Besluit van de Autoriteit Consument en Markt van 5 februari 2026, kenmerk ACM/UIT/666193 op grond van artikel 3.121 van de Energiewet, en artikel 12f van de Gaswet juncto artikel 7.42, tweede lid, van de Energiewet over de allocatie van gascapaciteit (Allocatiecode systeembeheerders gas)

Type ZBO-regeling
Publication 2026-02-21
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Autoriteit Consument en Markt,

Gelet op artikel 12f, eerste lid van de Gaswet en artikel 3.121 van de Energiewet;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

1. Werkingssfeer en definities

Hoofdstuk 2. Allocatie

2. Tijdschema allocatie

2.1. Near-real-time allocatie

2.2. Maandelijkse allocatie

2.3. [vervallen]

2.4. Maandelijkse allocatie: Allocatiegegevens op de 6e werkdag na afloop van de maand

2.5. Maandelijkse allocatie: Allocatiegegevens op de 16e werkdag na afloop van de maand

2.6. Maandelijkse allocatie: Allocatiegegevens op de 10e werkdag van de vierde maand na afloop van de maand

2.7. Consistentie van de aangeleverde gegevens

Hoofdstuk 3. Tijdschema reconciliatie

Hoofdstuk 4. Het allocatieproces voor systeemgebieden

4.0. Toegestane programmaverantwoordelijken

4.1. Verstrekking van basisgegevens door de transmissiesysteembeheerder

4.1a. Verstrekking van basisgegevens door de distributiesysteembeheerder

4.1b. Decentrale Invoeding

4.2. Allocatie per systeemgebied

4.4. Samenstellen van de allocatiegegevens door distributiesysteembeheerder

4.5. Restenergie

4.6. Correcties op allocaties

4.7. Bijzondere omstandigheden

4.8. Verstrekking van maandelijkse allocatiegegevens (offline allocatiegevens)

4.9. Vaststelling te alloceren systeemverliezen

Hoofdstuk 4a. Het allocatieproces voor overige entry- en exitpunten van het transmissiesysteem

Met uitzondering van de exitpunten waar het transmissiesysteem is verbonden met een systeemgebied voert de transmissiesysteembeheerder voor alle entry- en exitpunten van het transmissiesysteem de allocatie uit. De transmissiesysteembeheerder bepaalt voor deze entry- en exitpunten de allocatie op uurbasis, conform deze paragraaf. Op deze entry- en exitpunten zijn meerdere portfolio’s toegestaan.

In beginsel is de allocatie gelijk aan de confirmatie. Indien de meting ongelijk is aan som van de confirmaties, dan wordt het verschil tussen de meting en de som van de confirmaties gealloceerd volgens 4a.1.1.1 tot en met 4a.1.1.3. Hierbij geeft de transmissiesysteembeheerder op alle overige entry- en exitpunten aan de balanceringsverantwoordelijken de keuze tussen de allocatierollen Balancerend en Proportioneel.

Indien er op een entry- of exitpunt voor het uur waarvoor de allocatie wordt uitgevoerd een OBA, als bedoeld in 5.1.8 van de Invoedcode gas TSB, actief is, dan wordt voor dat uur het verschil tussen de meting en de som van de confirmaties toegekend aan de OBA.

Indien een OBA actief wordt op een entry- of exitpunt, krijgen alle portfolio’s op dat entry- of exitpunt de allocatierol Proportioneel. De transmissiesysteembeheerder publiceert op haar website op welke entry- en exitpunten een OBA actief is.

Indien een OBA inactief of niet aanwezig is, wordt het verschil tussen de meting en de som van de confirmaties gealloceerd conform 4a1.1.2 of 4a.1.1.3.

Indien er op een entry- of exitpunt één of meerdere portfolio(s) met de allocatierol Balancerend aanwezig zijn, geldt het volgende. Het verschil tussen de meting en de som van de confirmaties wordt toegekend aan de portfolio’s met de allocatierol Balancerend waarvan de richting van de gasstroom overeenkomt met de richting van de gasstroom van het verschil tussen de meting en de som van de betreffende confirmaties. Het verschil wordt pro rata aan de betreffende confirmaties toegekend aan deze portfolio’s. De allocatie is dan gelijk aan de confirmatie plus het pro rata bepaalde verschil.

