Statutenwijziging Stichting Nederlandse Algemene Kwaliteitsdienst Tuinbouw
Naktuinbouw
Algemeen
Artikel 1
De Stichting draagt de naam:
“Stichting Nederlandse Algemene Kwaliteitsdienst Tuinbouw”, bij afkorting Naktuinbouw; zij is gevestigd te Roelofarendsveen (gemeente Kaag en Braassem).
Artikel 2
De Statuten en Reglementen van de Stichting nemen over de terminologie van de Zaaizaad- en Plantgoedwet 2005 en de Plantgezondheidswet met de daarop gebaseerde uitvoeringsvoorschriften, tenzij anders bepaald.
Naktuinbouw is voor de uitvoering van de in artikel 3 lid 3 bedoelde werkzaamheden als inspectie-instelling aangewezen als bedoeld in de Zaaizaad-en Plantgoedwet 2005 en als bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 2 lid 3 van de Plantgezondheidswet dan wel zijn de daartoe bij Naktuinbouw in dienst zijnde nader omschreven functionarissen gemandateerd door de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.
Doel en middelen
Artikel 3
De Stichting stelt zich ten doel:
-
- te bevorderen dat betrouwbaar teelt- en plantmateriaal van bloemisterij-, boomkwekerij- en groentegewassen wordt voortgebracht, in het verkeer gebracht, verder verhandeld en uitgevoerd;
-
- het gebruik van betrouwbaar teelt- en plantmateriaal als in lid 1 van dit artikel omschreven alsmede de verbetering van dat materiaal te bevorderen;
-
- om op basis van hetzij de wet, hetzij een ministerieel mandaat controle- en inspectiewerkzaamheden te verrichten op planten en plantaardige producten. Onder deze werkzaamheden worden in het bijzonder begrepen de keuring en de controle op de naleving van de bij of krachtens de Zaaizaad- en Plantgoedwet 2005 en de Plantgezondheidswet gestelde voorschriften en de uitvoering van fytosanitaire inspecties en het verstrekken van fytosanitaire documenten en kwaliteitscertificaten;
-
- rassenregistratie- en kwekersrechtonderzoek te verrichten in cultuurgewassen.
Artikel 4
De Stichting verricht uitsluitend werkzaamheden van openbaar belang en streeft haar doelstelling na met onder meer de navolgende middelen:
- a. het doen van voorstellen tot wijziging van inspectie- en keuringsnormen dan wel van inspectie- en keuringsvoorschriften aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur;
- b. het verrichten van keuringen, inspecties en controles op basis van de Zaaizaad- en Plantgoedwet 2005 en de Plantgezondheidswet en de op deze wetgeving steunende voorschriften;
- c. het stellen van voorschriften met betrekking tot de wijze waarop de keuring of de inspectie wordt uitgevoerd en de wijze waarop het uitreiken van kentekenen en bewijsstukken plaatsvindt;
- d. het ontwikkelen en instandhouden van certificatieschema’s voor de productie van hoogwaardig teelt- of plantmateriaal, de technische inrichting en/of de technische administratie van het bedrijf van de leverancier of de exploitant, of aspecten daarvan, welke schema’s voorschriften bevatten die een directe aansluiting vinden bij de wettelijke eisen die aan plantaardig materiaal en de leverancier of exploitant daarvan worden gesteld, waarbij op verzoek van de leverancier of exploitant een certificaat wordt verstrekt dat kenbaar maakt dat een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de kwaliteit van dat materiaal, dan wel de productieomstandigheden op zijn bedrijf, overeenstemmen met hetgeen in het certificatieschema is neergelegd;
- e. het verrichten van rassenregistratie- en kwekersrechtonderzoek, de administratieve verwerking van aanvragen voor rassenregistratie en kwekersrechtverlening en het voorbereiden van door de Minister van Landbouw, Visserij. Voedselzekerheid en Natuur dan wel de Raad voor plantenrassen te nemen beslissingen;
- f. het verstrekken van informatie en adviezen aan sectoren en (organisaties van) het bedrijfsleven over aangelegenheden die op het werkterrein van de Stichting liggen, alsmede het verzamelen en overdragen van kennis betreffende plantaardig materiaal, onder meer door het verzorgen van opleidingen, cursussen, workshops of trainingen en het onderhouden van contacten met kennisinstituten, het lager, middelbaar en hoger beroepsonderwijs, de universiteiten en met overige daarvoor in aanmerking komende organisaties, met name in tuinbouwbedrijfsleven en agrarische beroepenvelden;
- g. het bevorderen dat toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek en proefnemingen op de doelmatigste wijze dienstbaar worden gemaakt aan de activiteiten die de Stichting, gezien haar doelstelling, uitvoert;
- h. het bevorderen van het gebruik van goedgekeurd Nederlands teelt- en plantmateriaal in binnen- en buitenland;
- j. het uitoefenen van toezicht op de naleving van de geldende voorschriften om te bevorderen, dat hoogwaardig en gezond plantmateriaal beschikbaar komt;
- k. andere middelen, welke tot het bereiken van het doel bevorderlijk kunnen zijn, uitgezonderd het drijven van handel in plantmateriaal.
