Besluit van de Autoriteit Consument en Markt van 5 februari 2026, kenmerk ACM/UIT/666116 op grond van artikel 3.121 van de Energiewet, en artikel 12f van de Gaswet juncto artikel 7.42, tweede lid, van de Energiewet over transport van gas door de TSB (Transportcode gas TSB)

Type ZBO-regeling
Publication 2026-05-28
Laatst bijgewerkt 2026-05-29
State In force
Source BWB
artikelen Not indexed
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Autoriteit Consument en Markt,

Gelet op artikel 12f, eerste lid van de Gaswet en artikel 3.121 van de Energiewet;

Besluit:

1. Werkingssfeer en definities

2. Transportdiensten

2.1 Transport

2.1.1a Entry- en exitpunten

2.1.2 Entry- en exitcapaciteit

Omschrijving

Gecontracteerde entrycapaciteit geeft het recht om op een entrypunt een hoeveelheid gas per uur in het transmissiesysteem in te voeden. Gecontracteerde exitcapaciteit geeft het recht om op een exitpunt een hoeveelheid gas per uur aan het transmissiesysteem te onttrekken.

Contractering en toewijzing

Entry- en exitcapaciteit wordt onderscheiden in verschillende capaciteitsproducten. De capaciteitsproducten verschillen wat betreft de aanvangsdatum en aanvangstijd, de duur waarvoor entry- of exitcapaciteit wordt gecontracteerd en de prijs die op het capaciteitsproduct van toepassing is.

Op interconnectiepunten biedt de transmissiesysteembeheerder overeenkomstig artikel 9 van NC-CAM standaard jaarcapaciteitsproducten, standaard kwartaalcapaciteitsproducten, standaard maandcapaciteitsproducten, standaard dagcapaciteitsproducten en standaard within-day-capaciteitsproducten aan. Deze standaard capaciteitsproducten worden gecontracteerd en aan erkende balanceringsverantwoordelijken toegewezen door middel van een veiling als bepaald in NC-CAM.

Op binnenlandse entry- en exitpunten worden jaarcapaciteitsproducten, kwartaalcapaciteitsproducten, maandcapaciteitsproducten, dagcapaciteitsproducten en within-day-capaciteitsproducten onderscheiden. Jaar-, kwartaal-, maand-, dag- en within-day-capaciteitsproducten hebben op binnenlandse entry- en exitpunten dezelfde aanvangsdatum, aanvangstijd en duur als de standaard capaciteitsproducten zoals beschreven in artikel 9 van NC-CAM, met uitzondering van jaarcapaciteitsproducten die elke gasmaand kunnen aanvangen. Op binnenlandse entry- en exitpunten, niet zijnde exitpunten die de verbinding vormen tussen het transmissiesysteem en een distributiesysteem, worden deze capaciteitsproducten gecontracteerd en aan balanceringsverantwoordelijken of aangeslotenen met exitcapaciteit toegewezen volgens het first come first served principe. Op binnenlandse exitpunten die de verbinding vormen tussen het transmissiesysteem en een distributiesysteem wordt de exitcapaciteit gecontracteerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.1.2b tot en met 2.1.2e.

Indien een balanceringsverantwoordelijke of aangeslotenen met exitcapaciteit op binnenlandse entry- en exitpunten op dezelfde dag op een entry- of exitpunt entry- of exitcapaciteit contracteert in een willekeurige combinatie van kwartaal-, maand- en dagcapaciteitsproducten, zal de transmissiesysteembeheerder op verzoek van de balanceringsverantwoordelijken of aangeslotenen met exitcapaciteit per schijf van gelijke hoeveelheid gecontracteerde entry- of exitcapaciteit het volgende doen:

Afschakelbare entry- en exitcapaciteit

Entry- en exitcapaciteit kunnen door de transmissiesysteembeheerder in de vorm van afschakelbare transportcapaciteit worden aangeboden. Gecontracteerde afschakelbare entrycapaciteit geeft het voorwaardelijke recht om op een entrypunt een hoeveelheid gas per uur in het transmissiesysteem in te voeden. Gecontracteerde afschakelbare exitcapaciteit geeft het voorwaardelijke recht om op een exitpunt een hoeveelheid gas per uur aan het transmissiesysteem te onttrekken. De transmissiesysteembeheerder biedt afschakelbare entrycapaciteit of exitcapaciteit slechts aan indien vaste entrycapaciteit of vaste exitcapaciteit niet meer beschikbaar is. Van afschakelbare entry- of exitcapaciteit kan uitsluitend gebruik worden gemaakt indien de systeemgebruikers van het transmissiesysteem die op het betreffende entrypunt of exitpunt beschikken over vaste entry- of exitcapaciteit dan wel eerder gecontracteerde afschakelbare entry- of exitcapaciteit, niet (volledig) van hun entrycapaciteit respectievelijk exitcapaciteit gebruik maken. Indien niet aan deze voorwaarde wordt voldaan, kan de systeemgebruiker op het desbetreffende entry- of exitpunt (deels) worden afgeschakeld. Het afschakelen zal worden uitgevoerd in de volgorde van de volgens artikel 5.1.6 vastgelegde tijdstempels, en bij gelijke tijdstempels naar rato van de nominaties.

Overige voorwaarden

Op binnenlandse entry- en exitpunten zal de transmissiesysteembeheerder onverwijld, met inachtneming van artikel 2.1.12, naar mate er bestaande vaste entrycapaciteit of bestaande vaste exitcapaciteit beschikbaar komt, de gecontracteerde afschakelbare entrycapaciteit opwaarderen naar vaste entrycapaciteit respectievelijk vaste exitcapaciteit. Het opwaarderen zal worden uitgevoerd in de volgorde van de volgens artikel 5.1.6 vastgelegde tijdstempels.

2.1.2a

De transmissiesysteembeheerder houdt exitcapaciteit aan ten behoeve van exitpunten die gekoppeld zijn aan de aansluiting van een direct aangeslotene. De transmissiesysteembeheerder houdt uitsluitend exitcapaciteit aan die gecontracteerd is voor de duur van een jaar een kwartaal of een maand. De exitcapaciteit voor een direct aangeslotene wordt aangehouden tot uiterlijk één maand voor het aflopen van de al gecontracteerde exitcapaciteit op het betreffende exitpunt.

2.1.2b

De transmissiesysteembeheerder bepaalt voor alle exitpunten die de verbinding vormen tussen het transmissiesysteem en een distributiesysteem gezamenlijk de planparameters en publiceert deze voorafgaand aan elk kalenderjaar op zijn website. De planparameters omvatten de plancapaciteit, de plancapaciteit profielverbruikers, de standaardcapaciteit profielverbruikers, de plancapaciteit telemetrieverbruikers en de exitcapaciteit benodigd voor pieklevering, als bedoeld en onder omstandigheden zoals omschreven in artikel 3.30, lid 1 van het Energiebesluit. De transmissiesysteembeheerder publiceert de wijze waarop de planparameters worden bepaald op haar website. Bij de bepaling als bedoeld in de vorige twee volzinnen geldt dat de som van de plancapaciteit profielverbruikers en de plancapaciteit telemetrieverbruikers gelijk is aan de plancapaciteit. De standaardcapaciteit profielverbruikers plus de plancapaciteit telemetrieverbruikers wordt geheel gecontracteerd door de gezamenlijke balanceringsverantwoordelijken met erkenning LB. De standaardcapaciteit profielverbruikers en plancapaciteit telemetrieverbruikers worden in de vorm van vaste exitcapaciteit gecontracteerd. De transmissiesysteembeheerder verdeelt de standaardcapaciteit profielverbruikers, plus de plancapaciteit telemetrieverbruikers over de balanceringsverantwoordelijken n met erkenning LB op basis van gegevens uit de aansluitingenregisters van de distributiesysteembeheerders volgens de methodiek van artikel 2.1.2d respectievelijk artikel 2.1.2e.

