← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van de Autoriteit Consument en Markt van 5 februari 2026, kenmerk ACM/UIT/666114, op grond van artikel 3.121 van de Energiewet en artikel 36 van de Elektriciteitswet 1998 juncto artikel 7.42, tweede lid, van de Energiewet tot goedkeuring en vaststelling van de methoden en voorwaarden over de systeemtarieven elektriciteit (Tarievencode elektriciteit 2026)

Geldende tekst a fecha 2026-02-21

Gelet op artikel 3.121 van de Energiewet;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1

Deze code is onderdeel van de methoden of voorwaarden, bedoeld in artikel 3.119 van de Energiewet, voor zover die betrekking hebben op elektriciteit en bevat de nadere onderscheiding van de tarieven, de toedeling van kostensoorten aan deze tarieven en de wijze waarop de kostensoorten in aanmerking worden genomen, bedoeld in artikel 3.107, vierde lid, van de Energiewet.

Artikel 1.2
1.

Voor de toepassing van deze code gelden de begrippen en bijbehorende begripsbepalingen uit de Begrippencode elektriciteit 2026, de Energiewet, Verordening (EU) 2015/1222 (GL CACM), Verordening (EU) 2016/631 (NC RfG), Verordening (EU) 2016/1388 (ND DCC), Verordening (EU) 2026/1447 (NC HVDC), Verordening (EU) 2016/1719 (GL FCA), Verordening (EU) 2017/1485 (GL SO), Verordening (EU) 2017/2195 (GL EB), Verordening (EU) 2027/2196 (NC ER) en Verordening (EU) 2019/943.

2.

In deze code wordt onder congestie, distributiesysteem, distributiesysteembeheerder, interconnectorsysteem, transmissiesysteem of transmissiesysteembeheerder telkens verstaan congestie, distributiesysteem, distributiesysteembeheerder, interconnectorsysteem, transmissiesysteem of transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit, tenzij anders vermeld.

3.

In deze code wordt onder aangeslotene mede verstaan degene die om een aansluiting heeft verzocht.

4.

In deze code wordt onder distributiesysteem en transmissiesysteem verstaan een distributiesysteem en een transmissiesysteem waarvoor op grond van artikel 3.2 van de Energiewet een distributiesysteembeheerder voor elektriciteit respectievelijk een transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit is aangewezen.

Artikel 1.3

Indien een aansluit- en transportovereenkomst in de loop van de maand wordt aangegaan, gewijzigd of beëindigd, worden de maandelijks verschuldigde vergoedingen voor die maand op dagbasis bepaald en in rekening gebracht.

Artikel 1.4
1.

Met het oog op de uitvoering van artikel 3.106, eerste lid, van de Energiewet, voor zover dat lid betrekking heeft op het in rekening brengen van tarieven bij beheerders van transmissie- of distributiesystemen die via een systeemkoppeling zijn verbonden met zijn systeem, is deze code van overeenkomstige toepassing op het leveren van de dienst tussen systeembeheerders onderling die gepaard gaat met het realiseren, wijzigen en onderhouden van een systeemkoppeling alsmede op het leveren van de transportdienst tussen systeembeheerders onderling via een systeemkoppeling, waarbij voor ‘aansluiting’ ‘systeemkoppeling’ gelezen dient te worden en voor ‘aangeslotene’ ‘systeembeheerder wiens systeem via een systeemkoppeling is verbonden met zijn systeem’.

2.

Voor de toepassing van deze code wordt in geval van een systeemkoppeling tussen twee systemen van een ongelijk spanningsniveau het systeem van het lagere spanningsniveau geacht te zijn gekoppeld met het systeem van het hogere spanningsniveau.

3.

Voor de toepassing van deze code worden in geval van een systeemkoppeling tussen twee systemen van een gelijk spanningsniveau de systemen geacht over en weer met elkaar te zijn gekoppeld.

Hoofdstuk 2. Tariefstructuur voor de aansluitdienst

§ 2.1. Beschrijving van de aansluitdienst

Artikel 2.1
1.

De transmissie- of distributiesysteembeheerder biedt aan iedere aangeslotene die een aansluiting op het door die transmissie- of distributiesysteembeheerder beheerde systeem heeft of daarom overeenkomstig artikel 3.38, eerste lid, van de Energiewet verzoekt de aansluitdienst aan.

2.

De aansluitdienst omvat de volgende werkzaamheden die nodig zijn om een aansluiting op het systeem te realiseren, te wijzigen en te onderhouden:

3.

De aansluitdienst heeft betrekking op de aansluiting voor aangeslotenen met een door de aangeslotene gewenste aansluitcapaciteit.

4.

Een aangeslotene heeft recht op een aansluiting op het door hem gevraagde spanningsniveau, tenzij dit om technische redenen redelijkerwijs niet van de systeembeheerder kan worden verlangd. De systeembeheerder en de aangeslotene overleggen over onder welke voorwaarden en tegen welke vergoeding de aansluiting in deze gevallen wordt gerealiseerd.

Artikel 2.2
1.

De systeembeheerder brengt voor het leveren van de aansluitdienst aan iedere aangeslotene het aansluittarief in rekening.

2.

Indien de aansluiting op verzoek van de aangeslotene uit meerdere verbindingen bestaat, brengt de systeembeheerder tevens voor elke extra verbinding die geen deel uitmaakt van de standaardaansluiting het aansluittarief in rekening.

3.

De systeembeheerder en de aangeslotene komen in overleg instandhoudingskosten overeen indien sprake is van:

Artikel 2.3
1.

Indien een aangeslotene overeenkomstig artikel 3.39, eerste lid, van de Energiewet, aansluitingswerkzaamheden laat uitvoeren door een ander dan de systeembeheerder, brengt de systeembeheerder, in afwijking van artikel 2.2, geen aansluittarief in rekening voor de desbetreffende aansluiting, maar slechts de vergoeding, bedoeld in het derde lid.

2.

