Besluit van de Raad van Bestuur van Zorginstituut Nederland van 9 december 2025, kenmerk 2025014275, tot vaststelling van de Beleidsregels beheerskosten Wlz en overige zorgkosten 2026
Gelet op artikel 91, eerste lid en derde lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen, artikel 4.4, derde lid, en artikel 4.5, eerste lid, van het Besluit Wfsv;
Besluit:
Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
Artikel 1.1. Definities
Deze Beleidsregels verstaan onder:
- Aanwijzingen: Aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz voor jaar t en de Nadere aanwijzingen middelen beheerskosten Wlz voor jaar t;
- beheerskosten: de beheerskosten als bedoeld in artikel 4.1, onder e, van het Besluit Wfsv;
- beheerskostenbudget: de ten laste van het Flz beschikbare middelen ter dekking van de voor de uitvoering van de Wlz te maken beheerskosten;
- CAK: het CAK, genoemd in artikel 6.1.1 van de Wlz;
- cliëntvertrouwenspersoon: persoon die onafhankelijk advies en ondersteuning geeft in kwesties die te maken hebben met onvrijwillige zorg;
- contracteerruimte: het financiële kader als bedoeld in de Beleidsregel Budgettair kader Wlz van jaar t;
- correctiebedrag: een bedrag per Wlz-uitvoerder dat bij de overgang naar een nieuwe verdeelsystematiek in 2022 is vastgelegd voor de periode 2022 tot en met 2026;
- deelbudget: bedrag dat in deze beleidsregels is opgenomen voor een specifiek doel;
- financieel verslag: het financieel verslag van Wlz-uitvoerders, bedoeld in artikel 5 van Regeling uitvoeringsverslag en financieel verslag Wlz-uitvoerder van jaar t;
- Flz: het Fonds langdurige zorg, genoemd in artikel 89 van de Wfsv;
- jaar t: het kalenderjaar waarop de vaststelling betrekking heeft;
- jaar t–1: het jaar voorafgaand aan het jaar t;
- jaar t+1: het jaar volgend op het jaar t;
- jaar t+2: het jaar dat ligt twee jaar na het jaar t;
- minister: de bewindspersoon die de Aanwijzingen voor besteedbare middelen beheerskosten Wlz voor jaar t ondertekent;
- opgave van ZN: brief van ZN aan het Zorginstituut over de afspraken van alle zorgkantoren en Wlz-uitvoerders over de verdeling van de deelbudgetten voor respectievelijk de zorgkantoren en de Wlz-uitvoerders;
- onafhankelijke cliëntondersteuning: onafhankelijke ondersteuning, als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wlz;
- pgb: persoonsgebonden budget, een subsidie als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wlz;
- pgb subsidieplafond: het financiële kader als bedoeld in de Beleidsregel Budgettair kader Wlz van de Nederlandse Zorgautoriteit;
- reserve uitvoering Wlz: de reserve die wordt aangehouden door een Wlz-uitvoerder, als bedoeld in artikel 4.6 van het Besluit Wfsv;
- Wfsv: de Wet financiering sociale verzekeringen;
- Wlz: deWet langdurige zorg;
- Wlz-uitvoerder: een rechtspersoon als bedoeld in artikel 4.1.1 van de Wlz;
- Zorginstituut: Zorginstituut Nederland;
- zorgkantoor: een ingevolge artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wlz voor een bepaalde regio aangewezen Wlz-uitvoerder;
- ZN: Zorgverzekeraars Nederland.
Hoofdstuk II. Beheerskosten
§ 1. Algemeen beheerskosten
Artikel 2.1. Vaststelling van het beheerskostenbudget
Het Zorginstituut stelt een voorlopig, nader en definitief beheerskostenbudget voor jaar t vast met inachtneming van de Aanwijzingen voor jaar t.
Artikel 2.2. Afronding van het beheerskostenbudget
Het Zorginstituut rondt het voorlopige, het nadere en het definitieve beheerskostenbudget af op hele euro’s, waarbij het Zorginstituut bedragen van een halve euro en hoger afrondt naar boven en overige bedragen naar beneden.
Artikel 2.3. Bepaling van de verzekerdenaantallen Wlz
Het Zorginstituut bepaalt het aantal ingeschreven Wlz-verzekerden voor jaar t op het peilmoment 30 juni van het jaar t–1 op basis van de tweede kwartaalstaat Wlz van de Wlz-uitvoerder voor het jaar t–1.
§ 2. Voorlopige vaststelling van het beheerskostenbudget jaar t
Artikel 2.4. Voorlopige vaststelling van het beheerskostenbudget
Het Zorginstituut stelt in januari van jaar t het beheerskostenbudget voor jaar t voorlopig vast voor de zorgkantoren en de Wlz-uitvoerders.
