Statuten Nederlands Fonds voor Podiumkunsten
Statuten
Begripsbepalingen
Artikel 1
In de statuten wordt verstaan onder:
- a. bestuur: het bestuur van de stichting;
- b. Minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- c. raad van toezicht: de raad van toezicht van de stichting;
- d. schriftelijk: bij brief, e-mail, of bij boodschap die via een ander gangbaar communicatiemiddel wordt overgebracht en op schrift kan worden ontvangen.
- e. stichting: Stichting Nederlands Fonds voor de Podiumkunsten.
Naam en zetel
Artikel 2
De stichting draagt de naam: Stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten.
Zij heeft haar zetel in de gemeente: ’s-Gravenhage.
Doel en middelen
Artikel 3
De stichting heeft ten doel het in stand houden, ontwikkelen, sociaal en geografisch spreiden of anderszins verbreiden of bevorderen van uitingen op het gebied van podiumkunsten in Nederland en voorts al hetgeen daarmee verband houdt of daaraan bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord.
De stichting tracht dit doel te bereiken door onder meer het verlenen van financiële en andere ondersteuning aan kunstenaars en instellingen voor activiteiten op het gebied van podiumkunsten die zijn gericht op het scheppen, produceren presenteren en afnemen daarvan.
De stichting beoogt niet het maken van winst.
Vermogen
Artikel 4
Het vermogen van de stichting wordt gevormd door:
- a. subsidies;
- b. bijdragen van instellingen en particulieren;
- c. hetgeen wordt verkregen door erfstellingen en legaten, met dien verstande dat erfstellingen niet anders kunnen worden aanvaard dan onder het voorrecht van boedelbeschrijving;
- d. andere baten.
Het vermogen van de stichting dient ter verwezenlijking van het doel.
Bestuur: samenstelling, benoeming en defungeren
Artikel 5
Het bestuur van de stichting bestaat uit een door de raad van toezicht vast te stellen aantal van ten minste één en ten hoogste drie natuurlijke personen.
De raad van toezicht stelt een profielschets op voor de omvang van en samenstelling van het bestuur, rekening houdend met de aard van de stichting, haar activiteiten en de gewenste deskundigheid van de bestuurders, en legt deze ter goedkeuring voor aan de Minister.
De functie van bestuurder is, behoudens ontheffing door de raad van toezicht, onverenigbaar met de functie van directeur dan wel bestuurder of het lidmaatschap van de raad van toezicht van instellingen op het gebied van de podiumkunsten, met uitzondering van die functies die zij qualitate qua bekleden.
De bestuurders worden, met inachtneming van de profielschets als bedoeld in het tweede lid van dit artikel, op voordracht van de raad van toezicht benoemd door de Minister.
Iedere bestuurder kan, te allen tijde door de Minister worden geschorst en ontslagen.
Bestuurders worden benoemd voor de tijd van maximaal tien jaar. De eerste benoeming van een bestuurder betreft een tijd van ten hoogste vijf jaren. Bestuurders treden af volgens een door de raad van toezicht vast te stellen rooster van aftreden; een volgens het rooster aftredende bestuurder is onmiddellijk herbenoembaar tot het maximum van tien jaar is bereikt.
Een bestuurder defungeert:
- a. door zijn overlijden;
- b. doordat hij failliet wordt verklaard of hem surseance van betaling wordt verleend dan wel doordat de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem van toepassing wordt verklaard;
- c. door zijn ondercuratelestelling of doordat hij anderszins het vrije beheer over zijn vermogen verliest;
- d. door zijn aftreden, al dan niet door het volbrengen van het in het zesde lid bedoelde rooster;
- e. door zijn ontslag, verleend door de rechtbank in de gevallen in de wet voorzien;
- f. door zijn ontslag, verleend door de Minister,
- g. door het aanvaarden van een benoeming tot directeur dan wel bestuurder of tot lid van een toezichthoudend orgaan van een instelling op het gebied van de podiumkunsten, voor welke benoeming door de raad van toezicht geen ontheffing is verleend.
De raad van toezicht stelt de bezoldiging en verdere arbeidsvoorwaarden van de bestuurders vast met inachtneming van de Wet normering topinkomens.
Bestuur: taak en bevoegdheden
Artikel 6
Het bestuur is belast met het besturen van de stichting. Bij de vervulling van hun taak richten de bestuurders zich naar het belang van de stichting en de met haar verbonden onderneming of organisatie.
Het bestuur kan zich bij besluitvorming over aanvragen laten adviseren door een of meerdere adviescolleges. De adviseurs worden benoemd en ontslagen door het bestuur op basis van een door het bestuur opgestelde profielschets.
