Raamwerk nascholingscursussen code 95 en ADR (1 januari 2026)

Type ZBO-regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Hoofdstuk 1. Het raamwerk nascholingscursussen code 95 en ADR

Alleen door het CBR erkende opleidingsinstituten met gecertificeerde cursussen mogen nascholing voor de code 95 verzorgen. Het CBR is aangewezen om deze erkenning en certificering af te geven. Ook registreert het CBR verklaringen van nascholing voor chauffeurs die aan de nascholingsplicht hebben voldaan. Tot slot houdt het CBR toezicht op de uitvoering van de nascholingscursussen. Om hierover duidelijke afspraken te maken heeft het CBR een raamwerk nascholingscursussen en ADR opgesteld. Dit raamwerk is een document zoals wordt bedoeld in artikel 156s van het Reglement rijbewijzen.

In het raamwerk staat aan welke eisen een opleidingsinstituut moet voldoen om voor een erkenning en certificering in aanmerking te komen. Ook wordt de aanvraagprocedure beschreven. In het toezicht wordt gecontroleerd of het opleidingsinstituut zich bij de uitvoering van de nascholing daadwerkelijk aan deze eisen houdt. Is dit niet het geval? Dan legt het CBR een sanctie op. De verschillende sancties en de mogelijkheden voor bezwaar en beroep vindt u in dit raamwerk terug.

Het is toegestaan om bij de nascholing gebruik te maken van e-learning en simulatoren. De eisen die hierbij gelden zijn opgenomen in dit raamwerk.

Tot slot is in dit raamwerk een overzicht met minimumeisen per nascholingscursus opgenomen.

Het CBR wijzigt het raamwerk maximaal twee keer per jaar: op 1 januari en op 1 juli. Wijzigingen worden afgestemd met de opleidingsbranche en met werkgevers- en werknemersorganisaties. Wijzigingen worden gepubliceerd in de Staatscourant en actief naar alle erkende opleiders gecommuniceerd. Worden de minimumeisen in het raamwerk aangepast en zijn de wijzigingen van invloed op de certificering van een nascholingscursus? Dan wordt dit expliciet vermeld en moeten opleidingsinstituten hun opleidingsplannen binnen zes maanden na de ingangsdatum hebben aangepast en ingediend. Wijzigingen in e-learningsystemen moeten binnen een jaar na de ingangsdatum zijn aangepast. Voor bepaalde onderwerpen (zoals de eindtoets) geldt dat het CBR het wenselijk acht als deze binnen een kortere termijn dan binnen een jaar na ingangsdatum worden doorgevoerd. Het CBR en de systeemeigenaren bepalen in goed overleg of dit mogelijk is.

Bent u het niet eens met de voorgenomen wijzigingen, dan kunt u dit tot zes weken na publicatie kenbaar maken via ccv.certificering@cbr.nl.

Opleidingsplannen worden niet gedeeld met derden. Alle ingezonden informatie rondom een certificering kan alleen door de betreffende opleider worden opgevraagd via ccv.certificering@cbr.nl.

Hoofdstuk 2. Aanvraagprocedure

Het opleidingsinstituut doorloopt een aantal stappen voordat het nascholingscursussen kan verzorgen.

Allereerst moet het opleidingsinstituut zich inschrijven bij het CBR. In deze inschrijvingsovereenkomst worden algemene afspraken gemaakt, bijvoorbeeld over aansprakelijkheid en het openen van een betalingsrekening bij het CBR. Na afronding van de inschrijving ontvangt het opleidingsinstituut een CBR registratienummer, dat wordt gebruikt om nascholingscursussen en -cursisten bij het CBR aan te melden.

Op de CBR website is te vinden hoe een opleidingsinstituut zich bij het CBR kan inschrijven.

Als stap 1 is doorlopen, dient het opleidingsinstituut een aanvraag in om een cursus te certificeren voor de nascholing voor code 95. Hiervoor wordt het aanvraagformulier gebruikt dat op de CBR website is te vinden. Via dit formulier wordt ook meteen de erkenning van het opleidingsinstituut geregeld. Hiervoor is geen aanvullende actie nodig.

