Besluit van de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken van 19 november 2025, nr. BZ2522260, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Besluit Focus on Freedom)

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-12-13
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 6 en 7 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken;

Gelet op artikel 4.2, eerste lid, sub g, en artikel 4.3, eerste lid, sub g, van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006;

Besluit:

Artikel 1

Voor subsidieverlening op grond van artikel 4.2, eerste lid, sub g, en artikel 4.3, eerste lid, sub g, van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 voor activiteiten ten behoeve van capaciteitsversterking van, dienstverlening door en het voeren van dialoog door maatschappelijke organisaties in of voor lage- en middeninkomenslanden, op het thema beschermen en promoten van mensenrechten en fundamentele vrijheden van religieuze minderheden en lhbtiq+ personen, gelden voor de periode vanaf inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 december 2030 de als bijlage bij dit besluit gevoegde beleidsregels.

Artikel 2
1.

Voor het in artikel 1 genoemde tijdvak geldt een subsidieplafond van € 84.745.000, welke middelen als volgt zijn verdeeld over de volgende thema’s:

2.

Meerjarige subsidies kunnen worden verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, dat daarvoor in de daarop betrekking hebbende begrotingen voldoende middelen ter beschikking worden gesteld.

Artikel 3

Aanvragen voor een subsidie in het kader van Focus on Freedom worden ingediend in de periode 15 december 2025 om 12.00 uur CET, tot en met 9 maart 2026 om 23.59 uur CET, aan de hand van het daartoe door de minister vastgestelde aanvraagformulier en voorzien van de op het aanvraagformulier gevraagde bescheiden.1Het aanvraagformulier wordt geplaatst op https://www.government.nl/topics/grant-programmes.

Artikel 4
1.

De verdeling van het subsidieplafond, bedoeld in artikel 2, eerste lid, sub a, vindt plaats op grond van een beoordeling overeenkomstig de maatstaven die in de bijlage bij dit besluit zijn neergelegd, met dien verstande dat uit alle aanvragen die voldoen aan de maatstaven, de aanvragen die daaraan het beste voldoen het eerst voor subsidieverlening in aanmerking komen.

2.

De verdeling van het subsidieplafond, bedoeld in artikel 2, eerste lid, sub b, vindt plaats op grond van een beoordeling overeenkomstig de maatstaven die in de bijlage bij dit besluit zijn neergelegd, met dien verstande dat uit alle aanvragen die voldoen aan de maatstaven, de aanvragen die daaraan het beste voldoen het eerst voor subsidieverlening in aanmerking komen, binnen het raam van een evenwichtige spreiding als bedoeld in artikel 8, derde lid, sub d, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2031, met dien verstande dat het van toepassing blijft op subsidies die voor die tijd zijn verleend.

Artikel 6

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Focus on Freedom.

Bijlage. Subsidiebeleidskader Focus on Freedom

0. Definities

In dit subsidiebeleidskader (hierna: SBK) wordt verstaan onder:

1 https://www.oecd.org/content/dam/oecd/en/topics/policy-sub-issues/oda-eligibility-and-conditions/DAC-List-of-ODA-Recipients-for-reporting-2024-25-flows.pdf

1. Inleiding, achtergrond en doelstellingen

Dit subsidiebeleidskader Focus on Freedom bevat beleidsregels voor subsidieverlening op grond van artikel 4.2 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (hierna: SRBZ 2006)3Zie de Regeling van de Minister van Buitenlandse Zaken van 14 juli 2025, nr. BZ2518248, tot wijziging van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 inzake subsidieverstrekking voor capaciteitsversterking van maatschappelijke organisaties in ontwikkelingslanden (Stcrt. 2025, nr. 25027).. Het maakt deel uit van het bredere Focus beleidskader voor samenwerking met maatschappelijke organisaties op het gebied van ontwikkelingssamenwerking in de periode 2026–2030, dat in totaal acht instrumenten omvat. Een van deze instrumenten is ondergebracht in dit subsidiebeleidskader Focus on Freedom. Voor de uitvoering daarvan is een totaalbedrag van € 85 miljoen beschikbaar, verdeeld over een periode van vijf jaar. Voor een centraal uit te voeren externe evaluatie wordt 0,3% van dit budget gereserveerd, waardoor voor subsidieverlening een bedrag van € 84.745.000 resteert.

