Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen

Type Beleidsregel
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

1. Samenvatting

Deze richtlijn voor strafvordering bevat het strafbeschikkings- en strafvorderingsbeleid van het OM inzake misdrijven en overtredingen waarvoor feitomschrijvingen (feitcodes) zijn vastgesteld, voor zover deze zaken worden afgedaan met een politiestrafbeschikking of een OM-strafbeschikking.

Op zaken waarin een bestuurlijke strafbeschikking ter zake milieuovertredingen wordt uitgevaardigd is de Richtlijn voor strafvordering bestuurlijke strafbeschikking fysieke leefomgevingsfeiten (artikel 257 ba Sv) van toepassing.

Verder bevat deze richtlijn recidiveregelingen voor enkele soorten overtredingen.

2. Achtergrond

Alle zaken die met gebruikmaking van een feitcode zoals opgenomen in de Bijlage bij de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv), Bijlage I en II bij het Besluit OM-afdoening en de bij deze richtlijn behorende Bijlage OM-feiten (de Tekstenbundel) geautomatiseerd in de strafrechtketen worden verwerkt.

Het strafbeschikkings- en strafvorderingsbeleid van het OM inzake misdrijven en overtredingen (Bijlage I Besluit OM-afdoening en de bijlage OM-feiten met tarieven), omvattende de volgende afdoeningsvormen waarbij de zaak wordt afgedaan met een politiestrafbeschikking of OM-strafbeschikking.

Indien in deze richtlijn bij een recidiveregeling in de tabel een bepaalde gradatie van een feit ‘OM-strafbeschikking of eis ter zitting’ wordt genoemd, geldt als uitgangspunt dat een strafbeschikking wordt uitgevaardigd. Dagvaarden dient uitsluitend in die gevallen plaats te vinden waarin gelet op de voorgenomen eis het opleggen van een strafbeschikking niet mogelijk is.2Bijvoorbeeld in geval van een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen (OBM) van meer dan 6 maanden (artikel 257c Sv). Dagvaarden is ook aan de orde in die gevallen waarin sprake is van één of meer in de bijlage bij de Aanwijzing OM-strafbeschikking gestelde contra-indicaties. Bij dagvaarden vormt steeds de in deze of andere strafvorderingsrichtlijn(en) genoemde sanctie het uitgangspunt voor de eis ter zitting.

3. Op te leggen of te eisen sancties

De volgende straffen en maatregelen kunnen op grond van artikel 257a, tweede lid, Sv door de officier van justitie worden opgelegd:

Daarnaast kunnen op grond van artikel 257a, derde lid, Sv aan de verdachte aanwijzingen worden gegeven die onder meer kunnen inhouden het doen van afstand van voorwerpen die in beslag zijn genomen en vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer. Nog niet alle sanctiemodaliteiten zijn in de praktijk onder de strafbeschikking gebracht. Voor de laatste stand van zaken met betrekking tot de implementatie van de sanctiemodaliteiten wordt verwezen naar de Aanwijzing OM-strafbeschikking.

In deze richtlijn zijn bepaalde sancties afhankelijk gesteld van de zwaarte van de overtreding. Verder zijn bijvoorbeeld voor de overtreding van de voorschriften ten aanzien van de remvertraging van motorvoertuigen tarieven vastgesteld naar de mate waarin deze voorschriften zijn overschreden.

Bij de feitcodes die misdrijven betreffen is bij een enkel feit geen sanctie opgenomen. Dit betreft een feit (OM-feit) waarvoor de specifieke omstandigheden van het misdrijf maatwerk vereisen. Daarnaast is onder de misdrijven een aantal feitcodes opgenomen die betrekking hebben op de WWM. Hier zijn wel vaste boetebedragen voor opgenomen.

3.1. Afwijking van de in deze richtlijn aangegeven sancties

De officier van justitie mag, binnen de wettelijke strafmaxima, afwijken van de hoogte van de sanctie van de OM-strafbeschikking en/of eis ter zitting. Dat kan zowel naar beneden als naar boven, al naar gelang de omstandigheden van het geval daartoe aanleiding geven.

