Besluit van de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken van 11 februari 2026, nr. BZ2624947, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Subsidieprogramma Strategisch beurzen programma 2026–2030)
Gelet op de artikelen 6 en 7 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken;
Gelet op artikel 7.2 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006;
Besluit:
Artikel 1
Voor subsidieverlening op grond van artikel 7.2 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006, met het oog op subsidiëring van activiteiten gericht op het vergroten van het netwerk en de kansen op internationaal ondernemen voor Nederlandse ondernemingen op strategische beurzen, gelden voor de periode vanaf inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 december 2030 de als bijlage bij dit besluit gevoegde beleidsregels.
Artikel 2
Aanvragen voor subsidie in het kader van het Subsidieprogramma Strategisch beurzen programma 2026–2030 worden ingediend in halfjaarlijkse openstellingen.
Aanvragen voor subsidie in het kader van de eerste openstelling van het Subsidieprogramma Strategisch beurzen programma 2026–2030 worden ingediend vanaf 23 februari 2026, 12:00 Nederlandse tijd tot en met 20 maart 2026, 17:00 uur Nederlandse tijd.
Voor aanvragen voor subsidie in volgende openstellingen van het Subsidieprogramma Strategisch beurzen programma 2026–2030 gelden nader bekend te maken openstellingsperiodes.
Aanvragen voor subsidie in het kader van het Subsidieprogramma Strategisch beurzen programma 2026–2030 worden ingediend aan de hand van een door de minister beschikbaar gesteld aanvraagformulier en voorzien van de op het aanvraagformulier gevraagde bescheiden1Documenten beschikbaar via: www.rvo.nl/subsidies-financiering.nl/sbp.
Artikel 3
Voor subsidieverlening in het kader van het Subsidieprogramma Strategisch beurzen programma 2026–2030 geldt voor aanvragen bedoeld in artikel 2, tweede lid, een totaal subsidieplafond van € 1,3 miljoen, onderverdeeld in de volgende subsidieplafonds:
- a. € 400.000 voor categorie 1: aanvragen gericht op Nederlandse lounges, Nederlandse paviljoens en/of collectieve netwerkactiviteiten;
- b. € 425.000 voor categorie 2: aanvragen gericht op Nederlandse paviljoens en/of collectieve netwerkactiviteiten op een beurs voor een strategisch aangemerkte sector;
- c. € 475.000 voor categorie 3: aanvragen gericht op Nederlandse paviljoens en/of collectieve netwerkactiviteiten op strategisch aangemerkte beurzen.
Als na toepassing van het eerste lid een deel van het totaal subsidieplafond resteert, wordt dit toegevoegd aan het totaal subsidieplafond voor de daaropvolgende openstelling.
Voor subsidieverlening in het kader van het Subsidieprogramma Strategisch beurzen programma 2026–2030 gelden voor aanvragen als bedoeld in artikel 2, derde lid, nader bekend te maken subsidieplafonds.
Artikel 4
De verdeling van de subsidieplafonds, bedoeld in artikel 3, vindt plaats op grond van een beoordeling overeenkomstig de maatstaven die in de bijlage bij dit besluit zijn neergelegd, met dien verstande dat uit oogpunt van doelmatigheid voor categorie 3, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, per kalenderjaar niet meer dan twee subsidieaanvragen per sector in aanmerking komen voor subsidieverlening.
Artikel 5
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2031, met dien verstande dat het besluit van toepassing blijft op aanvragen die voor die datum zijn ingediend en subsidies die voor die datum zijn verleend.
Artikel 6
Dit besluit wordt aangehaald als: Subsidieprogramma Strategisch beurzen programma 2026–2030.
Bijlage
1. Achtergrond
Met het Subsidieprogramma Strategisch beurzen programma 2026–2030 (hierna: subsidieprogramma) wil de minister het Nederlandse bedrijfsleven ondersteunen bij het internationaal positioneren op strategische beurzen. Door middel van de inzet op strategische beurzen wordt bijgedragen aan het Nederlands verdienvermogen en de weerbaarheid van de Nederlandse economie, zoals uiteengezet in onder andere de Kamerbrief over beleidsagenda Buitenlandse Handel2Kamerbrief van 27 juni 2025, Kamerstukken II, 2024-2025, 36 180, nr. 168, Doen waar Nederland goed in is – Strategie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking., de Nationale Technologie Strategie3https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/06/07/nationale-technologiestrategie, de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie 2025-20294Kamerbrief van 4 april 2025, Kamerstukken II, 2024-2025, 31 125, nr. 134, Defensie Industrie Strategie. en de Kamerbrief over industriebeleid met focus5Kamerbrief van 17 oktober 2025, Kamerstukken II, 2025–2026, 29 826, nr. 277, Industriebeleid..