Indien er geen portfolio met de allocatierol Balancerend is waarvan de richting van de gasstroom overeenkomt met de richting van de gasstroom van het verschil tussen de meting en de som van de confirmaties, wordt het verschil tussen de meting en de som van de confirmaties gealloceerd conform 4a.1.1.3.

Indien er op een entry- of exitpunt geen OBA actief is en de allocatierol Balancerend ook niet voorkomt, geldt het volgende. Het verschil tussen de meting en de som van de confirmaties wordt toegekend aan de portfolio’s waarvan de confirmatie dezelfde richting van de gasstroom heeft als de meting. Het verschil wordt pro rata aan de betreffende confirmaties toegekend aan deze portfolio’s. De allocatie is dan gelijk aan de confirmatie plus het pro rata bepaalde verschil.

Hoofdstuk 5. Nadere reconciliatieregels

5.1. Reconciliatie per systeemgebied

5.2. Verrekening door de transmissiesysteembeheerder

5.3. Verstrekking van reconciliatiegegevens

Hoofdstuk 6. Settlement (verrekening van verschillen tussen near-real-time allocaties en maandelijkse allocaties)

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Bijlage 1a. Verbruiksprofielen voor verbruikers met aansluitingcategorie GXX en (in geval van fall-back) GGV

B1a.1 Deze bijlage is alleen van toepassing op verbruikers met aansluitingcategorie GXX en GGV (de laatste alleen voor fall-back). De in deze bijlage voorgeschreven verbruiksprofielen worden uitsluitend gebruikt ten behoeve van de near-real-time allocatie.

B1a.2.1 Uiterlijk op 1 augustus van elk jaar stelt het overlegplatform, bedoeld in B3.1.2 van de Informatiecode Elektriciteit en Gas, de parameters voor het verbruiksprofiel voor de aansluitingcategorie GXX ter beschikking aan de beheerder van het Centraal Systeem Stuursignaal en aan de transmissiesysteembeheerder.

B1a.2.2 Dit verbruiksprofiel wordt in het Centraal Systeem Stuursignaal gebruikt bij de profielberekeningen vanaf de eerste gasdag van het volgende kalenderjaar.

B1a.2.5 Dit verbruiksprofiel geeft het verwachte gemiddelde verbruikspatroon van een verbruiker met aansluitingcategorie GXX gedurende de verbruiksperiode; hierbij wordt gebruik gemaakt van de verwachte temperaturen zoals gedefinieerd in B1a.2.8.

B1a.2.6 Voor het vaststellen van de verwachte temperaturen en/of de verbruiksprofielen wordt één temperatuurgebied onderscheiden. De gerealiseerde temperatuur en overige relevante klimaatgegevens worden gebaseerd op de meetgegevens van de meteostations De Bilt, Beek, De Kooy, Eelde, Vlissingen en Twente

B1a.2.7 De transmissiesysteembeheerder verstrekt elke werkdag uiterlijk om 10:00 uur voorafgaande aan de betreffende gasdag(en) de verwachte temperatuurcoëfficiënt (VTC), uitgedrukt in °C, voor elk uur van de komende gasdag(en) aan het Centraal Systeem Stuursignaal.

B1a.2.8 De verwachte temperatuurcoëfficiënt (VTCuur) wordt voor elk uur door de transmissiesysteembeheerder berekend volgens B1a.2.8a tot en met B1a.2.8c.

B1a.2.8a Bepaal de volgende klimaatfactoren voor elk van de meteostations De Bilt, Beek, De Kooy, Eelde, Vlissingen en Twente:

factor formule omschrijving
t1 tuur=i de verwachte temperatuur (°C) van het desbetreffende uur
t2 tetmaal=i–1 de etmaalgemiddelde temperatuur van de dag voor het desbetreffende uur
t3 tetmaal=i–2 de etmaalgemiddelde temperatuur van de tweede dag voor het desbetreffende uur
w1 √(Wuur=i)/0,35 de verwachte wortel uit de windsnelheid (m/s) van het desbetreffende uur, gedeeld door 0,35
w2 √(Wetmaal=i–1)/0,35 de wortel uit de etmaalgemiddelde windsnelheid van de dag voor het desbetreffende uur, gedeeld door 0,35
w3 √(Wetmaal=i–2)/0,35 de wortel uit de etmaalgemiddelde windsnelheid van de tweede dag voor het desbetreffende uur, gedeeld door 0,35
q1 quur=i/40 de verwachte globale instraling (J/ cm2) op het platte vlak in het desbetreffende uur, gedeeld door 40