Onder openbaar belang wordt verstaan het onafhankelijk en onpartijdig behartigen van gemeenschappelijke belangen van en voor de Nederlandse tuinbouwsector door uitvoering van één of meerdere specifieke taken waarop iedere marktdeelnemer of exploitant een beroep kan doen, waarin de markt of de samenleving niet op een bevredigende wijze voorziet en waarbij de bestuursleden, de directieleden en de personeelsleden van de Stichting geen enkel persoonlijk voordeel trekken uit het resultaat van de maatregelen die zij op basis van deze taken nemen.
De in het vorige lid bedoelde taken van openbaar belang zijn:
- a. het uitvoeren van kwaliteitskeuringen op basis van de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005, waaronder mede begrepen de daartoe benodigde laboratoriumtoetsingen en diagnostiek;
- b. het uitvoeren van fytosanitaire inspecties, waaronder mede begrepen plantenpaspoortinspecties, de voor de inspectie benodigde laboratoriumtoetsingen en diagnostiek;
- c. het uitvoeren van certificeringskeuringen als bedoeld in de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005 en de daarop steunende regelgeving op verzoek van het geregistreerde bedrijf, waaronder mede begrepen de daarvoor benodigde laboratoriumtoetsingen en diagnostiek;
- d. certificeringskeuringen op basis van officiële Naktuinbouw-reglementering, gelet op onder meer de importeisen van derde landen;
- e. specifieke fytosanitaire inspecties voor de export van plant- en teeltmateriaal;
- f. onafhankelijke bemonstering of beoordeling van plant- en teeltmateriaal in het geval een derde land het voldoen aan de voorwaarden van de International Seed Testing Association (ISTA) als eis stelt;
- g. het uitvoeren van onafhankelijk klachtonderzoek voor het geregistreerde bedrijf ter zake van aan derden geleverd plant- of teeltmateriaal van in de keuring of inspectie betrokken gewassen op het gebied van kwaliteit, gezondheid en kwaliteit;
- h. het beoordelen en aanwijzen van instandhouders van groenterassen ten behoeve van de registratie daarvan door de Raad voor plantenrassen als bedoeld in artikel 39 van de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005;
- i. het beoordelen en onderzoeken van monsters op identiteit, gezondheid en kwaliteit met inbegrip van nacontrole, instandhoudingscontrole en klachtbehandelingen;
- j. het vullen en onderhouden van een internetdatabase waarin voor biologische productie beschikbare rassen en teeltmateriaal zijn opgenomen;
- k. het participeren in organisaties die het verstrekken van rasinformatie of beschrijvingen van rassen of soorten van boomkwekerij- of siergewassen tot doel hebben of tot doel hebben cultuur- en gebruikswaarde-onderzoek te verrichten als bijdrage aan een geordend handelsverkeer met dit materiaal;
- l. het opplanten en beoordelen van materiaal op vergelijkingsvelden als georganiseerd door de Europese Commissie;
- m. het participeren in methodiekenonderzoek in opdracht van de Raad voor plantenrassen, de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur of het Communautair bureau voor plantenrassen (CPVO);
- n. het onderhouden van een isolatencollectie ten behoeve van het resistentieonderzoek van rassen en selecties, de levering van referentie-materiaal daaronder mede begrepen;
- o. NAL (Naktuinbouw Authorized Laboratories)-accreditatie van groentezaadbedrijven;
- p. het verzorgen van vakopleidingen en trainingen die betrekking hebben op plant- en teeltmateriaal van tuinbouw gewassen, anders dan regulier onderwijs of onderwijs dat elders op de markt wordt aangeboden;
- q. het ontwerpen en uitvoeren van erkenningsregelingen voor de Nederlandse tuinbouwsector;
- r. het opzetten van ringonderzoeken voor NAL, The International Seed Health Initiative (ISHI) van de International Seed Federation (ISF), ISTA en derden;
- s. het uitvoeren van fytosanitaire survey- en monitoringswerkzaamheden in opdracht van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselveiligheid en Natuur of de Inspecteur-Generaal van de Nederlandse voedsel- en warenautoriteit (NVWA);
- t. het verrichten van beoordelingswerkzaamheden voor GSPP (Good Seed and Plant Practices)-certificering en
- u. het participeren in internationale organisaties of gremia die van belang zijn voor de keuring, inspectie of onderzoek van plant- en teeltmateriaal met het oog op het kunnen hanteren van de laatste kwaliteitsstandaarden en soepele markttoegang voor het Nederlandse tuinbouwbedrijf in het algemeen.
De Stichting onderwerpt zich aan door de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur uit te oefenen toezicht. Het Bestuur en de directie verplichten zich ten behoeve van het welslagen daarvan alle inlichtingen te verstrekken en alle medewerking te verlenen.
Het Bestuur van de Stichting
Artikel 5
Alle bevoegdheden, voor zover niet uitdrukkelijk aan andere organen opgedragen, komen toe aan het Bestuur.
