Statuten Mondriaan Fonds 2026
Statuten
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze statuten hebben de volgende begrippen de daarachter vermelde betekenissen:
- ‘directie’ betekent bestuur van de Stichting;
- ‘Raad van Toezicht’ betekent de Raad van Toezicht van de stichting;
- ‘schriftelijk’ betekent bij brief, e-mail, of bij boodschap die via een ander gangbaar communicatiemiddel wordt overgebracht en op schrift kan worden ontvangen;
- ‘stichting’ betekent Stichting Mondriaan Fonds, stimuleringsfonds voor beeldende kunst en cultureel erfgoed;
- ‘minister’ betekent de minister die het cultuurbeleid in zijn portefeuille heeft, thans de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- 'hij' betekent tevens iedere andere genderaanduiding die door de betreffende persoon als geëigend wordt ervaren.
Artikel 2. Naam en zetel
De stichting draagt de naam: Stichting Mondriaan Fonds, stimuleringsfonds voor beeldende kunst en cultureel erfgoed. De verkorte naam van de stichting luidt: Mondriaan Fonds.
Zij heeft haar zetel in de gemeente Amsterdam.
Artikel 3. Doel en middelen
De stichting heeft ten doel: het in stand houden, sociaal en geografisch spreiden of anderszins verbreiden van de vraag naar en de productie van beeldende kunst en cultureel erfgoed in het Koninkrijk der Nederlanden en uit het Koninkrijk der Nederlanden in of met andere landen, onder andere door het bevorderen van vraag en aanbod en het bevorderen van een voor de beeldende kunst en cultureel erfgoed ontvankelijk klimaat en verder al hetgeen daarmee verband houdt, of daaraan een bijdrage kan leveren, alles in de ruimste zin van het woord.
De stichting tracht dit doel onder meer te bereiken door:
- a. het verstrekken van financiële en andere ondersteuning voor activiteiten op het gebied van de beeldende kunst en cultureel erfgoed die gericht zijn op het scheppen, distribueren, presenteren en afnemen daarvan;
- b. het ondernemen van alle andere wettige activiteiten die aan deze doelen dienstbaar zijn.
De stichting beoogt niet het maken van winst.
Artikel 4. Vermogen
Het vermogen van de stichting wordt gevormd door bijdragen van de overheid, instellingen, particulieren en/of andere baten. Erfstellingen kunnen slechts aanvaard worden onder het voorrecht van boedelbeschrijving.
Het vermogen van de stichting dient ter verwezenlijking van het doel.
Artikel 5. Directie: samenstelling, benoeming en ontslag
De directie van de stichting bestaat uit een door de Raad van Toezicht vast te stellen aantal van ten minste één en ten hoogste drie natuurlijke personen. Een niet-voltallige directie behoudt haar bevoegdheden. In ontstane vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien.
De Raad van Toezicht stelt een profielschets op voor de directie (rekening houdend met de aard van de stichting, haar activiteiten en de gewenste deskundigheid) en legt deze ter goedkeuring voor aan de minister.
Een directielid wordt, met inachtneming van de profielschets, op voordracht van de Raad van Toezicht benoemd door de minister, voor ten hoogste vijf jaren en kan nog één maal worden herbenoemd.
De minister wijst bij meer dan één directielid een voorzitter van de directie aan.
De minister kan te allen tijde een directielid schorsen en ontslaan.
Het lidmaatschap van een directielid eindigt:
- a. door zijn overlijden;
- b. doordat hij failliet wordt verklaard of hem surseance van betaling wordt verleend dan wel doordat de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem van toepassing wordt verklaard;
- c. door zijn ondercuratelestelling of doordat hij anderszins het vrije beheer over zijn vermogen verliest;
- d. door zijn aftreden, al dan niet volgens het volbrengen van de vijfjaarsperiode dan wel tienjaarsperiode als in lid 3 voormeld;
- e. door zijn ontslag, verleend door de rechtbank in de gevallen in de wet voorzien;
- f. door zijn ontslag, verleend door de minister;
- g. door het aanvaarden van een benoeming tot directeur dan wel bestuurder of tot lid van een toezichthoudend orgaan van een instelling op het gebied van de beeldende kunst of cultureel erfgoed, voor welke benoeming door de minister geen ontheffing is verleend.
De Raad van Toezicht stelt de bezoldiging en verdere arbeidsvoorwaarden van een directielid vast met inachtneming van de Wet normering topinkomens, of een daarvoor in de plaats getreden regeling.
Artikel 6. Directie: taak en bevoegdheden
De directie is belast met het besturen van de stichting en met het beheer van en de beschikking over het vermogen van de stichting binnen de grenzen van haar doel en onverminderd het bepaalde in artikel 15, en binnen de grenzen van een door de Raad van Toezicht goed te keuren directiereglement.