2.1.2c

2.1.2d

De transmissiesysteembeheerder bepaalt de in een maand door elke balanceringsverantwoordelijken met erkenning LB gecontracteerde hoeveelheid exitcapaciteit ten behoeve van profielverbruikers en voor de systeemverliezen. Dit gebeurt op basis van de volgens artikel 2.1.2b en 2.1.2c vastgestelde respectievelijk verstrekte gegevens dan wel informatie uit de aansluitingenregisters van de distributiesysteembeheerder als volgt:

Waarbij de maandelijkse fractie voor het profielverbruik wordt bepaald met:

FG1A,maand = Max(UurfractiesG1A,maand)

FG2A,maand = Max(UurfractiesG2A,maand)

FG2C,maand = Max(UurfractiesG2C,maand)

waarin:

De berekening wordt uitgevoerd volgens het volgende stappenplan:

2.1.2e

De transmissiesysteembeheerder bepaalt de in een maand door elke balanceringsverantwoordelijke met erkenning LB ten behoeve van telemetrieverbruikers gecontracteerde hoeveelheid exitcapaciteit, op basis van de volgens artikel 2.1.2b en 2.1.2c vastgestelde respectievelijk verstrekte gegevens dan wel informatie uit de aansluitingenregisters van de distributiesysteembeheerders als volgt:

OVBV,systeemgebied,telemetrie = FFtelemetrie · pftelemetrie · GCBV,systeemgebied

Met:

waarin:

De berekening wordt uitgevoerd volgens het volgende stappenplan:

2.1.2f

De transmissiesysteembeheerder publiceert de te hanteren fitfactor profielverbruikers, de fitfactor telemetrieverbruikers, de referentietemperaturen, de profielfracties voor profielverbruikers en de profielfactoren telemetrieverbruik op zijn website.

2.1.2g

Voor profielverbruikers achter een niet OV-exitpunt reserveert de transmissiesysteembeheerder voldoende exitcapaciteit.

2.1.2h Wheelingcapaciteit

Omschrijving wheeling

Op entry- en exitpunten die op dezelfde locatie liggen, biedt de transmissiesysteembeheerder, naast de entry- en exitcapaciteit beschreven in artikel 2.1.2, ook wheelingcapaciteit aan. Gecontracteerde wheelingcapaciteit geeft het recht om op een entrypunt een hoeveelheid gas per uur in het transmissiesysteem in te voeden en op een op dezelfde locatie gelegen exitpunt weer aan het transmissiesysteem te onttrekken tegen een gereduceerd entry- en exittarief. De hoeveelheid in een uur in te voeden gas dient gelijk te zijn aan de hoeveelheid te onttrekken gas in hetzelfde uur. De gecontracteerde wheelingcapaciteit wordt door de transmissiesysteembeheerder geregistreerd in een separaat portfolio.

Contractering en toewijzing

Wheelingcapaciteit wordt gecontracteerd en aan balanceringsverantwoordelijken toegewezen volgens het first come first served principe. Wheelingcapaciteit kan vanaf 1 januari 2014 niet worden gecontracteerd tussen een binnenlands entry- of exitpunt en een interconnectiepunt. Wheelingcapaciteit die is gecontracteerd voor 1 januari 2014 zal worden gerespecteerd. De transmissiesysteembeheerder biedt wheelingcapaciteit slechts aan indien de aangeboden wheelingcapaciteit niet van invloed is op de aangeboden entry- en exitcapaciteit als bedoeld in artikel 2.1.2. Wheelingcapaciteit wordt onderscheiden jaar-, kwartaal en maandcapaciteitsproducten. De combinatie van entry- en exitpunten waarvoor wheelingcapaciteit wordt aangeboden wordt door de transmissiesysteembeheerder op zijn website gepubliceerd.

2.1.7 Diversion

2.1.7.1

2.1.7.2

2.1.7.3

2.1.7.4

2.1.7.5

De status van de door middel van diversion verplaatste entry- of exitcapaciteit zal niet worden aangetast tenzij deze verplaatsing de status van de entry- of exitcapaciteit van een andere balanceringsverantwoordelijken zou aantasten

2.1.8 Verlegging

Omschrijving

Verlegging geeft het recht om exitcapaciteit van een binnenlands exitpunt voor een bepaalde periode te verplaatsen naar een ander binnenlands exitpunt.

Contractering en toewijzing

Een balanceringsverantwoordelijke of aangeslotene met exitcapaciteit kan een verzoek voor verlegging indienen bij de transmissiesysteembeheerder. De transmissiesysteem beoordeelt het verzoek voor verlegging. De transmissiesysteembeheerder honoreert het verzoek voor verlegging indien het verzoek voldoet aan de volgende cumulatieve voorwaarden:

Overige voorwaarden

De status van de door middel van verlegging verplaatste exitcapaciteit zal niet worden aangetast tenzij deze verplaatsing de status van de exitcapaciteit van een andere balanceringsverantwoordelijke zou aantasten.

2.1.9 Aanpassen gecontracteerde transportcapaciteit bij opstarten of uitbreiden gasinstallaties.

2.1.9.1

Bij het opstarten of het uitbreiden van met een aansluiting op het transmissiesysteem kan een balanceringsverantwoordelijke of aangeslotene met transportcapaciteit de transmissiesysteembeheerder verzoeken om initieel een geschatte hoeveelheid transportcapaciteit te contracteren voor een periode van ten hoogste vier opeenvolgende gasmaanden en de gecontracteerde transportcapaciteit na afloop van deze periode bij te stellen naar het maximum van de gebruikte capaciteit per maand.

2.1.9.2

De aanpassing of uitbreiding als bedoeld in artikel 2.1.9.1 wordt vastgelegd in een aparte overeenkomst tussen enerzijds de transmissiesysteembeheerder en anderzijds de balanceringsverantwoordelijke of aangeslotene met transportcapaciteit, met daarin opgenomen de geschatte transportcapaciteit. De geschatte transportcapaciteit dient een redelijke beoordeling te zijn van de benodigde transportcapaciteit en dient binnen een gasmaand constant te zijn. De geschatte transportcapaciteit vormt de basis voor de (voorlopige) berekening van het in rekening te brengen bedrag bij de balanceringsverantwoordelijke of de aangeslotene met transportcapaciteit.

2.1.9.3

De balanceringsverantwoordelijke of de aangeslotene met transportcapaciteit mag de geschatte transportcapaciteit overschrijden. Als hiervoor vooraf toestemming van de transmissiesysteembeheerder benodigd is, zal dit opgenomen worden in de overeenkomst.

2.1.9.4

Het overdragen van transportcapaciteit of het gebruik van transportcapaciteit conform 2.1.10 met betrekking tot de geschatte transportcapaciteit als bedoeld in artikel 2.1.9.2, is alleen mogelijk voor de gehele geschatte transportcapaciteit en voor de gehele periode waarvoor de transportcapaciteit wordt geschat.

2.1.9.5

Na afloop van de periode van ten hoogste vier maanden waarvoor de transportcapaciteit is geschat, bepaalt de transmissiesysteembeheerder voor elke gasmaand van de periode een waarde voor de transportcapaciteit in de betreffende gasmaand. Deze waarde is gelijk aan het maximum van de gebruikte transportcapaciteit in die maand, zoals gemeten op basis van de Meetcode gas LNB. De balanceringsverantwoordelijke of aangeslotene met transportcapaciteit sluit een herziene overeenkomst met de transmissiesysteembeheerder waarmee deze transportcapaciteit wordt gecontracteerd en afgerekend op grond van het bepaalde in artikel 3.6 tot en met 3.10 van de Tarievencode gas TSB en DSB. Indien geen toestemming vooraf is vereist voor het overschrijden van de geschatte transportcapaciteit is de waarde van de transportcapaciteit in de herziene overeenkomst gelijk aan de gebruikte transportcapaciteit. Indien wel vooraf toestemming is vereist voor het overschrijden van de geschatte transportcapaciteit is de waarde van de transportcapaciteit in de herziene overeenkomst gelijk aan de gebruikte transportcapaciteit voor zover de balanceringsverantwoordelijke of aangeslotene met transportcapaciteit vooraf toestemming heeft gevraagd en ontvangen van de transmissiesysteembeheerder om de geschatte transportcapaciteit te overschrijden.