De officier van justitie kan een verdachte direct dagvaarden indien er twee of meer openstaande zaken op naam van verdachte staan geregistreerd waarin een strafbeschikking kan worden opgelegd en/of verdachte twee of meer niet onherroepelijke strafbeschikkingen op zijn naam heeft staan. Uitgangspunt in die gevallen is dat voor een nieuw feit geen politie- of OM-strafbeschikking wordt opgelegd.

NB In zaken waarin een strafbeschikking is uitgevaardigd doch waartegen verdachte verzet heeft ingesteld, is de officier van justitie bij zijn eis op zitting niet gebonden aan de geldboete die bij de initiële strafbeschikking is opgelegd. De officier kan bijvoorbeeld een taakstraf opleggen wanneer verdachte aanvoert niet in staat te zijn om een geldboete te voldoen. Wanneer verdachte geen grieven formuleert in het verzetschrift en dat ook op zitting niet doet, kan dat aanleiding zijn een hogere straf te vorderen. Verder geldt dat in het geval al een gedeeltelijke betaling heeft plaatsgevonden deze in de uitvoering door het CJIB in mindering wordt gebracht bij de executie van de door de rechter opgelegde straf. De officier dient het reeds voldane bedrag dus niet te verdisconteren in de eis.

3.2. Minderjarigen

Aan een minderjarige die wordt verdacht van het plegen van een feitgecodeerd feit kan in beginsel een strafbeschikking worden uitgevaardigd.

Parallel aan hetgeen in de Wahv is vastgelegd, geldt dat ten aanzien van minderjarigen van 12 tot 16 jaar de vastgestelde tarieven worden gehalveerd met een afronding op hele euro’s naar boven. Voor minderjarigen van 16 tot 18 jaar gelden in beginsel dezelfde tarieven als voor meerderjarigen.

Artikel 491 lid 2 Sv bepaalt dat bij het uitvaardigen van een strafbeschikking aan een minderjarige ter zake van een misdrijf – ingeval van een geldboete van meer dan € 115,– een raadsman moet worden toegevoegd. Voor deze zaken wordt geen politiestrafbeschikking of OM-strafbeschikking verzonden. Deze zaken worden ter beoordeling aan het (lokale) OM overgedragen.

3.3. Cumulatie van overtredingen

Bij cumulatie van overtredingen in één dossier of bij gezamenlijke behandeling van meerdere zaken verdient het aanbeveling bij de vaststelling van de sancties rekening te houden met de draagkracht van de verdachte.

4. Inbeslagneming

Ook indien sprake is van beslag3Hiervan is sprake indien door dezelfde verdachte voor de derde keer een onder strafrecht vallende overtreding binnen een tijdbestek van twee jaar is begaan en aan de verdachte bij één van de voorgaande overtredingen een waarschuwingsbrief is uitgereikt of toegezonden. kan in de in deze richtlijn beschreven gevallen een OM-strafbeschikking worden uitgevaardigd.

5. Recidiveregelingen voor enkele soorten overtredingen

5.1. Algemeen

Van recidive is sprake indien de overtreding wordt begaan binnen de recidivetermijn die voor dat feit geldt na afdoening4Afdoening houdt in: een onherroepelijke strafbeschikking, een onherroepelijk vonnis óf een betaalde transactie. van de vorige overtreding. Door het OM wordt via raadpleging van het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) vastgesteld of sprake is van recidive.

5.2. Recidiveregeling rijden zonder rijbewijs

De recidiveregeling voor het rijden zonder rijbewijs heeft betrekking op overtreding van artikel 107 eerste lid WVW 1994 (feitcode K 055) en overtreding van artikel 110 WVW 1994 jo. artikel 5 RR (feitcodes K 065 ea, K 065 eb, K 065 f, K 072 a en K 072 cd) voor bestuurders die te jong zijn om een rijbewijs te kunnen hebben. Deze recidiveregeling is daarnaast van toepassing op bestuurders van motorrijtuigen waarbij het rijbewijs zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur met meer dan één jaar of waarbij het rijbewijs met beperkte geldigheidsduur zijn geldigheid heeft verloren, zijnde een overtreding van artikel 107 tweede lid sub b WVW 1994 (feitcode K 060 f of K 060 g).