B1a.2.8b Bereken de temperatuurfactor voor elk meteostation met de formule:Tfactor=(6(t1- w1)+3(t2-w2)+(t3-w3))/10+q1

B1a.2.8c Bereken VTCuur met de volgende formule:

VTCuur = 0,28 × Tfactor[de Bilt] + 0,14 × Tfactor[Eelde] + 0,15 × Tfactor[Beek] + 0,15 × Tfactor[de Kooy] + 0,12 × Tfactor[Vlissingen] + 0,16 × Tfactor[Twente]

B1a.2.9 [vervallen]

B1a.2.10 Alle berekeningen in het kader van de verbruiksprofielen worden uitgevoerd met variabelen met zoveel mogelijk cijfers achter de komma ('single precision floating point').

B1a.3.1 Het jaarverbruik telemetrieverbruikaansluitingen wordt bepaald door het gemeten verbruik over de laatste relevante verbruiksperiode, uitgedrukt in m³(n;35,17), te delen door het aantal uren in de genoemde verbruiksperiode en vervolgens te vermenigvuldigen met het aantal uren in het betreffende jaar. In formule:

JV = VVP/UP*UJ, waarin:

JV = jaarverbruik telemetrieverbruikers;

VVP = verbruik over de verbruiksperiode van een telemetrieverbruikaansluiting;

UP = aantal uren dat de verbruiksperiode van een telemetrieverbruikaansluiting omvat

[uren]

UJ = aantal uren in het betreffende jaar (8.760 uur voor een standaard en 8.784 uur voor een schrikkeljaar)

[uren]

B1a.3.2 Indien van een telemetrieverbruikaansluiting het gemeten verbruik geen betrekking heeft op een relevante verbruiksperiode, bepaalt de distributiesysteembeheerder het jaarverbruik van die telemetrieverbruikaansluiting naar beste inzicht.

B1a.3.3 Het jaarverbruik telemetrieverbruikeraansluiting wordt uiterlijk binnen vijf werkdagen na de allocatie als bedoeld in paragraaf 2.5 van de Allocatiecode systeembeheerders gas, door de distributiesysteembeheerder herberekend.

Het jaarverbruik van een verbruiker met aansluitingcategorie GXX vormt de basis voor de met het Centraal Systeem Stuursignaal uit te voeren berekeningen ten behoeve van de near-real-time allocatie.

B1a.4.1.1 De onder B3.4.1 en B3.4.2 van de Informatiecode elektriciteit en gas vermelde bewerkingen worden per systeemgebied uitgevoerd in het Centraal Systeem Stuursignaal.

B1a.4.1.2 De distributiesysteembeheerder bepaalt de som van de jaarverbruiken van de verbruikers met aansluitingcategorie GXX van elke combinatie van balanceringsverantwoordelijke en leverancier en stelt deze informatie uiterlijk om 02:00 uur voorafgaande aan de betreffende gasdag beschikbaar voor gebruik in het Centraal Systeem Stuursignaal.

B1a.4.1.4 Voor de desbetreffende aansluitingcategorie wordt voor elk uur de profielfractie van het temperatuurafhankelijke deel van het profiel (TAP) uit de regressiecoëfficiënt (RER) voor het desbetreffende uur, de stooktemperatuur (TST) voor het desbetreffende uur en de verwachte temperatuurcoëfficiënt (VTC) van het relevante temperatuurgebied van het desbetreffende uur bepaald volgens de formules:

TAPPC = 0 indien VTC > TSTPC en

TAPPC = RERPC × (TSTPC – TAC) indien VTC ≤ TSTPC

Hierbij wordt de verwachte temperatuurcoëfficiënt conform B1a.2.8 zoals aangeleverd is door de transmissiesysteembeheerder gebruikt.