Het bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt en tot vertegenwoordiging van de stichting ter zake van deze handelingen. De in de vorige volzin omschreven besluiten zijn onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht als bedoeld in artikel 9.
Bestuurders doen aan de raad van toezicht opgaven van hun nevenfuncties, waaronder bestuursfuncties, commissariaten en adviseurschappen. Een bestuurder dient melding te doen van zakelijke banden tussen de stichting en een andere rechtspersoon of onderneming waarmee de betreffende bestuurder, direct dan wel indirect, persoonlijk is betrokken.
Het bestuur stelt de volgende plannen op, welke plannen de goedkeuring van de raad van toezicht behoeven, en herziet deze zo nodig:
- a. een jaarlijkse begroting met toelichting;
- b. een voortschrijdend meerjaren beleidsplan;
- c. een adequaat planning- en controlesysteem;
- d. eventuele andere plannen als van tijd tot tijd door de raad van toezicht te bepalen.
In geval van ontstentenis of belet van één of meer bestuurders is (zijn) de overblijvende bestuurder(s) met het gehele bestuur belast.
In geval van ontstentenis of belet van alle bestuurders of van de enige bestuurder wordt de stichting tijdelijk bestuurd door een persoon die daartoe door de raad van toezicht steeds moet zijn aangewezen. Gaat de raad van toezicht niet binnen vier (4) weken tot een zodanige aanwijzing over, dan kan (zolang de raad van toezicht daartoe niet een persoon heeft aangewezen) de Minister, al dan niet op verzoek van één (1) of meer belanghebbende(n), een persoon aanwijzen die tijdelijk met het besturen is belast.
Onder belet wordt in deze statuten in ieder geval verstaan de omstandigheid dat
- a. de bestuurder gedurende een periode van meer dan zeven (7) dagen onbereikbaar is door ziekte of andere oorzaken; of
- b. de bestuurder is geschorst.
Bestuur: vertegenwoordiging
Artikel 7
Het bestuur vertegenwoordigt de stichting.
De bevoegdheid tot vertegenwoordiging komt mede toe aan iedere bestuurder.
Het bestuur kan besluiten tot het verlenen van volmacht aan een of meer derden, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.
Bestuur: besluitvorming en taakverdeling
Artikel 8
Het bestuur doet een voorstel aan de raad van toezicht omtrent de besluitvorming en de werkwijze van het bestuur waarin begrepen de wijze waarop vergaderingen worden gehouden en de informatievoorziening aan de raad van toezicht. In dat kader wordt bepaald met welke taak iedere bestuurder meer in het bijzonder zal zijn belast. Deze regels en taakverdeling worden schriftelijk vastgelegd in een bestuursreglement, welk bestuursreglement wordt vastgesteld door de raad van toezicht, met inachtneming van het bepaalde in artikel 18. Doet het bestuur geen voorstel voor een bestuursreglement, dan is de raad van toezicht bevoegd het bestuursreglement vast te stellen, met inachtneming van het bepaalde in artikel 18.
De bestuurder die een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden onderneming of organisatie, meldt dit terstond aan de voorzitter van de raad van toezicht en verschaft daarover alle relevante informatie.
De raad van toezicht besluit buiten aanwezigheid van de betrokken bestuurder of er sprake is van een belang dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden onderneming of organisatie.
Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien de betreffende bestuurder daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden onderneming of organisatie.
Wanneer hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, wordt het besluit genomen door de raad van toezicht.
Besluiten van het bestuur kunnen te allen tijde schriftelijk worden genomen mits het betreffende voorstel aan alle in functie zijnde bestuursleden is voorgelegd en geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Schriftelijke besluitvorming geschiedt door middel van schriftelijke verklaringen van alle in functie zijnde bestuursleden.
Goedkeuring besluiten van het bestuur
Artikel 9
Onverminderd het elders in deze statuten bepaalde, zijn aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht onderworpen de besluiten van het bestuur omtrent:
- a. het verkrijgen, vervreemden, bezwaren, huren, verhuren en op andere wijze in gebruik of genot verkrijgen en geven van registergoederen;
- b. de strategie van de stichting, die moet leiden tot realisatie van de statutaire doelstellingen;
- c. de financiering van de strategie van de stichting;
- d. het ter leen verstrekken van gelden, alsmede het ter leen opnemen van gelden waaronder niet is begrepen het gebruik maken van een aan de stichting verleend bankkrediet;
- e. duurzame rechtstreekse of middellijke samenwerking met een andere organisatie of instelling, alsmede verbreking van een zodanige samenwerking;
- f. het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een derde verbindt;
- g. het optreden in rechte, met uitzondering van het nemen van die rechtsmaatregelen die geen uitstel kunnen lijden;
- h. het vaststellen van de hoofdlijnen van het arbeidsvoorwaardenbeleid voor de medewerkers;
- i. het sluiten en wijzigen van arbeidsovereenkomsten waarbij een beloning wordt toegekend boven die, welke uit bestaande regelingen voortvloeien;
- j. het treffen van pensioenregelingen en het toekennen van pensioenrechten boven die, welke uit bestaande regelingen voortvloeien.
