Besluit van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden van 24 september 2025, houdende vaststelling van de tarieven, verschuldigd in verband met de uitvoering van zijn wettelijke taken en overige diensten, als beschreven in dit besluit en de daarbij horende bijlagen (Tarievenbesluit 2026)
Gelet op artikel 74 Verordening (EG) 1107/2009 en artikel 80 van Verordening (EU) 528/2012, artikel 10, eerste lid, Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, alsmede artikel 17 Kaderwet zelfstandige bestuursorganen;
Overwegende dat het overgangsrecht van Verordening (EG) 1107/2009 met zich meebrengt dat ook tarieven gesteld moeten blijven worden voor de behandeling van aanvragen omtrent toelating van gewasbeschermingsmiddelen die behandeld moeten worden op basis van de inmiddels vervallen richtlijn 91/414/EEG en de implementatie daarvan in de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, zoals die gold vóór 14 juni 2011;
Overwegende dat ter uitvoering van de Verordening (EU) 528/2012 nadere regels zijn gesteld inzake de tarieven, facturering en betaling voor de diensten en werkzaamheden die het Ctgb in het kader van de Verordening zal verrichten;
Overwegende dat het overgangsrecht van Verordening (EU) 528/2012 met zich meebrengt dat ook tarieven gesteld moeten blijven worden voor de behandeling van aanvragen omtrent toelating van biociden die behandeld moeten worden op basis van de inmiddels vervallen richtlijn 98/8/EG of op basis van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden zoals deze gold vóór de inwerkingtreding van de wet van 6 november 2013 tot wijzing van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden ter uitvoering van de Biocidenverordening;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemeen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In dit besluit wordt verstaan onder:
- a. Gewasbeschermingsmiddelenverordening: Verordening (EG) 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad;
- b. Gewasbeschermingsrichtlijn: Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen;
- c. Biocidenverordening: Verordening (EU) 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden;
- d. Biocidenrichtlijn: Richtlijn 98/8/EG van het Europese Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende het op de markt brengen van biociden;
- e. de wet: Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb);
- f. de regeling: Regeling gewasbeschermingsmiddelen en biociden;
- g. Werkzame stof:
- i. gewasbeschermingsmiddelen
-
- een werkzame stof als bedoeld in artikel 30 Gewasbeschermingsmiddelenverordening, of
-
- een werkzame stof die
- a. niet blijkens uitvoeringsverordening (EU) 540/2011 is goedgekeurd en
- b. die op 15 juli 1993 nog niet op de markt was en
- c. daarmee niet ingevolge een communautaire maatregel is gelijkgesteld
- ii. biociden
-
- werkzame stof als bedoeld in artikel 3 eerste lid onder e van de Biocidenverordening;
- h. Register for Biocidal Products (R4BP): Informatiesysteem voor indiening van biociden aanvragen onder verordening (EU) 528/2012 en voor uitwisseling van informatie tussen autoriteiten, Commissie, Agentschap en aanvragers.
- i. Servicedesk (SD) bestaat uit een Front- en Backoffice: de frontoffice betreft de eerste-lijnondersteuning door de Servicedesk, de backoffice betreft de tweede-lijnondersteuning door verschillende expertises.
- j. Werkelijke kosten: betreffen de interne kosten gemaakt door het Ctgb (het uurtarief vermenigvuldigd met het aantal door het Ctgb bestede uren) van intake tot en met eindbesluit en de werkelijke kosten van ingeschakelde derden (inclusief de aan derden betaalde BTW). Meer informatie over de werkwijze en samenwerkingspartners staat op de website www.ctgb.nl.
- k. Tijdige betaling: er is tijdig betaald als de betaling voor het einde van de in de factuur genoemde termijn door het Ctgb is ontvangen.
Hoofdstuk 2. Tarieven
Artikel 2. Tarieven
Het Ctgb brengt tarieven in rekening die verschuldigd zijn in verband met de uitvoering van zijn wettelijke taken en overige diensten. Het uurtarief voor 2026 is vastgesteld op € 202,–. De tarieven van de Servicedesk staan in bijlage I, de tarieven aanvraag gewasbescherming in bijlage II, de tarieven aanvraag biociden in bijlage III.
