Besluit van het bestuur van ZonMw van 21 november 2025 en de Raad van Bestuur van Zorginstituut Nederland van 11 november 2025, kenmerk 2025026005, tot vaststelling van het reglement van de Commissie Onderzoek Passende zorg 2025 (Reglement Commissie Onderzoek Passende Zorg 2025)
Gelet op artikel 4.1, eerste lid, van het Bestuursreglement ZonMw 2019 en artikel 5.6 van het Bestuursreglement Zorginstituut Nederland 2025;
Hoofdstuk 1. Algemeen
Artikel 1.1. Begripsbepalingen
Dit reglement verstaat onder:
- –. beheersmaatregel: maatregel ter waarborging van advisering zonder vooringenomenheid;
- –. bestuur van ZonMw: het bestuur van ZorgOnderzoek Nederland en het bestuur van het domein Medische Wetenschappen van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek;
- –. bureau: de medewerkers van ZonMw en het Zorginstituut die belast zijn met de uitvoering van werkzaamheden ten behoeve van de commissie;
- –. commissie: de Commissie Onderzoek Passende Zorg;
- –. kennisvraag: een onderzoeksvraag gericht op het verkrijgen van toepasbare kennis voor passende zorg;
- –. KPPZ: het kaderprogramma Passende Zorg;
- –. leden: de leden van de Commissie Onderzoek Passende Zorg;
- –. Minister van VWS: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
- –. NWO: de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek;
- –. overheidsorganisaties: Zorginstituut Nederland, het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Nederlandse Zorgautoriteit;
- –. persoonlijk belang: ieder belang dat niet behoort tot de belangen die de commissie uit hoofde van de haar opgedragen taak behoort te behartigen;
- –. projectgroep: groep bestaande uit de aanvrager, projectleider, bestuurlijk verantwoordelijke en andere leden die het in de aanvraag voorgestelde onderzoek uitvoeren;
- –. Raad van Bestuur van het Zorginstituut: de Raad van Bestuur van het Zorginstituut als bedoeld in artikel 1 van het Bestuursreglement Zorginstituut Nederland;
- –. ronde: de beoordelingscyclus lopend van de ontvangst van een kennisvraag of studiesynopsis tot en met het besluit over de subsidieaanvraag;
- –. secretaris: de secretaris dan wel de plaatsvervangend secretaris die deel uitmaakt van het bureau en belast is met de ondersteuning van de commissie;
- –. selectiecriteria: door ZonMw vastgestelde criteria op basis waarvan kennisvragen, studiesynopsissen en subsidieaanvragen worden getoetst;
- –. studiesynopsis: een beknopte schriftelijke samenvatting van het onderzoeksvoorstel;
- –. Vezo: veelbelovende zorg;
- –. ViO: Vergoeding in Onderzoek;
- –. voorbewerkingsformulier: een format dat gebruikt wordt om kennisvragen, studiesynopsissen of subsidieaanvragen op gestructureerde wijze voor te bereiden, ter ondersteuning van de advisering door de commissie;
- –. voorzitter: de voorzitter van de commissie, dan wel de plaatsvervangend voorzitter van de commissie;
- –. Wet ZON: de Wet op de organisatie ZorgOnderzoek Nederland;
- –. ZE&GG: Zorgevaluatie & Gepast Gebruik;
- –. ZON: de organisatie ZorgOnderzoek Nederland als bedoeld in artikel 2 van de Wet ZON;
- –. ZonMw: het samenwerkingsverband tussen de organisatie ZorgOnderzoek Nederland en het domein Medische Wetenschappen van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek;
- –. het Zorginstituut: Zorginstituut Nederland, zoals genoemd in artikel 58, eerste lid, van de Zvw;
- –. Zvw: de Zorgverzekeringswet.
Hoofdstuk 2. Instelling en samenstelling van de commissie
Artikel 2.1. Instelling van de commissie
ZonMw en het Zorginstituut stellen gezamenlijk de Commissie Onderzoek Passende Zorg in.
Artikel 2.2. Samenstelling en benoeming van de commissie
De commissie bestaat uit ten minste acht leden die worden benoemd, geschorst en ontslagen door het bestuur van ZonMw en de Raad van Bestuur van het Zorginstituut gezamenlijk.