- k. de aanvraag van faillissement en surseance van betaling van de stichting;
- l. het aangaan van overeenkomsten die een waarde van vijfhonderdduizend euro (€ 500.000,00) te boven gaan.
De raad van toezicht kan bepalen dat een in het eerste lid bedoeld besluit niet aan zijn goedkeuring is onderworpen, indien het daarmee gemoeide belang een door de raad van toezicht te bepalen en schriftelijk aan het bestuur op te geven waarde niet te boven gaat. Evenmin is een besluit aan de goedkeuring onderworpen wanneer dit voortvloeit uit een van de goedgekeurde plannen genoemd in artikel 6, vijfde lid.
De raad van toezicht is bevoegd ook andere besluiten dan die in dit artikel zijn genoemd aan zijn goedkeuring te onderwerpen. Deze besluiten dienen duidelijk omschreven te worden en schriftelijk aan het bestuur te worden meegedeeld.
Het ontbreken van goedkeuring van de raad van toezicht voor een besluit als bedoeld in dit artikel tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het bestuur of de bestuurders niet aan.
Verlenen van subsidie
Artikel 10
Het bestuur beslist over het verlenen van subsidie met inachtneming van een door het bestuur vast te stellen reglement als bedoeld in artikel 18.
Raad van toezicht
Artikel 11
De stichting heeft een raad van toezicht, bestaande uit een door de Minister vast te stellen aantal van ten minste drie en ten hoogste zeven natuurlijke personen. In ontstane vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien.
De raad van toezicht stelt, in overleg met de Minister, een profielschets voor zijn omvang en samenstelling vast rekening houdend met de aard van de stichting, haar activiteiten en de gewenste deskundigheid en achtergrond van de leden van de raad van toezicht. Deze profielschets vermeldt dat een voormalig bestuurder of andere beleidsbepalende functionaris van de stichting gedurende vier (4) jaren na diens defungeren geen deel mag uitmaken van de raad van toezicht. Deze profielschets wordt periodiek geëvalueerd door de raad van toezicht en de Minister maar in ieder geval wanneer een vacature vervuld dient te worden.
Leden van de raad van toezicht kunnen, behoudens ontheffing door de Minister, geen directeur of bestuurder zijn van, of lid van de raad van toezicht, of het lidmaatschap van een toezichthoudend orgaan bekleden van een instelling die eenzelfde of een gelijksoortig doel heeft als de stichting. De Minister kan bepalen dat deze ontheffing slechts geldig is voor een bepaalde door de Minister vast te stellen periode.
Het lidmaatschap van de raad van toezicht is onverenigbaar met de functie van bestuurder of werknemer van de stichting.
De Minister benoemt, met inachtneming van de profielschets als bedoeld in het tweede lid van dit artikel, de leden van de raad van toezicht. De Minister benoemt de voorzitter van de raad van toezicht in functie. Leden van de raad van toezicht kunnen te allen tijde worden geschorst en ontslagen door de Minister.
Leden van de raad van toezicht worden benoemd voor de tijd van ten hoogste vier (4) jaren en treden af volgens een door de raad van toezicht vast te stellen rooster van aftreden. De raad van toezicht is bevoegd zodanig rooster te wijzigen. Vaststelling van of wijziging in zodanig rooster kan niet meebrengen dat een zittend lid van de raad van toezicht tegen zijn wil defungeert voordat de termijn waarvoor hij is benoemd, verstreken is. Een volgens het rooster aftredend lid van de raad van toezicht is onmiddellijk doch ten hoogste éénmaal herbenoembaar.
Een lid van de raad van toezicht defungeert:
- a. door zijn overlijden;
- b. doordat hij failliet wordt verklaard of hem surseance van betaling wordt verleend dan wel doordat de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem van toepassing wordt verklaard;
- c. door zijn ondercuratelestelling of indien hij anderszins het vrije beheer over zijn vermogen verliest;
- d. door zijn aftreden, al dan niet volgens het in het zesde lid bedoelde rooster;
- e. door zijn ontslag, verleend door de Minister;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.