Deelregeling Bewustwording Slavernijverleden

Type ZBO-regeling
Publication 2025-11-22
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 10, lid 4 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;

Besluit:

Paragraaf 1. Algemeen

Artikel 1.1. Doel

Het doel van de regeling is om zowel instellingen als individuele kunstenaars en curatoren/beschouwers de mogelijkheid te geven een plan te realiseren dat bijdraagt aan de bewustwording van het slavernijverleden in het Koninkrijk der Nederlanden.

Artikel 1.2. Doelgroepen

Subsidie kan worden aangevraagd door:

Artikel 1.3. Subsidieplafond
1.

Voor de Deelregeling Bewustwording Slavernijverleden geldt in 2026 een subsidieplafond van € 711.443,– dat wordt verdeeld over twee deelplafonds.

2.

Voor instellingen, bedoeld in artikel 1.2, lid 1, geldt een deelplafond van € 400.000,–

3.

Voor individuen, bedoeld in artikel 1.2, lid 2, geldt een deelplafond van € 311.443,–

4.

Indien een deelplafond niet volledig wordt benut, kan het bestuur besluiten het resterende bedrag toe te voegen aan het andere deelplafond binnen het in het eerste lid bedoelde subsidieplafond.

Artikel 1.4. Indieningsperiode

Aanvraag kunnen worden ingediend vanaf 18 december 2025 tot en met 16 juli 2026 om 16.00 uur (CEST) / 10.00 (AST).

Paragraaf 2. Instellingen

Artikel 2.1. Aanvrager
1.

De aanvrager is een culturele instelling in Nederland of het Caribisch deel van het Koninkrijk, met rechtspersoonlijkheid, zonder winstoogmerk en/of verkoopdoel, die gericht is op het presenteren van cultureel erfgoed en/of beeldende kunst.

2.

Instellingen voor kunstonderwijs of postacademische instellingen kunnen niet aanvragen.

Artikel 2.2. Subsidiabele activiteiten
1.

Instellingen, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, kunnen subsidie aanvragen voor het aanstellen van, of een opdracht verlenen aan een beeldend kunstenaar, curator of erfgoedprofessional die een onderzoek gaat uitvoeren, een artistiek project gaat ontwikkelen en presenteren, of programma’s ontwikkelt die bijdragen aan bewustwording over het slavernijverleden.

2.

De betrokken beeldend kunstenaar, curator of erfgoedprofessional beschikt over een aantoonbare beroepspraktijk binnen de professionele beeldende kunst en/of het erfgoedveld.

3.

Binnen de aangevraagde trajecten dient ruimte geboden te worden voor het perspectief van de van oorsprong niet-Europese gemeenschappen die onlosmakelijk verbonden zijn met het slavernijverleden, waaronder de nazaten van tot slaaf gemaakten, de oorspronkelijke bewoners in Suriname en Sint Maarten, Saba, Sint Eustatius, Aruba, Bonaire, Curaçao, Chinese, Javaanse, en Hindostaanse contractarbeiders, of bijvoorbeeld Molukse, Ghanese en Zuid-Afrikaanse gemeenschappen. Een of meer van deze gemeenschappen dienen een belangrijke rol in het plan te vervullen.

4.

Stapeling van subsidies is niet toegestaan; instellingen kunnen in het kader van deze regeling geen personen aanstellen die binnen deze regeling een individuele subsidie ontvangen.

5.

Instellingen kunnen maximaal één keer per ronde een subsidie Bewustwording Slavernijverleden ontvangen.

Artikel 2.3. Hoogte en vorm subsidie
1.

De hoogte van de subsidie bedraagt € 50.000 per positie met een maximale looptijd van twee jaar.

2.

De eigen bijdrage van de instelling is minimaal 10 procent.

3.

Van de subsidie zoals bedoeld in het eerste lid wordt minimaal € 40.000 besteed aan de bruto salaris/honorariumkosten van de beeldend kunstenaar, curator of erfgoedprofessional en de daarmee samenhangende werkgeverslasten. Het resterende deel van de subsidie kan worden aangewend voor reis-, verblijf- en presentatiekosten van de medewerker/resident gedurende de subsidieperiode.

4.

De kosten voor een eventuele detachering, transitievergoeding of andere kosten na afloop van het dienstverband kunnen niet gefinancierd worden met de subsidie.

Artikel 2.4. Aanvraag
1.

Naast de bepalingen vastgesteld in het Algemeen Reglement, in het aanvraagformulier en in de toelichting daarop, dient de aanvraag vergezeld te gaan van een:

2.

Indien van toepassing wordt tevens aangeleverd:

Artikel 2.5. Beoordeling
1.