In de overeenkomst, bedoeld in artikel 2.30, eerste tot en met derde lid, van de Systeemcode elektriciteit 2026, wordt vastgelegd welke met de aansluitingswerkzaamheden samenhangende taken als bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, de systeembeheerder heeft.

3.

Voor de in het tweede lid bedoelde overeenkomst vastgelegde taken komen de aangeslotene en de systeembeheerder een redelijke vergoeding overeen die gespecificeerd wordt naar taak en gebaseerd is op het aantal door de systeembeheerder daaraan daadwerkelijk te besteden uren, waarbij tevens de loonkosten van de per taak bestede uren worden gespecificeerd.

§ 2.2. Kosten gedekt door het aansluittarief

Artikel 2.4
1.

Het aansluittarief dient ter bestrijding van de kosten die de systeembeheerder in verband met de in artikel 2.1, tweede lid, genoemde werkzaamheden maakt, en voor zover deze geen deel uitmaken van de transportkosten.

2.

De in het eerste lid bedoelde kosten zijn te onderscheiden in:

3.

Met betrekking tot de in het tweede lid, onderdeel a, genoemde kosten geldt dat slechts de kosten van rechtstreeks met de totstandbrenging van de aansluiting gemoeide investeringen in aanmerking worden genomen, waarbij de systeembeheerder voor de standaardaansluitingen, zoals aangegeven in de tabel in bijlage 2 en nader omschreven in bijlage 1, uitgaat van gemiddelden.

§ 2.3. De tariefstructuur van de aansluitdienst

Artikel 2.5

Het aansluittarief bestaat uit ten hoogste drie tariefdragers:

Artikel 2.6

Het eenmalige aansluittarief bestaat uit een bedrag dat is opgebouwd uit:

Artikel 2.7
1.

De periodieke vergoeding voor aansluitingen met een aansluitcapaciteit kleiner dan 3 MVA bestaat uit een bedrag ter dekking van de kosten:

2.

De periodieke vergoeding voor aansluitingen met een aansluitcapaciteit groter dan of gelijk aan 3 MVA bestaat uit een bedrag ter dekking van de kosten van het instandhouden van de aansluiting, aangevuld met een bedrag per meter ter dekking van de kosten van het instandhouden voor elke meter meer dan die 25 meter.

Artikel 2.8
1.

Met inachtneming van de bijlagen 1 en 2 wordt het aansluittarief bepaald door de aansluitcapaciteit die de aangeslotene wenst.

2.

Het is de systeembeheerder toegestaan om voor zijn gebied afwijkende grenzen vast te stellen.

3.

De in het tweede lid bedoelde afwijkende grenzen liggen ter inzage bij de systeembeheerder en worden, ook bij wijzigingen ervan, schriftelijk gemeld bij de Autoriteit Consument en Markt.

4.

Een voornemen tot het wijzigen van de in het tweede lid bedoelde grenzen wordt aan de Autoriteit Consument en Markt ter kennis gebracht, tegelijk met het voorstel voor de tarieven, bedoeld in artikel 3.110 van de Energiewet.

5.

Wijzigingen van de in het tweede lid bedoelde grenzen zijn van toepassing met ingang van de datum waarop ook nieuw vastgestelde tarieven in werking treden.

Artikel 2.9
1.

Voor de volgende aansluitingen geldt een aansluittarief dat is gebaseerd op de voorcalculatorische projectkosten met betrekking tot een dergelijke aansluiting:

2.

Voor het berekenen van de tarieven gebaseerd op de voorcalculatorische kosten wordt de standaardfactuur overeenkomstig bijlage 3 toegepast.

3.

Indien de systeembeheerder de aanleg van de aansluiting aanbesteedt, biedt de systeembeheerder de aangeslotene inzicht in de criteria, de procedure en het resultaat van aanbesteding.

4.

Het eerste tot en met derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op eenmalige werkzaamheden van de systeembeheerder ten behoeve van het aanpassen van de aansluiting en het realiseren van voorzieningen aan de aansluiting voor het kunnen toekennen van additionele allocatiepunten aan een aansluiting.

Artikel 2.10

Het aansluittarief voor een systeemkoppeling is gebaseerd op de voorcalculatorische projectkosten met betrekking tot een dergelijke systeemkoppeling volgens bijlage 3.

Artikel 2.11
1.

Voor de instandhouding van de in artikel 2.9, eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde aansluitingen en de in artikel 2.10 bedoelde systeemkoppelingen verricht de systeembeheerder de in de tabel in bijlage 4 genoemde (categorieën) werkzaamheden.

2.

De systeembeheerder stelt de periodieke vergoeding voor de instandhouding van de in artikel 2.9, eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde aansluitingen en de in artikel 2.10 bedoelde systeemkoppelingen vast en neemt daarbij de volgende uitgangspunten in acht:

3.

De periodieke aansluitvergoeding van de in artikel 2.9, eerste lid, onderdelen a en b, aansluitingen en artikel 2.10 bedoelde systeemkoppelingen wordt bij wijziging van de aansluiting of systeemkoppeling opnieuw op basis van bovengenoemde uitgangspunten vastgesteld.

4.

Voor de periodieke aansluitvergoeding voor de instandhouding van de in artikel 2.9, eerste lid, onderdeel c, bedoelde aansluitingen zijn de standaardvergoedingen voor standaardaansluitingen met dezelfde aansluitcapaciteit verschuldigd.

5.

De in de tabel in bijlage 4 onder “beheer” genoemde omschrijvingen hebben in deze tabel de volgende betekenis:

Artikel 2.12
1.

De in artikel 2.11, tweede lid, en bijlage 4 genoemde percentages betreffen voor alle in artikel 2.11 bedoelde aansluitingen van een systeembeheerder uniforme percentages.

2.

De in het eerste lid bedoelde percentages worden periodiek door de systeembeheerder herijkt.

3.

De herijkte percentages gelden vanaf dat moment voor alle in artikel 2.11 bedoelde aansluitingen.

§ 2.4. Overige bepalingen aansluittarief

Artikel 2.13
1.