2.1.9.6

Indien er sprake is van overschrijding van de geschatte transportcapaciteit waarvoor de balanceringsverantwoordelijke of aangeslotene met transportcapaciteit toestemming heeft gevraagd, maar niet heeft gekregen, of waarvoor voorafgaande toestemming vereist was maar welke niet is gevraagd, wordt deze overschrijding aangemerkt als een overschrijding bedoeld in artikel 3.10 van de Tarievencode gas TSB en DSB, en als zodanig afgerekend na afloop van de periode van ten hoogste vier maanden waarvoor de transportcapaciteit wordt geschat. Dit geldt eveneens indien toestemming is verleend voor overschrijding, maar de balanceringsverantwoordelijke of aangeslotene met transportcapaciteit meer transportcapaciteit gebruikt dan waarvoor toestemming was verkregen.

2.1.10 Overdracht van transportcapaciteit of het gebruiksrecht

Algemeen

2.1.10.1

Een balanceringsverantwoordelijke of een aangeslotene met exitcapaciteit heeft het recht gecontracteerde transportcapaciteit of het gebruik van transportcapaciteit (verder: gebruiksrecht) over te dragen aan een andere balanceringsverantwoordelijke of aangeslotene met exitcapaciteit. Het overdragen van transportcapaciteit of het gebruiksrecht is mogelijk tussen een aangeslotene met exitcapaciteit en een balanceringsverantwoordelijke voor zover het de exitcapaciteit op het exitpunt van de aangeslotene met exitcapaciteit betreft of tussen balanceringsverantwoordelijken onderling. Het overdragen van transportcapaciteit of het gebruiksrecht heeft betrekking op gecontracteerde transportcapaciteit of het gebruiksrecht voor één of meer gasdagen of voor één of meer gasmaanden in de toekomst gelegen.

2.1.10.2

Beide partijen dienen gezamenlijk bij de transmissiesysteembeheerder een verzoek in tot het overdragen van transportcapaciteit of het gebruiksrecht. Met de overdracht wordt het portfolio van de partij die het gebruiksrecht krijgt overgedragen uitgebreid. In verband met artikel B1.10, lid 1, toetst de transmissiesysteembeheerder of de actuele kredietruimte van deze partij nog toereikend is alvorens medewerking te verlenen aan de overdracht. Wordt een verzoek ingediend door middel van het elektronisch boekingsplatform, dan zal de transmissiesysteembeheerder de bevestiging van de medewerking nog dezelfde dag verzenden; een verzoek ingediend door middel van het standaardformulier zal binnen 4 werkdagen worden bevestigd. De overgedragen transportcapaciteit of het overgedragen gebruiksrecht kunnen op zijn vroegst door de overnemende partij worden gebruikt op de gasdag nadat de transmissiesysteembeheerder de bevestiging heeft verzonden. De overnemende partij draagt op het betreffende entry- of exitpunt balanceringsverantwoordelijkheid.

Transportcapaciteit

2.1.10.3

De overgedragen capaciteit wordt als een nieuw contract geregistreerd waarbij het type capaciteitproduct, zoals bedoeld in artikel 2.1.2, wordt overgenomen uit het oorspronkelijke contract.

2.1.10.4

De transmissiesysteembeheerder zal de balanceringsverantwoordelijke of de aangeslotene met exitcapaciteit ter bevestiging van de medewerking een e-mail sturen met een link naar de nieuwe overeenkomsten. Indien geen gebruik is gemaakt van het elektronisch boekingsplatform, wordt de overdracht bevestigd per brief of e-mail met daarbij de nieuwe overeenkomsten.

Het gebruiksrecht

2.1.10.5

Door alleen het gebruiksrecht over te dragen verkrijgt de overnemende balanceringsverantwoordelijke het recht om de transportcapaciteit op het betreffende entry- of exitpunt te gebruiken. Het tarief voor het transport wordt ongewijzigd bij de partij die het gebruiksrecht heeft overgedragen in rekening gebracht.

2.1.10.6

Wordt de overeenkomst betreffende transport (tussentijds) beëindigd en is het gebruiksrecht geheel of gedeeltelijk overgedragen, dan eindigt tevens dit gebruiksrecht. De transmissiesysteembeheerder zal in dat geval de partij die het gebruiksrecht overgedragen heeft gekregen van de partij die de transportcapaciteit rechtstreeks bij de transmissiesysteembeheerder heeft gecontracteerd de mogelijkheid bieden de transportcapaciteit behorende bij het gebruiksrecht te contracteren. Na melding door de transmissiesysteembeheerder dient de betreffende partij binnen drie werkdagen te besluiten of hij van deze mogelijkheid gebruik wenst te maken.

2.1.10.7

Diversion zoals beschreven in 2.1.7 kan niet worden gecontracteerd met betrekking tot het gebruiksrecht dat een balanceringsverantwoordelijke overgedragen heeft gekregen.

2.1.10.8

De transmissiesysteembeheerder zal medewerking aan het overdragen van het gebruiksrecht bevestigen door middel van een e-mail.

2.1.10.9

Kosten verband houdende met het gebruiksrecht worden door de transmissiesysteembeheerder in rekening gebracht bij de balanceringsverantwoordelijke die het gebruiksrecht overgedragen heeft gekregen. Kosten die verband houden met het gebruiksrecht zijn kosten in verband met overschrijdingen van de gecontracteerde capaciteit, kosten voortkomend uit de balancering en kosten gerelateerd aan het verrekenen van correcties op allocaties.

2.1.11 [vervallen]

2.1.12

De transmissiesysteembeheerder waardeert gecontracteerde afschakelbare transportcapaciteit zoals beschreven in artikel 2.1.2 en 2.1.2h op naar vaste gecontracteerde transportcapaciteit tenzij de balanceringsverantwoordelijke binnen uiterlijk vijf werkdagen na het sluiten van de betreffende overeenkomst bij de transmissiesysteembeheerder aangeeft dat hij voor deze overeenkomst niet in aanmerking wenst te komen voor het opwaarderen van de gecontracteerde afschakelbare transportcapaciteit.

2.1.13

Voor exitpunten die gekoppeld zijn aan de aansluiting van een verbruiker op het transmissiesysteem zal de transmissiesysteembeheerder de verzoeken tot het contracteren van exitcapaciteit van twee of meer partijen, die samen de totaal beschikbare exitcapaciteit op het betreffende exitpunt overschrijden, onder de volgende voorwaarden accepteren:

2.1.14 Teruggeven van gecontracteerde entry- en exitcapaciteit

De transmissiesysteembeheerder zal in overeenstemming met artikel 2.2.4 van Bijlage 1 bij de Verordening (EU) 2024/1789 het teruggeven van gecontracteerde vaste entry- en exitcapaciteit op interconnectiepunten faciliteren.

De entry- en exitcapaciteit kan worden teruggegeven voor een periode van een jaar (beginnende op 1 oktober), een kwartaal of een maand. De aangeboden entry- en exitcapaciteit dient gedurende de gehele teruggaveperiode constant te zijn.

Gedurende de periode tussen het teruggeven van de entry- en exitcapaciteit en het sluiten van de bijbehorende veiling kan de balanceringsverantwoordelijke de betreffende entry- en exitcapaciteit niet op andere wijze verhandelen.

Ingeval meerdere balanceringsverantwoordelijken entry- en exitcapaciteit teruggeven, maar niet alle teruggegeven entry- en exitcapaciteit volledig kan worden geheralloceerd, zal herallocatie over deze balanceringsverantwoordelijken plaatsvinden op volgorde van diens tijdstip van aanvraag voor teruggave van de entry- en exitcapaciteit.

Indien en voorzover teruggegeven (backhaul) entry- en exitcapaciteit door de transmissiesysteembeheerder opnieuw wordt verkocht, wordt de teruggeven (backhaul) entry- en exitcapaciteit niet in rekening gebracht.

2.1.15 Terugkoop

De transmissiesysteembeheerder zal in overeenstemming met artikel 2.2.2 van Bijlage 1 bij de Verordening (EU) 2024/1789 zo nodig het recht op het gebruik van entry- of exitcapaciteit terugkopen.

2.1.15.1

In Bijlage 2 wordt vastgelegd op welke wijze de transmissiesysteembeheerder de omvang van de technische vaste entry- en exitcapaciteit en de overboekcapaciteit bepaalt.