Het subsidieprogramma is bedoeld voor Nederlandse branche- en ledenorganisaties en de Trade and Innovate NL partners die collectieve beursinzendingen bij internationale strategisch aangemerkte vakbeurzen in binnen- en buitenland kunnen realiseren. Hiermee wordt ingezet op het vergroten van het netwerk en de kansen op internationaal ondernemen van het Nederlandse bedrijfsleven.
De openstellingen voor het subsidieprogramma zijn in het voorjaar en het najaar omdat dit aansluit op het ritme van de strategische beurzen waarvan de deelname wordt gestimuleerd.
2. Uitvoerder
De minister heeft de uitvoering van het subsidieprogramma opgedragen aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), agentschap van het Ministerie van Economische Zaken. RVO zal het subsidieprogramma uitvoeren namens de minister op grond van een aan RVO verleend mandaat.
3. Begrippen
In dit subsidieprogramma wordt verstaan onder:
4. Subsidieprogramma Strategisch beurzen programma 2026 - 2030
4.1. Doel en doelgroep
Dit subsidieprogramma heeft tot doel om Nederlandse ondernemingen te ondersteunen bij fysieke collectieve internationale beursdeelname op strategische beurzen waarmee hun netwerk en de kansen op internationaal ondernemen worden vergroot.
4.2. Wie kunnen in aanmerking komen voor een subsidie
Subsidies zijn bedoeld voor branche- en ledenorganisaties en Trade and Innovate NL partners die internationaal ondernemen hebben opgenomen in hun meerjarenstrategie en die:
4.3. Subsidiabele activiteiten
Om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie in het kader van dit subsidieprogramma moeten de activiteiten gericht zijn op het bereiken van het doel in paragraaf 4.1 en betrekking hebben op categorie 1, 2 of 3 (zie hieronder). Bij elke categorie moet de collectieve beursinzending onderdeel zijn van een meerjarige strategie van de aanvrager op de internationale positionering van de sector. Afhankelijk van de categorie waarvoor de subsidie wordt aangevraagd moet de inzending ook passen binnen de strategisch aangemerkte sectoren of betrekking hebben op een strategisch aangemerkte beurs. Per categorie gelden de volgende vereisten:
Categorie 1: Nederlandse lounges, Nederlandse paviljoens en/of collectieve netwerkactiviteiten
Categorie 2: Nederlandse paviljoens en/of collectieve netwerkactiviteiten op een beurs voor een strategisch aangemerkte sector
Categorie 3: Nederlandse paviljoens en/of collectieve netwerkactiviteiten op strategisch aangemerkte beurzen
Voor alle drie de categorieën geldt dat vereist is dat Netherlands Branding (NL Branding) wordt toegepast in de standbouw en de collectieve uitingen. Uitgebreide richtlijnen en templates zijn te vinden in de NL Branding toolkit9https://toolkit.nlplatform.com.
Voor alle drie de categorieën zijn de volgende activiteiten subsidiabel:
Grondhuur
Het gaat hierbij om de collectieve vierkante meters grond die gehuurd worden van de beursorganisatie voor het plaatsen van een Nederlands paviljoen of Nederlandse lounge. Vierkante meters die gebruikt worden voor individuele stands van ondernemingen vallen hier buiten.
Standbouw
De fysieke invulling (realisatie van de stand) van het collectieve gedeelte op de gehuurde grond tijdens de vakbeurs. Afhankelijk van de opzet kan gekozen worden voor een Nederlandse Lounge of een Nederlands Paviljoen (zie hierna). Activiteiten voor de realisatie van het private gedeelte van het paviljoen vallen buiten de subsidiabele activiteiten.
