Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 13 oktober 2025, nr. IENW/BSK-2025/254921, houdende regels in verband met de modernisering van het erkenningenstelsel (Regeling erkenningen wegverkeer)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 4aub, tweede lid, 4auc, tweede lid, 4aud, derde en vierde lid, 37, derde en zevende lid, 52b, 70j, 70n, tweede lid, 86, eerste en vijfde lid, en 186c, derde lid, onder a, van de Wegenverkeerswet 1994, de artikelen 13, 19, eerste lid, en 20, eerste en tweede lid, van het Besluit erkenningen wegverkeer, en de artikelen 28a, vierde lid, 31, eerste lid, onder d, en derde lid, en 32, tweede lid en derde lid, onder g, van het Kentekenreglement;

BESLUIT:

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet van 10 mei 2023 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met de modernisering van het erkenningenstelsel, het verbeteren van de handhaafbaarheid en enkele andere wijzigingen van technische aard in werking treedt (Stb. 2023, 195).

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Basiserkenning

Artikel 2. Inschrijving handelsregister

Een rechtspersoon of de onderneming van de natuurlijke persoon die niet in Nederland is gevestigd en een basiserkenning uitsluitend aanvraagt met het oog op het verkrijgen van de erkenning foliefabrikant, de erkenning lamineerder of de erkenning wijziging goedkeuring voertuigen overlegt een met een bewijs van inschrijving in het handelsregister gelijkwaardig document, afgegeven in het land van vestiging.

Artikel 3. Termijn overleggen VOG

Het erkende bedrijf overlegt op verzoek van de Dienst Wegverkeer overeenkomstig artikel 4auc, tweede lid, van de wet binnen zes weken een verklaring omtrent het gedrag die niet ouder is dan twee maanden, indien daartoe naar het oordeel van deze dienst aanleiding bestaat als gevolg van:

Hoofdstuk 3. Erkenningen voor specifieke handelingen

§ 3.1. Algemeen

Artikel 4. Bedrijfsgegevens
1.

De natuurlijke persoon of rechtspersoon, inclusief alle vestigingen waarvoor de erkenning wordt aangevraagd, is blijkens het handelsregister gevestigd in Nederland.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op de erkenningen foliefabrikant, lamineerder en wijziging goedkeuring voertuigen.

3.

Een bedrijf met een erkenning voor specifieke handelingen meldt wijzigingen in de bedrijfsactiviteit of in de bedrijfsgegevens onmiddellijk schriftelijk aan de Dienst Wegverkeer voor zover deze wijzigingen van belang kunnen zijn voor de erkenning.

Artikel 5. Kenbaarheid erkende bedrijf

Vanaf de buitenkant van een bedrijf met een erkenning voor specifieke handelingen is op een door de Dienst Wegverkeer vastgestelde en in de Staatscourant gepubliceerde wijze kenbaar dat een erkenning is verleend.

Artikel 6. Communicatie langs elektronische weg
1.

Als in het kader van een erkenning voor specifieke handelingen communicatie met de Dienst Wegverkeer is voorgeschreven, vindt deze communicatie plaats langs elektronische weg, waarbij de digitale identiteit van het erkende bedrijf verifieerbaar is.

2.

Het erkende bedrijf maakt daarbij alleen gebruik van de door de Dienst Wegverkeer toegestane authenticatiemiddelen en handelt overeenkomstig de bijbehorende gebruikersvoorwaarden.

3.

Het erkende bedrijf is verantwoordelijk voor de handelingen die door of namens hem worden verricht.

4.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de bevoegdheid, bedoeld in artikel 4aue, eerste lid, van de wet.

Artikel 7. Correctiemelding

Als een erkend bedrijf een onjuistheid constateert binnen de kaders van de erkenning, wordt dat binnen een door de Dienst Wegverkeer te bepalen termijn gemeld aan de Dienst Wegverkeer op een door de Dienst Wegverkeer te bepalen wijze.

Artikel 8. Aanvraag- en erkenningseisen
1.

De Dienst Wegverkeer kan bij de aanvraag voor een erkenning voor specifieke handelingen toetsen of de aanvrager aan de eisen en voorwaarden voor de erkenning kan voldoen.

2.

Het erkende bedrijf voldoet bij voortduring aan de eisen en voorwaarden die gelden voor de aanvrager.

§ 3.2. Erkenning bedrijfsvoorraad

Artikel 9. Aanvrager
1.

Een erkenning bedrijfsvoorraad kan op aanvraag worden verleend aan:

2.

De aanvrager van de erkenning als bedoeld onder c, beschikt over een geldige vergunning als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, 2.36, eerste lid, of 2:40, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht.

3.

Het erkende bedrijf beschikt over een of meer terreinen niet zijnde een weg waarop de bedrijfsvoorraad wordt gestald.

Artikel 10. Eisen en voorwaarden erkenning
1.

Voertuigen die bestemd zijn voor demontage betreffen bromfietsen die gedurende een periode van ten hoogste vier aaneengesloten weken worden of zijn opgenomen in de bedrijfsvoorraad.

2.

Voor voertuigen die in de bedrijfsvoorraad worden opgenomen geldt voor de kentekenplaten het volgende:

3.

De erkenning geldt uitsluitend voor de vestigingen die in de erkenning worden vermeld.

4.

Het erkende bedrijf draagt er zorg voor dat met voertuigen die nog niet zijn ingeschreven of niet zijn tenaamgesteld in het kentekenregister, alsmede met voertuigen die in de bedrijfsvoorraad van het erkende bedrijf zijn opgenomen, geen gebruik wordt gemaakt van de weg zonder dat zij zijn voorzien van een aan het bedrijf opgegeven handelaarskenteken.

5.

Voertuigen kunnen uitsluitend in de bedrijfsvoorraad zijn opgenomen zolang de erkenning bedrijfsvoorraad niet is ingetrokken voor onbepaalde tijd. Ingeval de erkenning bedrijfsvoorraad voor onbepaalde tijd wordt ingetrokken, houden de voertuigen binnen een door de Dienst Wegverkeer te bepalen termijn op te behoren tot de bedrijfsvoorraad.

6.

Het erkende bedrijf zorgt ervoor dat de voertuigen in zijn importeursvoorraad bij overdracht worden tenaamgesteld, tenzij de overdracht op een door de Dienst Wegverkeer te bepalen wijze aan een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad plaatsvindt zonder dat het voertuig wordt tenaamgesteld.

7.

Het erkende bedrijf zorgt ervoor dat de voertuigen die in zijn bedrijfsvoorraad staan bij verkoop, lease of verhuur ophouden te behoren tot de bedrijfsvoorraad.

8.

Aan de verplichting als bedoeld in artikel 23k van het Besluit voertuigen, wordt gevolg gegeven door de tellerstand van een motorrijtuig te verstrekken aan de Dienst Wegverkeer zoals voorgeschreven in artikel 6.

§ 3.3. Erkenning tenaamstellen voertuigen voor derden

Artikel 11. Aanvrager

Bij de aanvraag wordt door de aanvrager zekerheid gesteld aan de Dienst Wegverkeer voor een bedrag ter grootte van de geschatte omzet van de te verlenen tenaamstellingen en schorsingen over twee maanden.

Artikel 12. Eisen en voorwaarden aan de erkenning
1.

Het erkende bedrijf heeft:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.