Bij het aanvraagformulier voegt het opleidingsinstituut een opleidingsplan toe.

Het CBR toetst het opleidingsplan op alle punten die in de ‘opzet van het opleidingsplan’ staan. In het opleidingsplan staat algemene informatie over de cursus, is het lesplan te vinden en is een docentenhandleiding uitgewerkt. In het lesplan staat hoe de cursus wordt uitgevoerd. In de docenthandleiding worden de verschillende didactische werkvormen die tijdens de cursus worden gebruikt, uitgewerkt. Daarnaast moet het opleidingsplan voldoen aan de minimumeisen voor het cursusonderwerp waarvoor de aanvraag wordt ingediend. De opzet van het opleidingsplan, voorbeelden en de minimumeisen staan op de CBR website.

Het is mogelijk om meerdere opleidingsplannen te koppelen aan één certificering, zodat u een nascholingscursus op verschillende manieren kunt verzorgen.

Het CBR beoordeelt de aanvraag op volledigheid en op inhoud. Voor iedere certificering worden kosten in rekening gebracht. Deze worden automatisch afgeboekt van de betalingsrekening die het opleidingsinstituut heeft bij het CBR. De tarieven zijn gepubliceerd in de Staatscourant en staan op de CBR website. Is een certificeringsaanvraag goedgekeurd? Dan ontvangt het opleidingsinstituut hiervan een bevestiging. Vanaf dat moment kan het opleidingsinstituut de nascholingscursus en – cursisten aanmelden in TOP internet.

Een certificering wordt afgegeven voor vijf jaar. Vóór het aflopen van deze termijn kan het opleidingsinstituut een nieuwe certificering aanvragen. Stap 2 en 3 van de aanvraagprocedure worden dan opnieuw doorlopen. Ieder opleidingsinstituut kan in TOP internet zien welke certificeringen het heeft en wanneer deze aflopen.

Het CBR publiceert op haar website welke certificeringen aan opleidingsinstituten zijn afgegeven.

Een opleidingsinstituut wordt voor vijf jaar erkend. Certificeringen voor nascholingscursussen hebben een geldigheid van vijf jaar. Bij iedere certificering die door het CBR wordt afgegeven wordt de erkenning van het opleidingsinstituut automatisch verlengd. Heeft u tijdens de geldigheid van een certificering een aanvullend opleidingsplan voor dezelfde cursus ingediend? Dan krijgt dit aanvullende opleidingsplan de geldigheid van het eerste opleidingsplan dat voor deze cursus gecertificeerd is.

Een half jaar voor het verlopen van een certificering kan een verlenging worden aangevraagd. De huidige einddatum van de certificering wordt verlengd met vijf jaar. Vraagt u méér dan een half jaar voor het verlopen van een certificering een verlenging aan? Dan wordt de afgiftedatum plus vijf jaar als einddatum genomen. De geldigheid van een certificering kan afwijken van de gebruikelijke vijf jaar, als een noodzakelijke wijziging in het raamwerk niet op tijd door het opleidingsinstituut wordt verwerkt in het opleidingsplan. Als het opleidingsplan niet binnen zes maanden na de ingangsdatum van de wijziging is aangepast, verloopt de certificering.

Hoofdstuk 3. Erkenningseisen

Aan het verkrijgen van een erkenning zijn algemene voorwaarden verbonden. Daarnaast moet het opleidingsinstituut voldoen aan een aantal erkenningseisen.

Naast deze algemene voorwaarden hanteert het CBR de volgende erkenningseisen.

Op 13 september 2021 is de gewijzigde Richtlijn vakbekwaamheid bestuurders ingegaan. De gewijzigde Richtlijn zorgt o.a. voor meer variatie in de nascholingscyclus, door het herhalen van nascholingscursussen te beperken. De relevante wijzigingen zijn opgenomen in dit raamwerk. Informatie over alle wijzigingen vindt u hier: Gewijzigde Richtlijn vakbekwaamheid bestuurders – CBR.