Bij de vervulling van hun taak richt de directie zich naar het belang van de stichting en de met haar verbonden onderneming of organisatie.
De directie kan zich bij besluitvorming over aanvragen laten adviseren door een of meerdere adviescolleges. De adviseurs worden benoemd op basis van een profielschets en ontslagen door de directie.
De functie van directeur is onverenigbaar met de functie van directeur dan wel bestuurder of het lidmaatschap van de Raad van Toezicht van instellingen op het werkterrein van de stichting in brede zin met uitzondering van die functies die zij qualitate qua bekleden.
De directie doet aan de Raad van Toezicht vooraf opgave van zijn nevenfuncties, waaronder bestuursfuncties, commissariaten en adviseurschappen. De directie dient melding te doen van zakelijke banden tussen de stichting en een andere rechtspersoon of onderneming waarmee hij, direct dan wel indirect, persoonlijk is betrokken.
De directie stelt de volgende plannen op, welke plannen de goedkeuring van de Raad van Toezicht behoeven, en herziet deze zo nodig:
- a. een jaarlijkse begroting met toelichting;
- b. een beleidsplan voor een periode van vier jaar, bedoeld in artikel 4c van de Wet op het specifiek cultuurbeleid, of een zodanige periode als vastgesteld door de minister;
- c. een adequaat planning- en controlesysteem;
- d. eventuele andere plannen als van tijd tot tijd door de Raad van Toezicht te bepalen.
Artikel 7. Directie: vertegenwoordiging
De directie vertegenwoordigt de stichting.
In geval er twee of drie directieleden zijn, komt de vertegenwoordigingsbevoegdheid ook aan iedere bestuurder individueel toe.
In geval van ontstentenis of belet van één of meer directieleden is (zijn) de/het overblijvende directieleden/directielid met het gehele bestuur belast. Bij ontstentenis of belet van alle directieleden of van het enige directielid is de persoon die daartoe door de Raad van Toezicht is of wordt aangewezen, tijdelijk met het besturen van de stichting belast. Gaat de Raad van Toezicht niet binnen vier (4) weken tot een zodanige aanwijzing over dan kan (zolang de Raad van Toezicht daartoe niet een persoon heeft aangewezen) de minister, al dan niet op verzoek van één (1) of meer belanghebbende(n), een persoon aanwijzen die tijdelijk met het besturen van de stichting is belast.
Onder belet wordt in dit artikel in ieder geval bestaan de omstandigheid dat
- a. het directielid gedurende een periode van meer dan zeven (7) dagen onbereikbaar is door ziekte of andere oorzaken, of
- b. het directielid is geschorst.
De directie kan besluiten tot het verlenen van volmacht aan een of meer derden, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.
De directie is bevoegd, na verkregen toestemming van de Raad van Toezicht, tot het verkrijgen, vervreemden en bezwaren van registergoederen.
De directie is tevens bevoegd overeenkomsten aan te gaan waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheid voor een schuld van een ander verbindt.
Artikel 8. Directie: besluitvorming en taakverdeling
De directie stelt een directiereglement op en legt het ter goedkeuring voor aan de Raad van Toezicht. Hierin regelt de directie haar besluitvorming, wanneer toestemming van de Raad van Toezicht vereist is en de werkwijze, waarin begrepen de informatievoorziening aan de Raad van Toezicht. In dat kader wordt bepaald met welke taak ieder directielid meer in het bijzonder zal zijn belast.
Besluiten van de directie kunnen te allen tijde schriftelijk worden genomen mits het betreffende voorstel aan alle in functie zijnde directieleden is voorgelegd en geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Schriftelijke besluitvorming geschiedt door middel van schriftelijke verklaringen van alle in functie zijnde directieleden.
Het directielid dat een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie, meldt dit terstond aan de Raad van Toezicht en verschaft daarover alle relevante informatie.
De Raad van Toezicht besluit of er sprake is van een belang dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie.
Een directielid neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien het betreffende directielid daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie.
Wanneer hierdoor geen directiebesluit kan worden genomen, wordt het besluit genomen door de Raad van Toezicht.
