Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 26 februari 2026, nr. 2026-0000072641, houdende regels over waardevermeerdering van gebouwen in verband met schade als gevolg van gaswinning Groningenveld (Regeling waardevermeerdering gebouwen gaswinning Groningenveld 2026) [KetenID WGK 028672]

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-03-12
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 3 en 4, eerste lid, aanhef en onderdelen a tot en met f, en h, van de Kaderwet overige BZK-subsidies en de artikelen 6, vijfde lid, aanhef en onderdeel b, 8, 9, tweede lid, 11, tweede lid, en 14 van het Kaderbesluit BZK-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Subsidie voor verduurzamingsmaatregelen en maatwerkadviesrapport
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie voor een verduurzamingsmaatregel of een maatwerkadviesrapport aan een eigenaar van een woning of een gebouw met een logiesfunctie, een onderneming, of een maatschappelijke organisatie, aan wiens woning, gebouw met een logiesfunctie of ander gebouw, blijkens een schriftelijk stuk:

2.

De minister verstrekt de subsidie aan de huurder van de woning, het gebouw met een logiesfunctie of het andere gebouw in plaats van aan de eigenaar indien de huurder van de woning, het gebouw met een logiesfunctie of het andere gebouw de aanvraag heeft ingediend en de eigenaar hier schriftelijk toestemming voor heeft verleend.

3.

Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste of tweede lid, kunnen worden ingediend vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling tot en met 31 augustus 2026.

Artikel 3. Subsidiabele kosten
1.

De subsidiabele kosten zijn de kosten ter zake van een gebouw als bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, of ter zake van een lokaal energieproject, voor:

2.

Vóór indiening van de aanvraag door de aanvrager gemaakte kosten komen niet voor subsidie in aanmerking, tenzij deze zijn gemaakt ter voldoening aan een contractuele verplichting die is aangegaan vóór de indiening van de aanvraag, doch na de datum waarop een schaderapport of een concept daarvan is uitgebracht door een schade-expert in opdracht van een in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, b of c genoemde instantie of een aanbod is gedaan voor een vergoeding als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel d.

Artikel 4. Hoogte van de subsidie

De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 4.000,– per gebouw.

Artikel 5. Afwijzingsgronden
1.

De minister beslist afwijzend op een aanvraag voor zover:

2.

De afwijzingsgronden, genoemd in het eerste lid, onderdelen a tot en met c, zijn niet van toepassing indien voor het gebouw door een andere eigenaar voor een door die eigenaar geleden schade, bedoeld in artikel 2, eerste lid, subsidie wordt aangevraagd.

Artikel 6. Subsidieplafond en rangschikking van de aanvragen
1.

Het subsidieplafond bedraagt € 15.320.905,40.

2.

De minister verdeelt het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

3.

Indien op de dag dat het subsidieplafond wordt bereikt meer dan één volledige aanvraag is ontvangen, stelt de minister de onderlinge rangschikking van aanvragen vast op volgorde van binnenkomst.

Artikel 7. Verplichtingen van de subsidieontvanger
1.

Een verduurzamingsmaatregel of een maatwerkadviesrapport, waarvoor op grond van deze regeling een subsidie is verleend, wordt binnen een termijn van 24 maanden na de verlening van de subsidie aangebracht of geïnstalleerd en in gebruik genomen, respectievelijk opgeleverd.

2.

De minister kan op verzoek van de subsidieontvanger de termijn met negen maanden verlengen indien de termijn, bedoeld in het eerste lid, niet kan worden gehaald in verband met de datum van afronding van de versterking. Het verzoek wordt ingediend voorafgaand aan het einde van deze termijn.

3.

De minister kan op verzoek van de subsidieontvanger de termijn, bedoeld in het eerste lid, tevens eenmalig verlengen met een redelijke termijn indien sprake is van onvoorziene omstandigheden. Het verzoek wordt ingediend voorafgaand aan het einde van de termijn, bedoeld in het eerste lid.

4.

Behoudens als onderdeel van de verkoop van het gebouw, vervreemdt de subsidieontvanger:

Artikel 8. Informatieverplichtingen
1.

Een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 2 bevat de gegevens van de aanvrager, waaronder ten minste:

2.

De aanvraag door een onderneming bevat tevens een verklaring als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de de-minimisverordening.

Artikel 9. Staatssteun

De subsidie, bedoeld in artikel 2, bevat staatssteun, indien deze aan een onderneming wordt verstrekt, en wordt gerechtvaardigd door artikel 3, tweede lid, van de de-minimisverordening.

Artikel 10. Inwerkingtreding en vervaltermijn

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 september 2026, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op aanvragen die voor deze datum zijn ingediend en subsidies die voor deze datum zijn verleend.

Artikel 11. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling waardevermeerdering gebouwen gaswinning Groningenveld 2026.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.