Besluit van 27 oktober tot vaststelling van een luchthavenbesluit voor de luchthaven Eelde (Luchthavenbesluit Eelde) [KetenID WGK002925]

Type AMvB
Publication 2025-11-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 30 juni 2025 nr. IENW/BSK-2025/254314, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Gelet op artikel 8.70, eerste lid, van de Wet luchtvaart;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 8 oktober 2025, nr. W17.25.00156/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 20 oktober 2025, nr. IenW/BSK-2025/257876, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2. Reikwijdte

Dit besluit is van toepassing op de luchthaven Eelde en de gebieden die zijn opgenomen in de bijlagen.

Artikel 3. Gebruiksjaar

Het gebruiksjaar van de luchthaven omvat de periode van 1 november van enig jaar tot en met 31 oktober van het daaropvolgende jaar.

Hoofdstuk 2. Luchthavenluchtverkeer

§ 2.1. Regels en grenswaarden met het oog op de geluidbelasting

Artikel 4. Grenswaarden voor de geluidbelasting
1.

De geluidbelasting in een handhavingspunt dat is aangegeven op de kaart in bijlage 1, met uitzondering de geluidbelasting van vluchten ten behoeve van spoedeisende hulpverlening of de uitoefening van politietaken, bedraagt niet meer dan de bij dat punt aangegeven waarde.

2.

Voor vluchten ten behoeve van spoedeisende hulpverlening of de uitoefening van politietaken geldt een grenswaarde van maximaal 3.823 vliegtuigbewegingen per gebruiksjaar.

Artikel 5. Regels voor de geluidbelasting
1.

Het uitvoeren of doen of laten uitvoeren van starts en landingen op de luchthaven is enkel toegestaan op maandag tot en met vrijdag in de periode van 06.30 uur tot 00.00 uur, en op zaterdag, zondag en officiële feestdagen in de periode van 07.30 uur tot 00.00 uur.

2.

Onverminderd het eerste lid is het uitvoeren of doen of laten uitvoeren van starts en landingen op de luchthaven tussen 23.00 uur en 00.00 uur enkel toegestaan voor handelsverkeer en positievluchten, met uitzondering van verkeersvluchten van luchtvaartmaatschappijen die exclusief open staan voor vracht of post.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing op het uitvoeren of doen of laten uitvoeren van starts en landingen met luchtvaartuigen die in nood verkeren of met luchtvaartuigen die worden ingezet voor spoedeisende hulpverlening of de uitoefening van politietaken.

Artikel 6. Proef-, les- en oefenvluchten
1.

Het uitvoeren of doen of laten uitvoeren van circuitvluchten als onderdeel van proef-, les- dan wel oefenvluchten, met vliegtuigen met schroefaandrijving met een maximaal toegelaten totaalmassa van minder dan 6.000 kg vindt plaats van maandag tot en met zaterdag van 08.00 uur tot 22.00 uur en op zondag en officiële feestdagen van 10.00 uur tot 19.00 uur.

2.

Het uitvoeren of doen of laten uitvoeren van circuitvluchten als onderdeel van les- dan wel oefenvluchten met vliegtuigen met schroefaandrijving met een maximaal toegelaten totaalmassa van 6.000 kg of meer en met straalvliegtuigen is verboden.

3.

Het uitvoeren of doen of laten uitvoeren van circuitvluchten als onderdeel van proefvluchten met vliegtuigen met schroefaandrijving met een maximaal toegelaten totaalmassa van 6.000 kg of meer en met straalvliegtuigen vindt plaats van maandag tot en met vrijdag van 08.00 uur tot 20.00 uur, niet zijnde officiële feestdagen, met dien verstande dat voor het aantal van de bedoelde circuitvluchten een grenswaarde van 43 vluchten per jaar geldt.

4.

Het uitvoeren of doen of laten uitvoeren van vluchten met vliegtuigen met het doel valschermspringen te beoefenen is in de periode van 17 september tot en met 14 april alleen toegestaan:

§ 2.2. Regels met het oog op de lokale luchtverontreiniging

Artikel 7. Voorzieningen aan stilstaande vliegtuigen en reductie van APU-gebruik
1.

De exploitant van de luchthaven draagt er zorg voor dat elektriciteitsvoorziening aan stilstaande vliegtuigen die worden ingezet ten behoeve van handelsverkeer aanwezig en van voldoende kwaliteit is.

2.

De exploitant van de luchthaven draagt er zorg voor dat de afhandelingsplaatsen uiterlijk 1 januari 2040 beschikken over infrastructuur en voorzieningen van voldoende kwaliteit voor de toevoer van geconditioneerde lucht aan stilstaande vliegtuigen die worden ingezet ten behoeve van handelsverkeer.

3.