Bij het verbreken of aflopen van de aansluit- en transportovereenkomst worden de kosten voor het uitgebruik nemen van de aansluiting via een eenmalige bijdrage in rekening gebracht bij de aangeslotene.

2.

Bij het verlengen van de aansluit- en transportovereenkomst hoeven bestaande aansluitingen niet ingrijpend te worden aangepast, tenzij wijzigingen noodzakelijk zijn om de systeembeheerder in de gelegenheid te stellen zijn wettelijke taken uit te voeren.

Artikel 2.14
1.

Bij wijziging van een aansluiting op verzoek van aangeslotenen geldt een tarief gebaseerd op de voorcalculatorische projectkosten met betrekking tot een dergelijke wijziging tot een maximum van het aansluittarief dat geldt voor de nieuwe aansluiting volgens de tabel in bijlage 2 plus eventueel de eenmalige bijdrage conform artikel 2.13, eerste lid, voor het verwijderen van de oude aansluiting.

2.

Voor het berekenen van de eenmalige bijdrage voor het uitgebruik nemen van de aansluiting, bedoeld in artikel 2.13, eerste lid, en voor het berekenen van de voorcalculatorische projectkosten voor het wijzigen van een aansluiting als bedoeld in het eerste lid wordt de wijze, zoals bepaald in artikel 2.9, tweede en derde lid, toegepast.

Artikel 2.15
1.

In het geval dat op een bestaande aansluiting een nieuwe aansluiting wordt gemaakt, zodat een deel van de aansluitkabel in een systeem verandert, zal de systeembeheerder onder de volgende voorwaarden overgaan tot restitutie van een deel van het door de “eerstaangeslotene” betaalde eenmalige aansluittarief:

2.

De in het eerste lid bedoelde restitutie wordt als volgt berekend:

3.

Voor aansluitingen groter dan 10 MVA, tijdelijke aansluitingen en aansluitingen waarvan de werkzaamheden zijn uitbesteed aan derden, zal tussen de systeembeheerder en de aangeslotene overleg worden gevoerd over de hoogte van restitutie.

4.

Indien de bestaande en de nieuwe aansluiting, bedoeld in het eerste lid, betrekking hebben op hetzelfde WOZ-object, zijn het eerste tot en met derde lid niet van toepassing.

Hoofdstuk 3. Tariefstructuur voor de transportdienst

§ 3.1. Beschrijving van de transportdienst

Artikel 3.1
1.

Voor het leveren van de transportdienst wordt het transportonafhankelijk transporttarief en het transportafhankelijk transporttarief in rekening gebracht per aansluiting van een aangeslotene die elektriciteit ontvangt.

2.

Voor aansluitingen bestaande uit meer verbindingen geldt dat deze verbindingen voor het transporttarief als één aansluiting beschouwd worden voor zover de verbindingen in één en dezelfde tariefcategorie vallen en de overdrachtspunten van deze verbindingen liggen in delen van het systeem van de systeembeheerder die in de normale bedrijfstoestand galvanisch met elkaar verbonden zijn.

3.

Indien door de in lid 2 bedoelde sommatie het gecontracteerd transportvermogen voor afname uitgaat boven de grenzen van de betreffende tariefcategorie volgens artikel 3.8, tweede lid, blijft toch de tariefcategorie, waarin de afzonderlijke verbindingen vallen, gelden.

4.

In afwijking van het eerste tot en met derde lid geldt dat, indien sprake is van een groepstransportovereenkomst het transportonafhankelijk transporttarief en het transportafhankelijk transporttarief in rekening worden gebracht per groep, waarbij het transportonafhankelijk transporttarief bestaat uit de som van de transportonafhankelijke transporttarieven behorende bij de tariefcategorieën die overeenkomen met de systeemvlakken waarmee de individuele aan de groep deelnemende aansluitingen zijn verbonden.

§ 3.2. Kosten gedekt door het transporttarief

Artikel 3.2
1.

Het transporttarief dient ter dekking van de kosten van de door de systeembeheerder beheerde infrastructuur.

2.

De kosten, welke worden bepaald conform de normen en eisen van de Autoriteit Consument en Markt, worden ingedeeld in twee categorieën:

3.

In aanvulling op het eerste lid dient het transporttarief van de transmissiesysteembeheerder tevens ter bestrijding van de kosten die de transmissiesysteembeheerder maakt ten behoeve van de taken en werkzaamheden genoemd in artikel 3.49 van de Energiewet, alsmede al hetgeen naast deze taken en werkzaamheden nodig is tot nakoming van in ENTSO-E-verband aangegane verplichtingen en tot nakoming van internationale verplichtingen voortkomend uit Verordening (EU) 2019/943 en de in hoofdstuk VII van Verordening (EU) 2019/943 bedoelde netcodes en richtsnoeren, te onderscheiden in:

4.

De kosten, bedoeld in het derde lid, worden toegerekend aan het systeemvlak, bedoeld in het vijfde lid, onderdeel a.

5.

Voor de transportafhankelijke kosten wordt de volgende indeling van systeemvlakken gehanteerd:

6.

De 50 / 25 kV-systemen kunnen op grond van de specifieke systeemconfiguratie en in het verleden gevoerd beleid aan de systeemvlakken HS of MS worden toegerekend en voor de overige artikelen als zodanig worden beschouwd.

7.

Met betrekking tot de 1 tot 25 kV-systemen kan op grond van de specifieke systeemconfiguratie en in het verleden gevoerde beleid in de kostentoerekening onderscheid wordt gemaakt tussen een systeemvlak MS-transport en een systeemvlak MS-distributie.

8.

Indien een systeembeheerder van een of meer van de in het zesde of zevende lid geboden mogelijkheden gebruik wil maken, wordt het voornemen hiertoe aan de Autoriteit Consument en Markt ter kennis gebracht, tegelijk met het voorstel voor de tarieven, bedoeld in 3.110 van de Energiewet. Wijzigingen zijn van toepassing met ingang van de datum waarop ook nieuw vastgestelde tarieven in werking treden.

