Beleidsregel van de Minister van Financiën van 7 december 2025, 2025-0000548953, over de bepaling van de hoogte van bestuurlijke boetes bij overtreding van artikel 47 juncto artikelen 19, eerste lid en 15a, tweede en derde lid, van de Handelsregisterwet 2007 (Beleidsregel bestuurlijke boetes handhaving registratie uiteindelijk belanghebbenden van vennootschappen en andere juridische entiteiten)
Gelet op artikel 47b van de Handelsregisterwet 2007;
BESLUIT:
Artikel 1. Definities
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
- a. bestuurlijke boete: een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 5:40, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
- b. minister: Minister van Financiën;
- c. overtreder: degene die de overtreding pleegt of medepleegt;
- d. overtreding: handelen in strijd met artikel 47 van de wet juncto artikel 19, eerste lid van de wet, voor zover de daartoe verplichte persoon niet de opgave doet die de Kamer van Koophandel nodig heeft om ervoor te zorgen dat de in artikel 15a, tweede en derde lid, van de wet bedoelde gegevens en bescheiden te allen tijde juist en volledig zijn ingeschreven in het handelsregister;
- e. recidive: de omstandigheid dat een overtreder een overtreding begaat binnen vijf jaren nadat de oplegging van een bestuurlijke boete of strafrechtelijke sanctie of het verval van het recht tot strafvervolging ingevolge artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht wegens overtreding van artikel 47 juncto artikelen 19, eerste lid en 15a, tweede en derde lid, van de wet, onherroepelijk is geworden;
- f. wet: Handelsregisterwet 2007;
- g. wettelijk maximumbedrag: het bedrag bedoeld in artikel 47b, tweede lid, van de wet.
Artikel 2. Bepaling hoogte bestuurlijke boete
De minister kan een overtreding beboeten met een bestuurlijke boete ter hoogte van tien procent van het wettelijk maximumbedrag.
Indien sprake is van recidive kan de minister, met toepassing van het eerste lid, een vast te stellen bestuurlijke boete verdubbelen. Met inachtneming van het wettelijk maximumbedrag, kan de minister in successievelijke gevallen van recidive, met toepassing van het eerste lid, een vast te stellen bestuurlijke boete verviervoudigen, verachtvoudigen respectievelijk vertienvoudigen.
Onverminderd het eerste en tweede lid alsmede de artikelen 3:4 en 5:46 van de Algemene wet bestuursrecht, houdt de minister bij het vaststellen van de hoogte van een bestuurlijke boete wegens een overtreding in ieder geval rekening met de volgende omstandigheden, voor zover deze van toepassing zijn:
- a. de financiële draagkracht van de overtreder;
- b. de mate waarin de overtreder meewerkt aan de vaststelling van de overtreding;
- c. de maatregelen die door de overtreder na de overtreding zijn genomen om voortduring of herhaling van de overtreding te voorkomen.
De omstandigheden genoemd in het derde lid, onderdelen a, b en c, kunnen slechts leiden tot matiging van de hoogte van een bestuurlijke boete.
De stelplicht en de bewijslast van omstandigheden die kunnen leiden tot matiging van de hoogte van een bestuurlijke boete rusten op de overtreder.
Artikel 3. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2026. Indien de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 januari 2026, treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, en werkt het terug tot en met 1 januari 2026.
Artikel 4. Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel bestuurlijke boetes handhaving registratie uiteindelijk belanghebbenden van vennootschappen en andere juridische entiteiten.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.