Artikel 2.5. Voorlopige berekening van het beheerskostenbudget voor de zorgkantoren
Het Zorginstituut verdeelt het bedrag voor de zorgkantoren voor de taken, bedoeld in artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wlz als volgt:
- a. een bedrag van 28,702 miljoen euro wordt verdeeld op basis van een gelijk bedrag per Wlz-uitvoerder met een zorgkantoorfunctie;
- b. een bedrag van 3,479 miljoen euro voor maatwerk persoonsgebonden budget (pgb) wordt verdeeld op basis van de opgave van ZN;
- c. het na toepassing van de onderdelen a en b resterende budget voor de zorgkantoren wordt verdeeld op basis van het aandeel van de Wlz-uitvoerder met zorgkantoorfunctie in de som van de contracteerruimte en het pgb subsidieplafond per oktober van jaar t–1.
Indien het Zorginstituut geen opgave van ZN ontvangt voor de verdeling van het in het eerste lid, onderdeel b, genoemde bedrag, verdeelt het Zorginstituut dit bedrag op basis van het aandeel van de Wlz-uitvoerder met zorgkantoorfunctie in de som van de contracteerruimte en het pgb subsidieplafond per oktober van jaar t–1.
Artikel 2.6. Voorlopige berekening van het beheerskostenbudget voor de Wlz-uitvoerders
Het Zorginstituut verdeelt het bedrag voor de Wlz-uitvoerders voor de overige bij of krachtens die wet geregelde taken van de Wlz-uitvoerders bedoeld in artikel 4.4, tweede lid, van het Besluit Wfsv als volgt:
- a. een bedrag van 2,998 miljoen euro op basis van een gelijk bedrag per Wlz-uitvoerder;
- b. een bedrag van 3,604 miljoen euro op basis van het aantal bij hen ingeschreven Wlz-verzekerden;
- c. een bedrag van 1,857 miljoen euro voor ondersteuningsteams voor regionale samenwerking op basis van de opgave van ZN;
- d. een bedrag van 0,998 miljoen euro voor de aansluiting van zorgkantoren op de iWlz-registers op basis van de opgave van ZN;
- e. een bedrag van 0,616 miljoen euro voor beheerskosten voor onafhankelijke cliëntondersteuning op basis van de opgave van ZN;
- f. een bedrag van 2,695 miljoen euro voor de ontwikkeling van het netwerkmodel iWlz op basis van de opgave van ZN;
- g. een bedrag van 0,218 miljoen euro voor de Projectleiding creëren langdurig klinisch wonen en verblijf op basis van de opgave van ZN;
- h. een bedrag van 1,780 miljoen euro voor crisisinterventieteams op basis van de opgave van ZN;
- i. een bedrag van 0,326 miljoen euro voor beheerskosten voor cliëntvertrouwenspersoon op basis van de opgave van ZN;
- j. een correctiebedrag dat is opgenomen in onderstaande tabel;
- k. het na toepassing van de onderdelen a tot en met j resterende budget voor de Wlz-uitvoerders op basis van het aantal bij hen ingeschreven Wlz-verzekerden.
Indien het Zorginstituut geen opgave van ZN ontvangt voor de verdeling van een of meer van de in eerste lid, onderdeel c tot en met i, genoemde bedragen, verdeelt het Zorginstituut een of meer van deze bedragen op basis van het aantal bij de Wlz-uitvoerder ingeschreven Wlz-verzekerden.
| Wlz-uitvoerder | Correctiebedrag in euro’s |
|---|---|
| A.S.R. Wlz-uitvoerder B.V. | –1.802 |
| Zilveren Kruis Zorgkantoor N.V. | 0 |
| Stichting Zorgkantoor Menzis | –476.286 |
| ONVZ Langdurige Zorg B.V. | –694 |
| Zorgkantoor DSW B.V. | 0 |
| Salland Zorgkantoor B.V. | –61.439 |
| Stichting Wlz-uitvoerder Zorg en Zekerheid | 692.126 |
| VGZ Zorgkantoor B.V. | –137.507 |
| CZ Zorgkantoor B.V. | –14.398 |
| Totaal | 0 |
Artikel 2.7. Voorlopig vastgesteld bedrag bij uitbesteding van overige taken aan een zorgkantoor
Het Zorginstituut stelt het bedrag per verzekerde voor de uitbesteding van de overige taken van een Wlz-uitvoerder aan een zorgkantoor, bedoeld in artikel 4.4, tweede lid, van het Besluit Wfsv, voorlopig vast op de uitkomst van de volgende berekening: het na toepassing van artikel 2.6, eerste lid, onderdelen a tot en met j resterende budget voor de Wlz-uitvoerders gedeeld door het aantal bij hen ingeschreven Wlz-verzekerden.
