Besluit van de Minister van Buitenlandse Zaken van 11 november 2025, nr. BZ2521269 tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Subsidieprogramma Maatschappelijke initiatieven trans-Atlantisch slavernijverleden voor Suriname 2026–2030)
Gelet op de artikelen 6 en 7 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken;
Gelet op artikel 8.4 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006;
Besluit:
Artikel 1
Voor subsidieverlening op grond van het artikel 8.4 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 met het oog op subsidiëring van maatschappelijke initiatieven die in het kader van het trans-Atlantisch slavernijverleden in Suriname ondersteuning verdienen, gelden voor de periode vanaf inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 december 2030 de als bijlage bij dit besluit gevoegde beleidsregels.
Artikel 2
Aanvragen voor subsidie in het kader van de eerste openstelling van het Subsidieprogramma Maatschappelijke initiatieven trans-Atlantisch slavernijverleden voor Suriname 2026–2030 worden ingediend vanaf 1 juli 2026, 12:00 Nederlandse tijd tot en met 28 september 2026, 15:00 uur Nederlandse tijd.
Voor aanvragen voor subsidie in volgende openstellingen van het Subsidieprogramma Maatschappelijke initiatieven trans-Atlantisch slavernijverleden voor Suriname 2026–2030 gelden nader bekend te maken openstellingsperiodes.
Aanvragen voor subsidie in het kader van het Subsidieprogramma Maatschappelijke initiatieven trans-Atlantisch slavernijverleden voor Suriname 2026–2030 worden ingediend aan de hand van een door de Minister nog beschikbaar te stellen aanvraagformulier en voorzien van de op het aanvraagformulier gevraagde bescheiden.
Artikel 3
Voor subsidieverlening in het kader van het Subsidieprogramma Maatschappelijke initiatieven trans-Atlantisch slavernijverleden voor Suriname 2026–2030 geldt voor de periode vanaf de inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 december 2030 een totaal subsidieplafond van € 27 miljoen.
Meerjarige subsidies worden verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht, dat daarvoor in de daarop betrekking hebbende begroting voldoende middelen ter beschikking worden gesteld.
Artikel 4
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2031, met dien verstande dat het besluit van toepassing blijft op aanvragen die voor die datum zijn ingediend en subsidies die voor die datum zijn verleend.
Artikel 5
Dit besluit wordt aangehaald als: Subsidieprogramma Maatschappelijke initiatieven trans-Atlantisch slavernijverleden voor Suriname 2026–2030.
Bijlage
Woord vooraf
De tekst in deze bijlage geeft een eerste inzicht in de vormgeving van het Subsidieprogramma Maatschappelijke initiatieven trans-Atlantisch slavernijverleden voor Suriname 2026–2030. Begin 2026 zal deze bijlage vervangen worden door een definitieve bijlage. In de definitieve bijlage volgt alle informatie over het aanvraagproces.
1. Achtergrond
Op 19 december 2022 bood de Minister-President namens de Nederlandse regering excuses aan voor het handelen van de Nederlandse staat in het verleden met betrekking tot het slavernijverleden: postuum aan alle tot slaaf gemaakten die wereldwijd onder dat handelen hebben geleden, aan hun dochters en zonen, en aan al hun nazaten tot in het hier en nu.
Op dezelfde dag reageerde het kabinet1Kamerstukken II 2022/23, 36 284, nr. 1. op het rapport ‘Ketenen van het verleden2Kamerstukken II 2020/21, 35 570-VII, nr. 106. van de Dialooggroep Slavernijverleden. De Dialooggroep adviseerde onder andere om het bewustzijn over de trans-Atlantische slavernij te vergroten en het slavernijverleden beter zichtbaar te maken. Het kabinet concludeerde dat erkenning van en excuses voor dit verleden de basis vormen voor maatschappelijk herstel.
Het kabinet heeft voor het omgaan met het slavernijverleden drie doelen opgesteld:
Het kabinet heeft hiervoor € 200 miljoen beschikbaar gesteld. Hiervan is € 100 miljoen bestemd voor subsidies voor maatschappelijke initiatieven die zich richten op het trans-Atlantisch slavernijverleden in het Koninkrijk der Nederlanden en Suriname.3Kamerstukken II 2022/23, 36 284, nr. 34. Dit bedrag is gelijk verdeeld over Europees Nederland, het Caribisch deel van het Koninkrijk en Suriname.4Kamerstukken II 2023/24, 36 284, nr. 36.
