Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 23 oktober 2025 nr. IENW/BSK-2025/258966, houdende vaststelling van tijdelijke regels ter stimulering van aanvullende zuiveringstechnieken bij rioolwaterzuiveringsinstallaties (Tijdelijke subsidieregeling stimulering verwijdering medicijnresten tweede tranche) [KetenID WGK 26712]

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-10-25
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 2, eerste en derde lid, 4, eerste lid, 6, eerste lid, tweede lid, onderdeel b, en zesde lid, 8, eerste lid, 10, tweede lid, 22, tweede lid, en 24, eerste lid, tweede volzin, van het Kaderbesluit subsidies I en M;

BESLUIT:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Doel

Deze regeling heeft tot doel met subsidieverstrekking aan een waterschap de implementatie en kennisontwikkeling van vergaande zuiveringstechnieken op rioolwaterzuiveringen door waterschappen te stimuleren, om medicijnresten en andere organische microverontreinigingen vergaand te verwijderen uit stedelijk afvalwater ter bevordering van de waterkwaliteit.

Artikel 3. Artikelen Kaderbesluit van overeenkomstige toepassing

De artikelen 4, eerste lid, onder a, b, e, f, h, en k, 6, eerste vierde en zesde lid, 8, eerste lid en tweede lid, onder c, 10, eerste en vierde lid, 11, 12, 14, eerste en vierde lid, 17, eerste lid, onder a, b, c, e en f en tweede lid, 18, 19, 20, 21, 24, derde en vierde lid, en 25 van het Kaderbesluit, zijn van overeenkomstige toepassing op een subsidie die op grond van deze regeling wordt verstrekt.

Artikel 4. Kosten die in aanmerking komen voor een subsidie
1.

De minister kan op aanvraag van een waterschap subsidie verstrekken voor de kosten die zijn gemaakt voor 31 december 2028 en die direct verbonden zijn met de uitvoering van de volgende activiteiten:

2.

De voor indiening van de aanvraag gemaakte kosten die rechtstreeks samenhangen met de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, komen ook voor subsidie in aanmerking.

Artikel 5. Kosten die niet voor subsidie in aanmerking komen

De volgende kosten komen niet voor subsidie in aanmerking:

Artikel 6. Subsidieplafond en verdeling
1.

Het subsidieplafond bedraagt € 32.600.000,–.

2.

De te verstrekken subsidie bedraagt:

3.

Subsidie kan worden verstrekt tot een maximumbedrag van € 3.000.000,– per zuiveringtechnisch werk.

4.

De subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de volledige aanvragen.

Artikel 7. Aanvraag
1.

Een subsidie kan op aanvraag van een waterschap worden verstrekt.

2.

Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend bij de minister van 1 december 2025 tot en met 30 november 2026, waarvoor gebruik wordt gemaakt van het aanvraagformulier, bedoeld in bijlage II, bij deze regeling.

3.

De aanvraag tot subsidieverlening bevat naast de in artikel 10, vierde lid, van het Kaderbesluit genoemde gegevens in ieder geval:

4.

Waterschappen die de installatie voor 1 december 2025 in bedrijf hebben gesteld, overleggen in aanvulling op het derde lid, ook de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 12, derde lid, bij de aanvraag.

Artikel 8. Verlening

Een besluit tot verlening van de subsidie vermeldt in ieder geval:

Artikel 9. Voorwaarden
1.

De subsidie wordt uitsluitend besteed aan activiteiten waarvoor de subsidie is verleend.

2.

Er wordt voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 10.

Artikel 10. Verplichtingen van de subsidieontvanger
1.

De subsidieontvanger wijst een projectcoördinator aan, die het project coördineert en die aanspreekpunt is voor de minister.

2.

De installatie is functioneel in bedrijf gesteld voor 31 december 2028.

3.

De vergaande zuiveringstechniek kan technisch het verwijderingsrendement behalen.

4.

Het verwijderingsrendement wordt bepaald als het rekenkundig gemiddelde van de specifieke verwijderingspercentages van minimaal zes gidsstoffen, verdeeld over twee categorieën, waarbij de verhouding tussen stoffen uit categorie 1 en categorie 2 altijd 2:1 is.

5.

Als minder dan zes gidsstoffen in voldoende concentratie worden gemeten, kan gebruik worden gemaakt van de gidsstoffen uit de Subsidieregeling stimulering verwijdering medicijnresten eerste tranche om het verwijderingsrendement te berekenen.

6.

Voor het meten van de gidsstoffen om het zuiveringsrendement te bepalen, bedoeld in het vierde lid, wordt gebruik gemaakt van de werkinstructie, bedoeld in bijlage I van de Subsidieregeling stimulering verwijdering medicijnresten eerste tranche, dan wel de werkinstructies, bedoeld in ‘STOWA 2024-43, werkinstructie bemonstering en chemische analyse medicijnresten in rwzi-afvalwater t.b.v. bijdrageregeling ‘zuivering medicijnresten’ (IenW)’ en de ‘Handreiking voor het uitvoeren van biologische effectmonitoring bij vergaande zuivering van RWZI-effluenten Versie 0.9, eindversie 24 oktober 2024’.

7.

Gedurende vijf jaren na de datum van het functioneel in bedrijf stellen van de installatie rapporteert het waterschap jaarlijks, voor 1 maart in het opvolgende kalenderjaar, aan de minister over de voortgang van de bevindingen ten aanzien van het project.

8.

De rapportage, bedoeld in het zevende lid, bevat de gegevens, bedoeld in bijlage III, bij deze regeling.

Artikel 11. Openbaarheid

De binnen het project gegenereerde resultaten en de opgedane kennis en ervaring worden door de subsidieontvanger beschikbaar gesteld voor de Nederlandse zuiveringspraktijk.

Artikel 12. Vaststelling
1.

De subsidieontvanger dient uiterlijk binnen dertien weken na het functioneel in bedrijf stellen van de installatie een aanvraag voor subsidievaststelling in bij de minister.

2.

In afwijking van het eerste lid dienen waterschappen die de installatie voor 1 december 2025 functioneel in bedrijf hebben gesteld uiterlijk 1 april 2026 een aanvraag voor subsidievaststelling in bij de minister.

3.

De aanvraag tot subsidievaststelling bevat naast de in artikel 24, derde en vierde lid, van het Kaderbesluit genoemde gegevens in ieder geval:

Artikel 13. Evaluatie

De minister publiceert uiterlijk op 31 december 2030 een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk.

Artikel 14. Wijziging Subsidieregeling stimulering verwijdering medicijnresten eerste tranche

Wijzigt de Subsidieregeling stimulering verwijdering medicijnresten eerste tranche.

Artikel 15. Inwerkingtreding en horizonbepaling

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt op 15 oktober 2030, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Artikel 16. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling stimulering verwijdering medicijnresten tweede tranche.

Bijlage I. bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel b, en artikel 7, derde lid, onderdeel d

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.