Artikel 3. Vaste tarieven en tarieven op basis van nacalculatie
Vanwege de grote verschillen tussen de typen aanvragen hanteert het Ctgb twee typen tarieven:
- a. Aanvragen op basis van nacalculatie. Hierbij wordt vooraf een voorschot gevraagd. De eindafrekening vindt plaats aan het eind van het aanvraagproces op basis van werkelijke kosten. Indien het voorschot ontoereikend blijkt dan wordt er tussentijds aanvullend gefactureerd. Bij gewasbeschermingsaanvragen die ingetrokken worden voordat het dossier daadwerkelijk wordt ingediend worden de reeds betaalde startkosten niet terugbetaald.
- b. Aanvragen op basis van een vast tarief. Deze tarieven worden vooraf in rekening gebracht en hierbij vindt geen eindafrekening plaats. Indien het Ctgb besluit tot het opvragen van aanvullende gegevens dan worden daarvoor de daaraan verbonden kosten in rekening gebracht. Bij biocide aanvragen die het Ctgb als CMS (betrokken lidstaat) uitvoert, kan het voorkomen dat tussen het indienen van de aanvraag en het kunnen starten met de evaluatie enkele jaren zit. Dit is de tijd die de evaluerende lidstaat nodig heeft om de (initiële) beoordeling af te ronden. Het tarief dat het Ctgb als CMS in rekening brengt voor deze aanvragen zal gebaseerd worden op de kosten zoals die in het tarievenbesluit worden aangegeven in het jaar waarin de evaluatie bij het Ctgb start. Dit geldt voor het gehele bedrag, dus startkosten én evaluatiekosten. Eerder betaalde startkosten worden daarbij verrekend.
Voor werkzaamheden waarvoor geen tarief is vastgesteld worden de werkelijke kosten in rekening gebracht.
Artikel 4. Jaarlijkse vergoeding
Voor de registratie van een toegelaten gewasbeschermingsmiddel en biocide wordt jaarlijks een vergoeding in rekening gebracht.
De peildatum voor de registratie van een toegelaten gewasbeschermingsmiddel en biocide is 1 februari en dat is tevens de datum waarop de registratie voor het volgend jaar een feit is als de registratie niet voortijdig schriftelijk is ingetrokken.
Indien de aanvrager niet of niet volledig binnen de gestelde termijn de jaarlijkse vergoeding betaalt, is de aanvrager van rechtswege in verzuim in de zin van artikel 6:81 Burgerlijk Wetboek.
Artikel 5. Kaderformulering
Bij aanvragen voor biociden onder overgangsrecht is het mogelijk om toelatingen voor een groep van zeer vergelijkbare producten aan te vragen door een gecombineerde aanvraag in te dienen.
Hoofdstuk 3. Facturering, betaling en nacalculatie/restitutie
Artikel 6. Gewasbescherming en Biociden onder NL overgangsrecht
De aan het Ctgb verschuldigde vergoeding wordt berekend aan de hand van de aangeduide posten en tariefstellingen.
Voor de verschuldigde start- en beoordelingskosten wordt door het Ctgb een factuur verzonden met een betalingstermijn van 30 dagen. Niet tijdige betaling kan leiden tot niet-ontvankelijk verklaring van de aanvraag.
Indien een voorschot voor de werkelijke kosten is betaald, wordt dit met het uiteindelijk totaal verschuldigde bedrag verrekend. Indien de werkelijke kosten lager zijn dan hetgeen is voorgeschoten, wordt het verschil binnen 30 dagen na dagtekening van de eindfactuur aan de aanvrager terugbetaald. Indien de werkelijke kosten hoger zijn dan het betaalde voorschot volgt er een aanvullende factuur met een betalingstermijn van 30 dagen.
Voor andere tarieven of kosten geldt dat de aanvrager de factuur binnen 30 dagen na factuurdatum onder vermelding van het factuurnummer voldoet.
