Besluit van de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit namens de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van 5 december 2025 tot vaststelling van het Specifiek interventiebeleid NVWA fytosanitaire wetgeving (IB03-SPEC 04, versie 03)

Type Beleidsregel
Publication 2026-02-15
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,

Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 22 van de Plantgezondheidswet, artikel 6, zevende lid, van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging LNV 2019 en het Algemeen interventiebeleid NVWA 2024;

Besluit vast te stellen de volgende beleidsregel:

1. Onderwerp

Het Specifiek interventiebeleid NVWA fytosanitaire wetgeving beschrijft, binnen de kaders van het Algemeen interventiebeleid NVWA 2024 (AIB), de klasseindeling en de interventies voor de specifieke overtredingen van de regelgeving met betrekking tot fytosanitaire wet- en regelgeving.

Overtredingen met betrekking tot de fytosanitaire wetgeving waarin deze beleidsregel niet voorziet worden voorgelegd aan de verantwoordelijke binnen de NVWA voor dit domein.

2. Begrippen en wettelijke basis

Hieronder is een aantal specifieke definities opgenomen in aanvulling op de definities en begrippen uit het AIB.

2.1. Definities

In aanvulling op de definities en begrippen uit het AIB gelden de volgende definities:

Schadelijke organismen kunnen in drie categorieën worden ingedeeld:

Op basis van een bedrijfsinspectie afgegeven faciliteit die een bedrijf in staat stelt logistieke handelingen te verrichten, te vergemakkelijken of markten te betreden. De erkenning kan zijn op basis van wetgeving (Quarantainestation en (import)inspectiecentrum, Gesloten Faciliteit (ontsnappen van Q-materiaal moet worden voorkomen)), een directe overeenkomst met NVWA (voorraad aanhouden van voorbedrukte fytosanitaire certificaten) of gepubliceerde voorwaarden en plaatsing van het bedrijf in een register onder beheer van de NVWA of Keuringsdienst (vernietigingslocatie, exportprogramma/exportprotocol, exportinspectielocatie, voorraadinspectielocatie). Een erkenning kan daarmee slaan op elke vorm van autorisatie, registratie of vergunning die is afgegeven voor het vergemakkelijken of mogelijk maken voor het voldoen aan fytosanitaire vereisten bij export, import, plantaardige productie of het verwerken van producten waar fytosanitaire verplichtingen op van toepassing zijn.

Garanties die afgegeven worden door de bevoegde autoriteit c.q. NPPO. Deze garanties worden afgegeven middels het fytosanitair (export)certificaat, het plantenpaspoort en middels registers en erkenningsprotocollen voor export op specifieke derde landen (zo genoemde ‘exportprotocollen’).

2.2. Gebruikte afkortingen

2.3. Wettelijke basis

Op het fytosanitaire werkterrein en daarmee samenhangende activiteiten gelden zowel Europese als nationale regels en de verplichtingen voortkomend uit het IPPC (International Plant Protection Convention). De belangrijkste wettelijke bepalingen die van belang zijn voor dit specifiek interventiebeleid zijn neergelegd in:

2.4. Uitvoering toezicht

Het fytosanitaire toezicht wordt, behalve door de NVWA, ook uitgevoerd door de keuringsdiensten. Het fytosanitaire toezicht kan onderdeel zijn van een inspectie, waarin ook toezicht wordt uitgevoerd op de communautaire verkeersrichtlijnen voor plantaardig uitgangsmateriaal en de Nederlandse Landbouwkwaliteitswet en Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 (kwaliteitswetgeving).

(Medewerkers van) de keuringsdiensten kunnen namens de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en op onderdelen vanuit de eigen bevoegde autoriteitsrol toezichthoudende taken uitvoeren. Hierop is dit interventiebeleid van toepassing.

In sommige situaties is er sprake van overtredingen m.b.t. zowel de fytosanitaire wetgeving als kwaliteitswetgeving. De NVWA en de betrokken keuringsdienst stemmen de aanpak van het onderzoek en de interventie(s) dan met elkaar af. Het uitgangspunt is dat een overtreding maar door één punitieve sanctie wordt bestraft (bijv. bestuurlijke boete of tuchtrecht).

3. Werkwijze

3.1. Het bepalen van de ernst van de overtreding

Overtredingen worden ingedeeld naar de klassen zoals gedefinieerd in het AIB.

In aanvulling op het AIB kent deze specifieke uitwerking op het fytosanitaire terrein een verbijzondering voor de (mogelijke) gevolgen van een overtreding op het risico van het introduceren en verspreiden van schadelijke organismen.

EU-quarantaineorganismen mogen niet worden binnengebracht op, in het verkeer zijn binnen, of gehouden, vermeerderd of vrijgelaten worden op het grondgebied van de Unie (artikel 5 PHR). Het enkele aantreffen van een EU-quarantaineorganisme wordt in dit interventiebeleid niet aangemerkt als overtreding, tenzij het aantreffen als verwijtbaar wordt beoordeeld. Hetzelfde geldt voor niet verwijtbaar verkeerd gebruik van plantenpaspoorten en fytosanitaire certificaten, indien een besmetting na het in het verkeer brengen of export van een partij wordt vastgesteld.