Voor elk van de drie gebieden is een eigen subsidie-instrument ontwikkeld, om recht te doen aan de specifieke behoeften van de verschillende gebieden. De regelingen voor Europees Nederland en het Caribisch deel van het Koninkrijk vallen onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.5Stcrt. 2024, nr. 21866 (gewijzigd met Stcrt. 2025, nr. 22399) en Stcrt. 2024, nr. 21888 (gewijzigd met Stcrt. 2025, nr. 22437).
Dit Subsidieprogramma Maatschappelijke initiatieven trans-Atlantisch slavernijverleden voor Suriname 2026–2030 (hierna: subsidieprogramma) betreft de subsidiëring van maatschappelijke initiatieven trans-Atlantisch slavernijverleden in Suriname en valt onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Buitenlandse Zaken (hierna: Minister).
2. Subsidieprogramma Maatschappelijke initiatieven trans-Atlantisch slavernijverleden voor Suriname 2026–2030
2.1. Begrippen
In dit subsidieprogramma wordt verstaan onder:
2.2. Doel
Dit subsidieprogramma stimuleert activiteiten die plaatsvinden in Suriname ten behoeve van de nazaten van tot slaaf gemaakten, Marron en Inheemse bevolking, met als doel:
2.3. Wie kunnen in aanmerking komen voor een subsidie
Subsidies in het kader van dit subsidieprogramma zijn bedoeld voor maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen en grassroots organisaties, die zelfstandig of in een samenwerkingsverband een aanvraag kunnen indienen.
Bij een zelfstandige aanvraag moet de aanvrager statutair gevestigd zijn in Suriname.
Bij een samenwerkingsverband moet de penvoerder, die namens het samenwerkingsverband de aanvraag indient, statutair gevestigd zijn in Suriname. Alle andere partners in het samenwerkingsverband moeten statutair gevestigd zijn in Suriname, het Caribisch deel van het Koninkrijk (Aruba, Curaçao, St. Maarten, Bonaire, St. Eustatius en Saba) of Europees Nederland.
Voor een subsidie voor een project gericht op financiering van activiteiten van natuurlijke personen kunnen alleen maatschappelijke organisaties in aanmerking komen (zie paragraaf 5).
2.4. Subsidiabele projectsoorten
In het kader van dit subsidieprogramma kan subsidie worden verstrekt voor één van de volgende projectsoorten:
Elk project moet bijdragen aan het doel zoals omschreven in paragraaf 2.2.
In ieder geval wordt geen subsidie verleend voor:
2.5. Beoordeling en verdeling beschikbare middelen
De bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht, het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 zijn onverkort van toepassing op de beoordeling van aanvragen en de uiteindelijke subsidieverstrekking in het kader van dit subsidieprogramma. De aanvragen worden beoordeeld met inachtneming van deze regelgeving en overeenkomstig de criteria die in dit subsidieprogramma zijn neergelegd.
3. Projecten gericht op capaciteitsversterking
3.1. Subsidiabele activiteiten
De activiteiten in een project gericht op capaciteitsversterking moeten bijdragen aan het doel zoals omschreven in paragraaf 2.2.
Dit omvat in ieder geval de volgende activiteiten:
3.2. Looptijd van de activiteiten
Een project gericht op capaciteitsversterking heeft een looptijd van maximaal één jaar en moet binnen drie maanden na subsidieverlening starten.
3.3. Omvang van de subsidie
De subsidie voor een project gericht op capaciteitsversterking bedraagt per aanvraag tussen de
€ 5.000 en € 25.000.
3.4. Beoordelingscriteria
Aanvragen voor een project gericht op capaciteitsversterking worden beoordeeld op volgorde van ontvangst. Vanaf het moment dat aannemelijk is dat de beschikbare middelen op basis van de beoordeling van eerder binnengekomen aanvragen zullen worden uitgeput, wordt de behandeling van later binnengekomen aanvragen aangehouden. Indien blijkt dat eerdere aanvragen worden afgewezen, zullen de latere aanvragen in behandeling worden genomen, op volgorde van ontvangst.
Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie moet uit het (nog beschikbaar te stellen) aanvraagformulier en de bijbehorende verplicht mee te sturen bijlagen blijken dat aan onderstaande criteria wordt voldaan:
Als aan één of meer van de criteria niet wordt voldaan, wordt de aanvraag afgewezen.