B1a.4.1.5 Vervolgens wordt voor de aansluitingcategorie GXX voor elk uur de profielfractie van het verondersteld profiel (VP) uit de desbetreffende profielfractie van het temperatuuronafhankelijke deel van het profiel (TOP) en de desbetreffende profielfractie van het temperatuurafhankelijke deel van het profiel (TAP), bepaald volgens de formule:

VPPC = TOPPC + TAPPC

B1a.4.1.6 Voor elk uur wordt het veronderstelde geprofileerde verbruik (VGV) bepaald, uitgedrukt in kWh, voor de verbruikers met aansluitingcategorie GXX per balanceringsverantwoordelijke/leverancier combinatie (PV;LE) achter een bepaald systeemgebied volgens de formule:

VGVPV;LE,GXX,systeemgebied = VPGXX × ΣJVPV;LE,GXX,systeemgebied × 9,7694, waarin:

VPGXX = de profielfractie van het verondersteld profiel voor de GXX aansluitingcategorie voor het desbetreffende uur;

ΣJVPV;LE,GXX,systeemgebied = de som van alle jaarverbruiken van verbruikers met aansluitingcategorie GXX van de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke/leverancier combinatie in het desbetreffende systeemgebied.

VGVPV;LE,GXX,systeemgebied = het veronderstelde geprofileerde verbruik van de grootverbruikers met aansluitingcategorie GXX voor de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke/leverancier combinatie, en systeemgebied, uitgedrukt in kWh.

Het aldus berekende veronderstelde geprofileerde verbruik is de basis voor de near real-time allocatie op grond van de ‘profielklanten’.

Bij het ontbreken van de near real-time meetwaarden voor een verbruiker met aansluitingcategorie GGV kan voor het bepalen van een vervangende near real-time allocatie van een verbruiker met aansluitingcategorie GGV gebruik worden gemaakt van de profielenmethodiek.

B1a.4.2.1 De distributiesysteembeheerder stelt uiterlijk om 02:00 uur voorafgaande aan de betreffende gasdag het jaarverbruik van elke verbruiker met aansluitingcategorie GGV afzonderlijk beschikbaar voor gebruik in het Centraal Systeem Stuursignaal.

B1a.4.2.2 De berekening van een vervangende near real-time allocatie van een verbruiker met aansluitingcategorie GGV verloopt identiek aan de werkwijze zoals beschreven in B1a.5.1.1 en is dus gebaseerd op de GXX aansluitingcategorie. In plaats van de in B1a.5.1.6 genoemde som van alle jaarverbruiken van verbruikers met aansluitingcategorie GXX van de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke/leverancier combinatie in het desbetreffende systeemgebied dient het jaarverbruik van de betreffende grootverbruiker met aansluitingcategorie GGV te worden gebruikt.

Bijlage 2a. Het near-real-time allocatieproces in het Centraal Systeem Stuursignaal

In het Centraal Systeem Stuursignaal wordt voor elk relevant systeemgebied de allocatie voor elk uur uitgevoerd. In deze bijlage wordt voor een systeemgebied voor een uur aangegeven op welke wijze het Centraal Systeem Stuursignaal de gegevens samenstelt.

B2a.1 Als eerste stap wordt in het Centraal Systeem Stuursignaal de allocatie op grond van de aangeslotenen met aansluitingcategorie GGV of GIS uitgevoerd. Voor elke aangeslotene is in de door de distributiesysteembeheerders aangeleverde gegevens van zijn aansluitingenregister vastgelegd aan welke balanceringsverantwoordelijke de gemeten uurhoeveelheid moet worden toegewezen.

B2a.2.1 Indien het Centraal Systeem Stuursignaal voor een aangeslotene met aansluitingcategorie GGV of GIS niet tijdig een meetwaarde ontvangt, gebruikt het Centraal Systeem Stuursignaal de meetwaarde van zeven dagen eerder op hetzelfde tijdstip van de betreffende aansluiting. Indien er in deze situatie geen meetwaarde van zeven dagen eerder op hetzelfde tijdstip beschikbaar is, zal de meetwaarde berekend worden met behulp van de profielenmethodiek volgens bijlage B1a.

B2a.2.2 Indien het Centraal Systeem Stuursignaal voor een aangeslotene met aansluitingcategorie GGV of GIS de in B2a.2.1 genoemde niet tijdig aangeleverde meetwaarde op een later tijdstip alsnog ontvangt, zal het Centraal Systeem Stuursignaal deze meetwaarde opslaan om gebruikt te kunnen worden in een situatie zoals beschreven in B2a.2.1.

