluitvorming na die termijn kan plaatsvinden. Indien een ieder in de gelegenheid wordt gesteld langs elektronische weg opmerkingen te maken over het concept vindt voorlegging als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet uiterlijk voorafgaand aan internetconsultatie plaats. In uitzonderlijke gevallen waarin spoedige inwerkingtreding van de voorgenomen regelgeving nodig is, kan de minister die het aangaat in afstemming met het adviescollege hiervan afwijken.

3.

Indien de in artikel 8, eerste lid, van de wet bedoelde stukken inhoudelijk zodanig complex zijn dat het adviescollege zich niet in redelijkheid binnen de in het eerste lid bedoelde termijn een afgewogen oordeel kan vormen over de regeldrukeffecten, kan het adviescollege besluiten zijn advies ten hoogste vier weken later uit te brengen. Het adviescollege stelt de minister die het aangaat daarvan onverwijld op de hoogte.

4.

In uitzonderlijke gevallen waarin spoedige inwerkingtreding van de voorgenomen regelgeving nodig is, brengt het adviescollege op verzoek van de minister die het aangaat een advies als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdelen a of b, van de wet uit binnen een door die minister in afstemming met het adviescollege te bepalen termijn.

Artikel 5. Termijnen aanvullende zienswijze
1.

Het adviescollege brengt een aanvullende zienswijze als bedoeld in artikel 8, derde lid, van de wet uit binnen twee weken na ontvangst van de gewijzigde stukken.

2.

Indien de gewijzigde stukken inhoudelijk zodanig complex zijn dat het adviescollege zich niet in redelijkheid binnen de termijn van twee weken een afgewogen oordeel kan vormen over de regeldrukeffecten, kan het adviescollege besluiten zijn aanvullende zienswijze ten hoogste twee weken later uit te brengen. Het adviescollege stelt de minister die het aangaat van het voornemen om een aanvullende zienswijze te geven en van een verlenging van de termijn van twee weken onverwijld op de hoogte.

Artikel 6. Algemene termijnenwet

Op de termijnen in deze regeling zijn de artikelen 1 tot en met 4 van de Algemene termijnenwet van overeenkomstige toepassing.

Artikel 7. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

Artikel 8. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling procedures Adviescollege toetsing regeldruk.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.