Artikel 3.3

In de verhouding tussen systeembeheerders onderling geldt met betrekking tot de toerekening van de transportafhankelijke kosten van de systemen op de in artikel 3.2, vijfde lid, genoemde spanningsniveaus, dat:

§ 3.3. De tariefstructuur van het transporttarief

Artikel 3.4
1.

De transporttarieven zijn:

2.

Het in het eerste lid, onderdeel a, genoemde tarief valt uiteen in een transportafhankelijk tarief, beschreven in de artikelen 3.6 tot en met 3.15, en een transportonafhankelijk tarief, beschreven in artikel 3.16.

Artikel 3.5
1.

Een streng van lichtmasten wordt voor de toepassing van het transporttarief beschouwd als één aansluiting waarbij de indeling in een transporttariefcategorie, conform artikel 3.8, tweede lid, wordt gebaseerd op (de som van) het gecontracteerd transportvermogen voor afname van de lichtmasten in deze streng.

2.

Een “streng van lichtmasten” als bedoeld in het eerste lid wordt gedefinieerd als: Een aantal lichtmasten, niet zijnde een OV-installatie, dat wordt gevoed vanuit dezelfde laagspanningsrail in een transformatorstation en waarover slechts één aangeslotene kan beschikken.

§ 3.4. Het transportafhankelijke tarief – kostentoerekening aan producenten en verbruikers

Artikel 3.6

Voor de bepaling van het transportafhankelijke tarief vindt een toerekening van de in artikel 3.2, tweede lid, onderdeel a, genoemde kosten plaats tussen producenten enerzijds, verbruikers anderzijds, aldus dat aangeslotenen die elektriciteit ontvangen 100 (honderd) procent van de som van de transportafhankelijke kosten van EHS- en HS-systemen alsmede de transportafhankelijke kosten met betrekking tot de overige systeemvlakken wordt toegerekend, een en ander volgens het cascadebeginsel, bedoeld in artikel 3.7.

§ 3.5. Het transportafhankelijke tarief – kostentoerekening aan verbruikers volgens het cascade-beginsel

Artikel 3.7
1.

Voor de kostentoerekening aan verbruikers worden kosten van een systeem op een hoger spanningsniveau toegerekend aan een systeem op een lager spanningsniveau naar rato van het aandeel van laatstgenoemd systeem in de totale afname van energie en/of vermogen van het eerstgenoemde systeem (het cascadebeginsel).

2.

De verdeelsleutels voor de kostentoerekening volgens het cascadebeginsel zijn de volgende:

3.

Voor de toepassing van de verdeelsleutels, bedoeld in het tweede lid, wordt:

§ 3.6. Het transportafhankelijke tarief – het transportafhankelijke verbruikers transporttarief (TAVT)

Artikel 3.8
1.

Met inachtneming van artikel 3.2, zesde tot en met achtste lid, worden voor de bepaling van het transportafhankelijke verbruikers-transporttarief (TAVT) de volgende tariefcategorieën onderscheiden:

2.

Verbruikers worden ingedeeld in de in het eerste lid genoemde categorieën volgens onderstaande regels:

3.

Indien sprake is van een groepstransportovereenkomst geldt, in afwijking van het tweede lid, dat de groep wordt ingedeeld in de tariefcategorie die overeenkomt met het hoogste systeemvlak waarmee de aan de groep deelnemende individuele aansluitingen die elektriciteit mogen afnemen zijn verbonden.

4.

De grenzen genoemd in het tweede lid komen overeen met de grenzen in de tabel in bijlage 2.

5.

De verdeling van de aangeslotenen over de categorieën voor het gecontracteerd transportvermogen voor afname, bedoeld in het tweede lid, kan echter afwijken van die voor de gewenste aansluitcapaciteit, bedoeld in artikel 2.8 in die zin dat aangeslotenen voor het gecontracteerde transportvermogen voor afname op verzoek van de aangeslotene in een lagere categorie kunnen worden ingedeeld dan voor de gewenste aansluitcapaciteit.

Artikel 3.9
1.

De tariefdragers voor het TAVT voor verbruikers in de tariefcategorieën, bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, zijn voor afname:

2.

De tariefdragers voor het TAVT voor verbruikers met een bedrijfstijd (totaal aantal afgenomen kWh’s per jaar / maximaal afgenomen vermogen per jaar) van maximaal 600 uur in de tariefcategorieën, bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, zijn voor afname:

3.

Onder week als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, subonderdeel 2° en het tweede lid, onderdeel b, subonderdeel 2° wordt verstaan een kalenderweek, die loopt van maandag 06:00 uur tot de volgende maandag 06:00 uur. Week 1 is de week, waarin de eerste donderdag van het jaar valt.

4.

Op basis van het ingeschatte gebruik, dat wordt afgerekend met deze tariefdragers, dient een deel van de kosten, die met toepassing van artikel 3.7, derde lid, worden toegerekend aan de in die tariefcategorieën genoemde systeemvlakken, met de in dit artikel genoemde tariefdragers te worden gedekt.

5.

De kWmaxgewogen wordt bepaald door elke kwartierwaarde van een maand of een week te vermenigvuldigen met de wegingsfactor van het desbetreffende moment van belasting, overeenkomstig bijlage 5 en van de resulterende reeks de hoogste waarde te nemen.

6.

De tariefdragers voor het TAVT voor verbruikers als bedoeld in artikel 3.8, tweede lid, onderdeel f, in de tariefcategorieën, bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, onderdeel a, zijn voor afname:

7.

De in het eerste lid, onderdelen a en b, beide subonderdeel 1°, en het tweede lid, onderdelen a en b, beide subonderdeel 1°, genoemde tariefdragers worden gebaseerd op de waarde van het gecontracteerd transportvermogen voor afname voor een kalenderjaar.

Artikel 3.10
1.

De tariefdragers voor het TAVT voor verbruikers in de tariefcategorie, bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, onderdeel e, zijn voor afname:

2.

De tariefdragers voor het TAVT voor verbruikers in de tariefcategorie, bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, onderdeel f, zijn voor afname:

3.

