Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 5 februari 2026, nr. WJZ/61832636, houdende regels voor de subsidieverstrekking ten behoeve van grote restauratieopgaven van niet-woonhuisrijksmonumenten (Subsidieregeling grote restauratieopgaven niet-woonhuisrijksmonumenten)
Gelet op de artikelen 7.3, tweede lid, juncto 7.7, tweede lid en 7.5, eerste lid, van de Erfgoedwet;
Besluit:
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- AGVV: Verordening (EU) 651/1024 van de Europese Commissie van 17 juni 2014, waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187/1);
- eigenaar: natuurlijke persoon of rechtspersoon die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht heeft op een rijksmonument;
- groen monument: rijksmonument of zelfstandig onderdeel zijnde een aanleg die geheel of gedeeltelijk bestaat uit beplanting, zoals een park- of tuinaanleg, met dien verstande dat verdedigingswerken zonder een rijksbeschermde groenaanleg niet worden aangemerkt als groen monument;
- inspectierapport: rapport dat de technische of fysieke staat van een rijksmonument beschrijft, en dat is opgesteld door een ter zake deskundige persoon of instantie;
- Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
- kerkelijk dienstgebouw in kerkelijk gebruik: rijksmonument of zelfstandig onderdeel dat functioneel bij een gebouw hoort dat in oorsprong uitsluitend of voor een overwegend deel is vervaardigd voor het gezamenlijk belijden van de godsdienst of levensovertuiging, vanwege het rechtstreeks met die gezamenlijke belijdenis in dat gebouw verbonden huidige gebruik;
- kerkgebouw: rijksmonument of zelfstandig onderdeel, dat in oorsprong uitsluitend of voor een overwegend deel is vervaardigd voor het gezamenlijk belijden van de godsdienst of levensovertuiging;
- Leidraad: Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten, opgenomen als bijlage bij de Subsidieregeling instandhouding monumenten;
- minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- niet-woonhuisrijksmonument: rijksmonument of zelfstandig onderdeel, dat geen woonhuis is;
- nieuwe eigenaar: natuurlijke persoon of rechtspersoon die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht op een rijksmonument heeft verkregen door eigendomsoverdracht als bedoeld in artikel 16;
- omgevingsvergunning: omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet;
- professionele organisatie voor monumentenbehoud: aangewezen organisatie als bedoeld in artikel 30 van de Subsidieregeling instandhouding monumenten;
- RCE: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed;
- restauratiekosten: kosten van restauratiewerkzaamheden en andere kosten die volgens de Leidraad als subsidiabel zijn aangemerkt;
- restauratiewerkzaamheden: werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen die noodzakelijk zijn voor de restauratie van het rijksmonument en daarmee samenhangend normaal onderhoud;
- samenstel van rijksmonumenten: twee of meer rijksmonumenten of zelfstandige onderdelen gekenmerkt door hun onderlinge samenhang die mede bepalend is voor hun monumentale waarde;
- woonhuis: rijksmonument of zelfstandig onderdeel dat in oorsprong is vervaardigd voor bewoning of dat voor meer dan de helft van de oppervlakte voor bewoning in gebruik is, met dien verstande dat niet als woonhuis wordt aangemerkt een kerkgebouw, kerkelijk dienstgebouw in kerkelijk gebruik, kasteel, paleis, hoofdhuis van een buitenplaats, landhuis, gebouw van liefdadigheid, molen, gemaal, agrarisch gebouw, watertoren of gebouw dat deel uitmaakt van een geregistreerd museum;
- zelfstandig onderdeel:
- a. deel van een rijksmonument dat is aan te merken als een zelfstandige bouwkundige eenheid,
- b. deel van een rijksmonument dat is aan te merken als een toren van een kerkgebouw, of
- c. alle delen gezamenlijk van een rijksmonument, zijnde een aanleg zoals een park- of tuinaanleg, die aan één eigenaar behoren, en niet het gehele rijksmonument omvatten.
Artikel 2. Toepassing Kaderregeling en AGVV
Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling. Onderdeel d van de begripsomschrijving van financieel verslag, bedoeld in artikel 1.1 van de Kaderregeling, de artikelen 3.1 en 3.3 tot en met 3.5, artikel 4.3, tweede lid, alsmede hoofdstuk 7 van de Kaderregeling zijn niet van toepassing.
Artikel 53 van de AGVV is van toepassing indien een aanvraag wordt ingediend door een rechtspersoon.