2.1.15.2

Wanneer, ten gevolge van nominaties boven de technische capaciteit, de systeemintegriteit van het transmissiesysteem gevaar loopt, zal de transmissiesysteembeheerder op interconnectiepunten een terugkoopveiling starten om het voorziene knelpunt te voorkomen. De terugkoopveiling houdt in dat balanceringsverantwoordelijken voor de betreffende uren het gebruik van hun transportrechten aanpassen.

2.1.15.3

Vanuit het boekingsplatform wordt 3 uur voor het uur (T) waarin het knelpunt optreedt een notificatie verzonden aan balanceringsverantwoordelijken. In deze notificatie wordt aangegeven:

2.1.15.4

De balanceringsverantwoordelijke die wenst deel te nemen aan de terugkoopveiling dient zijn bieding(en) te plaatsen tussen T-2¾ en T-2¼. De balanceringsverantwoordelijke dient een bieding te doen zodanig dat:

2.1.15.5

De veiling start op T-2¼ uur en vindt plaats conform het veilingalgoritme ‘uniform price auction’ als gedefinieerd in NC-CAM, echter met de volgende afwijkingen:

2.1.15.6

Direct na de terugkoopveiling ontvangen balanceringsverantwoordelijken die een succesvolle bieding hebben geplaatst hiervan bericht en zijn deze balanceringsverantwoordelijken verplicht de in het bericht genoemde hoeveelheid voor de betreffende uren te hernomineren vóór uur T-2, oftewel de balanceringsverantwoordelijke dient de nominatie op T-2 ten opzichte van de nominatie geldend op T-3 aan te passen conform de hoeveelheid in het bericht met het veilingresultaat.

2.1.15.7

Alvorens de terugkoopveiling te starten zal de transmissiesysteembeheerder verifiëren of het voorziene knelpunt op andere wijze is op te lossen. Daartoe zal de transmissiesysteembeheerder onderzoeken of het voorziene knelpunt door het nemen van operationele maatregelen kan worden opgelost en zal de transmissiesysteembeheerder zo nodig met de aangrenzende transmissiesysteembeheerders overleggen of het voorziene knelpunt onderling is op te lossen.

2.1.15.8

De transmissiesysteembeheerder zal jaarlijks aan de Autoriteit Consument en Markt alle noodzakelijke informatie verstrekken om de werking van de overboekings- en terugkoopregeling te kunnen beoordelen.

3. Balanceringsverantwoordelijken en aangeslotenen met exitcapaciteit

3.1 [vervallen]

3.2 Balanceringsverantwoordelijken

3.2.0

Eenieder kan bij de transmissiesysteembeheerder een aanvraag indienen om balanceringsverantwoordelijke te worden, volgens een door de transmissiesysteembeheerder vastgesteld en via de website op te vragen model. De transmissiesysteembeheerder accepteert eenieder als balanceringsverantwoordelijke die:

Indien aan de hiervoor genoemde voorwaarden is voldaan, verstrekt de transmissiesysteembeheerder de aanvrager een erkenning door middel van publicatie op zijn website, onder vermelding van de ingangsdatum van de erkenning.

Deze erkenning is gelijk aan de toelating van de balanceringsverantwoordelijke door de transmissiesysteembeheerder, zoals bedoeld in de definitie van “balanceringsverantwoordelijke voor gas” in artikel 1 van de Energiewet.

De transmissiesysteembeheerder verleent aan de balanceringsverantwoordelijke toestemming om de taken verbonden aan de eisen in artikel 3.2.0 b en c door een derde, die niet zelf een balanceringsverantwoordelijke is, te laten uitvoeren, mits die derde voldoet aan de eisen in b en c en er geen zwaarwegende redenen bestaan om deze toestemming niet te verlenen.

De juiste en tijdige uitvoering van deze taken wordt uitsluitend verricht door of namens de balanceringsverantwoordelijke.

3.2.1

De transmissiesysteembeheerder onderscheidt drie typen erkenning voor een balanceringsverantwoordelijke.

Erkenning LA: rechtspersonen en natuurlijke personen met deze erkenning kunnen transportcapaciteit contracteren bij de transmissiesysteembeheerder, behoudens entry- en exitcapaciteit op een netwerkpunt tussen het transmissiesysteem en een distributiesysteem. Rechtspersonen of natuurlijke personen met deze erkenning kunnen eveneens gas verhandelen op het virtuele handelspunt. In aanvulling op de eisen vermeld onder artikel 3.2.0a t/m 3.2.0d gelden de volgende voorwaarden:

Erkenning LB: rechtspersonen en natuurlijke personen met deze erkenning kunnen transportcapaciteit contracteren bij de transmissiesysteembeheerder met inbegrip van entry- en exitcapaciteit op een netwerkpunt tussen het transmissiesysteem en een distributiesysteem. Rechtspersonen of natuurlijke personen met deze erkenning kunnen eveneens gas verhandelen op het virtuele handelspunt. In aanvulling op de eisen vermeld onder artikel 3.2.0a t/m 3.2.0d gelden de volgende voorwaarden:

Erkenning LC: rechtspersonen en natuurlijke personen met deze erkenning kunnen geen transportcapaciteit contracteren bij de transmissiesysteembeheerder. Rechtspersonen of natuurlijke personen met deze erkenning kunnen uitsluitend gas verhandelen op het virtuele handelspunt. In aanvulling op de eisen vermeld onder artikel 3.2.0a t/m 3.2.0d gelden geen verdere voorwaarden.

3.2.2

De transmissiesysteembeheerder publiceert de actuele lijst met balanceringsverantwoordelijken inclusief het type erkenning op zijn website.

3.2.3

De balanceringsverantwoordelijke dient er zorg voor te dragen dat zijn conform artikel 3.2.0 bekende gegevens bij de transmissiesysteembeheerder actueel zijn.

3.3 Vrijstelling en intrekking erkenning

3.3.1

De transmissiesysteembeheerder kan besluiten om voor een bepaalde, beperkte periode schriftelijk vrijstelling te verlenen van één of meer van de in artikel 3.2 genoemde voorwaarden in het geval tijdelijk niet aan deze voorwaarden kan worden voldaan. Bedoelde vrijstelling wordt verleend op gemotiveerd schriftelijk verzoek tot uiterlijk een maand voor de aanvang van de gecontracteerde transportcapaciteit.

3.3.2

3.3.3

De transmissiesysteembeheerder publiceert een aparte lijst met rechtspersonen en natuurlijke personen van wie de erkenning LB is ingetrokken op zijn website onder vermelding van de datum waarop de erkenning is ingetrokken. De reden van de intrekking wordt daarbij niet vermeld.

3.3.4 Regeling in geval van intrekking van de erkenning indien een balanceringsverantwoordelijke redelijkerwijs niet in staat wordt geacht de verplichtingen van de transportcode na te komen

3.3.4.1

Indien de systeembeheerder een balanceringsverantwoordelijke redelijkerwijs niet meer in staat acht om aan de verplichtingen van de Transportcode gas TSB te voldoen dan bepaalt de transmissiesysteembeheerder na overleg met de Autoriteit Consument en Markt of, en zo ja onder welke voorwaarden, hij de balanceringsverantwoordelijke dan wel de bewindvoerder en balanceringsverantwoordelijke tezamen onderscheidenlijk de curator aanbiedt om intrekking van de erkenning als balanceringsverantwoordelijke op te schorten voor ten hoogste 10 werkdagen of, indien de situatie als bedoeld in artikel 3.3.7 van toepassing is voor ten hoogste 25 werkdagen. De genoemde voorwaarden kunnen onder andere bevatten: eisen aan de inkoop van energie gedurende de opschorting en zekerheidstelling voor eventuele kosten.

3.3.4.2

Indien de transmissiesysteembeheerder besluit om conform artikel 3.3.4.1 de intrekking van de erkenning op te schorten dan kan hij, na overleg met de Autoriteit Consument en Markt, aan de balanceringsverantwoordelijke aanbieden, voor zover dat redelijkerwijs noodzakelijk is, om geheel of gedeeltelijk garant te staan voor de aan deze opschorting gerelateerde kosten of verplichtingen. Deze kunnen onder meer bestaan uit de eventuele kosten of verplichtingen voor de inkoop van gas kosten ten gevolge van het niet in balans zijn van de balanceringsverantwoordelijke en andere activiteiten rechtstreeks voortvloeiend uit de verplichtingen van de balanceringsverantwoordelijke. Bij deze kosten zijn de eventueel door de overheid opgelegde heffingen inbegrepen.