Voor de in het eerste en tweede lid, telkens onderdeel a, bedoelde tariefdrager wordt uitgegaan van een waarde voor het gecontracteerd transportvermogen voor afname die voor onbepaalde tijd geldt.

Artikel 3.11
1.

De tariefdragers voor het TAVT, die met toepassing van artikel 3.7, derde lid, worden toegerekend aan verbruikers in de tariefcategorieën, bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, onderdelen g en h, zijn voor afname:

2.

Met betrekking tot de tariefdrager, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, geldt dat:

3.

Het TAVT voor verbruikers met een aansluiting met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x80A wordt berekend door de totale toegerekende transportafhankelijke kosten te delen door de som van het aantal aansluitingen per categorie vermenigvuldigd met de rekencapaciteit van deze categorie overeenkomstig de tabel in bijlage 6. De rekencapaciteit wordt gebruikt om de capaciteitsafhankelijke tarieven voor de onderscheiden categorieën te bepalen.

Artikel 3.12

Bij aangeslotenen met een aansluiting met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x80A in de tariefcategorie, bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, onderdeel g, en waarachter zich uitsluitend één of meer elektriciteitsproductie-eenheid/eenheden bevind(t)(en) en geen ander verbruik dan het eigen verbruik van de desbetreffende elektriciteitsproductie-eenheid/eenheden, wordt geen TAVT in rekening gebracht.

Artikel 3.13

De systeembeheerder stelt, na overleg met de in zijn gebied actieve vergunninghouders, de laaguren en de normaaluren vast en gaat daarbij uit van de in het verleden gehanteerde schakeltijden.

Artikel 3.14
1.

In afwijking van artikel 3.9, eerste tot en met vierde lid, artikel 3.10, eerste en tweede lid, en artikel 3.11, eerste lid, onderdeel a, zijn de tariefdragers voor het TAVT voor verbruikers die overeenkomstig artikel 7.5 van de Systeemcode elektriciteit 2026 een aansluit- en transportovereenkomst zijn overeengekomen met een variabel recht op transport van elektriciteit:

2.

In afwijking van artikel 3.9, eerste tot en met vierde lid, zijn de tariefdragers voor het TAVT voor verbruikers die overeenkomstig artikel 7.6 van de Systeemcode elektriciteit 2026 een aansluit- en transportovereenkomst zijn overeengekomen met een tijdsduurgebonden recht op transport van elektriciteit:

3.

In afwijking van artikel 3.9, eerste tot en met vierde lid, artikel 3.10, eerste en tweede lid, en artikel 3.11, eerste lid, onderdeel a, zijn de tariefdragers voor het TAVT voor verbruikers die overeenkomstig artikel 7.7 van de Systeemcode elektriciteit 2026 een aansluit- en transportovereenkomst zijn overeengekomen met een tijdsblokgebonden recht op transport van elektriciteit:

Artikel 3.15
1.

Indien sprake is van een groepstransportovereenkomst, wordt in artikel 3.9, eerste tot en met vierde lid, artikel 3.10, eerste en tweede lid, en artikel 3.14, eerste tot en met derde lid, voor het bepalen van de TAVT:

2.

In aanvulling op het eerste lid is, indien sprake is van een groepstransportovereenkomst waar aansluitingen behorend tot de aansluitcapaciteitscategorieën, bedoeld in bijlage 1, onderdeel 1.3 en onderdelen 1.4 of 1.5, deel van uitmaken, per maand 1/12 deel van de in artikel 3.10, tweede lid, onderdeel a, bedoelde verhoging van toepassing, vermenigvuldigd met de som van de kWmax waarden van alle aan de groep deelnemende aansluitingen behorend tot de aansluitcapaciteitscategorie, bedoeld in bijlage 1, onderdeel 1.3.

§ 3.7. Beschrijving van het transportonafhankelijke tarief

Artikel 3.16
1.

De transportonafhankelijke kosten worden toegerekend aan de in artikel 3.8, eerste lid, bedoelde tariefcategorieën naar de mate waarin zij in een tariefcategorie zijn veroorzaakt.

2.

De transportonafhankelijke tarieven van alle systeembeheerders zijn per tariefcategorie aan elkaar gelijk.

§ 3.8. Transporttarief voor blindenergie

Artikel 3.17
1.

Voor verbruikers geldt een blindenergietarief indien de uitgewisselde blindenergie, bedoeld in artikel 2.19 van de Systeemcode elektriciteit 2026, uitgaat boven de bij de arbeidsfactor van 0,85 (inductief) of 1.0 (capacitief) behorende hoeveelheid. Als tariefdrager geldt de kvarh.

2.

Voor het blindenergietarief voor verbruikers worden twee tariefcategorieën gehanteerd:

3.

Voor productie-eenheden aangesloten op:

4.

Voor zover de betreffende blindenergie op verzoek van de systeembeheerder is uitgewisseld, geldt het tarief niet.

5.

Voor de verrekening van de tussen systemen onderling uitgewisselde blindenergie stellen de gezamenlijke systeembeheerders een regeling vast die op een door hen te bepalen tijdstip in werking treedt.

§ 3.9. Overige bepalingen transporttarief

Artikel 3.18
1.

De kostentoerekening en de vaststelling van de waarden van de tariefdragers vinden plaats op basis van door middel van een meetinrichting als bedoeld in artikel 2.46, eerste lid, van de Energiewet gemeten waarden. Uitgezonderd worden de waarden van de tariefdrager voor aangeslotenen in de tariefcategorieën genoemd in 3.8, eerste lid, onderdeel f met een aansluiting met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x80A en onderdeel g. Deze waarden worden bepaald volgens bijlage 6.

2.

Over de in hoofdstuk 12 van de Systeemcode elektriciteit 2026 bedoelde gegevensuitwisseling tussen aangeslotenen en de systeembeheerders is geen vergoeding verschuldigd.

Hoofdstuk 4. Leveringszekerheid

Artikel 4.1
1.