1.1. Beleidsachtergrond

Wereldwijd staan de vrijheid van religie en levensovertuiging en de gelijke rechten van lhbtiq+-personen onder toenemende druk. Religieuze minderheden en lhbtiq+-personen worden geconfronteerd met discriminatie, vervolging en geweld. Beide groepen lopen gevaar door discriminerende wetgeving, sociale stigma’s en beperkte toegang tot essentiële diensten en juridische bescherming. Het gebrek aan effectieve bescherming ondermijnt niet alleen de mensenrechten van individuen, maar ook de democratie en rechtsstaat in de landen waar deze problematiek speelt. Daarnaast neemt de beschikbare (internationale) financiering voor maatschappelijke organisaties die zich inzetten voor de bevordering en bescherming van mensenrechten af.

Focus on Freedom sluit aan bij bredere Nederlandse beleidsdoelstellingen, zoals vastgelegd in de Beleidsnota Mensenrechten, Democratie, Internationale Rechtsorde4Beleidsnota Mensenrechten – Democratie – Internationale Rechtsorde (MDIR-nota) en het Beleidskader Mondiaal Multilateralisme5https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/publicaties/2022/12/23/beleidskader-mondiaal-multilateralisme/Beleidskader+Mondiaal+Multilateralisme.pdf, waarin Nederland het belang van een effectief en inclusief multilateraal systeem voor de bescherming van mensenrechten onderstreept.

Dit subsidiebeleidskader zet, als onderdeel van Focus (zie paragraaf 1.2) in op het financieel en door middel van capaciteitsversterking ondersteunen van met name lokale maatschappelijke organisaties zodat zij beter in staat zijn om de benodigde diensten te verlenen en de dialoog te voeren die relevant zijn voor het realiseren van de thematische beleidsdoelen. Daarnaast biedt dit kader de mogelijkheid van subsidiëring van support partners voor activiteiten op het gebied van internationale belangenbehartiging. Internationale belangenbehartiging gebeurt vraaggestuurd en in afstemming met lokale maatschappelijke organisaties, met als doel het bijdragen aan de beleidsdoelstellingen van het betreffende sub-instrument en beleidsverandering op multilateraal, internationaal en regionaal niveau te bevorderen.

De hoofddoelstellingen van het Focus on Freedom subsidiebeleidskader zijn:

Het subsidiebeleidskader Focus on Freedom bevat met het oog hierop twee sub-instrumenten, die elk zijn toegesneden op een van beide hoofddoelstellingen, met een eigen thematische focus, target communities en geografische reikwijdte. De twee instrumenten zijn:

De hoofdstukken 1 tot en met 7 van dit subsidiebeleidskader zijn op alle twee de sub-instrumenten van toepassing. De instrument-specifieke beleidsachtergronden, doelen, subsidiabele activiteiten, criteria en geografische reikwijdte staan per instrument verder uitgewerkt in de instrument-specifieke hoofdstukken 8 en 9.

1.2. Beleidsprincipes

Het subsidiebeleidskader Focus on Freedom is onderdeel van Focus, het overkoepelende beleidskader van het Ministerie van Buitenlandse Zaken op het gebied van versterking van maatschappelijke organisaties6De kernpunten van dit beleidskader zijn uiteengezet in diverse kamerbrieven, waaronder die van 11 november 2024 (Kamerstukken II 2024/25, 36 600 XVII, nr. 13), 21 januari 2025 (Kamerstukken II 2024/25, 36 600 XVII, nr. 55), 20 februari 2025 (Kamerstukken II 2019/2020, 34 952, nr. 87) en 27 juni 2025 (Kamerstukken II 2024/25, 36 180, nr. 133).. Binnen Focus gelden beleidsuitgangspunten die van toepassing zijn op alle instrumenten. Deze beleidsprincipes zijn het referentiekader voor de beoordeling en selectie van de aanvragen, evenals voor de vormgeving van de door de subsidieaanvragers te ontwikkelen en uit te voeren activiteiten.