Een Nederlandse Lounge is een gemeenschappelijke ruimte met bijvoorbeeld een bar voor koffie, frisdrank en kleine versnaperingen, spreektafels en een informatiebalie. De lounge kan ook dienen als presentatieruimte. Binnen deze gemeenschappelijke ruimte kunnen bijvoorbeeld vitrines worden neergezet waarin ondernemingen hun brochures kunnen leggen. Deze ondernemingen krijgen geen eigen ruimte in de lounge. Ook kunnen geen bedrijfsnamen/logo’s worden opgenomen in het ontwerp, met uitzondering van een aparte wand voor collectieve logo’s. Concreet betekent dit dat ondernemingen gebruik kunnen maken van de Nederlandse Lounge als zij de beurs bezoeken, daar gasten ontvangen en ontmoeten en zaken kunnen doen. Zij hebben geen individuele stand.
Een Nederlands Paviljoen bestaat uit de volgende twee onderdelen:
Collectieve netwerkactiviteiten
Collectieve netwerkactiviteiten zijn activiteiten die binnen of rondom het Nederlands Paviljoen of de Nederlandse Lounge en de beurslocatie plaatsvinden en die gericht zijn op het versterken van internationale contacten, het bevorderen van samenwerking en het vergroten van de zichtbaarheid van de Nederlandse sector als geheel. De activiteiten moeten bijdragen aan het collectieve doel van de beursdeelname en toegankelijk zijn voor alle deelnemers. Individuele steun aan ondernemingen (zoals bijvoorbeeld individuele matchmaking) is niet subsidiabel.
Tot deze activiteiten behoren onder meer gezamenlijke netwerkbijeenkomsten, recepties, of andere ontmoetingsmomenten met een zakelijk karakter die bijdragen aan het collectieve doel van de beursdeelname, zoals beschreven in het plan van aanpak. Alsook gezamenlijke seminars en rondetafelgesprekken die plaatsvinden in het kader van de internationale vakbeurs en waaraan meerdere organisaties uit de sector waarop de beurs betrekking heeft, deelnemen.
Organisatie van de beurs
Hierbij gaat het om activiteiten die verricht worden voor de organisatie van de beursdeelname, waaronder het neerzetten van een Nederlandse Lounge of Nederlands paviljoen, de organisatie van de netwerkactiviteiten en de marketing en communicatie ten behoeve van de beursdeelname.
Promotiematerialen
Het maken van materialen voor de promotie van de beurs. Denk aan flyers en campagnes, voorafgaand, maar ook een aftermovie na afloop van de beurs.
In alle gevallen geldt dat de subsidie geen individuele onderneming mag bevoordelen. Economische activiteiten, dat wil zeggen commerciële promotie van goederen en diensten van individuele ondernemingen, zijn niet subsidiabel.
4.4. Looptijd van de activiteiten
De activiteiten in het kader van het subsidieprogramma moeten worden uitgevoerd binnen 18 maanden na subsidie-aanvraag.
4.5. Omvang van de subsidie
De subsidie bedraagt per aanvraag ten hoogste 80% van de totale subsidiabele kosten en voor:
Het deel van de totale subsidiabele kosten waarvoor geen subsidie wordt verstrekt moet door de aanvrager zelf worden gefinancierd, dit wordt ook wel de eigen bijdrage genoemd. Dit mag niet worden gefinancierd met middelen die verkregen zijn door middel van een directe of indirecte subsidie of bijdrage ten laste van de begroting van de Nederlandse overheid.
Een aanvrager kan maximaal vier subsidies per openstelling toegekend krijgen, waarvan maximaal twee voor categorie 3 (strategisch aangemerkte beurzen). Voor branche- en ledenvereniging met meer dan 500 leden geldt dat zij maximaal zes subsidies toegekend kunnen krijgen, waarvan maximaal twee in categorie 3.
5. Subsidiabele kosten
5.1. Uitgangspunten
Voor het bepalen van (de omvang van) de kosten die in aanmerking kunnen worden genomen bij het bepalen van de hoogte van de te verlenen subsidie gelden de volgende uitgangspunten:
5.2. Subsidiabele kosten
Subsidiabele kosten zijn de volgende door de aanvrager zelf te maken kosten:
Grondhuur
Standbouw
Collectieve netwerkactiviteiten
Organisatiekosten
Promotiematerialen
Kosten voor gedrukte of digitale producten, zoals bijvoorbeeld flyers of een aftermovie.
5.3. Niet-subsidiabele kosten
Niet subsidiabel zijn in ieder geval de volgende kosten:
6. Aanvraag
6.1. Vereisten
De aanvraag voor subsidie wordt maximaal één jaar tot uiterlijk één maand voor de start van de strategische beurs ingediend aan de hand van een door de minister beschikbaar gesteld aanvraagformulier en voorzien van de op het aanvraagformulier gevraagde bescheiden. Deze worden beschikbaar gesteld via de website van RVO7www.rvo.nl/subsidies-financiering.nl/sbp.