3.1. Eisen algemeen

Het opleidingsinstituut zorgt ervoor dat:

3.2. Eisen locatie

Het opleidingsinstituut zorgt ervoor dat:

3.3. Eisen identificatie en gebruik presentielijst

Het opleidingsinstituut zorgt ervoor dat:

3.4. Eisen cursus

Het opleidingsinstituut zorgt ervoor dat:

3.5. Eisen docenten

Het opleidingsinstituut zorgt ervoor dat:

3.6. Eisen cursusdag

Het opleidingsinstituut zorgt ervoor dat:

3.7. Eisen administratie TOP internet

Het opleidingsinstituut zorgt ervoor dat:

Voorafgaand aan de cursus:

Tijdens de cursus:

Na afloop van de cursus:

3.8. Systeemonderhoud TOP internet

Bij gepland systeemonderhoud worden eventuele afwijkende procedures rondom administratie, zoals verwerkingstermijnen, gepubliceerd op TOP internet onder de CCV mededelingen.

Hoofdstuk 4. Toezicht en sancties

Het CBR ziet erop toe dat de eisen uit dit raamwerk door de erkende opleidingsinstituten worden toegepast. Het CBR doet dit onder meer door het houden van onaangekondigde steekproeven en administratieve controles. Meer informatie over steekproeven vindt u hier.

Blijkt uit het toezicht dat een opleidingsinstituut zich niet houdt aan de eisen uit dit raamwerk? Dan legt het CBR een sanctie op.

Bij het opleggen van een sanctie houdt het CBR rekening met de zogenaamde ‘algemene beginselen van behoorlijk bestuur’. Zo worden gelijke gevallen gelijk behandeld. Daarbij is het zo dat de opgelegde sanctie evenredig moet zijn aan de situatie. Bij zware sancties zal dan ook altijd het hele dossier van het opleidingsinstituut worden beoordeeld.

4.1. Sanctiemodel

Constateert het CBR dat een opleidingsinstituut zich niet houdt aan één van de eisen uit dit raamwerk? Dan wordt dit een overtreding genoemd. Niet iedere overtreding is even zwaar. Om dit onderscheid te maken, is aan iedere overtreding een aantal strafpunten toegewezen. Zo leveren zware overtredingen meer strafpunten op dan lichtere overtredingen.

Als een opleidingsinstituut een overtreding begaat, dan legt het CBR volgens het sanctiemodel een sanctie op. De sanctie die wordt opgelegd is afhankelijk van de zwaarte van de overtreding en het aantal overtredingen dat het opleidingsinstituut eerder heeft begaan. Daarbij tellen alleen overtredingen mee die de afgelopen 24 maanden zijn begaan.

Het sanctiemodel van het CBR kent twee fases:

Fase 1: Het aantal strafpunten wordt bij elkaar opgeteld om een sanctie te bepalen. In deze fase is het aantal strafpunten dat nodig is voor een sanctie voor alle opleidingsinstituten gelijk.

Fase 2: In fase 2 worden opleidingsinstituten ingedeeld in één van de drie categorieën klein, midden of groot. Deze fase is anders dan fase 1: het aantal strafpunten dat nodig is voor een bepaalde sanctie is afhankelijk van de categorie waarin het opleidingsinstituut is ingedeeld. Mocht het CBR het voornemen hebben om een erkenning te schorsen of in te trekken, wordt er vanaf het moment van het voornemen 24 maanden terug gekeken. Ook zal het hele dossier van het opleidingsinstituut worden gewogen.

Het indelen van opleidingsinstituten in categorieën vindt plaats op basis van het aantal cursussen dat het opleidingsinstituut in de afgelopen 12 maanden heeft gegeven in verhouding tot andere opleidingsinstituten. Als een opleidingsinstituut in fase 2 van het sanctiemodel belandt, dan bepaalt het CBR de categorie waarin het valt. Deze bepaling wordt schriftelijk aan het opleidingsinstituut gecommuniceerd. Er bestaan drie categorieën: klein, midden en groot.