3.3.4.3

Indien het in artikel 3.3.4.1 bedoelde overleg tot opschorting van de intrekking van de erkenning van de betreffende balanceringsverantwoordelijke leidt, worden gedurende de opschorting alle individuele verzoeken tot overdracht van balanceringsverantwoordelijkheid naar de betreffende balanceringsverantwoordelijke geweigerd.

3.3.4.4

Indien de transmissiesysteembeheerder besluit tot intrekking van de erkenning en over te gaan tot een verdeling als bedoeld in artikel 3.3.5.1, eerste lid, onderdelen b en e, worden individuele verzoeken tot overdracht van de balanceringsverantwoordelijkheid van de wegvallende balanceringsverantwoordelijke naar een andere balanceringsverantwoordelijke geweigerd.

3.3.4.5

De transmissiesysteembeheerder informeert na een besluit tot opschorting van de intrekking van de erkenning van een balanceringsverantwoordelijke de overige balanceringsverantwoordelijken, de Autoriteit Consument en Markt en, indien het een erkenning LB betreft, de distributiesysteembeheerders daarover.

Indien de wegvallende balanceringsverantwoordelijke balanceringsverantwoordelijkheid draagt voor een aansluiting op het transmissiesysteem, informeert de transmissiesysteembeheerder tevens de betreffende aangeslotene.

3.3.4.6

Een besluit van de transmissiesysteembeheerder om de intrekking van de erkenning van een balanceringsverantwoordelijke op te schorten, wordt in de in artikel 3.3.3. bedoelde lijst met balanceringsverantwoordelijken van de transmissiesysteembeheerder verwerkt.

3.3.4.7

Onverminderd het bepaalde in artikel 3.3.5.1, vijfde lid, bevat de informatieverstrekking aan de distributiesysteembeheerders en aangeslotenen als bedoeld in artikel 3.3.4.5 ook de voorziene reactietermijn voor de in artikel 3.3.5.1, eerste lid, onderdelen a, c en d, bedoelde kennisgeving.

3.3.4.8

De betrokken distributiesysteembeheerders communiceren de informatie als bedoeld in artikelen 3.3.4.5 en 3.3.4.7 onverwijld aan:

3.3.4.9

Behoudens de kosten uit artikel 3.3.4.10 zullen de nog niet op de balanceringsverantwoordelijke verhaalde kosten als gevolg van het verstrekken van een garantie als bedoeld in artikel 3.3.4.2. in kalenderjaar t+2 in de tarieven worden verwerkt. De Autoriteit Consument en Markt neemt hiertoe deze kosten op in het in artikel 3.110 van de Energiewet bedoelde besluit. Eventuele ontvangsten zullen in het eerstvolgende besluit zoals bedoeld in artikel 3.110 van de Energiewet, in mindering op de tarieven worden gebracht.

3.3.4.10

De balanceringskosten, zoals bedoeld in NC-BAL, van de transmissiesysteembeheerder die aan een balanceringsverantwoordelijke zijn toegewezen, maar door wanbetaling niet zijn verhaald, worden conform artikel 4.1.8, tweede lid, onderdeel d, verrekend in de neutraliteitsheffing.

3.3.5 Opdeling van balanceringsverantwoordelijkheid voor groot- en kleinverbruikers bij intrekking van de erkenning

3.3.5.1

3.3.5.2

De grootverbruiker of producent die via de in deze paragraaf bedoelde verdeling een andere balanceringsverantwoordelijke heeft gekregen voor zijn aansluiting, heeft gedurende twee maanden na de verdeling het recht zonder opzegtermijn van balanceringsverantwoordelijke te wisselen.

3.3.5.3 [vervallen]

3.3.5.4

In de in artikel 3.3.5.1, eerste lid, sub b en sub e genoemde verdeling wordt rekening gehouden met een verzoek van een balanceringsverantwoordelijke om de aan hem toegewezen aansluitingen toe te wijzen aan een andere balanceringsverantwoordelijke indien beide betrokken balanceringsverantwoordelijken hiertoe gezamenlijk een verzoek hebben ingediend bij de transmissiesysteembeheerder. De verwerkingstermijn van een dergelijk verzoek bedraagt maximaal twee weken.

3.3.6 Regeling voor het geval de leverancier niet meer aan zijn leveringsverplichtingen kan voldoen

Indien een leverancier surseance van betaling is verleend respectievelijk failliet is verklaard, geldt voor de leveringen van de betreffende leverancier die niet vallen onder de vergunningplicht als bedoeld in artikel 2.17 van de Energiewet, dat de balanceringsverantwoordelijke die de balanceringsverantwoordelijkheid voor die aangeslotenen draagt, zijn balanceringsverantwoordelijkheid tijdelijk dient te continueren tegen redelijke tarieven. Betrokken partijen informeren elkaar onverwijld over de ontstane situatie. In verband met het continueren van de balanceringsverantwoordelijkheid informeren de balanceringsverantwoordelijke en de betreffende systeembeheerder de betrokken aangeslotenen onverwijld over de ontstane situatie. De balanceringsverantwoordelijke dient zijn balanceringsverantwoordelijkheid voor die aangeslotenen te continueren tot het moment waarop die aangeslotene een nieuwe leveringsovereenkomst heeft gesloten dan wel de levering aan die aangeslotene is beëindigd.

3.3.7 Samenvallen intrekking vergunning en erkenning

In geval van dezelfde partij het besluit wordt genomen de vergunning en de erkenning in te trekken geldt de aanvullende bepaling dat het besluit dat de vergunning wordt ingetrokken eerder geacht te zijn genomen dan het besluit tot intrekken van de erkenning als balanceringsverantwoordelijke.

3.3.8 Samenvallen intrekking erkenning en wegvallen leverancier

In het geval de balanceringsverantwoordelijke waarvan de erkenning is ingetrokken eveneens leverancier was, zal bij de verdeling van de balanceringsverantwoordelijkheid conform artikel 3.3.5.1, door de balanceringsverantwoordelijke die balanceringsverantwoordelijkheid voor grootverbruikers krijgt toebedeeld, aan de betreffende systeembeheerder bekend worden gemaakt welke leverancier verantwoordelijk wordt voor de levering bij de toebedeelde grootverbruikers.

3.4 Aangeslotene met exitcapaciteit

3.4.1

Een aangeslotene, die alleen voldoet aan het bepaalde in artikel 3.2.0.a, is uitsluitend gerechtigd exitcapaciteit te contracteren op zijn op het transmissiesysteem aangesloten aansluiting.

3.4.2

De betrokken aangeslotene is niet gerechtigd gebruik te maken van de andere diensten van de transmissiesysteembeheerder waaronder begrepen het deelnemen aan het gastransport. Dit is voorbehouden aan een ieder die voldoet aan de voorwaarden van artikel 3.2.0.a t/m 3.2.0.c en door de transmissiesysteembeheerder is erkend.

3.5 Het uitoefenen van balanceringsverantwoordelijkheid

4. Operationele voorwaarden

4.1 Balanceringsregime

4.1.1 Het indienen van programma’s

4.1.2 Informatieverstrekking ten behoeve van de balanshandhaving

4.1.3 [vervallen]

4.1.4 Dagelijkse balanshandhaving

4.1.4.1

De positie van het systeem balans signaal bevindt zich in één van de volgende vier zones: donkergroen, lichtgroen, oranje, rood. Hierbij is de mate van systeemonbalans vanaf de donkergroene zone, in de volgorde zoals hiervoor benoemd, steeds oplopend, zowel in een tekortsituatie als in een overschotsituatie.

In de eerste helft van ieder uur voorspelt de transmissiesysteembeheerder de positie van het systeem balans signaal aan het einde van dat uur. Als deze voorspelling in de donkergroene zone uitkomt, dan onderneemt de transmissiesysteembeheerder geen actie met betrekking tot balanshandhaving.

