Beleidsregel van het College gerechtelijk deskundigen van 17 juni 2021 over de visitatie en erkenning van een opleiding tot gerechtelijk deskundige en een deskundigheidsbevorderingssysteem (Beleidsregel visitatie en erkenning NRGD)

Type ZBO-regeling
Publication 2025-10-27
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Met het instrument van de visitatie en erkenning geeft het College invulling aan de beoordelingsruimte van artikel 12, tweede lid, van het Besluit register deskundige in strafzaken.

Het College beheert conform zijn wettelijke taak een register met gerechtelijk deskundigen die aan de wettelijk voorgeschreven kwaliteitseisen voldoen. Het is aan het College om de toetsingsprocedure nader in te vullen en vast te stellen. Het College meent dat de verantwoordelijkheid voor het opleiden en op peil houden van deskundigheid primair hoort te liggen bij de instantie waarvoor de deskundige werkzaam is. Door een opleiding of deskundigheidssysteem van de betreffende instantie te visiteren en, bij positief resultaat, te erkennen kan de dubbele toetsing die in de praktijk plaatsvindt, bij zowel de instantie als bij het NRGD, komen te vervallen.

In geval van erkenning vindt de inhoudelijke toets alleen nog bij de instantie plaats, met een gecommitteerde van het NRGD in de toetsingscommissie. Het NRGD handelt de aanvragen om (her)registratie dan uitsluitend op basis van een administratieve toets af. Erkenning betekent dus ook dat het College meer op afstand komt te staan. Dat kan alleen wanneer het College het vertrouwen heeft dat de kwaliteit van de gerechtelijk deskundigen die staan ingeschreven in het NRGD is gewaarborgd. Daarom stelt het College strikte voorwaarden aan de erkenning en kwaliteitseisen aan een opleiding en deskundigheidsbevorderingssysteem alsmede de examinering.

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1:1. Begripsbepalingen

In dit Beleidskader wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Voorwaarden voor erkenning

Artikel 2:1. Voorwaarden

Het College heeft in 2017 beleid vastgesteld om een forensische opleiding te kunnen erkennen. Op basis daarvan heeft het College de pro Justitia opleiding van het NIFP erkend. Het College heeft in dit beleidskader de voorwaarden voor hernieuwing van een erkenning verder uitgewerkt. In de praktijk bleek ook behoefte te bestaan aan de erkenning van een deskundigheidsbevorderingssysteem, opdat de herregistratie in het NRGD ook onder het bereik van de erkenning kan vallen. Daarom voorziet dit beleidskader in de mogelijkheid om niet alleen een opleiding tot gerechtelijk deskundige maar ook een deskundigheidsbevorderingssysteem te visiteren en erkennen. Te denken valt aan de opleiding tot tekenbevoegd forensisch deskundige met hercertificering van het NFI of het opleidings- en deskundigheidsbevorderingsprogramma van de STAB.

Om de kwaliteit van het register te waarborgen zullen de opleiding en het deskundigheidsbevorderingssysteem ertoe moeten leiden dat de deskundige (blijvend) aan de kwaliteitseisen van het NRGD voldoet. Deze kwaliteitseisen zijn dan ook het uitgangspunt voor de erkenning en als dusdanig verankerd in de standaarden waaraan de visitatiecommissie dient te toetsen (zie bijlage 1).

Het deskundigheidsgebied waar de visitatie en erkenning op ziet, dient genormeerd te zijn en opengesteld te zijn voor registratie in het NRGD of binnen afzienbare tijd opengesteld te worden. Dit betekent concreet dat het College een beoordelingskader moet hebben vastgesteld voor het deskundigheidsgebied dat onder het bereik van de erkenning moet vallen. Het deskundigheidsgebied zal ook feitelijk moeten zijn opengesteld voor registratie, opdat alle op dat gebied werkzame deskundigen de mogelijkheid hebben om een aanvraag om registratie te doen.

Het beleidskader betreft een dynamisch document dat het College aan de hand van de ervaringen in de praktijk waar nodig kan bijstellen. In geval van hernieuwing van de erkenning is het dan geldende beleidskader het uitgangspunt voor de visitatie en erkenning.

Hoofdstuk 3. Erkenningsprocedure

Artikel 3:1. Verzoek om erkenning

Een instantie verzoekt het College om erkenning van een opleiding of een opleiding en een deskundigheidsbevorderingssysteem.