Artikel 7. Biocidenverordening
Na ontvangst van de aanvraag berekent het Ctgb de voor de aanvraagprocedure verschuldigde vergoeding aan de hand van de aangeduide posten en tariefstellingen. De factuur wordt zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag geplaatst in R4BP.
De Biocidenverordening bepaalt dat de kosten van een aanvraagprocedure binnen een termijn van 30 dagen na dagtekening van de factuur moeten zijn betaald. Een hersteltermijn kan niet worden gegeven.
Bij niet-tijdige betaling wordt de aanvraag verworpen.
Indien een voorschot voor de werkelijke kosten is betaald, wordt dit met het uiteindelijk totaal verschuldigde bedrag verrekend. Indien de werkelijke kosten lager zijn dan hetgeen is voorgeschoten, wordt het verschil binnen 30 dagen na dagtekening van de eindfactuur aan de aanvrager terugbetaald. Indien de werkelijke kosten hoger zijn dan het betaalde voorschot volgt er een aanvullende factuur met een betalingstermijn van 30 dagen.
Indien meerdere aanvragen tegelijk worden ingediend waarbij op één of meer expertises kan worden volstaan met een clusterbeoordeling voor meerdere aanvragen, brengt het Ctgb op verzoek van de aanvrager(s) voor die expertises van die aanvragen een verlaagd tarief in rekening (conform artikel 80 lid 3 onder d).
Indien er meerdere aanvragers zijn, is jegens het Ctgb iedere aanvrager hoofdelijk aansprakelijk voor het gehele bedrag. Het Ctgb heeft geen bemoeienis met de onderlinge verrekening tussen aanvragers.
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
Artikel 8. Tussentijdse aanpassing Tarievenbesluit
Het Tarievenbesluit kan, indien daar aanleiding toe is, tussentijds worden aangepast.
Artikel 9. Overgangsregime
De op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit aanhangige aanvragen worden met ingang van dat tijdstip overeenkomstig de bepalingen van dit besluit behandeld.
Artikel 10. Intrekking eerder tarievenbesluit
Het “Tarievenbesluit Ctgb 2025” wordt ingetrokken.
Artikel 11. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2026, voor zover nodig met terugwerkende kracht, na goedkeuring door Onze Minister en plaatsing van dit besluit in de Staatscourant.
Artikel 12. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: “Tarievenbesluit Ctgb 2026”.
Bijlage I. – Tarieven servicedesk
| Verzoeken | Omschrijving | Bedrag |
|---|---|---|
| Categorie | ||
| 1 | Servicedeskvraag beantwoord door frontoffice | Hiervoor worden geen kosten in rekening gebracht |
| 2 | Servicedeskvraag beantwoord door backoffice | € 300,– Indien de werkelijke kosten hoger zijn dan worden de totale kosten in rekening gebracht. Indien wordt ingeschat dat de urenbesteding groter is dan 14 uur dan wordt een voorschot van € 3.000,– gevraagd. |
| 3 | Pre-submission meeting (PSM) Meeting voor (deel)vragen over dossiervoorbereiding | Werkelijke kosten met een voorschot van € 1.700,– per in te schakelen expertise |
| 4 | Workshop Bijeenkomst om aanvragers op de hoogte te houden van actuele ontwikkelingen in de uitvoeringspraktijk. | Werkelijke kosten worden per workshop bepaald |
Bijlage II. – Tarieven aanvragen gewasbescherming
Aanvragen met betrekking tot werkzame stoffen en gewasbeschermingsmiddelen zijn op basis van nacalculatie met een voorschot op verschillende facturatie momenten. De genoemde voorschotbedragen zoals genoemd in de tabellen hierna betreffen een indicatie en zijn gebaseerd op gemiddelde kosten van deze dossiers in afgelopen jaren. Bij de start van de aanvraag wordt een inschatting gemaakt van de eerste beoordelingskosten op basis van de inhoud van de betreffende aanvraag. Het te factureren voorschot kan daarom afwijken van de hieronder genoemde bedragen. De beoordelingskosten worden gefactureerd op het moment dat nieuwe gegevens ter beoordeling geleverd kunnen worden. Dat zal op vier verschillende momenten zijn.