Als deze voorspelling buiten de donkergroene zone uitkomt en toeneemt ten opzichte van de voorspelling van de systeemonbalans van het voorgaande uur, dan zal de transmissiesysteembeheerder een WDM-titletransactie aangaan om de systeemonbalans te verminderen. De hoeveelheid waarvoor de transmissiesysteembeheerder de WDM-titletransactie aangaat is het verschil tussen de voorspelde waarde van het systeem balans signaal aan het eind van het uur en de grens tussen de donkergroene zone en de lichtgroene zone, verminderd met de hoeveelheid gas die de transmissiesysteembeheerder middels eerdere WDM-titletransacties heeft gekocht/verkocht en die nog geleverd/afgenomen moeten worden.

Als deze voorspelling in de rode zone uitkomt en de netbeheerder van het landelijk gastransportnet verwacht dat de inzet van de WDM-transactie onvoldoende effect zal hebben, kan de netbeheerder van het transmissiesysteem een noodsituatie uitroepen en handelen zoals beschreven in 4.1.4.4. Een WDM-transactie heeft invloed op het portfolio onbalans signaal van het betreffende portfolio.

4.1.4.2 Acties met betrekking tot balanshandhaving in een tekortsituatie

De hoeveelheid gas die de transmissiesysteembeheerder koopt conform artikel 4.1.4.1 verkoopt de transmissiesysteembeheerder in het uur van levering of afname tegen de WDM-transactieprijs aan de onbalans veroorzakende balanceringsverantwoordelijke(n) naar rato van de waarde van hun portfolio onbalans signaal die betrekking heeft op het begin van het uur van de WDM-transactie. Dit heeft invloed op het portfolio onbalans signaal in het uur van levering of afname van dit gas.

4.1.4.3 Acties met betrekking tot balanshandhaving in een overschotsituatie

De hoeveelheid gas die de transmissiesysteembeheerder verkoopt conform artikel 4.1.4.1 koopt de transmissiesysteembeheerder in het uur van levering of afname tegen de WDM-transactieprijs van de onbalans veroorzakende balanceringsverantwoordelijke(n) naar rato van de waarde van hun portfolio onbalans signaal die betrekking heeft op het begin van het uur van de WDM-transactie. Dit heeft invloed op het portfolio onbalans signaal in het uur van levering of afname van dit gas.

4.1.4.4 Acties met betrekking tot een noodsituatie

Als de transmissiesysteembeheerder een noodsituatie heeft uitgeroepen zoals beschreven in artikel 4.1.4.1 of 4.1.4.5, dan kan de transmissiesysteembeheerder besluiten om (een van) de volgende maatregelen te treffen:

Na afloop van de noodsituatie overleggen de transmissiesysteembeheerder en de betrokken balanceringsverantwoordelijke over de afwikkeling van de ontstane situatie.

Als de transmissiesysteembeheerder een noodsituatie heeft uitgeroepen zoals beschreven in artikel 4.1.4.1, dan zal de transmissiesysteembeheerder dit publiceren onder vermelding van het uur van de start van de noodsituatie. Instructies van de transmissiesysteembeheerder in deze situatie hebben invloed op het portfolio onbalans signaal van het betreffende portfolio. Een hoeveelheid gas die de transmissiesysteembeheerder door middel van een instructie koopt of verkoopt, additioneel aan de WDM-transactie, wordt verrekend tegen de WDM-transactieprijs van het betreffende uur.

Als de transmissiesysteembeheerder een noodsituatie heeft uitgeroepen zoals beschreven in artikel 4.1.4.5, dan zal de transmissiesysteembeheerder dit zo spoedig mogelijk publiceren onder vermelding van het uur van de start van de noodsituatie. Instructies van de transmissiesysteembeheerder in deze situatie hebben geen invloed op het portfolio onbalans signaal van het betreffende portfolio, en worden via transacties tussen de transmissiesysteembeheerder en de balanceringsverantwoordelijke op een virtueel punt afgehandeld tegen de neutrale gasprijs als bedoeld in artikel 4.1.6.4.

Als de door de transmissiesysteembeheerder uitgeroepen noodsituatie ten einde is, zal de transmissiesysteembeheerder dit zo spoedig mogelijk publiceren onder vermelding van het tijdstip van einde van de noodsituatie.

In geval van een noodsituatie zal de transmissiesysteembeheerder aan de betrokken balanceringsverantwoordelijke geen tarief voor een overschrijding van de gecontracteerde entry- of exitcapaciteit conform artikel 3.10 van de Tarievencode gas TSB en DSB berekenen indien en voor zover deze overschrijding een gevolg is van een volgens dit artikel door de transmissiesysteembeheerder gegeven instructie.

4.1.4.5

4.1.4.6

4.1.4.7

4.1.4.8

4.1.4.9

De transmissiesysteembeheerder voert jaarlijks overleg met representatieve organisaties van systeemgebruikers op de gasmarkt over de werking van de artikelen 4.1.4.7, 4.1.4.8 en 4.1.4.10 en stuurt de resultaten hiervan aan de Autoriteit Consument en Markt. Indien deze evaluatie daartoe aanleiding geeft, leggen de gezamenlijke systeembeheerders een voorstel (tot wijziging) met betrekking tot de artikelen 4.1.4.7, 4.1.4.8 en 4.1.4.10 ter goedkeuring voor aan Autoriteit Consument en Markt.

De evaluatie waarvan sprake is in dit artikel kan op initiatief van de transmissiesysteembeheerder en/of de Autoriteit Consument en Markt uitgevoerd worden.

4.1.4.10

4.1.5 [vervallen]

4.1.6 Verrekening van afwijkingen van near-real-time allocaties door de transmissiesysteembeheerder

4.1.7 Einde dag verrekening

Conform hoofdstuk 5 van NC-BAL verrekent de transmissiesysteembeheerder de positie (“dagelijkse onbalanshoeveelheid”) aan het einde van de dag met de balanceringsverantwoordelijken. Voor dit doel maakt de transmissiesysteembeheerder gebruik van de mogelijkheid in hoofdstuk 9 van NC-BAL, zijnde een leidingbufferflexibiliteitsdienst. De hoeveelheid leidingbuffer die de transmissiesysteembeheerder ter beschikking stelt aan de markt is gelijk aan de donkergroene zone conform artikel 4.1.2.1. Hierdoor is de dagelijkse onbalanshoeveelheid waarvan sprake is in artikel 21 van NC-BAL gelijk aan nul. De transmissiesysteembeheerder brengt voor de leidingbufferflexibiliteitsdienst een tarief in rekening conform de ‘kleine aanpassing’ uit artikel 22 van de NC-BAL. Bij de invoering van leidingbufferflexibiliteitsdienst is het tarief (LFS-tarief) vastgesteld op 0,4% van de neutrale gasprijs als bedoeld in artikel 4.1.6.4. De transmissiesysteembeheerder kan het tarief evalueren en, indien deze evaluatie daartoe aanleiding geeft, een gewijzigd tarief ter goedkeuring voorleggen aan Autoriteit Consument en Markt. Indien dit leidt tot een wijziging van het tarief, zal het gewijzigde tarief gepubliceerd worden op de website van de transmissiesysteembeheerder.

De evaluatie waarvan sprake is in dit artikel kan op initiatief van de transmissiesysteembeheerder en/of de Autoriteit Consument en Markt uitgevoerd worden. De evaluatie neemt in ieder geval de volgende aspecten in ogenschouw:

4.1.8

4.2 Uitvoering van transport

4.2.1 Algemeen

4.2.2 Nomineren

4.2.3 Matching en confirmatie

4.3 Allocatie

4.3.1 Algemeen

4.4 Onderhoud en beperking van transport

4.4 Onderhoud en beperking van transport

5. Transportovereenkomsten

5.2 [vervallen]

5.3 Gevolgen van beëindiging van transportovereenkomsten

5.3 Gevolgen van beëindiging van transportovereenkomsten

7. Overige bepalingen

7. Overige bepalingen

Bijlage 1. Kredietwaardigheidseisen

B1.1 Algemeen

Een partij die balanceringsverantwoordelijke of aangeslotene met exitcapaciteit wenst te worden dient aan de kredietwaardigheidseisen te voldoen die voortvloeien uit een kredietanalyse uitgevoerd door de transmissiesysteembeheerder overeenkomstig het bepaalde in deze Bijlage 1, afhankelijk van de risicocategorie waarin deze partij op basis van die kredietanalyse wordt ingedeeld.