4. Projecten gericht op maatschappelijke activiteiten
4.1. Subsidiabele activiteiten
De activiteiten in een project gericht op maatschappelijke activiteiten moeten bijdragen aan het doel zoals omschreven in paragraaf 2.2.
Dit omvat in ieder geval de volgende activiteiten:
4.2. Looptijd van de activiteiten
Een project gericht op maatschappelijke activiteiten heeft een looptijd van maximaal twee jaar en moet binnen drie maanden na subsidieverlening starten.
4.3. Omvang van de subsidie
Er zijn twee soorten subsidie voor een project gericht op maatschappelijke activiteiten:
Kleine subsidies: Het subsidiebedrag is tussen € 5.000 en € 25.000.
Grote subsidies: Het subsidiebedrag is tussen € 25.000 en € 500.000.
4.4. Beoordelingscriteria
Aanvragen voor een project gericht op maatschappelijke activiteiten worden beoordeeld op volgorde van ontvangst.
Vanaf het moment dat aannemelijk is dat de beschikbare middelen op basis van de beoordeling van eerder binnengekomen aanvragen zullen worden uitgeput, wordt de behandeling van later binnengekomen aanvragen aangehouden. Indien blijkt dat eerdere aanvragen worden afgewezen, zullen de latere aanvragen in behandeling worden genomen, op volgorde van ontvangst.
Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie moet uit het (nog beschikbaar te stellen) aanvraagformulier en de bijbehorende verplicht mee te sturen bijlagen blijken dat aan onderstaande criteria wordt voldaan:
Als aan één of meer van de criteria niet wordt voldaan, wordt de aanvraag afgewezen.
5. Projecten gericht op de financiering van activiteiten van natuurlijke personen
5.1. Subsidiabele activiteiten
Natuurlijke personen kunnen niet in aanmerking komen voor een subsidie van de Minister. Er kan wel subsidie verleend worden aan een maatschappelijke organisatie die daardoor in staat wordt gesteld activiteiten van natuurlijke personen in Suriname, die bijdragen aan het doel zoals omschreven in paragraaf 2.2, financieel te steunen.
Om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie voor een project gericht op de financiële ondersteuning van activiteiten van natuurlijke personen, bevat het project in ieder geval de volgende door een maatschappelijke organisatie uit te voeren activiteiten:
De aanvrager waarborgt dat hij de subsidie alleen aanwendt voor financiële ondersteuning van activiteiten van natuurlijke personen woonachtig in Suriname; het kan daarbij onder andere, maar niet uitsluitend, gaan om:
5.2. Looptijd van de activiteiten
Een project gericht op de financiële ondersteuning van activiteiten van natuurlijke personen heeft een looptijd van maximaal vier jaar en moet binnen drie maanden na subsidieverlening starten.
5.3. Omvang van de subsidie
De subsidie voor een project gericht op de financiële ondersteuning van activiteiten van natuurlijke personen bedraagt maximaal € 1.500.000. Van dit bedrag is maximaal 10% beschikbaar voor de uitvoeringskosten van de maatschappelijke organisatie.
5.4. Beoordelingscriteria
Aanvragen voor een project gericht op de financiële ondersteuning van activiteiten van natuurlijke personen worden beoordeeld aan de hand van drempelcriteria en kwalitatieve criteria. Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie moet allereerst aan alle volgende drempelcriteria worden voldaan:
De aanvragen die aan alle drempelcriteria voldoen, worden gerangschikt op basis van kwaliteit van de aanvraag die wordt beoordeeld op basis van de volgende kwalitatieve beoordelingscriteria6in de definitieve bijlage zal worden aangevuld hoeveel punten behaald kunnen worden per criterium en wat het minimumaantal punten is om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie:
Alleen de aanvraag die het beste voldoet aan de kwalitatieve toetsingscriteria wordt gehonoreerd. Alle andere aanvragen worden afgewezen.
6. Afwijzingsgronden
Naast het bepaalde in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt een aanvraag voor subsidie afgewezen als er niet voldaan wordt aan het bepaalde in dit subsidieprogramma of als de beschikbare subsidiemiddelen ontoereikend zijn.
7. Verplichtingen
Aan de subsidieverlening worden verplichtingen verbonden, die worden opgenomen in de subsidieverleningsbeschikking. Deze verplichtingen hebben onder andere betrekking op een meldingsplicht ten aanzien van feiten en omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de subsidie, zoals het niet (geheel of tijdig) kunnen uitvoeren van de gesubsidieerde activiteiten.
Dit besluit zal met de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.