Beleidsregel van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 6 februari 2026, nr. PO/55067900, houdende regels voor een vervolgexperiment ten behoeve van onderzoek naar een andere dag- en weekindeling in het primair onderwijs (Beleidsregel vervolg andere dag- en weekindeling)

Type Beleidsregel
Publication 2026-02-21
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 2 van de Experimentenwet onderwijs, artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 71 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 71 van de Wet op de expertisecentra;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

Artikel 2. Het doel van het experiment

Het doel van het experiment is om bij de deelnemende scholen te onderzoeken:

Hoofdstuk 2. Experiment

Artikel 3. Het experiment
1.

Het bevoegd gezag van een school die is gevestigd binnen de G5 en deelneemt aan het experiment mag afwijken van artikel 3, eerste lid, onder b, van de WPO en artikel 3, eerste lid, onder b, van de WEC en daarbij andere onderwijsactiviteiten als bedoeld in artikel 9, van de WPO en artikel 13 van de WEC aanbieden, indien:

2.

In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, mag een school maximaal 27,5 uur per maand afwijken van de artikelen, genoemd in de aanhef van het eerste lid, indien de school heeft gekozen voor wekelijks maximaal 5,5 uren op een vaste dag per week en die vaste dag in de betreffende maand in een vijfde week valt.

Artikel 4. De aanvraagprocedure en voorwaarden voor deelname
1.

Het bevoegd gezag dat met een school wil deelnemen aan het experiment, genoemd in artikel 3, kan bij de minister een aanvraag doen.

2.

Alleen scholen die liggen in een G5-gemeente kunnen deelnemen aan het experiment.

3.

De aanvraag voor deelname aan het experiment kan worden ingediend in de periode van 9 april 2026 9:00 uur tot en met 30 april 2026 13:00 uur bij de minister per e-mail via onderwijstijdpo@minocw.nl. Een bevoegd gezag dat nog niet meedoet aan het experiment kan doorlopend tot uiterlijk 31 mei 2029 13:00 de aanvraag voor deelname indienen. Aanvragen ingediend na 31 mei 2029 13:00 uur worden afgewezen.

4.

Een bevoegd gezag overlegt bij de aanvraag:

Artikel 5. Selectie en beslistermijn
1.

Voor toelating tot het experiment beoordeelt de minister of de aanvraag voldoet aan de voorschriften uit artikel 4.

2.

De minister besluit uiterlijk 30 juni 2026 op de aanvragen, bedoeld in artikel 4, derde lid, eerste volzin, tot deelname aan het experiment. De minister besluit in de daaropvolgende jaren:

Artikel 6. Looptijd van het experiment en van de datalevering
1.

Het experiment begint op 1 augustus 2026 en eindigt op 31 juli 2030. De datalevering ten behoeve van het experiment eindigt op uiterlijk 31 december 2030.

2.

Scholen die deelnemen aan het experiment voldoen vanaf de start van het schooljaar 2031–2032 weer aan de wettelijke voorschriften, genoemd in artikel 3.

Artikel 7. Melding plan gereed en beëindiging deelname
1.

Een school van een bevoegd gezag dat deelneemt aan het experiment kan pas gebruik maken van de in artikel 3 geboden mogelijkheden, nadat het bevoegd gezag melding heeft gemaakt bij het onderzoeksbureau, genoemd in artikel 8, van het gereed zijn van het plan voor de deelname en na instemming van de medezeggenschapsraad, genoemd in artikel 3 van de WMS. Indien het plan op schoolniveau is verlopen of inhoudelijk wordt gewijzigd, is opnieuw instemming van de medezeggenschapsraad nodig.

2.

De melding, genoemd in het eerste lid, bevat in ieder geval:

3.

Indien een wijziging plaatsvindt in de gegevens, genoemd in het tweede lid, dan wel indien een school de deelname aan het experiment beëindigt, meldt het bevoegd gezag dit bij het onderzoeksbureau. Het onderzoeksbureau geeft dit door aan de minister.

4.

De wijziging of afmelding, genoemd in het derde lid, bevat:

Artikel 8. Onderzoek en evaluatie
1.

Scholen die deelnemen aan dit experiment werken mee aan door of namens de minister ingesteld onderzoek dat gericht is op het verschaffen van inlichtingen aan de minister ten behoeve van de ontwikkeling van het experiment en het beleid.

2.

Bij het onderzoek zal in ieder geval inzichtelijk worden gemaakt op welke wijze en in welke mate scholen gebruik hebben gemaakt van de geboden afwijkingsmogelijkheden, waarbij wordt onderzocht:

3.

De minister schakelt een onderzoeksbureau in ten behoeve van de meldingen, genoemd in artikel 7 en het onderzoek, bedoeld in het eerste en tweede lid.

Hoofdstuk 3. Slotbepalingen

Artikel 9. Verlenging van het experiment

Indien naar aanleiding van het experiment wordt besloten tot aanpassing van de wettelijke voorschriften, genoemd in artikel 2, kan de minister besluiten de duur van het experiment, genoemd in artikel 3, te verlengen tot de inwerkingtreding van de nieuwe wettelijke voorschriften.

Artikel 10. Inwerkingtreding
1.

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst.

2.

Deze beleidsregel vervalt met ingang van 1 augustus 2031.

Artikel 11. Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel vervolg andere dag- en weekindeling.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.