Indien distributiesysteembeheerders door faillissement van een leverancier als gevolg van toepassing van het leveranciersmodel, bedoeld in artikel 2.27 van de Energiewet, tariefinkomsten derven, mogen zij deze gederfde inkomsten gezamenlijk met alle aangeslotenen met een kleine aansluiting verrekenen, waarbij voor iedere kleine aansluiting een gelijk bedrag in rekening wordt gebracht bij de aangeslotene.

2.

De in het eerste lid bedoelde verrekening heeft ten hoogste betrekking op de gederfde tariefinkomsten gedurende:

3.

De te verrekenen gederfde tariefinkomsten bedragen ten hoogste de overeenkomstig artikel 2.39 van de Energieregeling vastgestelde verplichting over de overeenkomstig het tweede lid vastgestelde periode minus de over die periode door distributiesysteembeheerders van de in het eerste lid bedoelde leverancier ontvangen afdrachten.

4.

Het moment van de in het eerste lid bedoelde verrekening is twee jaar na het jaar waarin de vergunninghouder in staat van faillissement is verklaard. De systeembeheerder dient dit verzoek tot correctie voor gederfde transporttariefinkomsten te doen met het tariefvoorstel voor het betreffende jaar. Daarbij moet de systeembeheerder aan de Autoriteit Consument en Markt een overzicht overleggen, voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring, van de gederfde tariefinkomsten.

5.

Indien een systeembeheerder als bedoeld in het eerste lid gederfde inkomsten verrekent, dient deze systeembeheerder in het jaar van het einde van het faillissement van de betreffende vergunninghouder een verklaring van de curator bij de Autoriteit Consument en Markt te overleggen van de uitkomsten van het faillissement. Het einde van een faillissement is de dag waarop het einde van een faillissement wordt gepubliceerd in de Nederlandse Staatscourant.

6.

Inkomsten die de systeembeheerder alsnog heeft kunnen verhalen op de failliete boedel worden op gelijke wijze als bij de verrekening onder het eerste lid gezamenlijk in mindering gebracht op de tarieven twee jaar na het jaar van het einde van het faillissement.

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 5.1

De Tarievencode elektriciteit wordt ingetrokken.

Artikel 5.2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 5.3

Dit besluit wordt aangehaald als: Tarievencode elektriciteit 2026.

Bijlage 1. bij artikel 2.4, derde lid: standaardelementen per aansluitcapaciteit en straatwerk

Algemeen

Deze bijlage betreft een nadere omschrijving van de drie wettelijke elementen van de aansluiting (artikel 2.4, derde lid) per type aansluiting zoals gedefinieerd in de tabel in bijlage 2: de knip, de verbinding en de beveiliging. Voorts wordt in deze bijlage nader geregeld welke kosten voor het straatwerk in de aansluittarieven voor de verschillende typen standaardaansluitingen kunnen worden verwerkt. Deze bijlage heeft niet tot doel alle onderdelen van de aansluiting in detail te benoemen maar wel om duidelijk aan te geven waar de aansluiting begint en eindigt. Op basis hiervan kan de systeembeheerder bepalen welke materialen en werkzaamheden behoren tot de aansluiting en welke kosten gedekt worden door het aansluittarief (zowel de eenmalige bijdrage als de periodieke vergoeding voor onderhoud).

1.1. Gewenste aansluitcapaciteit tot en met 1x6A geschakeld

De standaard aansluitmethode voor aangeslotenen tot 1x6A is op de laagspanningskabel (figuur 1a), hulpader (figuur 1b) of o.v.kabel (figuur 1c) die deel uitmaken van het systeem van de systeembeheerder. De knip bestaat uit de aftakmof waarmee een aftakking wordt gemaakt op de laagspanningskabel, hulpader of o.v.kabel. De verbinding bestaat uit de laagspanningskabel die loopt vanaf de aftakmof tot aan de beveiliging. De beveiliging bevindt zich in een aansluitkast die in het object is gemonteerd. De aansluitkast wordt nog toegerekend tot de aansluitdienst van de systeembeheerder. De lengte van de verbinding die wordt gehanteerd bij het berekenen van het aansluittarief is de afstand gemeten over het hart van de openbare weg van het overdrachtspunt tot de dichtstbijzijnde laagspanningskabel, die deel uitmaakt van het systeem van de systeembeheerder.

1.2. Gewenste aansluitcapaciteit 3x25A tot en met 60 kVA

De standaard aansluitmethode voor aangeslotenen tot 60 kVA is op de laagspanningskabel. De knip bestaat uit de aftakmof waarmee een aftakking wordt gemaakt op de laagspanningskabel. De verbinding bestaat uit de laagspanningskabel die loopt vanaf de aftakmof tot aan de beveiliging. De beveiliging bevindt zich in de aansluitkast in de meterkast van de aangeslotene. De aansluitkast en het meterbord worden nog gerekend tot de aansluitdienst van de systeembeheerder. Ook het elektrisch aansluiten van de meetinrichting behoort tot de aansluitdienst van de systeembeheerder. De aangeslotene kan in de categorie tot 3x25A bij sommige systeembeheerders kiezen tussen bijvoorbeeld 3x25A, 1x35A of 1x25A. De lengte van de verbinding die wordt gehanteerd bij het berekenen van het aansluittarief is de afstand gemeten over het hart van de openbare weg van het overdrachtspunt tot de dichtstbijzijnde laagspanningskabel, die deel uitmaakt van het systeem van de systeembeheerder.

1.3. Gewenste aansluitcapaciteit 60 kVA tot en met 0,3 MVA (figuur 3)

De standaard aansluitmethode voor aangeslotenen vanaf 60 kVA tot en met 0,3 MVA is op het dichtstbijzijnde algemene LS-voedingspunt in het systeem van de systeembeheerder (MS/LS-transformatorstation). De knip ligt in het transformatorstation en begint vanaf de strook op het laagspanningsrek. De verbinding bestaat uit een laagspanningskabel die loopt vanaf het transformatorstation tot aan de beveiliging binnen de onroerende zaak van de aangeslotene. Het overdrachtspunt (beveiliging en scheiding) bevindt zich in de aansluitkast in de meterkast van de aangeslotene. Het meterbord wordt nog toegerekend aan de beveiliging op de onroerende zaak van de aangeslotene. De meettransformatoren dienen vergoed te worden middels het gereguleerde aansluittarief. Ook het elektrisch aansluiten van de meetinrichting behoort tot de aansluitdienst van de systeembeheerder. De lengte van de verbinding die wordt gehanteerd bij het berekenen van het aansluittarief is de afstand gemeten over het hart van de openbare weg van het overdrachtspunt tot het dichtstbijzijnde MS/LS-transformatorstation, dat deel uitmaakt van het systeem van de systeembeheerder.