1. Aanvraag werkzame stof of Maximale Residu Limiet (MRL)
a. Aanvraag werkzame stof
b. Aanvraag MRL
2. Aanvraag middel
3. Overige aanvragen
Dit betreft alle overige aanvragen tegen een vast tarief. De verschillen in deze tarieven zijn afhankelijk van de aard van de werkzaamheden. In tabel b kunnen de kosten variëren op basis van het al dan niet uitvoeren van beoordelingen.
a. Overige aanvragen – vast tarief
b. Andere overige aanvragen
1 Mocht een beoordeling noodzakelijk zijn dan worden de werkelijke kosten in rekening gebracht.
4. Jaarlijkse vergoeding
Bijlage III. – Tarieven aanvragen biociden
1. Aanvraag onder Verordening (EU) 528/2012 (BPR)
Aanvragen met betrekking tot werkzame stoffen en biociden onder de BPR, waarbij Nederland optreedt als beoordelend autoriteit (eCA/RMS) zijn op basis van nacalculatie met een voorschot op verschillende facturatiemomenten (zie hoofdstuk 2 en 3 voor meer informatie). De genoemde voorschotbedragen zoals genoemd in de tabellen hierna betreffen een indicatie en zijn gebaseerd op gemiddelde kosten van deze dossiers in afgelopen jaren. Bij de start van de aanvraag wordt een inschatting gemaakt van de eerste beoordelingskosten op basis van de inhoud van de betreffende aanvraag. Het te factureren voorschot kan daarom afwijken van de hieronder genoemde bedragen.
Aanvragen met betrekking tot biociden onder de BPR, waarbij Nederland als betrokken lidstaat (CMS) optreedt, worden afgehandeld op basis van vaste tarieven. Deze tarieven zijn vastgesteld voor alle fasen die nodig zijn voor de beoordeling van een dossier.
De volgende categorieën worden onderscheiden:
a. Aanvraag werkzame stof met Nederland als rapporteur- nacalculatie
1 Dit zijn de kosten voor één werkzame stof-PT combinatie,
b. Aanvraag middel met Nederland als de beoordelende autoriteit (eCA) – nacalculatie
c. Aanvraag middel met Nederland als betrokken lidstaat (CMS) – vast tarief
1 Mocht na de screening Tier I en/of Tier II moeten worden uitgevoerd, dan worden de werkelijke kosten in rekening gebracht.
2. Aanvraag onder overgangsrecht
Indien één of meer werkzame stoffen, voor de aangevraagde PT's nog niet zijn opgenomen in de Unielijst van goedgekeurde stoffen of Annex I van Verordening (EU) 528/2012, is het Overgangsrecht van toepassing.
Voor aanvragen onder het Overgangsrecht worden vaste tarieven in rekening gebracht. Aanvragen tot toelating, verlenging of grote wijziging van biociden onder overgangsrecht die aan specifieke voorwaarden voldoen, kunnen gebruikmaken van een beperkte beoordeling. De voorwaarden zijn gepubliceerd op de Ctgb-website.
Voor aanvullende en/of overige werkzaamheden waarvoor geen tarief is vastgesteld, worden de werkelijke kosten in rekening gebracht.
a. Aanvraag volledige of beperkte beoordeling of aanvraag verlenging of kleine wijziging van een toelating – vast tarief
1 in geval beperkte beoordeling mogelijk is, anders tarief voor volledig beoordeling van toepassing
3. Overige aanvragen
Dit betreft alle overige aanvragen tegen een vast tarief. De verschillen in deze tarieven zijn afhankelijk van de aard van de werkzaamheden. In tabel b kunnen de kosten variëren op basis van het al dan niet uitvoeren van beoordelingen.
a. Overige aanvragen – vast tarief
b. Andere overige aanvragen
1 Mocht een beoordeling noodzakelijk zijn dan worden de werkelijke kosten in rekening gebracht.
4. Jaarlijkse vergoeding
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.