Besluit van de Minister van Klimaat en Groene Groei van 15 december 2025, nr. WJZ/102572219, tot verlening van mandaat, volmacht en machtiging (Besluit mandaat, volmacht en machtiging KGG 2025)
Handelende met instemming van de Minister van Economische Zaken en de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur;
Gelet op afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3, tweede lid, van het Coördinatiebesluit organisatie en bedrijfsvoering rijksdienst;
Gezien de schriftelijke instemming van de volgende functionarissen van het Ministerie van Economische Zaken: de secretaris-generaal, de directeur-generaal Economie en Digitalisering, de directeur-generaal Bedrijfsleven en Innovatie, de directeur Bestuurlijke en Politieke Zaken, de directeur Europese en Internationale Zaken, de directeur Financieel-Economische Zaken, de directeur Wetgeving en Juridische Zaken, de directeur Toezicht Economische Veiligheid en Eigenaars- en Aandeelhoudersadvisering, de directeur Communicatie, de directeur Informatievoorziening en de directeur Mens en Organisatie; en van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur de directeur Bestuurlijke en Politieke Zaken en de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;
Besluit:
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
- a. minister: Minister van Klimaat en Groene Groei;
- b. secretaris-generaal: secretaris-generaal van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei;
- c. directeur Financieel-Economische Zaken: directeur Financieel-Economische Zaken van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei;
- d. hoofden van dienst:
- 1°. de directeur Financieel-Economische Zaken;
- 2°. de directeur-generaal Realisatie Groene Groei;
- 3°. de directeur-generaal Klimaat en Energie;
- 4°. de secretaris-directeur van de Wetenschappelijke Klimaatraad;
- 5°. de inspecteur-generaal der mijnen;
- e. directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland: directeur-generaal Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het Ministerie van Economische Zaken;
- f. inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit: inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur;
- g. P&O-aangelegenheden: aangelegenheden op het gebied van personeel, organisatie en formatie en het daarmee samenhangende budget;
- h. CAO Rijk: laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren, werkzaam binnen de sector Rijk.
Artikel 2
De organisatie van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei wordt vastgesteld overeenkomstig de bij dit besluit behorende bijlage 1.
Artikel 3
Mandaat, volmacht en machtiging in de zin van dit besluit heeft geen betrekking op het afdoen van stukken bestemd voor:
- a. de Koning en het Kabinet van de Koning;
- b. de raad van ministers of de daaruit gevormde vaste colleges;
- c. een minister of een staatssecretaris;
- d. de voorzitter van de Eerste of de Tweede Kamer der Staten-Generaal of de voorzitter van een uit een van die kamers gevormde commissie;
- e. de Raad van State, behoudens voor zover het betreft bestuursrechtelijke procedures of het aanbieden van documenten van louter informatieve aard;
- f. de Algemene Rekenkamer behoudens voor zover het betreft gevraagde inlichtingen of gedane verzoeken of het aanbieden van documenten van louter informatieve aard;
- g. een adviescollege in de zin van de Kaderwet adviescolleges, met uitzondering van het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR);
- h. autoriteiten in binnen- of buitenland, in rang gelijk aan of hoger dan een minister of staatssecretaris.
§ 2. Mandaat, volmacht en machtiging aan ondergeschikten
Artikel 4
Aan de secretaris-generaal wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor:
- a. aangelegenheden op het gebied van de ambtelijke leiding van al hetgeen het ministerie betreft, zoals nader omschreven in de toelichting bij het koninklijk besluit van 18 oktober 1988, houdende regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal (Stb. 1988, 499);
- b. het vaststellen van de werkterreinen van de hoofden van dienst;
- c. aangelegenheden op het werkterrein van de hoofden van dienst:
- 1°. ten aanzien waarvan de secretaris-generaal in een incidenteel geval aan een hoofd van dienst mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld of;
- 2°. die door een hoofd van dienst aan de secretaris-generaal ter afhandeling worden voorgelegd, tenzij zij naar het oordeel van de secretaris-generaal door een ander hoofd van dienst moeten worden behandeld;
- d. het uitoefenen van bevoegdheden namens de Staat der Nederlanden in zijn hoedanigheid van aandeelhouder of die voortvloeien uit de zeggenschap over rechtspersonen;
- e. het invulling geven aan de eigenaarsrol, voor zover hiervoor geen mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan een hoofd van dienst, richting in ieder geval:
- 1°. het Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten;
- 2°. de Nederlandse Emissieautoriteit;
- 3°. het Staatstoezicht op de Mijnen;
- 4°. de Wetenschappelijke Klimaatraad;
- f. aangelegenheden op het gebied van de Wet open overheid, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften;
- g. aangelegenheden op het gebied van de Wet normering topinkomens, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften;
- h. aangelegenheden op het gebied van de Wet hergebruik van overheidsinformatie, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst;
- i. aangelegenheden op het gebied van de Algemene verordening gegevensbescherming, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, voor zover niet behorend tot het werkterrein van een hoofd van dienst of voor zover niet binnen een redelijke termijn te achterhalen is welk hoofd van dienst verantwoordelijke is;