1.4. Gewenste aansluitcapaciteit 0,3 MVA tot en met 3 MVA met zuivere MS-aansluiting

De standaard aansluitmethode voor aansluitingen vanaf 0,3 MVA tot en met 3 MVA is inlussen in het middenspanningsnet. De knip bestaat dus uit de twee verbindingsmoffen die worden gebruikt om het systeem te verbreken en de aangeslotene in te lussen. De beveiliging bestaat uit een MS-schakelinstallatie met twee scheiders en een vermogensschakelaar en een MS-meetveld (inclusief meettransformatoren). De verbinding bestaat uit twee middenspanningskabels in één tracé. De MS-schakelinstallatie wordt ondergebracht in een ruimte die de aangeslotene ter beschikking dient te stellen. De lengte van de verbinding die wordt gehanteerd bij het berekenen van het aansluittarief is de afstand gemeten over het hart van de openbare weg van het overdrachtspunt tot de dichtstbijzijnde middenspanningskabel, die deel uitmaakt van het systeem van de systeembeheerder (figuur 4).

1.5. Gewenste aansluitcapaciteit 0,3 MVA tot en met 3 MVA met meting op LS

1.6. Gewenste aansluitcapaciteit 3 MVA – 10 MVA

Systeembeheerders hebben de mogelijkheid boven 3 MVA op basis van voorcalculatorische projectkosten (maatwerk) aansluitkosten te bepalen. Voor de categorie aansluitingen tussen de 3 MVA en 10 MVA wordt dit alleen op verzoek van de aangeslotene gedaan. Voor de opgave van de kosten wordt de wijze, zoals bepaald in artikel 2.9, eerste lid, toegepast. Indien de aangeslotene geen verzoek doet geldt de standaard aansluitmethode. De standaard aansluitmethode voor aangeslotenen vanaf 3 MVA tot en met 10 MVA is op een middenspanningsrail van een HS/MS-, TS/MS-, MS/MS-transformatorstation met een technische capaciteit groter dan 13 MVA of op de MS stamvoeding. De knip bestaat in deze categorie uit twee of meer afgaande velden van een middenspannings- of tussenspanningsrail. De verbinding bestaat uit een N-1 veilige voeding bestaande uit twee of meer kabels in een tracé. De beveiliging bestaat uit minimaal twee vermogensschakelaars, een scheider en een meetveld aangeboden in één inkoopstation binnen de onroerende zaak van de aangeslotene. De lengte van de verbinding, die wordt gehanteerd bij het berekenen van het aansluittarief is de afstand gemeten over het hart van de openbare weg van het overdrachtspunt tot de dichtstbijzijnde MS rail in een HS/MS-, TS/MS- of MS/MS-transformatorstation met een technische capaciteit groter dan 13 MVA of de MS stamvoeding, dat deel uitmaakt van het systeem van de systeembeheerder.

1.7. Gewenste aansluitcapaciteit > 10 MVA

Boven 10 MVA bepalen systeembeheerders het aansluittarief op basis van de voorcalculatorische projectkosten. Voor de bepaling van het aansluittarief wordt als uitgangspunt voor de offerte genomen het dichtstbijzijnde punt in het systeem van de systeembeheerder waar voldoende capaciteit beschikbaar is. De systeembeheerder dient mee te werken aan onderzoek dat door de aangeslotene of in opdracht van de aangeslotene wordt uitgevoerd ter controle van de plaats in het systeem waar voldoende capaciteit beschikbaar is. De aansluittarieven dienen non-discriminatoir en transparant te worden berekend en vooraf bekend gemaakt te worden. De systeembeheerder dient de standaardelementen van de aansluiting de knip, de verbinding en de beveiliging nader in te vullen in componenten. Voor de opgave van de kosten wordt de wijze, zoals bepaald in artikel 2.9, tweede lid, toegepast.

1.8. Straatwerk

Onder straatwerk worden de werkzaamheden verstaan die de systeembeheerder aan de bestrating moet verrichten om een aansluiting te maken. De systeembeheerder onderhandelt met gemeenten en anderen over de kosten van het terugleggen van de definitieve bestrating zowel voor de bestrating ten behoeve van aansluitingen als ten behoeve van werkzaamheden aan het systeem van de systeembeheerder. De definitieve straatwerkkosten op de openbare weg en onroerende zaken van derden die ten behoeve van de aansluiting worden doorkruist, dienen gedekt te worden door middel van het standaardtarief. Daarbij dient de systeembeheerder in het standaard aansluittarief een gemiddelde op te nemen van de straatwerkkosten. Binnen de onroerende zaak van de aangeslotene valt alleen het openen en dichtvleien van open verharding onder het standaardtarief. Derhalve dient in de aansluittarieven een standaardopslag te worden opgenomen voor straatwerk, die bestaat uit:

Bijlage 2. bij artikel 2.4, derde lid: aansluittarief voor een aansluiting

Gewenste aansluitcapaciteit Nominale aansluitspanning Tarief voor de verbreking in het systeem (knip) Tarief voor het installeren van de beveiligingsvoorziening (beveiliging) Tarief voor de verbinding tussen de verbreking in het systeem en de beveiligingsvoorziening (verbinding) Tarief voor de verbinding tussen de verbreking in het systeem en de beveiligingsvoorziening (verbinding)
Kabellengte tot max. 25 meter Tarief per meter, voor afstanden > 25 meter
t/m 1x6A (geschakeld) 0,4 kV
t/m 1x10A 0,4 kV
1 fase >1x10A en 3 fase t/m 3x25A 0,4 kV
>3x25A en t/m 3x35A 0,4 kV
>3x35A en t/m 3x50A 0,4 kV
>3x50A en t/m 3x63A 0,4 kV
>3x63A en t/m 3x80A 0,4 kV
>3x80A en t/m 60 kVA af LS-net 0,4 kV
>60 kVA en t/m 0,3 MVA af sec. zijde LS-transf. 0,4 kV
>0,3 MVA en t/m 3,0 MVA MS
>3,0 MVA en t/m 100 MVA TS
>100 MVA HS en EHS

Bijlage 3. bij artikel 2.9, tweede lid: standaardfactuur voor de aansluitdienst

Voor het berekenen van de tarieven gebaseerd op de voorcalculatorische kosten wordt onderstaande standaardfactuur toegepast.

