Beleidsregel van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 17 februari 2026, nr. ILT-2025/54705, over vaststelling van boetebedragen voor overtredingen van de Arbeidstijdenwet begaan door personen, werkzaam in of op motorrijtuigen als bedoeld in artikel 5: 12, tweede lid, onder a, van die wet (Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit vervoer (wegvervoer) 2026)
Gelet op artikel 10:7, zesde lid, tweede volzin, van de Arbeidstijdenwet en artikel 5:46, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
BESLUITEN:
Artikel 1. Definities
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
- eerste bedrijfsinspectie: bedrijfsinspectie die geen tweede bedrijfsinspectie of volgende bedrijfsinspectie is;
- eerste transportinspectie: transportinspectie die geen tweede of volgende transportinspectie is;
- tweede bedrijfsinspectie: bedrijfsinspectie die plaatsvindt binnen vijf jaar na een eerste bedrijfsinspectie, waarbij de eerste bedrijfsinspectie heeft geresulteerd in de oplegging van een bestuurlijke boete die onherroepelijk is op de datum waarop de huidige bedrijfsinspectie aanvangt;
- tweede transportinspectie: transportinspectie die plaatsvindt binnen vijf jaar na een eerste transportinspectie waarbij de eerste transportinspectie heeft geresulteerd in de oplegging van een bestuurlijke boete die onherroepelijk is op de datum waarop de transportinspectie aanvangt;
- volgende bedrijfsinspectie: bedrijfsinspectie die plaatsvindt binnen vijf jaar na twee of meer bedrijfsinspecties, waarbij ten minste twee van deze bedrijfsinspecties hebben geresulteerd in de oplegging van een bestuurlijke boete en deze bestuurlijke boetes onherroepelijk zijn op de datum waarop de bedrijfsinspectie aanvangt;
- volgende transportinspectie: transportinspectie die plaatsvindt binnen vijf jaar na twee of meer transportinspecties, waarbij ten minste twee van deze transportinspecties hebben geresulteerd in de oplegging van een bestuurlijke boete en deze bestuurlijke boetes onherroepelijk zijn op de datum waarop de transportinspectie aanvangt;
- zelfstandige: persoon als bedoeld in artikel 2:7 van de Arbeidstijdenwet.
Artikel 2. Toepassingsgebied
Deze beleidsregel is van toepassing op elke als zodanig aangemerkte overtreding van het bij of krachtens de Arbeidstijdenwet bepaalde, voor zover:
- a. het arbeid betreft verricht in of op motorrijtuigen, genoemd in artikel 5: 12, tweede lid, onder a, van de Arbeidstijdenwet, niet zijnde een taxi;
- b. het arbeid betreft van personen werkzaam in of op die motorrijtuigen of in bedrijven of inrichtingen die rechtstreeks betrekking hebben op die arbeid; en
- c. voor zover daarvoor op grond van de wet een bestuurlijke boete kan worden opgelegd.
Artikel 3. Berekening van de bestuurlijke boete
In bijlage 1 bij deze beleidsregel staan de normbedragen die, met inachtneming van artikel 10:7, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet en met toepassing van het tweede en vierde lid, van dat artikel als uitgangspunt worden gehanteerd bij het opleggen van een bestuurlijke boete.
Bij het opleggen van een bestuurlijke boete wordt in beginsel uitgegaan van een normale verwijtbaarheid als bedoeld in het derde lid, onder b.
Het normbedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt vermenigvuldigd met de factor:
- a. 0,50, indien sprake is van verminderde verwijtbaarheid;
- b. 1,00, indien sprake is van normale verwijtbaarheid;
- c. 1,50, indien sprake is van grove schuld; en
- d. 2,00, indien sprake is van opzet.
Bij het bepalen van de mate van verwijtbaarheid, bedoeld in het derde lid, worden in ieder geval de volgende omstandigheden meegewogen:
- a. eerdere interventies of overtredingen;
- b. andere overtredingen in de controleperiode;
- c. het met de overtreding behaalde voordeel;
- d. de impact of duur van de overtreding;
- e. of de overtreding op eigen initiatief is beëindigd.
In bijlage 2 bij deze beleidsregel staan de overtredingen waarvoor bij de toepassing van het eerste lid direct bij constatering een bestuurlijke boete wordt opgelegd en de overtredingen waarvoor eerst een waarschuwing wordt gegeven en pas nadat eenzelfde overtreding nogmaals is geconstateerd, wordt overgegaan tot oplegging van een bestuurlijke boete.
Artikel 4. Cumulatie bestuurlijke boetes
Onverminderd de artikelen 5, 6, 7 en 8 bestaat de bij een boetebeschikking op te leggen bestuurlijke boete, in geval er sprake is van meerdere overtredingen, uit de som van de per overtreding berekende boetebedragen overeenkomstig artikel 3.