- j. het in overeenstemming met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op grond van artikel 3, eerste lid, van de Wet veiligheidsonderzoeken aanwijzen van functies, die de mogelijkheid bieden de nationale veiligheid te schaden als vertrouwensfunctie;
- k. het afnemen van de eed of de belofte bij de indiensttreding van een werknemer bij het kerndepartement, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van de Ambtenarenwet 2017;
- l. het vaststellen van interne circulaires;
- m. personeelsaangelegenheden met betrekking tot de directeur Financieel-Economische Zaken;
- n. het beslissen over gemeenschappelijke en generieke ICT-vraagstukken van het ministerie;
- o. het sturing geven aan en bewaken van de uitvoering van departementale taakstellingen;
- p. het begeleiden van transitie- en organisatietrajecten die voortvloeien uit wijzigingen binnen de organisatie;
- q. het optreden als Chief Information Officer (CIO) zoals bedoeld in het Besluit CIO-stelsel Rijksdienst 2021;
- r. het sturing geven aan inbreng in projecten die voortvloeien uit het overleg tussen secretarissen-generaal;
- s. het vertegenwoordigen van het ministerie in interdepartementale gremia, waaronder de Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijksdienst en het CIO-beraad;
- t. het zorg dragen voor aangelegenheden op het gebied van de Archiefwet 1995, voor zover niet behorend tot een hoofd van dienst, waaronder het voor het gehele ministerie vaststellen van beheersregels als bedoeld in artikel 14 van het Archiefbesluit 1995 en het vaststellen van selectielijsten als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel b, van de Archiefwet 1995 en het stellen van beperkingen aan de openbaarheid van archiefbescheiden bij de overbrenging als bedoeld in artikel 15 van de Archiefwet 1995;
- u. het inschrijven in een machtigingenregister als bedoeld in het Afsprakenstelsel Elektronische Toegangsdiensten van: en hun machtigingenbeheerders;
- –. het kerndepartement, bedoeld in paragraaf I, tweede lid, van de Bijlage Organisatie van het Ministerie van Economische Zaken bij het Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ 2025;
- –. het Staatstoezicht op de Mijnen;
- v. het verstrekken van ketenmachtigingen als bedoeld in het Afsprakenstelsel Elektronische Toegangsdiensten door registratie in het machtigingenregister, op naam van het kerndepartement, van de buitendiensten, aan agentschappen of aan publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersonen.
Onder eigenaarsrol in de zin van het eerste lid, onderdeel e, wordt in ieder geval verstaan:
- a. het toezien op de bedrijfsvoering van de organisatie binnen de planning- en controlcyclus, en
- b. het uitoefenen van bevoegdheden:
- 1°. inzake de benoeming, goedkeuring van benoemingen, schorsing, ontslag en vergoeding van ambtenaren en andere personen in organen van rechtspersonen, zelfstandige bestuursorganen en colleges en commissies;
- 2°. op grond van de organieke regelingen van rechtspersonen, de Comptabiliteitswet 2016, de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, de Kaderwet adviescolleges, de Regeling agentschappen 2024, de Aanwijzingen voor de Planbureaus of de Aanwijzingen inzake de rijksinspecties.
Artikel 5
Aan de hoofden van dienst wordt, voor zover van toepassing, ieder voor zich, mandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op zijn werkterrein, als bedoeld in de bijlage 2 van dit besluit, waaronder begrepen de P&O-aangelegenheden van zijn dienst, met uitzondering van aangelegenheden waarvoor mandaat, volmacht en machtiging is verleend aan de secretaris-generaal of aan een ander hoofd van dienst.
Aan de hoofden van dienst wordt voorts, ieder voor zijn werkterrein, mandaat en machtiging verleend voor aangelegenheden inzake de benoeming, ontslag en vergoeding van leden van adviescommissies ter zake van subsidieverlening.
Aan de inspecteur-generaal der mijnen wordt op zijn werkterrein, mandaat en machtiging verleend voor het vaststellen van beleidsregels.
Artikel 6
Aan de directeur-generaal Realisatie Groene Groei wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met:
- a. de Mijnbouwwet, het Mijnbouwbesluit en de Mijnbouwregeling, met uitzondering van het nemen van besluiten, die krachtens artikel 132 van de Mijnbouwwet worden genomen en het verrichten van handelingen waarvoor in artikel 13, eerste lid, onderdelen a tot en met c, mandaat, volmacht en machtiging wordt verleend aan de inspecteur-generaal der mijnen;
- b. benoeming, schorsing, ontslag en vergoeding van de leden van de Mijnraad;
- c. benoeming, schorsing, ontslag en vergoeding van de leden van de Commissie Mijnbouwschade.
Aan de directeur-generaal Realisatie Groene Groei wordt tevens mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met:
artikel 5.1 van de Omgevingswet, met uitzondering van artikelen 4.1119, 4.1323, 4.1324, 4.1365, 4.1366, 6.47a en 7.69 van het Besluit activiteiten leefomgeving en artikel 132 van de Mijnbouwwet.
Artikel 7
Aan de inspecteur-generaal der mijnen wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen in verband met:
- a. de artikelen 50, en 51, derde lid, van de Mijnbouwwet;
- b. de artikelen 22, 30, 35, derde lid, 51, vijfde lid, 85, 88, tweede lid, 90, 91, 97, 99, derde en vierde lid, 101, 104, eerste en tweede lid, 111, tweede lid, 112, tweede lid, 113, tweede lid, en 161a, vierde lid, van het Mijnbouwbesluit;
- c. de Mijnbouwregeling, met uitzondering van de vergunningen bedoeld in paragraaf 1.3;
- e. de artikelen 27 en 28 van de Wet windenergie op zee;
⋯
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.