Het bevoegd adviesorgaan beoordeelt of het plan bijdraagt aan de bewustwording van het slavernijverleden. Daarbij worden onderstaande criteria in onderlinge samenhang gehanteerd:

2.

Het criterium ‘perspectief van de betrokken gemeenschappen’ wordt bij de beoordeling met een factor twee gewogen.

3.

Indien het bevoegd adviesorgaan op basis van de beoordeling aan de hand van het totaalbeeld van de drie beoordelingscriteria, de aanvraag van voldoende belang acht, komt het tot een positief advies over de aanvraag. Wordt de aanvraag niet van voldoende belang geacht, dan brengt het een negatief advies uit.

Artikel 2.6. Honorering en verdeling budget
1.

Indien het deelplafond, bedoeld in artikel 1.3, tweede lid, ontoereikend is om alle positief beoordeelde aanvragen te honoreren, worden de positief beoordeelde aanvragen gerangschikt op basis van de in artikel 2.5, eerste lid, genoemde beoordelingscriteria.

2.

Het bestuur verdeelt de beschikbare middelen overeenkomstig de rangorde, totdat het in artikel 1.3, tweede lid, bedoelde deelplafond is bereikt.

3.

Aanvragen die niet binnen het deelplafond kunnen worden gehonoreerd, worden afgewezen.

Paragraaf 3. Individuen

Artikel 3.1. Aanvrager
1.

De aanvrager is een natuurlijk persoon die aantoonbaar professioneel werkzaam is in de beeldende kunst en/of cultureel erfgoed als:

2.

De aanvrager, bedoeld in het eerste lid, onder a, is minimaal één jaar aantoonbaar professioneel werkzaam als beeldend kunstenaar. Daarbij geldt:

3.

De aanvrager, bedoeld in het eerste lid, onder b, is minimaal twee jaar aantoonbaar professioneel werkzaam als curator of beschouwer in de beeldende kunst of het cultureel erfgoed.

Artikel 3.2. Subsidiabele activiteiten
1.

Individuen, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, kunnen subsidie aanvragen voor het uitvoeren van een specifiek plan, gebonden aan een duidelijke werkperiode, dat bijdraagt aan de bewustwording van het slavernijverleden. Hierbij geldt:

2.

Binnen de aangevraagde trajecten dient ruimte geboden te worden voor het perspectief van de van oorsprong niet-Europese gemeenschappen die onlosmakelijk verbonden zijn met het slavernijverleden, waaronder de nazaten van tot slaaf gemaakten, de oorspronkelijke bewoners in Suriname en Sint Maarten, Saba, Sint Eustatius, Aruba, Bonaire, Curaçao, Chinese, Javaanse, en Hindostaanse contractarbeiders, of bijvoorbeeld Molukse, Ghanese en Zuid-Afrikaanse gemeenschappen. Een of meer van deze gemeenschappen dienen een belangrijke rol in het plan te vervullen.

3.

Geen subsidie wordt verstrekt voor:

4.

Stapeling van subsidies is niet toegestaan; individuen die in het kader van deze regeling door een instelling worden voorgedragen voor een project, residentie of werkplek kunnen binnen deze regeling geen individuele aanvraag indienen.

Artikel 3.3. Hoogte en vorm subsidie
1.

De hoogte van de subsidie voor activiteiten, bedoeld in artikel 3.2, eerste lid, bedraagt minimaal € 20.000 en maximaal € 50.000, met een looptijd van maximaal 12 maanden.

2.

Subsidie kan worden aangevraagd in de vorm van:

3.

Een vaste bijdrage kan niet worden toegekend aan een kunstenaar aan wie korter dan één jaar geleden een subsidie Kunstenaar Start, of korter dan vier jaar geleden een subsidie Kunstenaar Basis is toegekend.

4.

Indien een andere partij zoals een kunstpodium, museum, een galerie, of een (particuliere) opdrachtgever bij de aanvraag voor een subsidie betrokken is, dient de financiële bijdrage die deze partij levert in een aanvaardbare verhouding te staan tot de subsidie van het fonds. Daarnaast wordt van betrokken culturele instellingen verwacht dat zij de Fair Practice Code onderschrijven. Dat betekent automatisch dat de instelling de richtlijn kunstenaarshonoraria in de praktijk brengt.

Artikel 3.4. Aanvraag
1.

Naast de bepalingen vastgesteld in het Algemeen Reglement, in het aanvraagformulier en in de toelichting daarop, dient de aanvraag vergezeld te gaan van een:

2.

Indien van toepassing wordt tevens aangeleverd:

Artikel 3.5. Beoordeling

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.