De leden van de commissie worden benoemd op grond van de deskundigheid die nodig is voor een goede vervulling van de in artikel 3.1 bedoelde taak, alsook op grond van hun brede maatschappelijke kennis en ervaring. Daarbij geldt:
- a. De voorzitter heeft veelzijdige bestuurlijke ervaring, is wetenschappelijk onderlegd, besluitvaardig, onafhankelijk en onpartijdig;
- b. Ten minste twee leden zijn deskundig op een voor het werk van de commissie relevant terrein van wetenschapsbeoefening;
- c. Ten minste twee leden zijn deskundig met betrekking tot de adviestaak als bedoeld in artikel 66 van de Zorgverzekeringswet;
- d. Ten minste twee leden zijn beroepsbeoefenaar in de zin van artikel 3, eerste lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg;
- e. Ten minste één lid is afkomstig uit de kring van patiëntenorganisaties;
- f. Ten minste één lid is afkomstig uit de kring van zorgverzekeraars.
Indien de voorzitter afwezig is kan hij worden vervangen door een plaatsvervangend voorzitter. De leden kiezen uit hun midden voor die gelegenheid een plaatsvervangend voorzitter.
De leden worden benoemd voor ten hoogste vijf jaar. Herbenoeming kan eenmaal en voor ten hoogste vijf jaar plaatsvinden.
Het lidmaatschap eindigt tussentijds door overlijden, ontslag op eigen verzoek of ontslag om zwaarwichtige redenen door ZonMw en het Zorginstituut gezamenlijk.
De leden maken op persoonlijke titel deel uit van de commissie. Zij oefenen hun taken uit zonder last en ruggespraak.
Het lidmaatschap van de commissie is onverenigbaar met het lidmaatschap van het bestuur van ZonMw of de Raad van Bestuur van het Zorginstituut. Ook medewerkers van ZonMw of het Zorginstituut kunnen geen lid zijn van de commissie.
Artikel 2.3. Bekendmaking
De samenstelling van de commissie en de benoemingsperiode van de leden wordt gepubliceerd op de website van ZonMw en het Zorginstituut.
Artikel 2.4. Waarnemers
De Minister van VWS kan een of twee waarnemers voor de commissie aanwijzen.
Artikel 2.5. Vergoeding
De voorzitter en de leden ontvangen voor hun werkzaamheden een vergoeding per vergadering overeenkomstig het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies.
De voorzitter en de leden ontvangen een vergoeding voor reis- en verblijfkosten overeenkomstig het Reisbesluit binnenland.
Bij de vaststelling van de hoogte van de vergoedingen wordt rekening gehouden met de Regeling vergoedingen bestuurs- en advieswerkzaamheden van de NWO.
Indien een lid van de commissie in verband met een functiebeperking is aangewezen op aangepast vervoer, kan het bestuur van ZonMw hiervoor een afzonderlijke regeling treffen.
Hoofdstuk 3. Taken van de commissie
Artikel 3.1. Adviestaak
De commissie adviseert ZonMw en het Zorginstituut over KPPZ, ViO en ZE&GG.
De commissie adviseert over:
- a. kennisvragen waarvoor een gerichte ronde binnen KPPZ kan worden opengesteld;
- b. de kwaliteit van de studiesynopsis voorafgaand aan de indiening van een subsidieaanvraag voor ZE≫
- c. de kwaliteit van subsidieaanvragen binnen de gerichte rondes KPPZ, ViO en ZE&GG.
Indien het onderzoek voor subsidieaanvragen voor de gerichte rondes KPPZ, ViO en ZE&GG is gericht op de vraag of zorg behoort tot het basispakket, heeft de commissie tot taak om na te gaan of het onderzoek zodanig is opgezet dat het gegevens oplevert op basis waarvan het Zorginstituut:
- i. kan beoordelen of een interventie-indicatiecombinatie voldoet aan de stand van de wetenschap en praktijk, zoals bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, en
- ii. de kosteneffectiviteit en de landelijke budgetgevolgen van de interventie-indicatiecombinatie kan beoordelen.
De commissie heeft verder tot taak om het bestuur van ZonMw en het Zorginstituut gevraagd en ongevraagd te adviseren over andere aangelegenheden die binnen haar deskundigheidsgebied vallen en betrekking hebben op de in het eerste lid genoemde onderwerpen.
De wijze waarop de commissie de in het tweede en derde lid genoemde taken uitvoert, is geregeld in de artikelen 3.2 tot en met 3.8.
Artikel 3.2. Indiening kennisvragen, studiesynopsissen en subsidieaanvragen gerichte rondes KPPZ, ViO en ZE&GG
ZonMw publiceert op haar website:
- a. de selectiecriteria;
- b. de aanvraagformulieren voor het indienen van kennisvragen, studiesynopsissen en subsidieaanvragen;
- c. de wijze van indiening.
Kennisvragen kunnen worden ingediend door:
- a. beroepsorganisaties en koepelorganisaties;
- b. overheidsorganisaties.
Studiesynopsissen kunnen worden ingediend door geselecteerde projectgroepen.
Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend door geselecteerde projectgroepen.
Artikel 3.3. Advisering kennisvragen gerichte rondes KPPZ
Ter voorbereiding van de advisering over een kennisvraag bestuderen vijf leden de kennisvraag en toetsen zij deze aan de selectiecriteria aan de hand van een voorbewerkingsformulier. Tot deze vijf leden behoren in ieder geval een lid dat afkomstig is uit de kring van patiëntenorganisaties en een lid dat afkomstig is uit de kring van zorgverzekeraars.
De commissie bespreekt de kennisvragen aan de hand van het aanvraagformulier, de voorbewerkingsformulieren en de selectiecriteria.
Indien het een kennisvraag van een overheidsorganisatie betreft en er geen bespreekpunten zijn, kan de voorzitter besluiten de kennisvraag niet in een vergadering te bespreken.
De commissie brengt een onderbouwd advies over de kennisvraag uit aan het bestuur van ZonMw.
Artikel 3.4. Advisering studiesynopsissen ZE&GG
Naast de in artikel 3.1, eerste lid, genoemde adviestaak heeft de commissie tot taak om projectgroepen te adviseren over de kwaliteit van de studiesynopsis.
Ter voorbereiding van de advisering over een studiesynopsis door de commissie wordt elke studiesynopsis door drie leden bestudeerd en getoetst aan de selectiecriteria aan de hand van een voorbewerkingsformulier.
De commissie bespreekt de studiesynopsissen aan de hand van het aanvraagformulier, de voorbewerkingsformulieren en de selectiecriteria.
De commissie brengt een onderbouwd advies over de studiesynopsis uit aan de geselecteerde projectgroep.
Artikel 3.5. Advisering subsidieaanvragen gerichte rondes KPPZ en ViO
Ter voorbereiding van de advisering over de kwaliteit van een subsidieaanvraag bestuderen vijf leden de subsidieaanvraag en toetsen zij deze aan de selectiecriteria aan de hand van een voorbewerkingsformulier. Tot deze vijf leden behoren in ieder geval een lid dat afkomstig is uit de kring van patiëntenorganisaties en een lid dat afkomstig is uit de kring van zorgverzekeraars.
Daarbij beoordelen zij zo nodig of het onderzoek zodanig is opgezet dat het gegevens oplevert voor de beoordeling door het Zorginstituut als bedoeld in artikel 3.1, derde lid.
De commissie bespreekt de subsidieaanvragen aan de hand van het aanvraagformulier, de voorbewerkingsformulieren, de selectiecriteria en eerdere adviezen van de commissie over de bijbehorende kennisvraag.
Indien de commissie van oordeel is dat een nadere toelichting op de subsidieaanvraag noodzakelijk is, krijgt de aanvrager de gelegenheid om de aanvraag mondeling toe te lichten. Na het gesprek met de aanvrager bespreekt de commissie de aanvraag opnieuw.
Indien de subsidieaanvraag betrekking heeft op onderzoek dat gericht is op de vraag of zorg behoort tot het basispakket brengt de commissie eerst een onderbouwd advies uit aan het Zorginstituut. Indien het Zorginstituut het advies overneemt, wordt het advies aan het bestuur van ZonMw gestuurd.
In de overige gevallen brengt de commissie een onderbouwd advies uit aan het bestuur van ZonMw.
Artikel 3.6. Advisering subsidieaanvragen ZE&GG
Ter voorbereiding van de advisering over de kwaliteit van een subsidieaanvraag bestuderen vijf leden de subsidieaanvraag en toetsen zij deze aan de selectiecriteria aan de hand van een voorbewerkingsformulier. Tot deze vijf leden behoren in ieder geval een lid dat afkomstig is uit de kring van patiëntenorganisaties en een lid dat afkomstig is uit de kring van zorgverzekeraars.
Daarbij beoordelen zij of het onderzoek zodanig is opgezet dat het gegevens oplevert voor de beoordeling door het Zorginstituut als bedoeld in artikel 3.1, derde lid.
De commissie bespreekt de subsidieaanvragen aan de hand van het aanvraagformulier, de voorbewerkingsformulieren, de selectiecriteria en eerdere adviezen van de commissie over de bijbehorende studiesynopsis.
Indien de commissie van oordeel is dat een nadere toelichting op de subsidieaanvraag noodzakelijk is, krijgt de aanvrager de gelegenheid om de aanvraag mondeling toe te lichten. Na het gesprek met de aanvrager bespreekt de commissie de aanvraag opnieuw.
De commissie brengt een onderbouwd advies uit aan het Zorginstituut en het bestuur van ZonMw.
Artikel 3.7. Advisering Vezo
⋯
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.