Indien een besmetting veroorzaakt wordt door het overtreden van een wettelijk gedragsvoorschrift, geldt de aangetoonde besmetting als een verzwarende omstandigheid bij het vaststellen van de interventie.

Ten algemene zijn overtredingen van administratieve bepalingen een vorm van systeemondermijning. Administratieve verplichtingen zijn een belangrijke voorwaarde om te kunnen beoordelen of aan fytosanitaire verplichtingen voldaan wordt.

Op basis van deze beoordeling en het AIB heeft de indeling in klasse plaatsgevonden. Daarbij zijn de volgende overwegingen meegenomen:

Voor de lichte overtredingen geldt dat na een derde constatering van een lichte overtreding wordt overgegaan naar de interventie die volgt op de constatering van een middelzware overtreding. Dat betekent dat een officiële waarschuwing dient te volgen.

3.2. Het bepalen van interventies bij een overtreding

Het fytosanitaire handhavingsbeleid is gericht op het vergroten van het fytosanitair bewustzijn: wetsovertreding leidt tot een risico op het uitbreken of verder verspreiden van quarantaineorganismen, met mogelijke consequenties voor de natuur, de landbouw en de handel.

Overtredingen van de fytosanitaire wet- en regelgeving worden doorgaans bestuurlijk beboet. Indien de ernst van de overtreding of de omstandigheden waaronder deze is begaan daartoe aanleiding geven, legt de NVWA deze aan het Openbaar Ministerie (OM) voor. Dit volgt uit artikel 26, tweede lid, van de Plantgezondheidswet. Het OM beslist of het overgaat tot strafrechtelijke afdoening. Strafrechtelijke afdoening is niet voorbehouden aan een vooraf aan te geven overtreding van een bepaald voorschrift, maar kan in beginsel bij alle overtredingen van de bij of krachtens de Plantgezondheidswet gestelde voorschriften noodzakelijk zijn.

De kolommen ‘interventies’ en ‘follow-up na overtreding; interventies bij herhaalde overtreding’ in de bijlage van dit document vermelden uitsluitend de bestuurlijke boete als bestraffende sanctie die doorgaans wordt toegepast. Dit laat onverlet dat, als een overtreding zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk kan worden afgedaan, op grond van de specifieke feiten en omstandigheden kan worden besloten om in plaats van een bestuurlijke boete een proces-verbaal op te maken ten behoeve van strafrechtelijke afdoening. Op voorhand is niet in de bijlage van dit document voor alle gevallen aan te geven wanneer wordt overgegaan tot een strafrechtelijke bestraffende sanctie. Daarom vormt deze paragraaf een aanvulling op bovengenoemde kolommen in de bijlage.

De NVWA beschikt naast de mogelijkheid om overtredingen van de fytosanitaire wet- en regelgeving bestuurlijk te beboeten over de mogelijkheid om een corrigerende interventie op te leggen. Voor een volledig overzicht van mogelijke corrigerende interventies kan de bijlage van het Algemeen Interventiebeleid worden geraadpleegd.

Voor welke corrigerende interventie wordt gekozen, is vastgelegd in artikel 5.5 van het AIB.

Na het constateren van een zware of middelzware overtreding kan een extra inspectie worden uitgevoerd om na te gaan of gemaakte afspraken over het opheffen van de overtreding zijn nagekomen.

4. Divers

Deze beleidsregel vervangt het op 19 december 2023 vastgestelde Specifiek interventiebeleid NVWA Fytosanitaire wetgeving.

Toegevoegd aan deze beleidsregel zijn de interventieregels volgende uit de EU-Verordeningen 2022/1192, 2022/1193, 2022/1194 en 2022/1195. Dit zijn de EU-Verordeningen ter voorkoming van verspreiding van de aardappelziekten: 1) aardappelmoeheid; 2) bruinrot; 3) ringrot en 4) wratziekte.

Ook zijn in deze nieuwe versie van de beleidsregel meerdere wijzigingen doorgevoerd op bestaande interventieregels. In de meeste gevallen gaat het om een aanscherping van de overtredingsklasse. Overtredingen worden daarmee zwaarder beoordeeld. Het gaat hier met name om interventieregels m.b.t. tracering, registratie en het opvolgen van maatregelen uit de beschikking.

Daarnaast zijn er een aantal interventieregels aan het Specifiek interventiebeleid toegevoegd ter nuancering van de mogelijke overtreding of om te voldoen aan de wens vanuit de praktijk om bepaalde wetgeving opgenomen te zien in het interventiebeleid.

Deze beleidsregel wordt aangehaald als ‘Specifiek interventiebeleid NVWA fytosanitaire wetgeving’.

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 15 februari 2026.

De bijlage van deze beleidsregel is te vinden op de website van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (www.nvwa.nl/interventiebeleid).

Bijlage

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.