Besluit van de Minister van Financiën van 7 december 2025, 2025-0000521988, houdende de verlening van mandaat op grond van de Wet politiegegevens aan de secretaris-generaal van het Ministerie van Financiën
Gelet op de artikelen 10:3, 10:9 en 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 46 van de Wet politiegegevens, artikel 4:3 van het Besluit politiegegevens en de artikelen 1, onderdeel c, 2 en 3 van het Besluit politiegegevens buitengewoon opsporingsambtenaar;
Besluit:
Artikel 1. Definities
In dit besluit wordt verstaan onder:
- a. mandaat: de bevoegdheid om in naam van de minister besluiten te nemen;
- b. de minister: de Minister van Financiën;
- c. de secretaris-generaal: de secretaris-generaal van het Ministerie van Financiën;
- d. de directeur: de directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit;
- e. de wet: de Wet politiegegevens;
- f. verwerken van politiegegevens: het verwerken van politiegegevens als bedoeld in artikel 1, onder a en c, en artikel 2, van de wet.
Artikel 2. Mandaat, volmacht en machtiging
Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt met de verlening van mandaat gelijkgesteld de verlening van:
- a. volmacht om in naam van de minister privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten; en
- b. machtiging om in naam van de minister handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.
Artikel 3. Mandaat
Aan de secretaris-generaal wordt mandaat verleend om alle aan de minister, in zijn hoedanigheid van verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van politiegegevens door de Dienst Financieel-Economische Integriteit, toekomende bevoegdheden uit de wet, het Besluit politiegegevens en het Besluit politiegegevens buitengewoon opsporingsambtenaren uit te oefenen, met uitzondering van artikel 36 van de wet.
Artikel 4. Verantwoordingsplicht
De secretaris-generaal is gehouden de minister te informeren met betrekking tot:
- a. politiek gevoelige zaken;
- b. uitgevoerde (interne) audits;
- c. gegevensverwerkingen waarbij uit een gegevensbeschermingseffectbeoordeling blijkt dat daaraan hoge restrisico's zijn verbonden, omdat daarvoor geen afdoende mitigerende maatregelen kunnen worden getroffen;
- d. datalekken waarbij sprake is van een maatschappelijk hoog risico.
Artikel 5. Ondermandaat
De secretaris-generaal kan ondermandaat verlenen aan de directeur, behoudens de op grond van artikel 6 van dit besluit aan de secretaris-generaal voorbehouden bevoegdheden.
In een ondermandaat wordt de omvang ervan aangegeven.
Artikel 6. Voorbehouden aan de secretaris-generaal
Aan de secretaris-generaal is voorbehouden:
-
- Het sluiten van privaatrechtelijke overeenkomsten met verwerkers, als bedoeld in artikel 6c, eerste lid, van de wet;
-
- De vaststelling dat een derde land of internationale organisatie voldoet aan het vereiste van passende waarborgen voor de bescherming van betrokkene zodat de bevoegde verwerkingsverantwoordelijke op structurele basis politiegegevens kan verstrekken aan derde landen, als bedoeld in artikel 17a, tweede lid, onder a en b, van de wet;
-
- De beslissing tot het structureel verstrekken van politiegegevens aan derden ten behoeve van een samenwerkingsverband, op grond van artikel 20 van de wet.
Artikel 7. Ondertekening
Besluiten die worden genomen op grond van dit besluit worden als volgt ondertekend:
De Minister van Financiën,
namens deze,
[naam],
[functie van de (onder)gemandateerde functionaris]
Artikel 8. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2026. Indien de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 januari 2026, treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, en werkt het terug tot en met 1 januari 2026.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.