Artikel 5. Maximering boete werknemers
Aan werknemers wordt per boetebeschikking per boetefeit maximaal één boete opgelegd.
Artikel 6. Maximum aantal werknemers
Bij een bedrijfsinspectie bedraagt het maximaal in het boeterapport of proces-verbaal op te nemen aantal personen ter zake waarvan een of meer overtredingen zijn vastgesteld, voor een werkgever met:
- a. minder dan 25 werknemers: 3;
- b. 25 of meer, maar minder dan 50 werknemers: 6;
- c. 50 of meer, maar minder dan 100 werknemers: 9;
- d. 100 of meer werknemers: 12.
Artikel 7. Boete bij een bedrijfsinspectie
De boete die per boetebeschikking kan worden opgelegd bij een eerste bedrijfsinspectie bedraagt ten hoogste het in de tabel opgenomen percentage van het in artikel 10,7, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet, bedoelde bedrag van de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
| Zelfstandige/ aantal werknemers | verminderde verwijtbaarheid | normale verwijtbaarheid | grove schuld | opzet |
|---|---|---|---|---|
| Zelfstandige | 6,25% | 12,5% | 18,75% | 25% |
| 1 t/m 24 | 12,5% | 25% | 37,5% | 50% |
| 25 t/m 49 | 25% | 50% | 75% | 100% |
| 50 t/m 99 | 37,5% | 75% | 112,5% | 150% |
| 100 of meer | 50% | 100% | 150% | 200% |
Indien meerdere overtredingen zijn vastgesteld met verschillende maten van verwijtbaarheid, wordt bij toepassing van het eerste lid uitgegaan van de ernstigste mate van verwijtbaarheid die is vastgesteld bij de begane overtredingen, overeenkomstig artikel 3, derde lid, van deze beleidsregel.
De boete die maximaal per boetebeschikking kan worden opgelegd bij een tweede bedrijfsinspectie bedraagt ten hoogste 200% van het bedrag dat overeenkomstig het eerste en tweede lid kan worden opgelegd.
Artikel 8. Boete bij een transportinspectie
De boete die per boetebeschikking aan de werkgever of aan de zelfstandige kan worden opgelegd bij een eerste transportinspectie bedraagt ten hoogste 50% van het bedrag dat op grond van artikel 7, eerste en tweede lid, aan een bedrijf met 1 t/m 24 werknemers respectievelijk een zelfstandige kan worden opgelegd.
De boete die per boetebeschikking aan de werkgever of aan de zelfstandige kan worden opgelegd bij een tweede transportinspectie bedraagt ten hoogste 200% van het bedrag dat op grond van artikel 7, eerste en tweede lid, aan een bedrijf met 1 t/m 24 werknemers respectievelijk een zelfstandige kan worden opgelegd.
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op boetes voor overtredingen die vallen onder de in bijlage 1 opgenomen boetefeitcodes B 2.4:4 (11), B 2.4:5 (40) of B 2.4:5 (40a).
Artikel 9. Intrekking Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit vervoer (wegvervoer) 2022
De Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit vervoer (wegvervoer) 2022 wordt ingetrokken.
Artikel 10. Overgangsrecht
Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze beleidsregel een overtreding is begaan, blijft met betrekking tot de berekening van de boete voor die overtreding het recht gelden zoals dat luidde onmiddellijk voor dat tijdstip, indien de toepassing daarvan voor de overtreder gunstiger is.
Artikel 11. Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst.
Artikel 12. Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit vervoer (wegvervoer) 2026.
Bijlage 1. Tarieflijst boetenormbedragen bestuurlijke boete wegvervoer (boetecatalogus) (bijlage als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit vervoer (wegvervoer) 2026)
Voor de toepassing van deze boetecatalogus wordt verstaan onder:
- Atw: Arbeidstijdenwet;
- Atbv: Arbeidstijdenbesluit vervoer;
- Vo 165/2014: Verordening (EU) nr. 165/2014 van het Europees parlement en van de Raad van 4 februari 2014 betreffende tachografen in het wegvervoer, tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad betreffende het controleapparaat in het wegvervoer en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees parlement en de Raad tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer (PbEU 2014, L 60);
- Vo 561/2006: Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 3821/85 en (EG) nr. 2135/98 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad (PbEU 2006, L 102);
- AETR: de op 1 juli 1970 te Genève tot stand gekomen Europese Overeenkomst nopens de arbeidsvoorwaarden voor de bemanningen van motorrijtuigen in het internationale vervoer over de weg (AETR) (Trb. 1972, 97);
- Handels- en Samenwerkingsovereenkomst: Handels- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds (PbEU 2021, L 149).
⋯
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.