Beleidsregel budgettair kader Wlz 2025

Type ZBO-regeling
Publication 2025-10-30
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Grondslag

Gelet op artikel 57, eerste lid, onderdelen b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels vast met betrekking tot het uitoefenen van de bevoegdheid om tarieven en prestatiebeschrijvingen vast te stellen.

Gelet op artikel 49e, tweede lid, van de Wmg verdeelt de NZa het door de Minister van VWS vastgestelde bedrag dat beschikbaar is voor het verlenen van zorg in natura en persoonsgebonden budgetten over de (zorgkantoor)regio’s als bedoeld in artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wet langdurige zorg (Wlz).

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt, tenzij anders vermeld, verstaan onder:

Voor overige begrippen die in deze beleidsregel voorkomen en die niet hierboven worden vermeld, wordt verwezen naar de Beleidsregel definities Wlz.

Artikel 2. Doel van de beleidsregel

Het doel van deze beleidsregel is om de regionale verdeling van het budgettair kader vast te stellen waarbinnen de Wlz-uitvoerders/ zorgkantoren voor het jaar 2025 zorg kunnen contracteren voor zorg in natura (zin) of verleningsbeschikkingen kunnen afgeven voor de persoonsgebonden budgetten (pgb). Verder geeft deze beleidsregel aan op welke wijze de verwerking van de gemaakte productieafspraken in de budgetronde en herschikkingsronde in de budgetten van zorgaanbieders plaatsvindt. Tot slot geeft de beleidsregel aan op welke manieren middelen overgeheveld kunnen worden tussen de verschillende kaders. Het totale budgettair kader 2025 is bepaald door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Artikel 3. Reikwijdte

Deze beleidsregel is van toepassing op de zorg of dienst als omschreven bij of krachtens de Wet langdurige zorg (Wlz) die wordt geleverd door zorgaanbieders.

Artikel 4. Toedeling en opbouw budgettair kader 2025
1.

Toedeling budgettair kader Wlz

De Minister van VWS heeft het macrobedrag voor de contracteerruimte voor zorg in natura (zin) en voor het persoonsgebonden budget (pgb) voor de zorginkoop 2025 vastgesteld in de Voorlopige kaderbrief Wlz 2025 van 19 juni 2024 (kenmerk 3849235-1067559-LZ), aangevuld in de Definitieve kaderbrief Wlz 2025 van 26 september 2024 (kenmerk 3969258-1071274-LZ),de Meerjarige voorlopige kaderbrief 2026–2030 van 10 juli 2025 (kenmerk 4154805-1085543-LZ) en geactualiseerd in de Definitieve kaderbrief Wlz 2026 en het indicatieve Wlz-kader voor de jaren 2027–2030 van 16 september 2025 (kenmerk 4208786-1087253-LZ; hierna: Definitieve kaderbrief Wlz 2026).

Het budgettair kader Wlz voor het jaar 2025 bedraagt € 38.983 miljoen. Dit bedrag is als volgt verdeeld:

De geoormerkte ruimte binnen de contracteerruimte zin voor innovatie bedraagt € 20 miljoen.

2.

Opbouw budgettair kader

1° +/+ € 1.197 miljoen bestemd voor groei (zin: € 1.064 miljoen, pgb: € 133 miljoen); 2° -/- € 43 miljoen bruto besparing scheiden wonen en zorg; 3° +/+ € 22 miljoen bestemd voor transitiemiddelen scheiden wonen en zorg; 4° -/- € 5 milljoen Valpreventie bij 65-plussers 5° -/- € 35 milljoen Maatwerk pgb 6° +/+ € 168 miljoen Kostenonderzoek(en) NZa; 7° +/+ € 1.719 miljoen loon- en prijsbijstelling 2025 (zin: € 1.520 milljoen, pgb: € 199 miljoen).
3.

Netto Wlz kader

Het door de Minister van VWS beschikbaar gestelde bedrag voor pgb’s wordt omgerekend tot middelen zin en opgeteld bij het voor zin beschikbaar gestelde bedrag, om zo tot een netto Wlz kader te komen. Dit kader wordt volgens artikel 5 toegedeeld aan de regio’s. Wlz uitvoerder/zorgkantoren kunnen tot 15 november 2024 aangegeven wat het aandeel pgb moet zijn (zie artikel 8). Dit aandeel wordt vervolgens weer gebruteerd (bruteringseffect).

Artikel 5. Verdeling budgettair kader over de regio’s

Het in artikel 4, derde lid beschreven Wlz kader wordt als volgt over de regio’s verdeeld.

Artikel 6. Toedeling budgettair kader naar zin en pgb

De uitkomst van artikel 5, eerste lid onder b, stap i t/m iv is een netto kader per regio. Om aan te sluiten bij de kaderbrief wordt dit netto kader gebruteerd door de NZa en verdeeld over de contracteerruimte voor zin en het pgb-kader. Eerst wordt het macro pgb kader verdeeld over de regio’s. Hiervoor wordt, per regio, het regionale pgb kader gedeeld door het macro pgb kader, om de procentuele verdeling te bepalen. Het betreft hier het regionale pgb kader en het macro pgb kader van jaar t-1 op peilmoment 15 september t-1. Deze verdeling wordt vermenigvuldigd met het bruto pgb kader van jaar 2025. Vervolgens wordt de contracteerruimte voor zin bepaald door het netto kader te verminderen met 0,86 maal het toegekende pgb kader.

Vervolgens kunnen Wlz-uitvoerders tot 15 november jaar t-1 aangeven of zij deze initiële verdeling willen aanpassen. Na 15 november jaar t-1 kan overgeheveld worden conform de systematiek van artikel 9. Bij verschuivingen tussen zin en pgb neemt de NZa de bruteringsregels in acht. De NZa stelt hiervoor een format beschikbaar.

Het totale kader, de beschikbare contracteerruimte en de verdeling van de pgb-middelen naar de verschillende regio’s wordt opgenomen in de Regeling langdurige zorg.

Artikel 7. Geoormerkte middelen

Naast de contracteerruimte als bedoeld in artikel 4 van deze beleidsregel, zijn er geoormerkte middelen voor innovatie beschikbaar.

Voor de bekostiging van innovatie ten behoeve van nieuwe zorgprestaties is landelijk € 20 miljoen beschikbaar (zie beleidsregel ‘Innovatie voor kleinschalige experimenten’). Dit bedrag wordt niet verdeeld over de regio’s.

Artikel 8. Overhevelingen tussen regio’s
1.

Mogelijkheden voor overheveling

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.