B1.2 Kredietanalyse

De transmissiesysteembeheerder voert de kredietanalyse als volgt uit:

B1.3 Aanpassing risicocategorie

In uitzonderlijke gevallen, zoals bij een “negative outlook” van Moody’s of Standard & Poors, grote verplichtingen die niet in de balans zijn opgenomen, extreme uitkomsten van financiële ratio’s, of bijzondere ontwikkelingen binnen het bedrijf of de bedrijfstak, kan de transmissiesysteembeheerder er toe over gaan de partij in een hogere of lagere risicocategorie te plaatsen.

B1.5 Exposure

B1.5 Exposure

Ad 1.

De exposure met betrekking tot het contracteren van entry- en exitcapaciteit is op enig moment in een maand gelijk aan de som van:

Ad 2.

De exposure met betrekking tot balancering wordt berekend als het netto resultaat van de som van:

De exposure met betrekking tot balancering wordt berekend als het netto resultaat van de som van:

B1.7 Informatieverstrekking

B1.7 Informatieverstrekking

De balanceringsverantwoordelijke of aangeslotene met exitcapaciteit dient de transmissiesysteembeheerder terstond te informeren over elke verandering of situatie die redelijkerwijs kan leiden tot een andere uitkomst van de kredietanalyse.

B1.8 Aanmerkelijke verandering kredietwaardigheid

Indien de transmissiesysteembeheerder informatie beschikbaar komt, aangeleverd onder B1.7, waaruit blijkt dat er een aanmerkelijke verbetering van de kredietwaardigheid van de balanceringsverantwoordelijke of aangeslotene met exitcapaciteit heeft plaatsgevonden waardoor deze partij in een lagere risicocategorie volgens artikel B1.2 zal worden ingedeeld en de behoefte aan (een aanvullende) zekerheid (deels) komt te vervallen, zal de transmissiesysteembeheerder de balanceringsverantwoordelijke of aangeslotene met exitcapaciteit toestaan om de verstrekte zekerheden voor dat deel in te trekken.

Indien de transmissiesysteembeheerder informatie beschikbaar komt, aangeleverd onder B1.7, waaruit blijkt dat er een aanmerkelijke verbetering van de kredietwaardigheid van de balanceringsverantwoordelijke of aangeslotene met exitcapaciteit heeft plaatsgevonden waardoor deze partij in een lagere risicocategorie volgens artikel B1.2 zal worden ingedeeld en de behoefte aan (een aanvullende) zekerheid (deels) komt te vervallen, zal de transmissiesysteembeheerder de balanceringsverantwoordelijke of aangeslotene met exitcapaciteit toestaan om de verstrekte zekerheden voor dat deel in te trekken.

B1.9 Erkenning LB

De exposure voor een balanceringsverantwoordelijke met een erkenning LB zal conform artikel B1.5, Ad 1 elke maand toenemen als gevolg van de contractering, volgens artikel 2.1.2b, van exitcapaciteit op exitpunten verbonden met een distributiesysteem. De hiervoor benodigde kredietruimte wordt door de transmissiesysteembeheerder maandelijks gereserveerd en wordt in mindering gebracht op de actuele kredietruimte. De hoogte van de reservering is gelijk aan 3 maal het hoogste factuurbedrag van de afgelopen 3 wintermaanden voor zover het gecontracteerde exitcapaciteit op exitpunten verbonden met een distributiesysteem betreft. De reservering zal – als gevolg van wijzigingen in de gecontracteerde exitcapaciteit op exitpunten verbonden met een distributiesysteem worden aangepast. Als een balanceringsverantwoordelijke in het voorgaande jaar geen exitcapaciteit op exitpunten verbonden met een distributiesysteem had gecontracteerd, zal de transmissiesysteembeheerder € 50.000,– reserveren als kredietruimte en dit ten laste brengen van de nog actuele kredietruimte;

B1.10 Handhaving bij overschrijding kredietlimiet

Bijlage 2. Vaststellen omvang technische entry- en exitcapaciteit en overboekcapaciteit

B2.1 Algemeen

In deze Bijlage 2 wordt vastgelegd op welke wijze de transmissiesysteembeheerder de omvang van de technische capaciteit en de overboekcapaciteit op entry- en exitpunten bepaalt.

B2.2 Technische capaciteit

Bij het inschatten van vraag en aanbod per gasjaar wordt gebruikt gemaakt van verwachtingen ten aanzien van de capaciteit op elk entry- of exitpunt. Deze verwachtingen zijn gebaseerd op reeds gecontracteerde capaciteit per entry- en exitpunt, aangevuld met onderbouwde schattingen op basis van gegevens van bijvoorbeeld producenten, distributiesysteembeheerders, LNG-beheerders en gasopslagsysteembeheerders.

De aanleiding om van het transmissiesysteem aan te passen is meestal terug te voeren tot veranderingen in de capaciteitsprognoses op entry- en exitpunten. De wijze waarop de transmissiesysteembeheerder tot zijn prognoses komt, wordt gepubliceerd op de website van de transmissiesysteembeheerder.

B2.2.2 Planningsuitgangspunten

Planningsuitgangspunten zijn gekwalificeerde keuzes ten aanzien van de technische hoedanigheden van het transmissiesysteem of onderdelen daarvan, de fysische hoedanigheden van het te transporteren gas en verwachtingen over het capaciteitgebruik op een entry- en/of exitpunt en/of combinaties van entry- en exitpunten.

Ten aanzien van de technische hoedanigheden gaat het om eigenschappen van het netwerk of installaties in het netwerk of van componenten van installaties. Voorbeelden daarvan zijn maximale gasdruk of gassnelheid die volgen uit veiligheidseisen, werkgebieden van installaties of componenten van installaties, reserve stelling van installaties of componenten van installaties en afspraken met afnemers over de condities waarop het gas wordt afgeleverd.

Bij fysische hoedanigheden van het gas gaat het onder andere om calorische bovenwaarde, Wobbe index, druk, dichtheid en samenstelling van het gas, waaronder zowel wenselijke als onwenselijke componenten.

Het verwachte capaciteitsgebruik op een entry- of exitpunt kan in principe variëren tussen de prognose (de hoogste waarde) en nul. De transmissiesysteembeheerder verbindt immers geen restricties aan het capaciteitsgebruik door een balanceringsverantwoordelijke op een entry- of exitpunt. Daarmee is het voor het bepalen van de technische capaciteit op een entry- of exitpunt van belang zo goed mogelijk in te schatten wat onder bepaalde omstandigheden het capaciteitsgebruik op een entry- of exitpunt zal zijn, wat de onderlinge relaties zijn tussen deze entry- en exitpunten en de relatie met externe factoren, zoals bijvoorbeeld temperatuur en jaargetijde.

Alle uitgangspunten die van belang zijn voor het ontwerp van het transmissiesysteem worden gepubliceerd op de website van de transmissiesysteembeheerder.

B2.2.3 [vervallen]

B2.2.4 Scenario’s

Na het toepassen van de planningsuitgangspunten resteert er nog een groot aantal combinaties van capaciteitsgebruik op entry- en exitpunten. Uit de range van al die mogelijke combinaties resteert na het toepassen van de zwaarteselectie een beperkte set van scenario’s.

Bij de zwaarteselectie wordt rekening gehouden met de hoogste drukval op een bepaalde transportroute en/of een situatie waarin de kwaliteitsconversie maximaal wordt belast.

Alle scenario’s kenmerken zich door zware, doch realistische, transportsituaties. Bij elk door te rekenen scenario wordt de, in dat scenario, verwachte capaciteit op alle entry- en vastgesteld. Hierbij wordt tevens als randvoorwaarde gesteld dat de totale hoeveelheid energie op de entrypunten in balans moet zijn met de totale hoeveelheid energie op de exitpunten.

B2.2.5 Berekeningen

De transmissiesysteembeheerder berekent voor elk gegenereerd scenario of de verwachte capaciteit op een entry- of exitpunt kan worden getransporteerd. Bij de berekening wordt gebruik gemaakt van het gastransportsysteem zoals dat er in het betreffende gasjaar zal uitzien, dus inclusief aanpassingen zoals die in het investeringsplan zijn vastgesteld.