Materiaal Component- beschrijving Hoeveelheid Componenten Kosten per eenheid comp.
Materiaalkosten knip 1. X 2. Y 3. Z etc. ................... ................... ................... EURO......per...... EURO......per...... EURO......per...... EURO...... EURO...... EURO......
Materiaalkosten verbinding(en) 1. X 2. Y 3. Z etc. ................... ................... ................... EURO......per...... EURO......per...... EURO......per...... EURO...... EURO...... EURO......
Materiaalkosten beveiliging 1. X 2. Y 3. Z etc. ................... ................... ................... EURO......per...... EURO......per...... EURO......per...... EURO...... EURO...... EURO......
Overige materiaalkosten EURO......
Totaal materiaalkosten EURO......
Arbeid Aantal uur Loonkosten per uur
Loonkosten knip ................... EURO............ EURO......
Loonkosten verbinding(en) ................... EURO............ EURO......
Loonkosten beveiliging ................... EURO............ EURO......
Totaal loonkosten EURO......
Bijzondere kosten Soortbeschrijving Hoeveelheid Kosten per eenheid
1. X 2. Y 3. Z etc. ................... ................... ................... EURO......per...... EURO......per...... EURO......per...... EURO...... EURO...... EURO......
Totaal voorcalculatorische projectkosten Totaal voorcalculatorische projectkosten Totaal voorcalculatorische projectkosten Totaal voorcalculatorische projectkosten EURO......

Bijlage 4. bij artikel 2.11, eerste lid: standaardofferte voor periodieke aansluitvergoeding

Categorieën van werkzaamheden Omschrijving Initieel tarief in % van de met de aangeslotene overeengekomen investering Initieel tarief in €
Beheer Preventief onderhoud + correctief onderhoud + werkzaamheden op initiatief derden + overige operationele werkzaamheden ... % € ...
Vervanging Gehele en/of gedeeltelijke vervanging van de aansluiting met als doel levensduurverlenging van de aansluiting ... % € ...

Bijlage 5. bij artikel 3.9, vijfde lid: wegingsfactoren voor kwMAXGEWOGEN

uur 1 uur 2 uur 3 uur 4 uur 5 uur 6 uur 7 uur 8 uur 9 uur 10 uur 11 uur 12 uur 13 uur 14 uur 15 uur 16 uur 17 uur 18 uur 19 uur 20 uur 21 uur 22 uur 23 uur 24
Werkdagen jan 0,7 0,7 0,7 0,7 0,7 0,7 0,8 0,9 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 0,9 0,8
Werkdagen feb 0,7 0,7 0,7 0,7 0,7 0,7 0,8 0,9 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 0,9 0,8
Werkdagen mrt 0,7 0,7 0,7 0,7 0,7 0,7 0,8 0,9 0,9 0,9 0,9 0,9 0,9 0,9 0,9 0,9 0,9 1,0 1,0 1,0 1,0 0,9 0,8 0,8
Werkdagen apr 0,7 0,7 0,6 0,6 0,6 0,6 0,7 0,8 0,8 0,7 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6 0,7 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8
Werkdagen mei 0,7 0,7 0,6 0,6 0,6 0,6 0,7 0,8 0,8 0,7 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6 0,7 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8
Werkdagen jun 0,7 0,7 0,6 0,6 0,6 0,6 0,7 0,8 0,8 0,7 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6 0,7 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8
Werkdagen jul 0,7 0,7 0,6 0,6 0,6 0,6 0,7 0,8 0,8 0,7 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6 0,7 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8
Werkdagen aug 0,7 0,7 0,6 0,6 0,6 0,6 0,7 0,8 0,8 0,7 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6 0,7 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8
Werkdagen sep 0,7 0,7 0,6 0,6 0,6 0,6 0,7 0,8 0,8 0,7 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6 0,7 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8
Werkdagen okt 0,7 0,7 0,7 0,7 0,7 0,7 0,8 0,9 0,9 0,9 0,9 0,9 0,9 0,9 0,9 0,9 0,9 1,0 1,0 1,0 1,0 0,9 0,8 0,8
Werkdagen nov 0,7 0,7 0,7 0,7 0,7 0,7 0,8 0,9 0,9 0,9 0,9 0,9 0,9 0,9 0,9 0,9 0,9 1,0 1,0 1,0 1,0 0,9 0,8 0,8
Werkdagen dec 0,7 0,7 0,7 0,7 0,7 0,7 0,8 0,9 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 0,9 0,8
weekend/feestdagen weekend/feestdagen 0,7 0,7 0,6 0,6 0,6 0,6 0,7 0,8 0,8 0,7 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6 0,7 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8

Bijlage 6. bij artikel 3.11, derde lid: rekencapaciteit bij kleine aansluitingen

Categorie Doorlaatwaarde van de aansluiting Rekencapaciteit [kW]
1 t/m 1x6A geschakeld 0,05
2 1-fase aansluitingen t/m 1x10A 0,5
3 1-fase > 1x10A en 3-fase t/m 3x25A 4
4 > 3x25A t/m 3x35A 20
5 > 3x35A t/m 3x50A 30
6 > 3x50A t/m 3x63A 40
7 > 3x63A t/m 3x80A 50

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.