Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 10 december 2025, nr. VO/F/55351459, tot het verstrekken van aanvullende bekostiging voor het primair en voortgezet onderwijs voor de uitvoering van een arbeidsmarkttoelage voor 2026 (Regeling aanvullende bekostiging uitvoering arbeidsmarkttoelage 2026)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 119, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 117, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra en artikel 5.9, eerste lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Doel van de aanvullende bekostiging
1.

De minister verstrekt aanvullende bekostiging met als doel het versterken van de arbeidsmarktpositie van:

2.

De aanvullende bekostiging is bedoeld voor het toekennen van een arbeidsmarkttoelage aan al het personeel dat werkzaam is op de vestiging of vestigingen, bedoeld in het eerste lid, onverminderd de mogelijkheid dat de aanvullende bekostiging ook kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

Artikel 3. Aanvullende bekostiging scholen voor primair onderwijs
1.

De minister verstrekt aanvullende bekostiging voor het kalenderjaar 2026 aan:

2.

De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit een bedrag per leerling.

3.

De hoogte van de aanvullende bekostiging wordt berekend op grond van het aantal leerlingen op 1 februari 2025.

4.

Het bedrag per leerling bedraagt:

5.

De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt uiterlijk in maart 2026 vastgesteld.

6.

De minister betaalt de aanvullende bekostiging in maandelijkse termijnen van gelijke omvang. In de maand waarin de bekostiging wordt vastgesteld, vindt de eerste betaling plaats. In die maand wordt ook de aanvullende bekostiging van de eventueel voorafgaande maand of maanden betaald.

7.

De minister stelt de aanvullende bekostiging uiterlijk in de maand december van 2026 gewijzigd vast op basis van het aantal leerlingen dat op het moment van de berekening staat ingeschreven op de vestiging op 1 februari 2025 en de kabinetsbijdrage voor loon- en prijsbijstelling voor dat jaar.

Artikel 4. Aanvullende bekostiging scholen voor voortgezet onderwijs
1.

De minister verstrekt aanvullende bekostiging voor het kalenderjaar 2026 aan het bevoegd gezag van een school:

2.

De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit een bedrag per leerling.

3.

De hoogte van de aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend op grond van het aantal bekostigde leerlingen op 1 oktober 2025.

4.

Het bedrag per leerling bedraagt € 1.006,16 voor pro-vestigingen en € 804,49 voor de overige vestigingen van scholen voor voortgezet onderwijs waaronder de vestigingen als bedoeld in lid 1, sub c.

5.

De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt uiterlijk in maart 2026 vastgesteld.

6.

De minister betaalt de aanvullende bekostiging in maandelijkse termijnen van gelijke omvang. In de maand waarin de bekostiging wordt vastgesteld, vindt de eerste betaling plaats. In die maand wordt ook de aanvullende bekostiging van de eventueel voorafgaande maand of maanden betaald.

7.

De minister stelt de aanvullende bekostiging uiterlijk in de maand december van 2026 gewijzigd vast op basis van het door de accountant gevalideerde aantal leerlingen op 1 oktober 2025 en de kabinetsbijdrage voor loon- en prijsbijstelling voor dat jaar.

Artikel 5. Besteding en verantwoording

De verantwoording van de besteding van deze aanvullende bekostiging geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.

Artikel 6. Monitoring en evaluatie

Ten behoeve van de monitoring van de implementatie en effecten van deze regeling op landelijk niveau verstrekt het bevoegd gezag desgevraagd een samenhangend overzicht van de gepleegde inspanningen en uitkomsten, waaronder financieel inzicht in de besteding, ter verwezenlijking van het doel, genoemd in artikel 2.

Artikel 7. Hardheidsclausule

De minister kan met betrekking tot de selectie van vestigingen die in aanmerking komen voor de regeling, in bijzondere gevallen afwijken van artikel 3, eerste lid, of artikel 4, eerste lid, voor zover een vestiging van een school voldoet aan de criteria, genoemd in artikel 2, maar niet is opgenomen in de betreffende bijlage.

Artikel 8. Inwerkingtreding
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2026. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2025, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt zij terug tot en met 1 januari 2026.

2.

Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2030.

Artikel 9. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvullende bekostiging uitvoering arbeidsmarkttoelage 2026.

Bijlage 1. Lijst met po-vestigingen die in aanmerking komen voor aanvullende bekostiging voor het verstrekken van een arbeidsmarkttoelage behorende bij artikel 3, eerste lid, van de Regeling aanvullende bekostiging uitvoering arbeidsmarkttoelage 2026

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.