Artikel 3. Te subsidiëren activiteiten
De minister kan subsidie verstrekken aan een eigenaar voor de restauratiekosten ten behoeve van:
- a. groene monumenten;
- b. overige niet-woonhuisrijksmonumenten; of
- c. een samenstel van rijksmonumenten, gevormd door onder a of b genoemde monumenten.
Subsidiabel zijn de restauratiekosten, met dien verstande dat kosten waarvoor op grond van artikel 7 subsidie wordt geweigerd, als niet-subsidiabel worden aangemerkt.
In afwijking van de artikelen 3.2, tweede lid, en 4.3, eerste lid, van de Kaderregeling zijn ook de restauratiekosten subsidiabel ten aanzien van de voorbereiding van de aanvraag, bestaande uit voor de restauratiewerkzaamheden noodzakelijke aanbestedingskosten, leges voor de omgevingsvergunning voor de restauratiewerkzaamheden, en kosten voor inspectie, onderzoek, planvorming of rapporten.
Artikel 4. Hoogte subsidiebedrag
Het subsidiepercentage bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele restauratiekosten.
In afwijking van het eerste lid bedraagt het subsidiepercentage maximaal 30% van de subsidiabele restauratiekosten, indien de eigenaar op het moment van indienen van de aanvraag:
- a. belastingplichtig is als bedoeld in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, met dien verstande dat dit onderdeel niet van toepassing is indien de eigenaar uit hoofde van artikel 5, 6, 6a of 6b van die wet van de vennootschapsbelasting is vrijgesteld, hetgeen kan worden vastgesteld aan de hand van gegevens over het laatste boekjaar, voorafgaand aan het moment van aanvraag, waarvan de jaarrekening is vastgesteld en indien van toepassing de belastingaangifte is ingediend; of
- b. de kosten van activiteiten als bedoeld in artikel 3 voor het desbetreffende rijksmonument of zelfstandig onderdeel in aftrek zou kunnen brengen op hetzij de winst uit onderneming, bedoeld in afdeling 3.2 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001, hetzij het belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden, bedoeld in afdeling 3.4 van die wet.
Het subsidiebedrag wordt berekend over een bedrag van maximaal € 10 miljoen aan subsidiabele restauratiekosten.
Het tweede lid is niet van toepassing indien de eigenaar een professionele organisatie voor monumentenbehoud is.
Indien een aanvraag wordt ingediend namens meerdere mede-eigenaren, en op één of meer van deze mede-eigenaren is het tweede lid van toepassing, geldt voor die aanvraag maximaal het subsidiepercentage, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 5. Aanvraagperiode en subsidieplafond
De hoogte van het subsidieplafond voor enige aanvraagronde wordt bekend gemaakt in de Staatscourant.
In enig kalenderjaar kan uitsluitend subsidie worden aangevraagd indien het subsidieplafond is bekendgemaakt in de Staatscourant. In dat geval kan een aanvraag worden ingediend in de periode van 1 september tot en met 15 september van het kalenderjaar waarvoor het subsidieplafond is bekendgemaakt.
Artikel 6. Aanvraag subsidie
Een eigenaar dient een subsidieaanvraag elektronisch in bij de RCE met gebruikmaking van een aanvraagformulier dat daartoe op www.cultureelerfgoed.nl beschikbaar is gesteld.
Per aanvraag kan slechts voor één rijksmonument, zelfstandig onderdeel of samenstel van rijksmonumenten subsidie worden aangevraagd.
Per aanvraagronde, bedoeld in artikel 5, tweede lid, kan voor hetzelfde rijksmonument of zelfstandig onderdeel maar één aanvraag worden ingediend.
Een aanvraag mag alleen betrekking hebben op rijksmonumenten en zelfstandige onderdelen die aan één eigenaar behoren, waaronder mede-eigenaren.
Indien artikel 4, eerste lid, van toepassing is, kan een aanvraag worden ingediend voor één van de volgende subsidiepercentages van de subsidiabele restauratiekosten:
- a. 20%;
- b. 30%;
- c. 40%;
- d. 50%.
Indien artikel 4, tweede lid, van toepassing is, kan een aanvraag worden ingediend voor één van de volgende subsidiepercentages van de subsidiabele restauratiekosten:
- a. 10%;
- b. 20%;
- c. 30%.