Het initiatief om een opleiding en deskundigheidsbevorderingssysteem te laten erkennen ligt bij de instantie. Dit is op vrijwillige basis. De instantie kan verzoeken om erkenning van een opleiding tot gerechtelijk deskundige óf een opleiding en deskundigheidsbevorderingssysteem op basis waarvan de instantie de kennis en vaardigheden van nieuw op te leiden en ervaren deskundigen borgt. Wanneer het College overgaat tot erkenning zijn daar wel verplichtingen aan verbonden, voor zowel de instantie als het College. Die verplichtingen zullen worden neergelegd in een overeenkomst.

Artikel 3:2. Buiten behandeling laten verzoek

Het College kan een verzoek om erkenning in ieder geval buiten behandeling of deels buiten behandeling laten indien de verstrekte gegevens en stukken onvoldoende zijn voor de beoordeling van het verzoek om erkenning, mits de instantie in de gelegenheid is gesteld om de gegevens en stukken binnen een door het College gestelde termijn aan te vullen.

Artikel 3:3. Afwijzing verzoek om erkenning

Het College wijst een verzoek om erkenning af indien niet aan de in artikel 2:1 genoemde voorwaarden is voldaan.

Om voor erkenning in aanmerking te komen zullen de opleiding en het deskundigheidsbevorderingssysteem moeten voldoen aan de standaarden die het College heeft vastgesteld (zie bijlage 1 van dit beleidskader). Er vindt een visitatie plaats om dat te kunnen beoordelen. De kosten van de visitatie komen voor rekening van de instantie (zie artikel 4:9). Om te voorkomen dat een instantie onnodig kosten maakt, zal eerst met de instantie worden besproken welke stappen eventueel nodig zijn om de visitatie in gang te kunnen zetten.

Wanneer met een opleiding en een deskundigheidsbevorderingssysteem meerdere deskundigheidsgebieden worden bediend en de vakinhoudelijke delen van een specifiek deskundigheidsgebied niet aan de standaarden blijken te voldoen, kan het College het verzoek om erkenning deels – dat wil zeggen specifiek voor dat deskundigheidsgebied – afwijzen en voor de overige gebieden toewijzen.

Artikel 3:4. Voorwaardelijke erkenning

Om voor erkenning in aanmerking te komen zullen de opleiding en het deskundigheidssysteem moeten voldoen aan de standaarden die het College heeft vastgesteld. In bijlage 1 van dit beleidskader is vastgelegd welke standaarden voldoende moeten zijn en welke standaarden een voldoende onder voorwaarde kunnen krijgen. In dat laatste geval kan het College een voorwaardelijke erkenning verlenen. Het College gaat hier terughoudend mee om. Bij het College moet in ieder geval de gerechtvaardigde verwachting bestaan dat de instantie de tekortkomingen binnen de gestelde termijn kan wegnemen.

Artikel 3:5. Fasering erkenning

Het College kan de gevolgen van een erkenning gefaseerd laten ingaan.

Het gefaseerd laten ingaan van de gevolgen van een erkenning zal aan de orde zijn wanneer het College naast een opleiding tot gerechtelijk deskundige ook een deskundigheidsbevorderingssysteem erkent.

Bij erkenning van een opleiding tot gerechtelijk deskundige vervalt de inhoudelijke toetsing van het NRGD voor pasopgeleide deskundigen die de opleiding met goed gevolg hebben afgerond. De inhoudelijke toets vindt dan alleen nog bij de instantie plaats, met een gecommitteerde van het College in de toetsingscommissie. Pasopgeleide deskundigen kunnen dan op basis van uitsluitend een administratieve toets voorwaardelijk, dat wil zeggen voor twee jaar, in het NRGD worden geregistreerd. Na die twee jaar, en vervolgens elke vijf jaar, volgt een inhoudelijke toets voor herregistratie van de deskundige in het NRGD. Deze toets zal het NRGD wel weer zelf doen.

Wanneer het College naast een opleiding ook een deskundigheidsbevorderingssysteem erkent, zal het College de gevolgen van de erkenning fasegewijs laten ingaan. Bij de initiële erkenning zal de inhoudelijke toetsing van het NRGD als eerste voor de pasopgeleide gerechtelijk deskundigen komen te vervallen. Na twee jaar volgt er dan een hervisitatie van de opleiding en het deskundigheidsbevorderingssysteem. Wanneer het College bij positief resultaat van de hervisitatie de erkenning voor vijf jaar verlengt, zal de inhoudelijke toetsing van het NRGD voor de groep onvoorwaardelijke geregistreerde deskundigen komen te vervallen. De inhoudelijke toets vindt dan ook voor deze groep alleen nog bij de instantie plaats, met een gecommitteerde van het College in de toetsingscommissie.

