Beleidsregel bestuurlijke boetes Inspectie JenV – Wki

Type Beleidsregel
Publication 2026-02-04
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Inspectie Justitie en Veiligheid (Inspectie JenV) heeft het volgende beleid vastgesteld waarin is vastgelegd hoe de hoogtes van bestuurlijke boetes als bedoeld in artikel 5:40, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) worden bepaald. Dit boetebeleid heeft betrekking op boetes die worden opgelegd voor overtredingen van of krachtens de Wet kwaliteit incassodienstverlening (Wki), het Besluit kwaliteit incassodienstverlening (Bki) en de Regeling kwaliteit incassodienstverlening (Rki). De toezichthoudende ambtenaren die werken bij de Inspectie JenV zijn belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Wki, zoals bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Wki.1Stcrt. 2024, 10434.

Met de Beleidsregel bestuurlijke boetes Inspectie JenV – Wki (beleidsregel) beoogt de Inspectie JenV enerzijds inzicht te geven in de relevante omstandigheden die van invloed zijn op de hoogte van de bestuurlijke boete. Anderzijds biedt deze beleidsregel de Inspectie JenV de nodige flexibiliteit om in individuele gevallen maatwerk toe te passen.

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. – Definities

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

Artikel 2. – Reikwijdte

Deze beleidsregel is van toepassing op bestuurlijke boetes die op grond van artikel 16, eerste lid, van de Wki, worden opgelegd voor overtredingen van de bepalingen als bedoeld in artikel 11, 12 en 13 van de Wki en artikel 5:20, eerste lid, van de Awb.

Hoofdstuk 2. Bepalen hoogte bestuurlijke boete

Artikel 3. – Vaststellen wettelijke boetecategorie

Categorie-indeling, boetebandbreedtes en verhogingsregelingen

Op grond van artikel 16, derde lid, van de Wki zijn de overtredingen van de Wki en onderliggende regelgeving waarvoor de Inspectie JenV een bestuurlijke boete kan opleggen, ingedeeld in de categorieën I, II en III.2Artikel 23, vierde lid, van het WvSr. Voor deze overtredingen gelden wettelijke boetemaxima die zijn opgenomen in de onderstaande tabel.

Daarnaast zijn in de Wki twee verhogingsregelingen van overeenkomstige toepassing verklaard. In deze gevallen kan categorie IV van toepassing zijn:3Artikel 16, vierde lid, van de Wki.

Hierbij gelden de volgende boetebandbreedtes6Artikel 16, derde lid, van de Wki, juncto artikel 23, vierde lid, van het WvSr.:

Categorie Overtreding Boetebandbreedte Boetemaximum1
Categorie I Artikel 11 van de Wki (naamgebruik en contactgegevens) € 3,– t/m € 515,– € 515,–
Categorie II Artikel 12 van de Wki (personeel) Artikel 5:20 van de Awb (medewerkingsplicht) € 3,– t/m € 5.150,– € 5.150,–
Categorie III Artikel 13 van de Wki (kwaliteitseisen) € 3,– t/m € 10.300,– € 10.300,–
Categorie IV Verhogingsregeling € 3,– t/m € 25.750,– € 25.750,–

1Per overtreding.

Artikel 4. – Stappen boeteoplegging
1.

De Inspectie JenV hanteert een stappenplan voor het vaststellen van de boete wegens één of meerdere overtredingen die is of zijn ingedeeld in een categorie, zoals bedoeld in artikel 3 van deze beleidsregel.

2.

De boetehoogtes van overtredingen die zijn ingedeeld in de in artikel 3 vermelde categorieën, worden bepaald aan de hand van de volgende stappen:

Stappenplan Omschrijving
Stap 1 Basisbedrag
Stap 2 Ernst en/of duur
Stap 3 Mate van verwijtbaarheid
Stap 4 Overige omstandigheden
Stap 5 Recidive
Stap 6 Financiële draagkracht
3.

Bij toepassing van dit stappenplan neemt de Inspectie JenV de bij wet vastgestelde boetemaxima, de toepasselijke bepalingen van (hoofdstuk 5 van) de Awb en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht.

Stap 1: Basisbedrag

De Inspectie JenV stelt allereerst per overtreding het toepasselijke basisbedrag voor de boete vast op basis van artikel 3 (overtreden artikel en boetecategorie). Dit basisbedrag wordt vervolgens als uitgangspunt genomen voor de stappen 2 tot en met 6. In de stappen 2 tot en met 6 kan het basisbedrag per overtreding worden verhoogd (tot ten hoogste het maximum van de boetebandbreedte) of verlaagd (tot ten laagste het minimum van die bandbreedte), afhankelijk van de mate waarin boeteverlagende of boeteverhogende omstandigheden daartoe aanleiding geven. Om deze boeteverlagende en/of boeteverhogende omstandigheden te kunnen toepassen, wordt als basisbedrag altijd de helft van de maximum boetebandbreedte (boetemaximum) genomen. Deze werkwijze maakt maatmerk mogelijk.

Categorie Overtreding Boetebandbreedte Basisbedrag1 Boetemaximum2
Categorie I Artikel 11 van de Wki (naamgebruik en contactgegevens) € 3,– t/m € 515,– € 258,– € 515,–
Categorie II Artikel 12 van de Wki (personeel) Artikel 5:20 van de Awb (medewerkingsplicht) € 3,– t/m € 5.150,– € 2.575,– € 5.150,–
Categorie III Artikel 13 van de Wki (kwaliteitseisen) € 3,– t/m € 10.300,– € 5.150,– € 10.300,–
Categorie IV Verhogingsregeling € 3,– t/m € 25.750,– € 12.875,– € 25.750,–

1Voor de wijze van afronding zie artikel 5 van de beleidsregel.

2Per overtreding.

Stap 2: Ernst en/of duur

Stap 3: Mate van verwijtbaarheid

Stap 4: Overige omstandigheden

De Inspectie JenV kan het op basis van de stappen 1 tot en met 3 berekende boetebedrag per overtreding verlagen op grond van onderstaande bijzondere omstandigheden, al dan niet in onderlinge samenhang bezien. De Inspectie JenV past deze stap toe met een maximum van 15%.

Opstelling overtreder

De Inspectie JenV kan rekening houden met de opstelling van de overtreder met betrekking tot de medewerking aan het onderzoek. De Inspectie JenV kan daarbij onder meer de volgende omstandigheden, al dan niet in onderlinge samenhang bezien, betrekken, waarbij het voor de Inspectie JenV van belang is dat het gaat om verregaande vormen van medewerking in de periode tot het vaststellen van het rapport:

Andere bijzondere omstandigheden

Daarnaast kunnen bijzondere omstandigheden aan de orde zijn die in het voorgaande niet zijn betrokken, maar die in het kader van de evenredigheid voor het bepalen van de hoogte van de boete wel relevant (kunnen) zijn. De Inspectie JenV zal deze omstandigheden per specifiek geval bezien.

Stap 5: Recidive

Indien sprake is van recidive van een overtreding, hanteert de Inspectie JenV in beginsel een verhoging van 25% van het voor die overtreding door middel van voorgaande stappen vastgestelde boetebedrag, mits het wettelijk vastgestelde boetemaximum niet wordt overschreden. Bij overschrijding stelt de Inspectie JenV de boete op het boetemaximum vast.

Stap 6: Financiële draagkracht

Hoofdstuk 3. Slotbepalingen

Artikel 5. – Afronding boetebedragen

Op grond van dit beleid vastgestelde boetes worden als volgt afgerond:

De afronding vindt na elke stap plaats.

Artikel 6. – Meerdere overtredingen

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.