B2a.3 Als tweede stap worden de allocaties op grond van de aangeslotenen met aansluitingcategorieën GGV en GIS gesommeerd per balanceringsverantwoordelijke per aansluitingcategorie.

B2a.3a Het Centraal Systeem Stuursignaal stelt, als derde stap, de systeemverliezen vast op de waarde die conform 4.9.3 is berekend voor het desbetreffende uur.

B2a.4 Het Centraal Systeem Stuursignaal berekent, als vierde stap, de totale afgenomen uurhoeveelheid voor het collectief van de profielverbruikers en de aangeslotenen met aansluitingcategorie GXX of GIN. Daartoe trekt het Centraal Systeem Stuursignaal de som van de in de tweede stap bepaalde allocaties en de in de derde stap bepaalde systeemverliezen af van de op het systeemgebied gemeten hoeveelheid gas van het desbetreffende uur.

B2a.5 De vijfde stap betreft het uitvoeren van de allocatie voor de niet-GGV en niet-GIS aangeslotenen. De basis hiervoor wordt gevormd door de conform bijlage 1a van deze code en bijlage 3 van de Informatiecode Elektriciteit en Gas uitgevoerde berekeningen. Voor elke balanceringsverantwoordelijke berekent het Centraal Systeem Stuursignaal per aansluitingcategorie het ‘veronderstelde geprofileerd verbruik’ (VGVBV;LE,PC,systeemgebied) (zie bijlage 1a van deze code en bijlage 3 van de Informatiecode Elektriciteit en Gas). Hieronder wordt weergegeven hoe de allocatie voor de niet-GGV en niet-GIS aangeslotenen plaatsvindt.

B2a.5.1 De meetcorrectiefactor (MCF) voor het desbetreffende systeemgebied wordt berekend door het ingevolge B2a.4 berekende ‘niet-GGV en niet-GIS klanten’ te delen door de som van het ‘veronderstelde geprofileerde verbruik’:

MCFsysteemgebied = totaal niet-GGV en niet-GIS klanten/ ΣVGVsysteemgebied, waarin:

ΣVGVsysteemgebied = de som van het veronderstelde geprofileerde verbruik van alle balanceringsverantwoordelijken op het systeemgebied.

B2a.5.2 Voor elke balanceringsverantwoordelijke per aansluitingcategorie wordt het gecorrigeerde geprofileerde verbruik (GGV), uitgedrukt in MJ, berekend:

GGVBV,AC,systeemgebied = MCFsysteemgebied × VGVBV,AC,systeemgebied, waarin:

GGVBV,AC,systeemgebied = het gecorrigeerde geprofileerde verbruik voor de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke en aansluitingcategorie

VGVBV,AC,systeemgebied = het veronderstelde geprofileerde verbruik voor de desbetreffende balanceringsverantwoordelijke en aansluitingcategorie, uitgedrukt in MJ

Bijlage 3. Verwerken van restenergie

B. Restenergie op systeemgebieden

De hoeveelheid restenergie, die door de transmissiesysteembeheerder is vastgesteld op een relevant systeemgebied conform de Meetcode gas LNB, wordt tegelijk met de onder 4.1.3 van de Allocatiecode systeembeheerders gas bedoelde hoeveelheid door de transmissiesysteembeheerder bekend gemaakt bij de distributiesysteembeheerder door middel van het bericht ‘MINFO’. De distributiesysteembeheerder houdt bij de reconciliatie (zie paragraaf 5.1- Rekenregels reconciliatie) rekening met deze correctie; de correctie wordt door de distributiesysteembeheerder in de eerstvolgende ronde van het reconciliatieproces verwerkt in een gecorrigeerde maandhoeveelheid.

B. Restenergie bij een verbruiker met een aansluiting op een systeemgebied

B3.2.1 De hoeveelheid restenergie die door de distributiesysteembeheerder is vastgesteld bij een verbruiker wordt verwerkt in het reconciliatieproces op gelijke wijze als de correctie-energie (zie B4.2.1).

B3.2.2 De hoeveelheid restenergie die door de distributiesysteembeheerder is vastgesteld bij een verbruiker wordt tegelijk met de onder 2.4.1, 2.5.1 en 2.6.1 van de Allocatiecode systeembeheerders gas bedoelde hoeveelheid bij de leverancier bekend gemaakt door middel van het bericht ‘BALL’.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.