4.2. Strafpunten

Iedere overtreding levert één of meer strafpunten op. Het aantal strafpunten is afhankelijk van de zwaarte van de overtreding. In het onderstaande schema staat hoeveel strafpunten een overtreding oplevert. De overtredingen zijn gekoppeld aan de eisen die in hoofdstuk 3 van dit raamwerk staan.

4.3. Sancties

Het CBR onderscheidt de volgende sancties:

Heeft u twee strafpunten behaald? Dan krijgt u een waarschuwing.

Bij vier strafpunten gaat het CBR verscherpt toezicht houden. Dit betekent dat het CBR een extra onaangekondigde steekproef uitvoert. De kosten van deze steekproef zijn voor rekening van het opleidingsinstituut.

Behaalt u zes strafpunten? Dan houdt het CBR ‘extra verscherpt toezicht’. Dit betekent dat het CBR drie extra onaangekondigde steekproeven uitvoert. Eén van deze drie steekproeven is een tweedelijns audit.

Als tijdens de drie onaangekondigde steekproeven geen enkele overtreding wordt geconstateerd, wordt het totaal aantal strafpunten verminderd met 2 strafpunten. Dit geldt eenmalig per jaar vanaf de datum van vermindering van strafpunten. De kosten van deze steekproeven zijn voor rekening van het opleidingsinstituut.

Na negen strafpunten krijgt u een laatste waarschuwing in fase 1. Deze laatste waarschuwing in fase 1 bevat drie extra onaangekondigde steekproeven. Twee van deze drie steekproeven zijn tweedelijns audits. De kosten van deze steekproeven zijn voor rekening van het opleidingsinstituut. Omdat de eerstvolgende sanctie in fase 2 is, wordt het opleidingsinstituut per brief geïnformeerd in welke categorie het wordt ingedeeld.

Na twee strafpunten in fase 2 komt het opleidingsinstituut in verscherpt toezicht in fase 2. Dit verscherpt toezicht bestaat uit drie onaangekondigde steekproeven. Eén van deze drie steekproeven is een tweedelijns audit.

Als tijdens de drie onaangekondigde steekproeven geen enkele overtreding wordt geconstateerd, wordt het totaal aantal strafpunten verminderd met 2 strafpunten. Dit geldt eenmalig per jaar vanaf de datum van vermindering van strafpunten. De kosten van deze steekproeven zijn voor rekening van het opleidingsinstituut.

Deze waarschuwing is de laatste voordat wordt overgeschakeld naar zwaardere sancties. De laatste waarschuwing bevat drie extra onaangekondigde steekproeven. Twee van deze drie steekproeven zijn tweedelijns audits.

Als tijdens de drie onaangekondigde steekproeven geen enkele overtreding wordt geconstateerd, wordt het totaal aantal strafpunten verminderd met 2 strafpunten. Dit geldt eenmalig per jaar vanaf de datum van vermindering van strafpunten en is alleen van toepassing voor de categorie ‘groot’ op basis van de categoriebepaling opleidingsinstituut in dit Raamwerk. De kosten van deze steekproeven zijn voor rekening van het opleidingsinstituut.

Het opleidingsinstituut heeft zoveel strafpunten gekregen dat de erkenning geschorst wordt. De schorsing is voor maximaal 12 weken. Na sanctie 7 begint het opleidingsinstituut opnieuw in sanctie 2 met 5 strafpunten. Deze fase wordt opnieuw doorlopen.

Haalt het opleidingsinstituut opnieuw teveel strafpunten? Dan wordt de erkenning ingetrokken. De intrekking is niet voor altijd: de termijn van de intrekking wordt per geval bepaald, waarbij uit wordt gegaan van zes maanden. Na deze termijn moet het opleidingsinstituut opnieuw een erkenning aanvragen.

