Regeling tijdelijke aanstelling militairen
Gelet op artikel 11a van het Algemeen militair ambtenarenreglement;
Besluit:
Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit tot wijziging van het Algemeen militair ambtenarenreglement in verband met het invoeren van een nieuwe tijdelijke aanstelling als militair in het kader van het Dienjaar Defensie in werking treedt.
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- AMAR: het Algemeen militair ambtenarenreglement;
- bevoegd gezag: de functionaris, bedoeld in het Mandaatbesluit toedeling uitvoerende personele bevoegdheden defensie 2021;
- militair: degene die tijdelijk is aangesteld op grond van artikel 11a van het AMAR.
Artikel 2. Algemeen
Van het Verplaatsingskostenbesluit Defensie zijn de artikelen 2 tot en met 18, 21, 22, 23 niet van toepassing.
Voor de militair geldt dat onder het algemeen deel van de initiële opleiding, bedoeld in artikel 3a van de Inkomstenregeling militairen, wordt verstaan: het succesvol afronden van de Algemene Militaire Basisopleiding.
Artikel 3. Aan de aanstelling verbonden verplichting
De militair is verplicht om gedurende één jaar deel uit te maken van het beroepspersoneel, met inbegrip van de voor de militair geldende initiële opleiding.
Artikel 4. Functietoewijzing
Aan de militair wordt door het bevoegd gezag een functie toegewezen voor de duur van diens aanstelling.
Artikel 5. Loopbaangesprek
Het bevoegd gezag voert een gesprek met de militair uiterlijk drie maanden voor het einde van diens aanstelling, teneinde te inventariseren of de militair diens aanstelling wenst te verlengen of te wijzigen in een aanstelling op grond van artikel 4, eerste lid, van het AMAR.
Artikel 6. Verlenging aanstelling
De militair die wenst diens aanstelling te verlengen, dient bij het bevoegd gezag een daartoe strekkend verzoek in.
Indien de aanstelling van de militair wordt verlengd, kan het bevoegd gezag de huidige functieduur verlengen dan wel een andere functie toewijzen voor de duur van de verlenging.
Artikel 7. Wijziging aanstelling
De militair die wenst diens aanstelling te wijzigen in een aanstelling op grond van artikel 4, eerste lid, van het AMAR dient bij het bevoegd gezag een daartoe strekkend verzoek in.
Indien de aanstelling van de militair wordt gewijzigd in een aanstelling op grond van artikel 4, eerste lid, van het AMAR geldt dat:
- a. de militair dient te voldoen aan de voor deze aanstelling in artikel 5, eerste lid, van het AMAR gestelde voorwaarden;
- b. de militair de bij deze aanstelling behorende verplichting, bedoeld in artikel 7 van het AMAR, krijgt opgelegd, met dien verstande dat hierop in mindering wordt gebracht de verplichting, bedoeld in artikel 3 van deze regeling, voor zover deze is voldaan;
- c. aan deze aanstelling geen proeftijd wordt verbonden.
Artikel 8. Ontheffing functie
Indien de militair door het bevoegd gezag wordt ontheven van diens functie, eindigt de aanstelling met ingang van de dag van die ontheffing van rechtswege.
Artikel 9. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop Besluit tot wijziging van het Algemeen militair ambtenarenreglement in verband met het invoeren van een nieuwe tijdelijke aanstelling als militair in het kader van het Dienjaar Defensie in werking treedt.
Artikel 10. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tijdelijke aanstelling militairen.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.