Besluit van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek van 10 december 2025, nr. PLJ2627, tot vaststelling van een subsidieregeling Lokale Journalistieke Impact 2026–2027
Handelend in overeenstemming met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Gelet op artikel 8.3 en 8.15a van de Mediawet 2008;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1. Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a). journalistiek handelen: het vergaren, verwerken en verspreiden van informatie en nieuws, waarbij:
- i. het gaat om onafhankelijk tot stand gekomen berichtgeving die bestemd is voor een breed publiek en die bestaat uit originele, eigen content die niet machine-gegenereerd is;
- ii. gestreefd wordt naar zo accuraat en evenwichtig mogelijke berichtgeving; en
- iii. verantwoording wordt afgelegd en transparant wordt gehandeld en waarbij de afzender van de content duidelijk wordt gemaakt.
- b). lokaal gebied: Een niet-landelijk dekkend gebied met herkenbare gemeenschappelijke kenmerken op het gebied van taal, cultuur, bevolkingssamenstelling of institutionele structuur.
- c). lokale publieke media-instelling: instelling die op grond van titel 2.3 van de Mediawet 2008 is aangewezen voor de verzorging van een lokale publieke mediadienst voor een of meer gemeenten;
- d). ontwikkelsubsidie: subsidie voor kortlopende projecten ten behoeve van de financiële verduurzaming van private lokale mediaorganisaties;
- e). private lokale mediaorganisatie: een private organisatie die zich al minimaal 5 jaar bezighoudt met het maken en leveren van een dienst of product waarbij:
- i. de organisatie is gevestigd in Nederland;
- ii. de organisatie is ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel;
- iii. ten minste 25% van het product of de dienst tot stand komt door journalistiek handelen;
- iv. de organisatie zich richt op een lokaal gebied;
- v. de activiteiten van de organisatie gericht zijn op de Nederlandse markt; en
- vi. de organisatie niet is aangewezen als lokale publieke media-instelling.
- f). Stimuleringsfonds: het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek, bedoeld in artikel 8.2 van de Mediawet 2008.
- g). De-minimisverordening: Verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, C/2023/9700, PB L 2023/2831, 15.12.2023
- h). De-minimissteun: steun die wordt verleend binnen de kaders van de de-minimisverordening.
Artikel 1.2. Doel van de subsidie en subsidiabele activiteiten
Subsidieverstrekking op grond van deze regeling heeft tot doel het ondersteunen van private lokale journalistieke organisaties bij het versterken van hun journalistieke praktijk en het financieel verduurzamen van hun organisatie. Om dat doel te bereiken kan het Stimuleringsfonds subsidie verstrekken voor activiteiten ten behoeve van het structureel versterken van de journalistieke kwaliteit en de financiële basis van private lokale mediaorganisaties. Hiermee wordt het voor dergelijke organisaties mogelijk om zowel een journalistieke kwaliteitsslag te kunnen maken als ook te kunnen werken aan een goed functionerend en toekomstbestendig verdienmodel.
Deelname aan een door het Stimuleringsfonds aangeboden begeleidingsprogramma maakt onlosmakelijk onderdeel uit van de subsidieverlening op grond van deze regeling.
Artikel 1.3. Subsidieperiode
Een subsidie wordt verstrekt voor een periode van maximaal 12 maanden voor de kosten van subsidiabele activiteiten die worden uitgevoerd in de periode 1 juni 2026 tot en met 31 mei 2027.
Artikel 1.4. Subsidieplafond
Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is in totaal 640.000 euro beschikbaar.
Het Stimuleringsfonds weigert een subsidieaanvraag voor zover door de verstrekking van de subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden. Als na de subsidieverstrekking op grond van deze regeling het beschikbare bedrag, bedoeld in het eerste lid, niet geheel is gebruikt, kan het resterende deel gereserveerd worden ter besteding aan andere doelen van het Stimuleringsfonds.
Artikel 1.5. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
Op grond van deze regeling kan uitsluitend subsidie worden verstrekt voor de volgende kosten:
- a). Journalistieke arbeidskosten: de kosten van een passende beloning van nieuwe medewerkers op arbeidsplaats(en) uitsluitend ten behoeve van de journalistieke ontwikkeling van de organisatie, tot maximaal 50.000 euro per medewerker inclusief werkgeverslasten;
- b). Deelnamekosten: de kosten van een tegemoetkoming voor tijdinvestering van de medewerkers van de organisatie die deelnemen aan het begeleidingstraject, tot maximaal 30 euro per uur per medewerker.
De subsidiabele kosten worden door de aanvrager berekend volgens door het Stimuleringsfonds vastgestelde instructies.
Voor subsidie komen uitsluitend de in het eerste lid genoemde kosten in aanmerking, die in rechtstreeks verband staan tot de subsidiabele activiteiten en waarvan in redelijkheid mag worden aangenomen dat deze noodzakelijk zijn om de activiteiten te kunnen uitvoeren.