Artikel 9. Goedkeuring besluiten van de directie
Aan de goedkeuring van de Raad van Toezicht -welke goedkeuring behoudens in zeer spoedeisende gevallen vooraf dient te geschieden- zijn, onverminderd het elders in deze statuten bepaalde, onderworpen de navolgende besluiten van de directie:
- a. het verkrijgen, vervreemden, bezwaren, huren, verhuren en op andere wijze in gebruik of in genot verkrijgen en geven van registergoederen;
- b. het ter leen verstrekken van gelden met uitzondering van dat wat tot het ondersteuningsbeleid behoort;
- c. het ter leen opnemen van gelden waaronder begrepen het aanvragen van een bankkrediet;
- d. de duurzame rechtstreekse of middellijke samenwerking met andere rechtspersonen, alsmede verbreking van een zodanige samenwerking, indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is, zulks ter beoordeling van de Raad van Toezicht;
- e. de aanvraag van faillissement en van surseance van betaling van de stichting;
- f. de beëindiging van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal (minimaal vijf) werknemers tegelijkertijd of binnen een tijdsbestek van zes maanden;
- g. het vaststellen van de hoofdlijnen van het arbeidsvoorwaardenbeleid;
- h. een ingrijpende wijziging in de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal (minimaal vijf) werknemers;
- i. het aanvaarden van schenkingen, legaten of het in beheer nemen van collecties van derden, wanneer aan deze schenkingen, legaten of in beheergevingen substantiële (organisatorische en/of financiële) voorwaarden zijn verbonden;
- j. het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een derde verbindt;
- k. het sluiten en wijzigen van arbeidsovereenkomsten waarbij een beloning wordt toegekend boven die, welke uit bestaande regelingen voortvloeien;
- l. het treffen van pensioenregelingen en het toekennen van pensioenrechten boven die, welke uit bestaande regelingen voortvloeien;
- m. besluiten waarvan de Raad van Toezicht de directie schriftelijk heeft medegedeeld dat deze goedkeuring behoeven;
- n. de strategie van de stichting die moet leiden tot realisatie van de statutaire doelstellingen;
- o. de financiering van de strategie van de stichting.
De Raad van Toezicht kan bepalen dat een in artikel 9.1 bedoeld besluit (met uitzondering van het bepaalde onder a.) niet aan zijn goedkeuring is onderworpen, indien het daarmee gemoeide belang een door de Raad van Toezicht te bepalen en schriftelijk aan de directie op te geven waarde niet te boven gaat. Evenmin is een besluit aan de goedkeuring onderworpen wanneer dit voortvloeit uit een van de goedgekeurde plannen bedoeld in artikel 6.5.
Het ontbreken van goedkeuring van de Raad van Toezicht tast, evenwel met uitzondering van het bepaalde onder a., de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de directie of de directieleden niet aan (en kan niet aan derden worden tegengeworpen).
Artikel 10. Verlenen van subsidie
De directie beslist over het verlenen van subsidie of andere vormen van ondersteuning met inachtneming van een of meerdere reglementen met daarin de besluitvorming, de werkwijze, de procedures, de criteria voor het verstrekken van subsidies of andere vormen van ondersteuning en de verplichtingen die aan de ontvanger worden opgelegd als bedoeld in artikel 16.
Artikel 11. Raad van Toezicht
De stichting heeft een Raad van Toezicht, bestaande uit ten minste drie en ten hoogste zeven natuurlijke personen. In ontstane vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien.
De Raad van Toezicht stelt, in overleg met de minister, een profielschets voor zijn omvang en samenstelling vast rekening houdend met de aard van de stichting, haar activiteiten en de gewenste deskundigheid en achtergrond van de leden van de Raad van Toezicht. Deze profielschets vermeldt dat geen voormalig directielid of andere beleidsbepalende functionaris van de stichting deel mag uitmaken van de Raad van Toezicht. Deze profielschets wordt periodiek geëvalueerd door de Raad van Toezicht maar in ieder geval wanneer een vacature dient te worden vervuld.
Leden van de Raad van Toezicht kunnen, behoudens ontheffing door de minister, geen directeur, bestuurder of lid van de Raad van Toezicht zijn of het lidmaatschap van een toezichthoudend orgaan bekleden van een instelling die eenzelfde of een gelijksoortig doel heeft als de stichting. De minister kan bepalen dat deze ontheffing slechts geldig is voor een bepaalde door de minister vast te stellen periode.
Het lidmaatschap van de Raad van Toezicht is onverenigbaar met de functie van directeur of werknemer van de stichting.
De minister benoemt, met inachtneming van de profielschets als bedoeld in het tweede lid van dit artikel, de leden van de Raad van Toezicht. De minister benoemt de voorzitter van de Raad van Toezicht in functie. De Raad van Toezicht doet aan de minister een voordracht voor een nieuw lid van de Raad van Toezicht. Leden van de Raad van Toezicht kunnen te allen tijde worden geschorst en ontslagen door de minister.
Een lid van de Raad van Toezicht wordt benoemd voor ten hoogste vier jaren en kan nog één maal worden herbenoemd.
Het lidmaatschap van een lid van de Raad van Toezicht eindigt:
- a. door zijn overlijden;
⋯
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.