1 Bij de afronding van de geldboete worden de volgende afrondingsregels gehanteerd, waarbij het geldbedrag naar beneden wordt afgerond:

0 t/m 100 euro afronding op 5 euro

101 t/m 500 euro afronding op 10 euro

501 t/m 1.000 euro afronding op 50 euro

1.001 t/m 5.000 euro afronding op 100 euro 5.001 euro en hoger afronding op 500 euro

2 Bij iedere volgende overtreding wordt de hechtenis steeds 2 weken verhoogd.

1Let op! Per 1 juli 2024 zijn de artikelen 107 en 110 van de Wegenverkeerswet toegevoegd aan het Halt-besluit (art. 3 aanhef en onder q Besluit aanwijzing Halt-feiten 2024). De verdachte heeft dus hoogstwaarschijnlijk al een Halt-traject doorlopen. Het is feitelijk niet (altijd) de eerste overtreding, maar wel de eerste overtreding die in het strafrechtelijke traject komt.

2Na de schuldvaststelling worden deze sanctiebedragen door het CJIB – met inachtneming van de afspraken omtrent boetebedragen voor minderjarigen beneden de 16 jaar – automatisch gehalveerd. De beoordelaar hoeft die halvering dus niet zelf al toe te passen. In gevallen waarin dagvaarding noodzakelijk is, dient de beoordelaar het boetebedrag handmatig te halveren in GPS.

WS : werkstraf

Van recidive is sprake indien de overtreding wordt begaan binnen vier jaar na afdoening van de vorige overtreding. Door het OM wordt via raadpleging van het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) vastgesteld of sprake is van recidive.

5.3. Recidiveregeling gedocumenteerde overtredingen maximumsnelheid RVV 1990

Deze recidiveregeling wordt toegepast bij overtreding van de, in paragraaf 8, maximumsnelheid, van het RVV 1990 opgenomen, artikelen 19 (niet voldoende afstand houden), 20, 21, 22, 22a, 45 en 62 jo. de borden A1 en A3 (overschrijding maximumsnelheid), voor zover deze overtredingen niet administratiefrechtelijk worden afgedaan.

De recidiveregeling luidt als volgt: van recidive is sprake indien de overtreding wordt begaan binnen twee jaar na afdoening van één eerdere gedocumenteerde overtreding van artikel 19, 20, 21, 22, 22a, 45 en 62 jo. de borden A1 en A3 van het RVV 1990.

De categorie-indeling voor maximumsnelheid is ook van toepassing op de recidiveregeling gedocumenteerde overtredingen maximumsnelheid RVV 1990.

Categorie-indeling C (maximumsnelheid)

5.3.1. Recidiveregeling niet voldoende afstand houden

1De tarieven in deze tabel staan vermeld bij de van toepassing zijnde feitcodes en de tarieventabel zoals opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen.

2 Bij de afronding van de geldboete worden de volgende afrondingsregels gehanteerd, waarbij het geldbedrag naar beneden wordt afgerond:

0 t/m 100 euro afronding op 5 euro

101 t/m 500 euro afronding op 10 euro

501 t/m 1.000 euro afronding op 50 euro

1.001 t/m 5.000 euro afronding op 100 euro

5.001 euro en hoger afronding op 500 euro

5.3.2. Recidiveregeling snelheidsovertredingen (weg)

1De tarieven in deze tabel staan vermeld bij de van toepassing zijnde feitcodes zoals opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen en in de tarieventabel.

2Indien sprake is van een rechtspersoon, geldt (ingeval een OBM op de overtreding staat), in plaats van een OBM een opslag van 20% bovenop het vastgestelde sanctiebedrag.