De exploitant van de luchthaven draagt er zorg voor dat de elektriciteit voor de elektriciteitsvoorziening en voor de toevoer van geconditioneerde lucht uiterlijk 1 januari 2030 afkomstig is van het elektriciteitsnet of ter plaatse wordt opgewekt zonder gebruikmaking van fossiele brandstoffen.

4.

Bij de afhandeling van een vliegtuig aan de afhandelingsplaats draagt de gezagvoerder er zorg voor dat er geen gebruik gemaakt wordt van de in het vliegtuig aanwezige APU, voor zover de infrastructuur en voorzieningen voor de elektriciteitsvoorziening en de toevoer van geconditioneerde lucht beschikbaar en operationeel zijn.

5.

De gezagvoerder kan afwijken van het vierde lid indien naleving van dat lid naar het oordeel van de gezagvoerder om veiligheidsredenen geen doorgang kan vinden.

Artikel 8. Taxiën
1.

De gezagvoerder draagt er zorg voor dat het vliegtuig met gebruikmaking van het minimale noodzakelijke aantal motoren van, naar en over de start- en landingsbaan taxiet.

2.

De gezagvoerder kan afwijken van het eerste lid indien naleving van dat lid naar het oordeel van de gezagvoerder onveilig is of aan de normale operatie van het vliegtuig in de weg staat.

Hoofdstuk 3. Ruimtelijke indeling

Artikel 9. Aanduiding luchthavengebied
1.

Het luchthavengebied is het gebied dat als zodanig is aangewezen op de kaart in bijlage 1.

2.

De gronden die bestemd zijn voor de start- en landingsbaan zijn aangegeven op de kaart in bijlage 1.

Artikel 10. Aanduiding beperkingengebieden in verband met het plaatsgebonden risico en de geluidbelasting
1.

De contouren ter aanduiding van het 10-5 en 10-6 plaatsgebonden risico zijn aangegeven op de kaart in bijlage 2.

2.

De contouren ter aanduiding van de geluidbelasting van 70 Lden, 56 Lden en 48 Lden zijn aangegeven op de kaart in bijlage 3.

Artikel 11. Aanduiding beperkingengebieden in verband met de vliegveiligheid
1.

De contouren ter aanduiding van de veiligheidsgebieden zijn aangegeven op de kaart in bijlage 4.

2.

De gebieden met hoogtebeperkingen in verband met de vliegveiligheid zijn aangegeven op de kaarten in de bijlagen 5a tot en met 5i.

3.

De contouren ter aanduiding van de gebieden met hoogtebeperkingen in verband met de goede werking van de apparatuur voor luchtverkeerscommunicatie, -navigatie of -begeleiding zijn aangegeven op de kaarten in de bijlagen 5j tot en met 5w.

4.

Het gebied met beperkingen ten aanzien van vogelaantrekkende activiteiten en grondgebruik is aangegeven op de kaart in bijlage 6.

5.

Het laserstraalvrije gebied is aangegeven op de kaart in bijlage 7.

Artikel 12. Ruimtelijke beperkingen binnen de beperkingengebieden in verband met het externe veiligheidsrisico
1.

In het gebied als bedoeld in artikel 10, eerste lid, binnen een 10-5-plaatsgebonden risicocontour:

2.

Beëindiging van het bestaande gebruik van een woning gelegen in het gebied, bedoeld in het eerste lid, kan niet worden gevergd van degene die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit rechtmatig gebruiker is van een woning als bedoeld in het derde lid.

3.

Van bestaand gebruik als bedoeld in het tweede lid is sprake indien op de dag voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit:

4.

In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel b:

5.

In het gebied dat gelegen is op een 10-6-plaatsgebonden risicocontour en tussen deze contour en de daarbinnen liggende 10-5-plaatsgebonden risicocontour is nieuwbouw van een gebouw, niet zijnde een bedrijfswoning, niet toegestaan.

6.

In afwijking van het vijfde lid kan door Onze Minister voor nieuwbouw van een gebouw een verklaring van geen bezwaar worden afgegeven.

7.

Ten aanzien van een woning en een kwetsbaar gebouw wordt de verklaring, bedoeld in het zesde lid, slechts afgegeven:

8.

Het zevende lid, aanhef en onder c, wordt niet eerder toegepast dan nadat de oude woning of het oude kwetsbare gebouw aan de bestaande functie is onttrokken.

Artikel 13. Ruimtelijke beperkingen binnen de beperkingengebieden in verband met de geluidbelasting
1.

In het gebied dat gelegen is op of binnen de contour van 70 Lden, als bedoeld in artikel 10, tweede lid, worden woningen, niet zijnde bedrijfswoningen, en geluidgevoelige gebouwen aan hun bestaande functie onttrokken. Artikel 12, derde, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.

2.

In het gebied dat gelegen is op of binnen de contour van 56 Lden is nieuwbouw van een woning, niet zijnde een bedrijfswoning, en een geluidgevoelig gebouw niet toegestaan.

3.

In afwijking van het tweede lid:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.