Kosten zijn uitsluitend subsidiabel indien deze na subsidieverlening door de subsidieontvanger zijn gemaakt voor uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend. Niet subsidiabel zijn kosten die reeds uit anderen hoofde zijn of worden gefinancierd.
Verschuldigde btw komt uitsluitend voor subsidie in aanmerking ingeval de aanvrager deze niet kan verrekenen.
Hoofdstuk 2. Aanvraag tot subsidieverlening
Artikel 2.1. Subsidieaanvrager
Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door een private lokale mediaorganisatie als bedoeld in artikel 1.1, onder e.
Een private lokale mediaorganisatie kan op grond van deze regeling slechts eenmaal voor één dienst of product subsidie aanvragen.
Het is voor een private lokale mediaorganisatie die al subsidie ontvangt binnen de Subsidieregeling Verduurzaming Onderzoeksjournalistieke Organisaties 2025-2026 (Staatscourant 2025, 32174) niet mogelijk om op grond van deze regeling subsidie aan te vragen. Een dergelijke subsidieaanvraag wordt geweigerd.
Artikel 2.2. Subsidieaanvraag
Een aanvraag wordt uitsluitend ingediend door het invullen van een door het Stimuleringsfonds vastgesteld aanvraagformulier op de website van het Stimuleringsfonds, volgens de daarbij vermelde instructies, en omvat in ieder geval:
- a). Een beschrijving van de voorgenomen activiteiten, een plan van aanpak, de ambities en het einddoel van het plan;
- b). Een beschrijving van de aard en omvang van het team dat de voorgenomen activiteiten gaat uitvoeren;
- c). Cv’s van alle deelnemende teamleden;
- d). Een realistische begroting inclusief dekkingsplan van de met de voorgenomen activiteiten verband houdende kosten, conform een door het Stimuleringsfonds vastgestelde modelbegroting;
- e). Het Kamer van Koophandel nummer;
- f). Een de-minimisverklaring, volgens een door het Stimuleringsfonds vastgesteld model, over de de-minimissteun en andere staatssteun die de aanvrager in de afgelopen drie jaren heeft ontvangen;
- g). Indien beschikbaar: de meest recente jaarrekening en het meest recente jaarverslag.
Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen als deze volledig is. Het Stimuleringsfonds beoordeelt binnen een week na indiening van de aanvraag de volledigheid daarvan. In voorkomend geval krijgt de aanvrager bericht over ontbrekende gegevens, met de eenmalige uitnodiging om de ontbrekende gegevens alsnog binnen één week, maar in elk geval voor het einde van de periode als genoemd in artikel 2.3, aan te leveren. Blijft tijdige en volledige aanlevering van de gegevens uit, dan wordt de aanvraag geweigerd.
Artikel 2.3. Termijn aanvraag
Een aanvraag wordt ingediend in de periode van 26 januari 2026 tot en met 23 maart 2026 om 23:59 uur.
Hoofdstuk 3. Subsidieverlening
Artikel 3.1. Verdeling subsidie
Het voor subsidie beschikbare bedrag wordt verdeeld op basis van een rangschikking van de aanvragen.
Artikel 3.2. Drempelcriteria
Aanvragen worden door het Stimuleringsfonds eerst beoordeeld aan de hand van het volgende drempelcriterium:
- a). De aanvrager voldoet aan artikel 2.1, eerste lid.
Als een aanvraag niet aan het drempelcriterium voldoet, wijst het Stimuleringsfonds de aanvraag af.
Artikel 3.3. Inhoudelijke criteria
Alleen indien de aanvraag voldoet aan artikel 3.2, wordt de aanvraag beoordeeld aan de hand van de volgende inhoudelijke criteria:
- a). Visie: in hoeverre is er sprake van een duidelijke visie op het versterken van de journalistieke praktijk en de financiële verduurzaming van de organisatie? In hoeverre levert de visie een bijdrage aan de pijlers Verbinden, Versterken, Vernieuwen en Verdienen?
- b). Plan van aanpak: in hoeverre is het plan van aanpak haalbaar? In hoeverre is het aannemelijk dat deze aanpak bijdraagt aan de versterking van de journalistieke praktijk en financiële verduurzaming van de organisatie?
- c). Team: in hoeverre beschikt het team over de nodige competenties om de organisatie op het vlak van versterking van de journalistieke praktijk en financiële verduurzaming te helpen groeien? In welke mate is de directie en/of het management betrokken bij het subsidie- en begeleidingstraject?
In de toelichting op deze regeling zijn de criteria en de wijze waarop het Stimuleringsfonds de criteria weegt, uitgewerkt.