Voordat het CBR de erkenning van een opleidingsinstituut schorst of intrekt, vraagt het CBR om de zienswijze van het opleidingsinstituut. Hierna neemt het CBR een besluit over een eventuele sanctie.

Komt het aantal strafpunten uit tussen twee verschillende sancties? Dan krijgt u de sanctie die daaraan voorafgaat, behalve als u deze sanctie al heeft gehad. In dat geval wordt het strafpunt wel toegekend, maar wordt er geen aanvullende sanctie opgelegd. Voorbeeld: u bent met nul strafpunten begonnen en krijgt drie strafpunten. In dit geval wordt sanctie 1 opgelegd. Het resterende strafpunt telt wel mee. Staat u op twee strafpunten en krijgt u één extra strafpunt? Dan wordt niet opnieuw sanctie 1 opgelegd. Wel telt het nieuwe strafpunt mee.

Hoofdstuk 5. Bezwaar en beroep

5.1. Bezwaar

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kunt u tegen een besluit tot intrekking of schorsing van een erkenning bezwaar indienen bij de afdeling Juridische Zaken van het CBR. U moet dit doen binnen zes weken na de dag van verzending van het besluit. In uw bezwaarschrift moet u aangegeven waarom u het niet eens bent met de beslissing. Tevens moet u een kopie van de beslissing waartegen u bezwaar maakt meesturen. Onderaan de beslissing vindt u informatie over hoe u in bezwaar kunt gaan.

5.2. Geen bezwaar mogelijk

Tegen sancties 1 t/m 6 (zie hoofdstuk 4) kunt u geen bezwaarschrift indienen, omdat dit geen besluit betreft in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, maar een voorbereidingshandeling.

5.3. Hoorzitting

Als u bezwaar maakt tegen een besluit wordt u uitgenodigd voor een hoorzitting om uw bezwaarschrift mondeling toe te lichten. Dit is op het kantoor van het CBR in Rijswijk. Indien u dit wenst kan de hoorzitting ook telefonisch plaatsvinden.

5.4. Schorsende werking

Het indienen van bezwaar en beroep tegen een besluit heeft geen schorsende werking.

5.5. Beroep

Tegen een beslissing op bezwaar kunt u in beroep bij de rechtbank. Onderaan de beslissing staat informatie over hoe en waar in beroep gegaan kan worden.

Hoofdstuk 6. E-learningeisen

Alle nascholingscursussen kunnen voor een deel met e-learning worden uitgevoerd. In dit hoofdstuk staan de eisen waaraan een e-learning nascholingscursus en een e-learningsysteem moeten voldoen. De overige voorwaarden en eisen in dit raamwerk zijn ook van toepassing op nascholingscursussen met e-learning.

e-learning: is een onderdeel van een nascholingscursus dat met digitale lesmiddelen is vormgegeven en door de cursist zelfstandig doorlopen kan worden. Het digitale lesmateriaal (content) wordt afwisselend aangeboden met o.a. tekst, beeld, animaties, audio, video, vragen, interacties en reflectie.

e-learningsysteem/e-learningplatform: is een online leerplatform, waar lesmateriaal (content) op geplaatst wordt.

systeemeigenaar/platformeigenaar: is de aanbieder van een e-learningsysteem.

contentontwikkelaar: is degene die het lesmateriaal (content) heeft ontwikkeld. Dit kan een uitgever, opleider en/of systeemeigenaar zijn.

opleider: een opleidingsinstituut dat erkend is door het CBR om gecertificeerde nascholingscursussen voor de code 95 uit te voeren.

6.1. Certificering van e-learning

Een erkend opleidingsinstituut (opleider) mag een nascholingscursus met e-learning alleen uitvoeren indien:

6.2. Nascholingscursus met e-learning

Een nascholingscursus met e-learning moet voldoen aan de volgende eisen:

6.3. E-learning vorm en inhoud

De e-learning voldoet aan de volgende voorwaarden:

6.4. E-learning tijdsduur van de content

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.