Het Zorginstituut rondt het bedrag per Wlz-verzekerde af op 9 decimalen.
§ 3. Nadere vaststelling van het beheerskostenbudget jaar t
Artikel 2.8. Nadere vaststelling van het beheerskostenbudget voor de zorgkantoren en de Wlz-uitvoerders
Uiterlijk op de eerste werkdag van februari van jaar t+1 stelt het Zorginstituut het beheerskostenbudget voor het jaar t voor de zorgkantoren en de Wlz-uitvoerders nader vast op basis van de bedragen in de meest recente Aanwijzing voor jaar t.
Het Zorginstituut berekent de nadere vaststelling van het beheerskostenbudget voor de zorgkantoren overeenkomstig de verdeelmethode in artikel 2.5.
Het Zorginstituut berekent de nadere vaststelling van het beheerskostenbudget voor de Wlz-uitvoerders overeenkomstig de verdeelmethode in artikel 2.6.
Artikel 2.9. Nader vastgesteld bedrag bij uitbesteding van overige taken aan een zorgkantoor
Het Zorginstituut stelt het bedrag voor de uitbesteding van de overige taken van een Wlz-uitvoerder aan een zorgkantoor, bedoeld in artikel 4.4, tweede lid, van het Besluit Wfsv, nader vast met de bedragen uit artikel 2.8 en overeenkomstig de methode in artikel 2.7.
§ 4. Definitieve vaststelling van het beheerskostenbudget jaar t
Artikel 2.10. Definitieve vaststelling van het beheerskostenbudget voor de zorgkantoren en de Wlz-uitvoerders
Uiterlijk in december van jaar t+2 stelt het Zorginstituut het beheerskostenbudget voor het jaar t voor de zorgkantoren en de Wlz-uitvoerders definitief vast op basis van de bedragen in de meest recente Aanwijzing voor jaar t.
Het Zorginstituut berekent de definitieve vaststelling van het beheerskostenbudget voor de zorgkantoren overeenkomstig de verdeelmethode in artikel 2.5.
Het Zorginstituut berekent het beheerskostenbudget voor de Wlz-uitvoerders overeenkomstig de verdeelmethode in artikel 2.6.
Het Zorginstituut betrekt bij de definitieve vaststelling eventuele correcties van de Nederlandse Zorgautoriteit voor het beheerskostenbudget van de zorgkantoren en de Wlz-uitvoerders.
Artikel 2.11. Definitief vastgesteld bedrag bij uitbesteding van overige taken aan een zorgkantoor
Het Zorginstituut stelt het bedrag voor de uitbesteding van de overige taken van een Wlz-uitvoerder aan een zorgkantoor, bedoeld in artikel 4.4, tweede lid, van het Besluit Wfsv, definitief vast met de bedragen uit artikel 2.10 en overeenkomstig de methode in artikel 2.7.
Hoofdstuk III. Overschrijding reserve uitvoering wlz
Artikel 3.1. Overschrijding reserve uitvoering Wlz
Het Zorginstituut stelt uiterlijk in december van jaar t+1 de overschrijding van de reserve uitvoering Wlz voor Wlz-uitvoerders vast op basis van het nader vastgesteld beheerskostenbudget en het financieel verslag over jaar t van de betreffende Wlz-uitvoerder.
Hoofdstuk IV. Overige zorgkosten
Artikel 4.1. Definitieve vaststelling vergoeding kosten van zorg die niet door CAK worden uitbetaald
Op grond van artikel 4.2, van het Besluit Wfsv vergoedt het Zorginstituut uit het Flz jaarlijks aan de Wlz-uitvoerders de kosten van de zorg die niet door het CAK aan de zorgaanbieders worden uitbetaald.
Het Zorginstituut stelt uiterlijk op de eerste werkdag in april van het jaar t+2 de vergoeding voor jaar t definitief vast.
Het Zorginstituut bepaalt de hoogte van de vergoeding op het verschil tussen de rechtstreeks met het Flz te verrekenen kosten en baten, zoals blijkt uit de opgave over jaar t in het financieel verslag over jaar t van de betreffende Wlz-uitvoerder.
Het Zorginstituut betrekt bij de definitieve vaststelling eventuele correcties van de Nederlandse Zorgautoriteit voor de kosten van zorg die niet door CAK worden uitbetaald over jaar t.
Hoofdstuk V. Betalingen
§ 1. Algemene bepaling voor het rentepercentage
Artikel 5.1. Bepaling rentepercentage
Voor het rentepercentage gaat het Zorginstituut uit van het gemiddelde van de maandrentes van het Euro Interbank Offered Rate (Euribortarief) voor driemaands termijngelden zonder onderpand. Voor de laatste kalendermaand vóór de betaling gaat het Zorginstituut uit van de rente over de daaraan voorafgaande kalendermaand.
⋯
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.