3 Bij de afronding van de geldboete worden de volgende afrondingsregels gehanteerd, waarbij het geldbedrag naar beneden wordt afgerond:

0– 550 euro afronding op euro’s

551–999: afronding op 10 euro

1.000 tot 9999: afronding op 50 euro

1De vaste tarieven in deze tabel staan vermeld bij de van toepassing zijnde feitcodes zoals opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen. De Tekstenbundel is te vinden op de webpagina van de CFT op OM.nl en op JKA.

2 Bij de afronding van de geldboete worden de volgende afrondingsregels gehanteerd, waarbij het geldbedrag naar beneden wordt afgerond:

0–550 euro afronding op euro’s

551–999: afronding op 10 euro

1.000 tot 9.999: afronding op 50 euro

Indien de bestuurder van een motorvoertuig uit categorie 1 voor de eerste maal de maximumsnelheid overschrijdt, bijvoorbeeld met 49 km/h binnen de bebouwde kom (feitcode * VA 050), dan vaardigt de officier van justitie in dit geval een strafbeschikking uit waarin aan de verdachte een geldboete van € 810,– wordt opgelegd. Dit is het vaste sanctiebedrag dat bij deze overtreding behoort en geldt zowel indien het feit op kenteken is geconstateerd als in geval van een staandehouding.

Indien de eerste overtreding een overtreding van artikel 19 RVV 1990 (niet voldoende afstand houden) betreft dan dient dezelfde werkwijze te worden gehanteerd aan de hand van de hierop betrekking hebbende feitcodes S 005 c t/m S 005 g.

5.4. Recidiveregeling maximumconstructiesnelheid brom- en snorfietsen

Voor zover het ‘Muldergedragingen’ betreft zijn de tarieven en feitcodes voor het overtreden van artikel 5.*.8 lid 1, zoals opgenomen in de geldende bijlage bij de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften, van toepassing. Dit betreft de feitcodes N 083 a/b, N 085 a/b en N 086 a/b. Het in de onderstaande tabel vermelde vaste sanctiebedrag betreft de tarieven zoals deze zijn opgenomen in de Tekstenbundel voor misdrijven, overtredingen en Muldergedragingen bij de feitcodes N 083 g, N 085 g en N 086 g

1 Bij de afronding van de geldboete worden de volgende afrondingsregels gehanteerd, waarbij het geldbedrag naar beneden wordt afgerond:

0 t/m 100 euro afronding op 5 euro

101 t/m 500 euro afronding op 10 euro

501 t/m 1.000 euro afronding op 50 euro

1.001 t/m 5.000 euro afronding op 100 euro

5.001 euro en hoger afronding op 500 euro

ov: onvoorwaardelijk

OBM: ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen

OAV: onttrekking aan het verkeer

Van recidive is sprake indien de overtreding wordt begaan binnen twee jaar na afdoening van de vorige overtreding. Door het OM wordt via raadpleging van het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) vastgesteld of sprake is van recidive.

Bij inbeslagneming van het voertuig zijn er de volgende mogelijkheden

5.5. Recidiveregeling Veelplegers verkeer

5.5.1. Achtergrond

Per 1 januari 2015 geldt een aanpak van zogeheten Verkeersveelplegers. Kamerbrief Toezeggingen en verzoeken verkeershandhaving, d.d. 18 november 2013. Met deze aanpak is progressieve straftoemeting mogelijk gemaakt voor een scala aan verkeersovertredingen. Hieronder vallen zowel een aantal feiten die voorheen opgenomen waren in de Bijlage bij de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften en per 1 januari 2015 onder het strafrecht zijn gebracht, alsmede een aantal strafbare feiten waarop voorheen geen recidiveregeling van toepassing was. Deze op zichzelf staande aanpak geldt als een aanvulling op andere recidiveregelingen en ziet op de overtredingen die zijn gekoppeld aan de hierna in paragraaf 5.8.3 opgenomen feitcodes. Deze feiten zijn niet in een andere recidiveregeling opgenomen. Derhalve vindt er geen wisselwerking plaats tussen de verschillende regelingen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.