Regeling Versterking landelijke infrastructuur amateurkunst 2026–2028

Type ZBO-regeling
Publication 2025-12-16
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

gelet op artikel 10, vierde lid, van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;

gelet op artikel 4:23, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht;

gelet op het Algemeen Subsidiereglement van het Fonds voor Cultuurparticipatie;

met goedkeuring van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 10 januari 2022; en voor de gewijzigde versie op 27 maart 2023;

besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Gebruikte begrippen

In deze regeling worden onderstaande begrippen gebruikt.

Artikel 1.2. Doel van de regeling

Met deze regeling stimuleert het Fonds het ontwikkelen en uitvoeren van projecten die bijdragen aan inhoudelijke versterking van amateurkunstbeoefening, duurzame versterking van de ondersteuningsstructuur voor het amateurkunstenveld en/of de versterking van de landelijke disciplineondersteuning.

Artikel 1.3. Subsidieplafond en flexibiliteit
1.

De subsidieplafonds staan vermeld in hoofdstuk 2. Het Fonds kan besluiten de subsidieplafonds te wijzigen. Deze wijzigingen kunnen ook op specifieke categorieën van projecten zijn of gelden voor bepaalde tijdvakken, thema’s, doelgroepen en regio’s.

2.

Ook kan het Fonds besluiten om de subsidiehoogte en het tijdvak waarbinnen kan worden aangevraagd, aan te passen.

3.

Een besluit op grond van het eerste of tweede lid wordt gepubliceerd in de Staatscourant en op de website van het Fonds.

Artikel 1.4. Algemene weigeringsgronden
1.

Het Fonds weigert subsidie als:

2.

Het Fonds weigert subsidie aan derden als die in opdracht werken van natuurlijke personen of rechtspersonen die niet aanmerking komen voor subsidie.

3.

Het Fonds kan subsidie weigeren als aanvragers, voorafgaand aan de aanvraag, subsidie van het Fonds hebben ontvangen en toen niet, of niet helemaal, hebben voldaan aan de subsidieverplichtingen.

4.

Het Fonds kan weigeren subsidie te verstrekken als de aanvraag op enige wijze niet in overeenstemming is met de regeling.

Artikel 1.5. Voorwaarden
1.

Alleen kosten die direct verband houden met de projecten komen in aanmerking voor subsidiëring.

2.

Het Fonds verstrekt alleen subsidie als de aanvrager:

3.

Aanvragers gevestigd in het Caribisch deel van het Koninkrijk kunnen de benodigde kosten voor het omwisselen van valuta voor het uitvoeren van het project opnemen in de subsidieaanvraag.

Artikel 1.6. Verplichtingen
1.

Met deelname aan deze regeling geeft de aanvrager toestemming aan het Fonds om gegevens uit de aanvraag en de eventuele verantwoording in te zetten voor kennisdeling en onderzoeksdoeleinden. Als het ten dienste staat aan het behalen van de doelstelling van de regeling, kan het Fonds de aanvrager verplichten tot deelname aan een bijeenkomst of begeleidingstraject.

2.

Het project:

Het Fonds kan bij beschikking van deze termijnen afwijken.

3.

De begroting:

4.

De aanvrager is gevestigd in het Koninkrijk der Nederlanden en beschikt over een bankrekening in een van de landen binnen het Koninkrijk der Nederlanden of de Europese Unie.

5.

De aanvrager voldoet aan de culturele codes zoals is bepaald in de toelichting van deze regeling.

6.

Het Fonds moedigt aanvragers aan om een nulmeting met betrekking tot de eigen ecologische voetafdruk te doen.

7.

De activiteiten van de aanvrager zijn toegankelijk voor mensen met speciale behoeften. Daaronder vallen in ieder geval mensen met een beperkte mobiliteit.

Artikel 1.7. Verplichtingen voor het indienen
1.

Aanvragen worden ingediend via een volledig ingevuld digitaal aanvraagformulier in de online aanvraagomgeving Mijn Fonds, via de website van het Fonds.

2.

Aanvragen worden in ieder geval voorzien van:

3.

Het projectplan bevat maximaal 5.000 woorden.

Artikel 1.8. Beoordeling van aanvragen
1.

Het Fonds beoordeelt de aanvragen overeenkomstig de regeling.

2.

De aanvragen worden op volgorde van ontvangst beoordeeld.

3.

Als de aanvraag compleet is, neemt het Fonds deze in behandeling en neemt het een beslissing over de aanvraag.

4.

Als een onvolledige aanvraag wordt aangevuld, dan geldt de datum dat het Fonds de aanvulling ontvangt als moment van het indienen van de aanvraag.

5.

Aanvragen die voldoen aan de eisen van de regeling, worden voor advies aan een interne adviescommissie voorgelegd in paragraaf 2.2 en paragraaf 2.3 en aan een externe adviescommissie in paragraaf 2.4.

6.

Aanvragen die niet voldoen aan de regeling kunnen worden afgewezen zonder de adviescommissie om advies te vragen.

7.

De aanvraag moet op alle beoordelingscriteria een voldoende scoren om voor subsidieverstrekking in aanmerking te komen, behalve als anders in deze regeling is bepaald.

8.

Op de aanvraag wordt binnen uiterlijk dertien weken beslist.

Artikel 1.9. Voorschotten
1.

Voor subsidie vanaf € 25.000 betaalt het Fonds een voorschot van 90%. Dit doet het Fonds zo spoedig mogelijk na het verzenden van het subsidieverleningsbesluit.

2.

Als de verleende subsidie hoger is dan € 125.000 betaalt het Fonds een voorschot van 50% bij het verlenen van de subsidie. Gedurende de looptijd van het project betaalt het Fonds op een in de beschikking te bepalen termijn een voorschot van 40%.

3.

Als bij de vaststelling is gebleken dat het project in overeenstemming met de aanvraag is uitgevoerd en de begrote kosten zijn gemaakt, wordt de resterende 10% betaald. Dit doet het Fonds zo spoedig mogelijk na het verzenden van het vaststellingsbesluit.

4.

Het Fonds kan de bevoorschotting, al dan niet tijdelijk, stoppen als aanvragers hun subsidieverplichtingen onvoldoende nakomen. Dat kan het Fonds ook doen wanneer de omstandigheden zodanig zijn veranderd dat het aannemelijk is dat de activiteiten of projecten niet op dezelfde manier kunnen worden voortgezet.

Artikel 1.10. Verantwoording en vaststelling
1.

Subsidieontvangers die achteraf verantwoording dienen af te leggen over de activiteiten of projecten, doen dit door middel van een activiteitenverslag en een financieel verslag.

2.

Afhankelijk van de hoogte van de subsidie voldoet de verslaglegging aan de eisen van de artikelen 26 of 27 van het Algemeen Subsidiereglement.

Hoofdstuk 2. Versterking landelijke infrastructuur amateurkunst

Paragraaf 2.1. Algemeen

Artikel 2.1.1. Doel en effecten

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.