Het NRGD zal de inhoudelijke toetsing van voorwaardelijk geregistreerde deskundigen vooralsnog wel zelf blijven doen. Daarbij gaat het om pasopgeleide deskundigen met een beleidsmatige voorwaardelijke registratie van twee jaar of deskundigen met een maatwerkregistratie van twee jaar.

Wanneer een erkenning wordt uitgebreid met een nieuw deskundigheidsgebied, zal ook voor het nieuw toegevoegde gebied gelden dat de gevolgen van de erkenning fasegewijs zullen ingaan. Dat wil zeggen dat de inhoudelijke toetsing door het NRGD als eerste voor de pasopgeleide deskundigen komt te vervallen en bij positief resultaat van de hervisitatie na twee jaar voor de deskundigen die onvoorwaardelijk in het NRGD geregistreerd zijn. Het NRGD toetst de deskundigen dus altijd één keer volledig zelf. De pasopgeleide deskundigen als zij na twee jaar op moeten voor herregistratie en de ervaren deskundigen bij de aanvraag om een initiële registratie. Het College houdt zo in de volle breedte zicht op de kwaliteit van de in het NRGD geregistreerde deskundigen.

Artikel 3:6. Duur erkenning

De erkenning en het achterwege laten van de inhoudelijke toetsing van een aanvraag om (her)registratie door het NRGD vindt plaats tot de dag waarop de erkenning van rechtswege verloopt. De inhoudelijke toetsing door het NRGD treedt daarna onverwijld weer in werking. Wanneer de instantie zes maanden voor het verlopen van de erkenning een verzoek om hernieuwing van de erkenning heeft gedaan, blijven de gevolgen van de erkenning in stand zo lang het College niet op het verzoek van de hernieuwing van de erkenning heeft beslist.

Artikel 3:7. Beslissing en bekendmaking

Het College maakt zijn beslissing op een verzoek om erkenning zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen drie maanden na ontvangst van de rapportage van de visitatiecommissie, schriftelijk aan de instantie en in kopie aan de voorzitter van de visitatiecommissie bekend.

Hoofdstuk 4. De visitatie

Paragraaf 1. De visitatiecommissie

Artikel 4:1. Taak

Voor het College staat voorop dat de visitatiecommissie haar taak onafhankelijk van het College en de instantie verricht. De leden van de visitatiecommissie tekenen daartoe een onafhankelijkheidsverklaring. Onafhankelijkheid houdt ook in dat de leden van de visitatiecommissie in de afgelopen vijf jaar geen directe of indirecte banden hebben gehad met de instantie, de opleiding of het deskundigheidsbevorderingssysteem, die kunnen leiden tot belangenverstrengeling of de schijn daarvan.

De visitatiecommissie doet de beoordeling op de standaarden op basis van schriftelijke stukken en een visitatiebezoek. In dit beleidskader staat beschreven waaruit die schriftelijke beoordeling en het visitatiebezoek moeten bestaan.

Artikel 4:2. Samenstelling

De visitatiecommissie zal, afhankelijk van het aantal en de aard van de te beoordelen deskundigheidsgebieden, op maat worden samengesteld. Wanneer ‘slechts’ een of twee deskundigheidsgebieden onder het bereik van de erkenning moeten vallen, is het denkbaar dat het kernpanel en het deskundigheidsgebied specifieke panel in elkaar opgaan. De visitatiecommissie zal dan moeten bestaan uit in ieder geval een vakinhoudelijk deskundige die ervaring heeft met het beoordelen van een opleiding of een deskundigheidsbevorderingssysteem. Deze vakinhoudelijk deskundige moet in staat zijn om, naast de deskundigheid specifieke toets, de toets op de algemene delen uit te voeren.

Artikel 4:3. Rapportage

De rapportage van de visitatiecommissie beschrijft:

De visitatiecommissie legt in eerste instantie haar conceptrapportage voor aan de instantie. De instantie krijgt daarmee de gelegenheid om feitelijke onjuistheden te corrigeren. De commissie maakt de rapportage daarna definitief, onder opneming van eventuele wijzigingen in de definitieve rapportage. De rapportage wordt vervolgens aangeboden aan het College.

Artikel 4:4. Openbaarheid rapportage

De rapportage van de visitatiecommissie wordt, met de beslissing op het verzoek om erkenning, op de website van het NRGD geplaatst.

Paragraaf 2. Beoordeling

Artikel 4:5. Schriftelijke beoordeling

De visitatiecommissie beoordeelt een opleiding en deskundigheidsvorderingssysteem op grond van schriftelijke stukken die op het moment van de visitatie geldend zijn, zoals:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.