Beleidsregel van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 17 februari 2026, nr. ILT-2025/54705, over vaststelling van boetebedragen voor overtredingen van de Arbeidstijdenwet begaan door personen, werkzaam in of op motorrijtuigen als bedoeld in artikel 5: 12, tweede lid, onder a, van die wet (Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit vervoer (wegvervoer) 2026)

Type Beleidsregel
Publication 2026-03-18
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 10:7, zesde lid, tweede volzin, van de Arbeidstijdenwet en artikel 5:46, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht;

BESLUITEN:

Artikel 1. Definities

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

Artikel 2. Toepassingsgebied

Deze beleidsregel is van toepassing op elke als zodanig aangemerkte overtreding van het bij of krachtens de Arbeidstijdenwet bepaalde, voor zover:

Artikel 3. Berekening van de bestuurlijke boete
1.

In bijlage 1 bij deze beleidsregel staan de normbedragen die, met inachtneming van artikel 10:7, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet en met toepassing van het tweede en vierde lid, van dat artikel als uitgangspunt worden gehanteerd bij het opleggen van een bestuurlijke boete.

2.

Bij het opleggen van een bestuurlijke boete wordt in beginsel uitgegaan van een normale verwijtbaarheid als bedoeld in het derde lid, onder b.

3.

Het normbedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt vermenigvuldigd met de factor:

4.

Bij het bepalen van de mate van verwijtbaarheid, bedoeld in het derde lid, worden in ieder geval de volgende omstandigheden meegewogen:

5.

In bijlage 2 bij deze beleidsregel staan de overtredingen waarvoor bij de toepassing van het eerste lid direct bij constatering een bestuurlijke boete wordt opgelegd en de overtredingen waarvoor eerst een waarschuwing wordt gegeven en pas nadat eenzelfde overtreding nogmaals is geconstateerd, wordt overgegaan tot oplegging van een bestuurlijke boete.

Artikel 4. Cumulatie bestuurlijke boetes

Onverminderd de artikelen 5, 6, 7 en 8 bestaat de bij een boetebeschikking op te leggen bestuurlijke boete, in geval er sprake is van meerdere overtredingen, uit de som van de per overtreding berekende boetebedragen overeenkomstig artikel 3.

Artikel 5. Maximering boete werknemers

Aan werknemers wordt per boetebeschikking per boetefeit maximaal één boete opgelegd.

Artikel 6. Maximum aantal werknemers

Bij een bedrijfsinspectie bedraagt het maximaal in het boeterapport of proces-verbaal op te nemen aantal personen ter zake waarvan een of meer overtredingen zijn vastgesteld, voor een werkgever met:

Artikel 7. Boete bij een bedrijfsinspectie
1.

De boete die per boetebeschikking kan worden opgelegd bij een eerste bedrijfsinspectie bedraagt ten hoogste het in de tabel opgenomen percentage van het in artikel 10,7, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet, bedoelde bedrag van de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Zelfstandige/ aantal werknemers verminderde verwijtbaarheid normale verwijtbaarheid grove schuld opzet
Zelfstandige 6,25% 12,5% 18,75% 25%
1 t/m 24 12,5% 25% 37,5% 50%
25 t/m 49 25% 50% 75% 100%
50 t/m 99 37,5% 75% 112,5% 150%
100 of meer 50% 100% 150% 200%
2.

Indien meerdere overtredingen zijn vastgesteld met verschillende maten van verwijtbaarheid, wordt bij toepassing van het eerste lid uitgegaan van de ernstigste mate van verwijtbaarheid die is vastgesteld bij de begane overtredingen, overeenkomstig artikel 3, derde lid, van deze beleidsregel.

3.

De boete die maximaal per boetebeschikking kan worden opgelegd bij een tweede bedrijfsinspectie bedraagt ten hoogste 200% van het bedrag dat overeenkomstig het eerste en tweede lid kan worden opgelegd.

Artikel 8. Boete bij een transportinspectie
1.

De boete die per boetebeschikking aan de werkgever of aan de zelfstandige kan worden opgelegd bij een eerste transportinspectie bedraagt ten hoogste 50% van het bedrag dat op grond van artikel 7, eerste en tweede lid, aan een bedrijf met 1 t/m 24 werknemers respectievelijk een zelfstandige kan worden opgelegd.

2.

De boete die per boetebeschikking aan de werkgever of aan de zelfstandige kan worden opgelegd bij een tweede transportinspectie bedraagt ten hoogste 200% van het bedrag dat op grond van artikel 7, eerste en tweede lid, aan een bedrijf met 1 t/m 24 werknemers respectievelijk een zelfstandige kan worden opgelegd.

3.

Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op boetes voor overtredingen die vallen onder de in bijlage 1 opgenomen boetefeitcodes B 2.4:4 (11), B 2.4:5 (40) of B 2.4:5 (40a).

Artikel 9. Intrekking Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit vervoer (wegvervoer) 2022

De Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit vervoer (wegvervoer) 2022 wordt ingetrokken.

Artikel 10. Overgangsrecht

Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze beleidsregel een overtreding is begaan, blijft met betrekking tot de berekening van de boete voor die overtreding het recht gelden zoals dat luidde onmiddellijk voor dat tijdstip, indien de toepassing daarvan voor de overtreder gunstiger is.

Artikel 11. Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst.

Artikel 12. Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit vervoer (wegvervoer) 2026.

Bijlage 1. Tarieflijst boetenormbedragen bestuurlijke boete wegvervoer (boetecatalogus) (bijlage als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit vervoer (wegvervoer) 2026)

Voor de toepassing van deze boetecatalogus wordt verstaan onder:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.