Het versterken van de vaardigheden en kennis van lokale maatschappelijke organisaties. Dit draagt bij aan zowel de effectiviteit als de efficiëntie van ontwikkelingsinitiatieven en vormt daarom een belangrijk element binnen dit kader. Capaciteitsversterking kan betrekking hebben op uiteenlopende terreinen, zoals programmamanagement, financieel beheer of de bescherming van kwetsbare groepen, en kan worden vormgegeven via bijvoorbeeld training, coaching of kennisuitwisseling. Hierbij wordt aangesloten bij reeds aanwezige lokale capaciteit. Deze benadering is essentieel voor het bevorderen van lokaal eigenaarschap.

Leidend voor het bredere nieuwe beleidskader Focus (waaronder Focus on Freedom valt), is de wens om lokaal eigenaarschap binnen ontwikkelingshulp te stimuleren en te vergroten. Volgens de OESO-DAC betekent dit dat lokale actoren zelf beslissen over de vormgeving en implementatie van ontwikkelingsinitiatieven, waarbij internationale donoren en externe partners, waaronder ook Nederlandse maatschappelijke organisaties, een ondersteunende rol spelen bij het oplossen van de maatschappelijke vraagstukken waar lokale gemeenschappen voor staan. Deze ondersteuning kan onder meer bestaan uit financiële of inhoudelijke capaciteitsversterking, het faciliteren van kennisuitwisseling tussen lokale maatschappelijke organisaties, of het beschikbaar stellen van technologische innovaties en wetenschappelijke inzichten.

Met de sub-instrumenten onder dit SBK beoogt de minister ook bij te dragen aan gendergelijkheid. Dit verhoogt de sociale en economische weerbaarheid van gemeenschappen en versterkt de effectiviteit en relevantie van ontwikkelingshulp.

Aanvragers worden uitgenodigd om in het projectvoorstel een beschrijving en analyse op te nemen van de context van klimaatverandering, inclusief een beoordeling van klimaatrisico’s en klimaatkwetsbaarheden die relevant zijn voor het programma.

Te allen tijde geldt dat Nederland wil voorkomen dat de gesubsidieerde activiteiten bijdragen aan het verergeren van conflicten. Bij alle activiteiten die worden gesubsidieerd, moet daarom rekening worden gehouden met de context waarin deze worden uitgevoerd. Dit houdt in dat activiteiten 1) dusdanig moeten worden ontwikkeld dat bewust negatieve effecten en onbedoelde bijdragen aan conflicten worden vermeden of geminimaliseerd, en 2) dat bewust positieve effecten op de conflictdynamiek worden gecreëerd en kansen voor vrede en inclusie worden versterkt. Risico’s met betrekking tot het verergeren van conflicten moeten in kaart worden gebracht in de contextanalyses.

Dit vereist het vermogen om (i) de operationele context waarin activiteiten plaatsvinden te analyseren en te begrijpen; (ii) dat begrip te vertalen naar consequenties voor activiteiten en interacties met die context; en (iii) conflictsensitiviteit in de hele activiteitscyclus te integreren en te actualiseren. Gelet op het belang dat Nederland hecht aan het onderwerp geestelijke gezondheid en psychosociale ondersteuning als onderdeel van inzet in fragiele staten en conflictgebieden, is het van belang om als onderdeel van conflictsensitiviteit ook mentale gezondheid en psychosociale dimensies en dynamiek mee te nemen in het analyseren en begrijpen van de contexten waarin activiteiten plaatsvinden.

In aansluiting op het beleidsuitgangspunt van conflictsensitiviteit geldt het do no harm-principe: gesubsidieerde activiteiten mogen geen negatieve gevolgen hebben voor de lokale bevolking, bestaande verhoudingen of bredere ontwikkelingsdoelen. Subsidieontvangers zijn daarom verplicht mogelijke risico’s tijdig te identificeren en maatregelen te treffen om schadelijke effecten te voorkomen of te beperken.