De aanvraag bevat in ieder geval:
De aanvrager verklaart dat hij op de hoogte is van, en zal handelen in overeenstemming met, de OESO-richtlijnen11https://www.oesorichtlijnen.nl/. Dit betekent dat er gepaste zorgvuldigheid (due diligence) wordt toegepast in overeenstemming met deze richtlijnen om (potentiële) negatieve effecten op mens en milieu in eigen activiteiten en de waardeketen te identificeren en waar nodig aan te pakken, en hier transparant over te communiceren. Ook wordt verklaard dat er geen activiteiten worden ondernomen die op de FMO-uitsluitingenlijst12https://www.fmo.nl/policies-and-position-statements staan.
6.2. Herstelperiode
In het kader van de aanvraagprocedure wordt met nadruk gewezen op artikel 7, derde lid, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken. Mocht een aanvraag onvolledig worden ingediend, dan kan de minister (met gebruikmaking van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht) vragen om een aanvulling. Als datum en tijd van ontvangst van de aanvraag zal vervolgens gelden de datum en tijd waarop de aanvulling is ontvangen. De kans dat de aanvraag dan moet worden afgewezen in verband met uitputting van de beschikbare subsidiemiddelen neemt in dit geval wel toe.
Hierbij geldt ook dat hoe korter voor het verstrijken van de deadline voor het indienen van aanvragen een onvolledige aanvraag wordt ingediend, hoe groter het risico dat de minister geen toepassing zal geven aan zijn bevoegdheid om een aanvulling te vragen; dit in verband met de tijd die is gemoeid met het controleren van alle aanvragen op volledigheid en de tijd die nodig is om een aanvulling te vragen en in te dienen. In dat geval zal de aanvraag derhalve niet meer kunnen worden aangevuld, maar zal deze worden beoordeeld zoals hij primair is ingediend. Dit kan leiden tot afwijzing van de subsidieaanvraag.
Daarnaast geldt in het algemeen dat het niet volledig indienen van aanvragen of onvoldoende onderbouwen van (onderdelen van) de aanvraag mogelijk leidt tot afwijzing van een subsidieaanvraag op basis van het niet of niet in voldoende mate voldoen aan de aan aanvragen gestelde vereisten en criteria.
Kortheidshalve verwijzen naar andere onderdelen van de aanvraag, websites of bijlagen is niet voldoende, tenzij in de aanvraagdocumenten uitdrukkelijk is aangegeven dat daarmee (geheel of gedeeltelijk) kan worden volstaan. Indien onderdelen van de aanvraagdocumenten niet worden ingevuld, loopt de penvoerder het risico op afwijzing van de aanvraag.
7. Beoordeling en verdeling beschikbare middelen
De bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht, het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 zijn onverkort van toepassing op de beoordeling van aanvragen en de uiteindelijke subsidieverstrekking in het kader van dit subsidieprogramma. De aanvragen worden beoordeeld met inachtneming van deze regelgeving en overeenkomstig de maatstaven die in dit subsidieprogramma zijn neergelegd.
De aanvragen worden beoordeeld op volgorde van binnenkomst van de aanvragen, waarbij het moment geldt waarop de aanvraag compleet bevonden is, dan wel de laatst mogelijke aanvulling is ontvangen (zie hierboven, paragraaf 6.2).
Vanaf het moment dat aannemelijk is dat de middelen op basis van de beoordeling van eerder binnengekomen aanvragen zullen worden uitgeput, wordt de behandeling van later binnengekomen aanvragen aangehouden. Indien blijkt dat eerdere aanvragen worden afgewezen, zullen de latere aanvragen in behandeling worden genomen, op volgorde van binnenkomst.
Om voor subsidie in aanmerking te kunnen komen dient de aanvraag te voldoen aan de hiervoor, in het bijzonder in paragraaf 4 tot en met 6, opgenomen vereisten.
Daarnaast worden de aanvragen vallend onder categorie 3 ook inhoudelijk beoordeeld op kwaliteit aan de hand van de hierna volgende criteria. De aanvraag dient voor elk afzonderlijk criterium het aangegeven minimum aantal punten te behalen, met een minimaal totaal van 65 punten op de 100 punten die maximaal kunnen worden behaald.
⋯
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.