B2.2.6 Beoordeling en bepaling technische capaciteit

Het transmissiesysteem is naar het oordeel van de transmissiesysteembeheerder in staat om vaste capaciteit op een entry- of exitpunten kunnen leveren, indien uit de berekeningen blijkt dat bij alle scenario’s de entry- of capaciteit op entry- of exitpunten getransporteerd kan worden.

Indien uit berekeningen blijkt dat de verwachte capaciteit op een entry- of exitpunt niet kan worden getransporteerd dan worden er nadere analyses uitgevoerd. Dit kan eventueel leiden tot een aanpassing van het transmissiesysteem. Dergelijk maatregelen worden vastgelegd in het investeringsplan.

Indien uit de scenario’s blijkt dat er mogelijkheden zijn om op sommige entry- en/of exitpunten meer capaciteit aan te bieden dan worden berekeningen herhaald, waarbij de capaciteit op sommige entry- en/of exitpunten wordt verhoogd.

Hierbij verhoogt de transmissiesysteembeheerder de capaciteit op die entry- en/of exitpunten, waar de kans op een hoger aanbod en/of een hogere marktvraag het grootst wordt geacht. Door de capaciteiten maximaal te verhogen binnen de mogelijkheden van het netwerk, kan de transmissiesysteembeheerder de technische capaciteit voor entry en exitpunten vaststellen.

De technische capaciteit voor entry- en exitpunten voor het zesde tot en met het vijftiende toekomstige gasjaar is gebaseerd op het extrapoleren van de voor het vijfde jaar vastgestelde technische capaciteit op een entry- of exitpunt, waarbij rekening gehouden wordt met afspraken met NNO’s.

B2.3 Overboekcapaciteit

De volgende bepalingen zijn alleen van toepassing op (virtuele) interconnectiepunten waar er sprake is van contractuele congestie en/of waar de transmissiesysteembeheerder mogelijk contractuele congestie verwacht

B2.3.1 Gasdag en within-day

De transmissiesysteembeheerder bepaalt de overboekcapaciteit ten behoeve van de dag- en within-day-veiling op basis van de statistische scenario’s van de voor betreffende gasdag te verwachten hoeveelheid ongebruikte fysieke entry- of exitcapaciteit en de inschatting van het risico op buitensporige terugkoopverplichtingen.

B2.3.2 Gasmaand

De transmissiesysteembeheerder bepaalt de overboekcapaciteit ten behoeve van de maandveiling op basis van de statistische scenario’s van de voor betreffende gasmaand te verwachten hoeveelheid ongebruikte fysieke entry- of exitcapaciteit en de inschatting van het risico op buitensporige terugkoopverplichtingen.

B2.3.3 Gaskwartaal

De transmissiesysteembeheerder bepaalt de overboekcapaciteit ten behoeve van een kwartaalveiling op basis van de statistische scenario’s van de voor betreffende kwartaal te verwachten hoeveelheid ongebruikte fysieke entry- of exitcapaciteit en de inschatting van het risico op buitensporige terugkoopverplichtingen.

B.2.3.4 Gasjaar

De transmissiesysteembeheerder bepaalt de overboekcapaciteit ten behoeve van een jaarveiling op basis van de statistische scenario’s van de voor één of meerdere gasjaren te verwachten hoeveelheid ongebruikte fysieke entry- of exitcapaciteit en de inschatting van het risico op buitensporige terugkoopverplichtingen.

B.2.3.5 De transmissiesysteembeheerder rapporteert ieder jaar aan de Autoriteit Consument en Markt voorafgaand aan de in de NC-CAM kalender genoemde datum voor de betreffende veiling over de wijze waarop hij invulling heeft gegeven aan de in deze paragraaf B.2.3 beschreven methode. Indien er aanleiding is om de methode tussen de rapportage intervallen aan te passen meldt de transmissiesysteembeheerder dit binnen een maand vanaf het moment dat hij de methode heeft gewijzigd onder toevoeging van de wijzigingen en de motivering van de wijzigingen.

B.2.3.6

B.2.3.6

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

5. Transportovereenkomsten

5.1 Aangaan van transportovereenkomsten

6. Informatieverstrekking

Bijlage 1. Kredietwaardigheidseisen

B1.1 Algemeen

Een partij die balanceringsverantwoordelijke of aangeslotene met exitcapaciteit wenst te worden dient aan de kredietwaardigheidseisen te voldoen die voortvloeien uit een kredietanalyse uitgevoerd door de transmissiesysteembeheerder overeenkomstig het bepaalde in deze Bijlage 1, afhankelijk van de risicocategorie waarin deze partij op basis van die kredietanalyse wordt ingedeeld.

B1.2 Kredietanalyse

De transmissiesysteembeheerder voert de kredietanalyse als volgt uit:

B1.3 Aanpassing risicocategorie

In uitzonderlijke gevallen, zoals bij een “negative outlook” van Moody’s of Standard & Poors, grote verplichtingen die niet in de balans zijn opgenomen, extreme uitkomsten van financiële ratio’s, of bijzondere ontwikkelingen binnen het bedrijf of de bedrijfstak, kan de transmissiesysteembeheerder er toe over gaan de partij in een hogere of lagere risicocategorie te plaatsen.

B1.4 Financiële zekerheid

De totale exposure bestaat uit

B1.6 Kredietlimiet

De balanceringsverantwoordelijke of aangeslotene met exitcapaciteit dient de transmissiesysteembeheerder terstond te informeren over elke verandering of situatie die redelijkerwijs kan leiden tot een andere uitkomst van de kredietanalyse.

B1.8 Aanmerkelijke verandering kredietwaardigheid

Een balanceringsverantwoordelijke of aangeslotene met exitcapaciteit dient, binnen vijf werkdagen na ontvangst van een hiertoe strekkend verzoek van de transmissiesysteembeheerder, aanvullende zekerheden te overleggen indien zich een aanmerkelijke verslechtering van de kredietwaardigheid, vastgesteld op basis van de onder artikel B1.7 aangeleverde informatie en leidend tot een indeling in een hogere risicocategorie volgens artikel B1.2, voordoet van de balanceringsverantwoordelijke of aangeslotene met exitcapaciteit, een gelieerd bedrijf of een garant staande partij, waardoor redelijkerwijs te verwachten is dat de balanceringsverantwoordelijke of aangeslotene met exitcapaciteit in mindere mate in staat zal zijn om aan zijn financiële verplichtingen te voldoen of die leidt tot een achteruitgang in de mate waarin de transmissiesysteembeheerder aanspraak kan maken op (een garant staande partij van) de balanceringsverantwoordelijke of aangeslotene met exitcapaciteit. Voor dit doel mag de transmissiesysteembeheerder aanvullende financiële zekerheden eisen als genoemd in artikel B1.4.

B1.9 Erkenning LB

De exposure voor een balanceringsverantwoordelijke met een erkenning LB zal conform artikel B1.5, Ad 1 elke maand toenemen als gevolg van de contractering, volgens artikel 2.1.2b, van exitcapaciteit op exitpunten verbonden met een distributiesysteem. De hiervoor benodigde kredietruimte wordt door de transmissiesysteembeheerder maandelijks gereserveerd en wordt in mindering gebracht op de actuele kredietruimte. De hoogte van de reservering is gelijk aan 3 maal het hoogste factuurbedrag van de afgelopen 3 wintermaanden voor zover het gecontracteerde exitcapaciteit op exitpunten verbonden met een distributiesysteem betreft. De reservering zal – als gevolg van wijzigingen in de gecontracteerde exitcapaciteit op exitpunten verbonden met een distributiesysteem worden aangepast. Als een balanceringsverantwoordelijke in het voorgaande jaar geen exitcapaciteit op exitpunten verbonden met een distributiesysteem had gecontracteerd, zal de transmissiesysteembeheerder € 50.000,– reserveren als kredietruimte en dit ten laste brengen van de nog actuele kredietruimte;

B1.10 Handhaving bij overschrijding kredietlimiet

Bijlage 2. Vaststellen omvang technische entry- en exitcapaciteit en overboekcapaciteit

B2.1 Algemeen

In deze Bijlage 2 wordt vastgelegd op welke wijze de transmissiesysteembeheerder de omvang van de technische capaciteit en de overboekcapaciteit op entry- en exitpunten bepaalt.

B2.2 Technische capaciteit

B2.2.1 Prognoses vraag en aanbod

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)