1.3. Rol en verantwoordelijkheden van de Support Partners en In-Country Partners

Dit subsidiebeleidskader maakt gebruik van een intermediaire structuur met ‘support partners’ en ‘in-country partners’ (lokale maatschappelijke organisaties en internationale/regionale maatschappelijke organisaties). De support partner fungeert individueel als aanvrager en subsidieontvanger (niet als onderdeel van een consortium). De selectie van in-country partners vindt plaats tijdens de inceptiefase. Deze structuur en de rollen en verantwoordelijkheden van support- en in-country partners worden in het hiernavolgende uiteen gezet en toegelicht.

1.3.1. Rol en verantwoordelijkheden van de support partner

De support partner:

Nader uitgewerkt houden deze verantwoordelijkheden het volgende in:

De support partner zet de van het Ministerie van Buitenlandse Zaken ontvangen subsidie derhalve in voor alle onderstaande activiteiten:

De drie hoofdactiviteiten van de support partner worden verder toegelicht in hoofdstuk 2. Voorbeelden van projecten die in-country partners kunnen uitvoeren met de financiering die zij ontvangen van de support partner, zijn opgenomen in de instrument-specifieke hoofdstukken (8 en 9).

1.3.2. Rol en verantwoordelijkheden van in-country partners

Binnen dit SBK (zie Definities) wordt onderscheid gemaakt tussen de volgende typen in-country partners:

Internationale/regionale maatschappelijke organisaties kunnen uitsluitend als in-country partner worden ingezet wanneer de support partner in het betreffende land geen lokaal netwerk en capaciteit heeft om een coördinerende rol te vervullen voor lokale, maatschappelijke organisaties. Deze inzet is beperkt tot één land per aanvraag. In geval van internationale/regionale maatschappelijke organisaties als in-country partner mag de support partner de BZ-subsidie alleen aanwenden voor financiële ondersteuning, niet voor capaciteitsversterking (zie hierboven).

Beide typen in-country organisaties worden via het selectiemechanisme van de support partner geselecteerd en beschikken over relevante thematische en context-specifieke expertise en netwerk. De belangrijkste rollen en verantwoordelijkheden zijn als volgt:

Lokale maatschappelijke organisaties:

Internationale/regionale maatschappelijke organisaties:

1.4. Opbouw van dit subsidiebeleidskader en onderliggende instrumenten

Dit subsidiebeleidskader bestaat uit twee delen:

2. Type activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt

Binnen dit subsidiebeleidskader zijn drie hoofdtypen activiteiten subsidiabel voor de support partner:

2.1. Financieringsactiviteiten

Met behulp van de onder Focus on Freedom aan de support partner verstrekte subsidie geeft de support partner financiële ondersteuning aan in-country partners voor de uitvoering van activiteiten die relevant zijn voor de doelstellingen en thematische prioriteiten van het sub-instrument waaruit subsidie aan de support partner is toegekend. Daarbij kan het gaan om drie soorten activiteiten van in-country partners:

De support partners ontwikkelen selectiemechanismen die passen binnen dit subsidiebeleidskader. Zij geven hierin duidelijke randvoorwaarden en richting. Tegelijk laten zij in-country partners zoveel mogelijk ruimte om eigen keuzes te maken die aansluiten op de lokale context.

Financieringsactiviteiten worden uitgevoerd door de in-country partner met actieve betrokkenheid van leden uit de gemeenschap, grassroots-bewegingen en andere lokale informele structuren. De support partner borgt dit in zijn selectiemechanisme.

2.2. Capaciteitsversterkende activiteiten

De support partner biedt, afgestemd op de behoeften van de lokale maatschappelijke organisaties, ondersteuning bij de versterking van hun capaciteit, gericht op effectievere werking, grotere autonomie en duurzaamheid van zowel de organisatie als de programmatische inzet van de lokale maatschappelijke organisatie. Dit omvat ook het versterken van de capaciteit van lokale maatschappelijke organisaties om in restrictieve contexten gemeenschapsorganisaties te ondersteunen. Capaciteitsversterking kan plaatsvinden op drie inhoudelijke terreinen:

Deze ondersteuning kan:

Capaciteitsversterking kan plaatsvinden op:

2.3. Internationale belangenbehartigingsactiviteiten op multilateraal, internationaal en regionaal niveau (vanuit de Support Partner)

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.