Het Bestuur is zodanig samengesteld dat de leden praktijk- dan wel vakdeskundigen zijn uit de onderscheiden sectoren, als bedoeld in artikel 11 van deze Statuten. Het Bestuur bestaat met inachtneming daarvan uit tenminste zes leden en een voorzitter. De leden van het Bestuur worden door het Bestuur benoemd. Aan de hand van een door het Bestuur opgestelde profielschets dragen de sectorraden bloemisterijgewassen, boomkwekerijgewassen en groentegewassen daartoe elk, in unanimiteit, twee leden ter benoeming voor.
Indien een besluit tot voordracht is genomen met een absolute of gekwalificeerde meerderheid is – naast de Sectorraad – ook de betrokken representatieve vakorganisatie, als in artikel 12 lid 3 van deze Statuten bedoeld, gerechtigd één of meerdere kandidaten aan het Bestuur voor te dragen.
Het Bestuur kan bepalen:
- a. dat van een sector meer of minder dan twee praktijk- dan wel vakdeskundigen in het Bestuur zitting zullen hebben. Daarbij dient door het Bestuur het aantal te worden aangegeven, waarbij van elke sector hetzelfde aantal deskundigen in het Bestuur dient te zijn benoemd;
- b. dat eindgebruikers van teelt- of plantmateriaal van bloemisterij-, boomkwekerij- en/of groentegewassen in het Bestuur zitting zullen hebben, onder bepaling van het aantal, waarbij het totale aantal eindgebruikers het totale aantal veredelaars, producenten en handelaren niet overstijgt.
Het Bestuur kan colleges en commissies instellen.
Het Bestuur wordt bijgestaan door een secretaris, wiens taak nader wordt geregeld in het Huishoudelijk Reglement en het Bestuursreglement.
Artikel 6
Het Bestuur benoemt en ontslaat de voorzitter. De benoeming en het ontslag behoeven de voorafgaande goedkeuring van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. De benoeming vindt plaats voor een periode van vijf jaren. De voorzitter is na zijn aftreden eenmaal herbenoembaar voor een periode van ten hoogste vijf jaren.
De voorzitter dient onpartijdig te zijn.
De voorzitter van het Bestuur is ook voorzitter van elk der sectorraden.
De leden van het Bestuur kunnen geen deel uitmaken van een sectorraad of van een adviescommissie als bedoeld in artikel 13 van deze Statuten.
Het Bestuur benoemt uit zijn midden één (of meer) ondervoorzitter(s), die de taak heeft/hebben de voorzitter bij diens afwezigheid of ontstentenis te vervangen.
De bestuursleden worden benoemd voor een periode van ten hoogste vijf jaren en kunnen, al dan niet aansluitend, eenmaal voor een periode van ten hoogste vijf jaren worden herbenoemd.
Een tweede benoemingstermijn van een bestuurder eindigt niet voordat in plaats van die bestuurder een nieuwe bestuurder is benoemd, waarbij de tweede benoemingstermijn met ten hoogste één jaar kan worden verlengd.
Alle bezoldigde en onbezoldigde nevenfuncties van de voorzitter, de bestuursleden en de leden van de directie worden openbaar gemaakt via de website van Naktuinbouw.
Een bestuurslid dat een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van Naktuinbouw, geeft daarvan kennis aan het Bestuur zodra beraadslaging of de besluitvorming daarover worden geagendeerd. Een bestuurslid neemt niet deel aan de beraadslaging en de besluitvorming als hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat strijdig is met het belang van Naktuinbouw of met het openbaar belang als bedoeld in artikel 4 van deze Statuten.
Artikel 7
Het bestuurslidmaatschap eindigt door:
- a. overlijden;
- b. ondercuratelestelling;
- c. verklaring in staat van faillissement of verlening van surséance van betaling;
- d. ontslag door de rechtbank;
- e. vrijwillige ontslagname;
- f. niet-vrijwillig ontslag door het Bestuur;
- g. indiensttreding als werknemer van de Stichting;
- h. aftreden volgens het door het Bestuur op te maken rooster.
Vrijwillige ontslagname dient schriftelijk te geschieden.
Niet-vrijwillig ontslag kan door het Bestuur worden verleend op voorstel van de betrokken sectorraad dan wel van ten minste vijf bestuursleden, gehoord de betrokken sectorraad. Het Bestuur neemt unaniem een besluit tot niet-vrijwillig ontslag van een lid in een vergadering, waarin alle in functie zijnde bestuursleden aanwezig zijn, uitgezonderd het lid, op wie het voorstel betrekking heeft, en welke opgeroepen is onder vermelding van het voorgestelde ontslag op de agenda.
Het niet-vrijwillige ontslag dient schriftelijk door het Bestuur aan het betrokken bestuurslid te worden bevestigd.
De in lid 3 bedoelde bestuursvergadering kan slechts worden bijeengeroepen, als daartoe in een daaraan voorafgaande bestuursvergadering is besloten.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.