Besluit van de Algemeen directeur van de Dienst Nationaal Coördinator Groningen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 2 maart 2026, kenmerk NCG50710624, houdende verlening van ondermandaat, volmacht en machtiging voor de Dienst Nationaal Coördinator Groningen (Besluit ondermandaat, volmacht en machtiging NCG 2026)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-03-12
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de instemming van de secretaris-generaal van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 20 februari 2026, kenmerk 2026-0000072006;

Gelet op artikelen 6.5 en 6.6 van het Mandaatbesluit BZK 2025

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2

Aan de Algemeen directeur is voorbehouden: het nemen van besluiten, het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het verrichten van andere handelingen dan een besluit of een privaatrechtelijke rechtshandeling betreffende de volgende aangelegenheden:

Artikel 3. Kaders bij ieder mandaat
1.

Ondermandaten, volmachten en machtigingen worden begrensd met een maximale (meerjarige) financiële verplichting als bepaald bijlage 1 bij het Mandaatbesluit BZK 2025

2.

Dit mandaat wordt uitgeoefend met inachtneming van de aanwijzingen van de Algemeen directeur, zoals vastgelegd in de toelichting bij dit Ondermandaatbesluit.

§ 2. Ondermandaat, volmacht en machtiging

Artikel 4. Directeur
1.

Aan de directeur Dienstverlening en de directeur Bedrijfsvoering wordt, ieder voor zich, ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op zijn werkterrein.

2.

Aan de directeur Eemsdelta en de directeur Stad & Ommeland wordt, ieder voor zich, ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op zijn werkterrein. Bij een project met overlap van regio’s zijn beide directeuren, ieder voor zich, bevoegd.

3.

Aan de directeuren wordt ondermandaat, volmacht en machtiging verleend ten aanzien van de P&O-aangelegenheden van hun organisatieonderdeel, met inbegrip van de volgende aangelegenheden:

4.

Aan de directeuren wordt ondermandaat, volmacht en machtiging verleend om klachten als bedoeld in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht en die hun organisatieonderdeel betreffen te behandelen, een en ander in afstemming met de klachtencoördinator en met inachtneming van het Voorschrift interne klachtenbehandeling van NCG.

Artikel 5. Managers
1.

Aan de managers wordt, ieder voor zich, ondermandaat, volmacht en machtiging verleend ten aanzien van aangelegenheden op hun werkterrein, met uitzondering van de inhuur van externe medewerkers.

2.

Tot het werkterrein als bedoeld in het eerste lid van uitsluitend:

3.

Aan de managers wordt tevens, ieder voor zich, voor de onder hen ressorterende medewerkers ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor:

Artikel 6. Teamleiders
1.

Aan teamleiders wordt ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op hun werkterrein, met uitzondering van de inhuur van externe medewerkers.

2.

Aan teamleiders wordt tevens, ieder voor zich, voor de onder hen ressorterende medewerkers ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor:

Artikel 7. Bevoegdheden voor de realisatie van de bouw

Aan projectleiders, projectmanagers en programmamanagers binnen de regiodirecties wordt, ieder voor zich, ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor alle aangelegenheden die vanwege de verschillende sets aan uniforme administratieve voorwaarden en aanpalende wet- en regelgeving nodig zijn voor de vertegenwoordiging van opdrachtgever en realisatie van de bouw, waaronder het afgeven van prestatieverklaringen voor de door hen begeleide projecten.

Artikel 8. Vertegenwoordiging in rechte
1.

Aan de manager van de afdeling Juridische Zaken wordt ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten en het aangaan van overeenkomsten op zijn werkterrein, waaronder begrepen:

2.

Aan de manager van de afdeling Juridische Zaken en de juristen en senior juristen van de afdeling Juridische Zaken wordt ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor het indienen en voeren van beroep, waaronder begrepen het instellen van beroep en het voeren van voorlopige voorziening procedures.

3.

Aan de manager van de afdeling Juridische Zaken en de senior juristen van de afdeling Juridische Zaken wordt ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor het voeren van hoger beroep, waaronder begrepen het instellen van hoger beroep en het voeren van voorlopige voorziening procedures.

Artikel 9. Financiële begrenzing
1.

Het ondermandaat voor verplichtingen die financiële gevolgen hebben of kunnen hebben is voor de onderstaande functionarissen per verplichting beperkt tot de volgende grensbedragen in euro’s en inclusief de verschuldigde omzetbelasting (BTW):

directeur € 2.500.000
manager € 60.000
teamleider € 12.500
binnen een project op zijn werkterrein ten aanzien van opdrachtverlening, een besluit en een overeenkomst, een manager in een regiodirectie € 1.000.000
binnen een project op zijn werkterrein ten aanzien van opdrachtverlening, een teamleider in een regiodirectie € 180.000
binnen een project wat hem is opgedragen, een projectleider, projectmanager of programmamanager in een regiodirectie € 90.000
ten aanzien van een (norm)besluit, waarbij het genoemde maximumbedrag de uitvoeringskosten bij benadering betreft, de manager van de afdeling Innovatie, Techniek en Administratie € 1.000.000
Ten aanzien van opdrachten op zijn werkterrein ten aanzien van opdrachtverlening, de manager van de afdeling Innovatie, Techniek en Administratie € 1.000.000
ten aanzien van beslissingen op bezwaar, de manager van de afdeling Juridische Zaken € 1.000.000
ten behoeve van een bijzondere situatie kan de Algemeen directeur een functionaris de rol van bijzonder projectleider geven met een bijzonder projectbudget voor het totale project, met een maximum van € 250.000
2.

Aan de Inkoopadviseurs van de afdeling Inkoop, Contract- en Leveranciersmanagement (ICLM) wordt machtiging verleend met betrekking tot:

§ 3. Plaatsvervanging

Artikel 10. Plaatsvervanging algemeen directeur

De directeur Dienstverlening treedt op als plaatsvervanger van de Algemeen directeur. Bij afwezigheid van zowel de Algemeen directeur als de directeur Dienstverlening, treedt de directeur Bedrijfsvoering op als plaatsvervanger van de Algemeen directeur.

Artikel 11. Plaatsvervanging overige functionarissen
1.

De uit dit besluit voor directeuren en de managers voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van afwezigheid over op hun plaatsvervanger.

2.

De plaatsvervanger van de directeur Dienstverlening is de directeur Bedrijfsvoering. De plaatsvervanger van de directeur Bedrijfsvoering is de directeur Dienstverlening.

3.

De plaatsvervanger van de directeur Eemsdelta is de directeur Stad & Ommeland. De plaatsvervanger van de directeur Stad & Ommeland is de directeur Versterking Eemsdelta.

4.

Een manager wordt vervangen door een door zijn directeur aangewezen manager binnen het organisatieonderdeel waar hij is aangesteld.

5.

Een teamleider wordt vervangen door een door zijn manager aangewezen teamleider binnen de afdeling waar hij is aangesteld.

§ 4. Slotbepalingen

Artikel 12. Inwerkingtreding en overig
1.

Dit besluit treedt in werking de dag na uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 augustus 2025.

2.

Besluiten of handelingen die zijn genomen of verricht krachtens het Besluit Ondermandaat NCG 2020 door of namens de Minister van Economische Zaken en Klimaat in de periode van 2 juli 2024 tot en met 31 juli 2025 worden aangemerkt als besluiten of handelingen namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

3.

Dit besluit wordt aangehaald als Besluit ondermandaat, volmacht en machtiging NCG 2026.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.