Artikel 3.4. Beoordeling inhoudelijke criteria en rangschikking
Bij beoordeling van de aanvraag op de inhoudelijke criteria wordt het oordeel door het Stimuleringsfonds vertaald in een waardering per criterium. Hierbij wordt gewerkt met een systeem waarin deze waardering wordt omgezet in een cijfer. Zowel de waardering als het cijfer staan op zichzelf; aanvragen worden niet direct met elkaar vergeleken.
Het Stimuleringsfonds komt voor iedere aanvraag voor tot een gemotiveerde score volgens een vijfpuntenschaal: 1. Onvoldoende; 2. Matig; 3. Voldoende; 4. Goed; 5. Zeer goed.
De inhoudelijke criteria ‘Plan van aanpak’ en ‘Visie’ wegen ieder even zwaar mee in de beoordeling. Het criterium ‘Team’ heeft een zwaardere weging en telt voor twee keer mee ten opzichte van de andere criteria.
De scores per criterium worden bij elkaar opgeteld en vormen zo de totaalscore van de aanvraag.
De rangschikking wordt bepaald door het totaal aantal punten dat wordt behaald, waarbij aanvragen met de hoogste scores het eerst in aanmerking komen voor subsidie.
Niet voor rangschikking in aanmerking komen aanvragen die na de beoordeling minder dan 12 punten hebben gehaald. Die aanvragen worden afgewezen.
Indien het totaalbedrag van de in aanmerking komende aanvragen het subsidieplafond overschrijdt, wordt het budget als volgt verdeeld:
- a). de aanvraag die de meeste punten scoort volgens de rangschikking als genoemd in het vijfde lid, wordt als eerste gehonoreerd;
- b). telkens wordt de daaropvolgende aanvraag die de meeste punten scoort, als eerste gehonoreerd;
- c). indien meerdere aanvragen dezelfde score hebben gehaald en honorering van deze aanvragen tot overschrijding van het subsidieplafond zou leiden, dan worden deze gelijk geëindigde aanvragen als volgt gerangschikt:
- i. Op basis van de toegekende score op het criterium ‘Team’;
- ii. De alsdan gelijk beoordeelde aanvragen op basis van de toegekende score op het criterium 'Plan van aanpak’;
- iii. De alsdan gelijk beoordeelde aanvragen op basis van de toegekende score op het criterium ‘Visie’;
- iv. De alsdan gelijk beoordeelde aanvragen op basis van loting door een notaris.
Wanneer door de verstrekking van een subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden, worden zowel de aanvraag voor die subsidie als de daarop in de rangorde volgende aanvragen, afgewezen.
Wanneer de subsidieverlening niet aan de voorwaarden van de de-minimisverordening voldoet, wordt de subsidieverlening geweigerd of wordt, indien mogelijk, minder subsidie verleend dan aangevraagd.
Artikel 3.5. Besluit
Het Stimuleringsfonds beslist binnen 12 weken na afloop van de periode, bedoeld in artikel 2.3.
Artikel 3.6. Subsidiehoogte
De maximale hoogte van de te verlenen subsidie per aanvrager is 80.000 euro.
Artikel 3.7. Bevoorschotting
Bij subsidieverlening wordt het verleende subsidiebedrag in twee termijnen betaald, waarbij:
- a). Negentig procent van het verleende subsidiebedrag bij wijze van voorschot wordt betaald binnen vier weken na bekendmaking van het besluit tot subsidieverlening;
- b). Als de subsidie overeenkomstig de verlening wordt vastgesteld, het restant van tien procent na het besluit tot subsidievaststelling wordt betaald.
In overleg kan het Stimuleringsfonds bij wijze van uitzondering afwijken van de hoogte van bovengenoemde tranches en overgaan tot een andere percentuele betaling.
Hoofdstuk 4. Subsidievaststelling
Artikel 4.1. Aanvraag tot vaststelling
Een aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend in de periode van 5 juli 2027 tot en met 9 juli 2027.
De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van een inhoudelijk verslag en een financieel verslag als bedoeld in artikel 4.2.
Artikel 4.2. Inhoudelijk verslag en financieel verslag
Het inhoudelijk verslag bestaat uit een verslag over de verrichte activiteiten waarmee kan worden aangetoond dat de gesubsidieerde activiteiten volgens plan hebben plaatsgevonden.
Het financieel verslag sluit aan op de ingediende begroting. Het financieel verslag bevat een bestedingsverantwoording over de gehele projectperiode, afgezet tegen de begroting zoals deze bij de subsidieaanvraag is ingediend.
Het inhoudelijke verslag en het financieel verslag worden opgesteld volgens een door het Stimuleringsfonds vast te stellen format.
Het Stimuleringsfonds kan in het besluit tot subsidieverlening nadere verplichtingen opleggen in verband met de inrichting van het inhoudelijke verslag en het financieel verslag.
⋯
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.