Een aanvraag gaat vergezeld van:
- a. een actueel inspectierapport met een beschrijving van de technische staat van het rijksmonument, zelfstandig onderdeel of samenstel van rijksmonumenten, en, voor zover niet in het inspectierapport opgenomen, overzichts- en detailfoto’s met een toelichting, die een duidelijke indruk geven van het monument en zijn gebreken;
- b. tekeningen van de bestaande toestand van het rijksmonument en zijn gebreken, en tekeningen waarop de voorgenomen restauratiewerkzaamheden duidelijk staan aangegeven;
- c. een werkomschrijving of bestek, gebaseerd op de beschrijving van de technische staat, met de toe te passen constructies, materialen, afwerkingen en kleuren en de wijze van uitvoering en verwerking;
- d. een afschrift van de omgevingsvergunning, met de daaraan ten grondslag liggende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor de beoordeling van de omgevingsvergunning, voor in ieder geval de eerste fase van de restauratiewerkzaamheden waarvoor subsidie wordt gevraagd;
- e. een gespecificeerde begroting van de restauratiekosten, met gebruikmaking van een door de minister vastgesteld begrotingsmodel, dat daartoe op www.cultureelerfgoed.nl beschikbaar is gesteld, waarin per werkzaamheid de daarbij behorende hoeveelheden en kosten van arbeid, materiaal en materieel zijn aangeven;
- f. een planning van de restauratiewerkzaamheden en uitgaven, met een voorgenomen startdatum en einddatum, waaruit blijkt dat de restauratiewerkzaamheden binnen 18 maanden na de aanvraagperiode aanvangen en binnen vijf jaar na aanvang worden afgerond;
- g. voor zover het een zelfstandig onderdeel betreft dat is aan te merken als een zelfstandige bouwkundige eenheid of als een toren van een kerkgebouw: een tekening waarop het zelfstandige onderdeel duidelijk is weergegeven ten opzichte van aangrenzende zelfstandige onderdelen;
- h. voor zover het een groen monument betreft:
- 1°. één overzichtskaart van het groene monument, voorzien van een schaalstok en noordpijl, met de locatie van de restauratiewerkzaamheden;
- 2°. voor zover het een zelfstandig onderdeel betreft: een kaart met de betrokken kadastrale percelen;
- i. indien het een samenstel van rijksmonumenten betreft:
- 1°. een beknopte uitleg van de onderlinge samenhang;
- 2°. een overzichtskaart waarop de desbetreffende rijksmonumenten of zelfstandige onderdelen duidelijk zijn weergegeven;
- j. in voorkomende gevallen rapporten inzake bouwfysische, bouwhistorische, constructieve, cultuurhistorische, decoratieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten;
- k. in het geval van meerdere eigenaren: een machtigingsformulier, ondertekend door elk van de mede-eigenaren.
Artikel 7. Weigeringsgronden
Subsidie wordt in ieder geval geweigerd:
- a. voor zover de aanvraag betrekking heeft op een woonhuis;
- b. voor zover de aanvraag betrekking heeft op een archeologisch monument;
- c. indien de aanvraag uitsluitend betrekking heeft op normaal onderhoud;
- d. indien de aanvrager niet beschikt over de omgevingsvergunning voor in ieder geval de eerste fase van de restauratiewerkzaamheden waarvoor subsidie wordt gevraagd;
- e. voor zover de restauratiekosten betrekking hebben op restauratiewerkzaamheden die reeds zijn aangevangen of voltooid vóór de subsidieverlening, uitgezonderd de restauratiekosten, bedoeld in artikel 3, derde lid;
- f. voor zover de subsidie naar het oordeel van de minister niet noodzakelijk is voor de instandhouding van het rijksmonument, zelfstandig onderdeel of samenstel van rijksmonumenten;
- g. voor zover de werkzaamheden waarvoor subsidie wordt gevraagd naar het oordeel van de minister niet sober en doelmatig zijn;
- h. voor zover voor de restauratiewerkzaamheden waarvoor subsidie wordt gevraagd reeds een rijkssubsidie of een lening als bedoeld in artikel 7.8 van de Erfgoedwet is verstrekt;
- i. voor zover bij schade de restauratiekosten op grond van een verzekering worden gedekt;
- j. voor zover de kosten waarvoor subsidie wordt gevraagd op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968 op verschuldigde omzetbelasting in aftrek kunnen worden gebracht of op verzoek kunnen worden terugbetaald, of op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds kunnen worden teruggevorderd;
- k. voor zover voor hetzelfde rijksmonument of zelfstandig onderdeel in de vijf kalenderjaren voorafgaand aan de indiening van de aanvraag op grond van deze regeling reeds subsidie is verleend;
- l. indien de aanvraag wordt ingediend buiten de periode bedoeld in artikel 5, tweede lid;
⋯
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.