HERDRUK Beleidsregel van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 17 februari 2026, nr. ILT-2025/544208, over vaststelling van boetebedragen voor overtredingen van de Arbeidstijdenwet met betrekking tot taxivervoer (Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit vervoer (taxivervoer) 2026)
Gelet op artikel 10:7, zesde lid, tweede volzin, van de Arbeidstijdenwet en artikel 5:46, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
BESLUITEN:
Artikel 1. Definities
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
- eerste bedrijfsinspectie: bedrijfsinspectie die geen tweede bedrijfsinspectie of volgende bedrijfsinspectie is;
- eerste transportinspectie: transportinspectie die geen tweede of volgende transportinspectie is;
- taxivervoer: taxivervoer als bedoeld in artikel 1 van de Wet personenvervoer 2000;
- tweede bedrijfsinspectie: bedrijfsinspectie die plaatsvindt binnen vijf jaar na een eerste bedrijfsinspectie, waarbij de eerste bedrijfsinspectie heeft geresulteerd in de oplegging van een bestuurlijke boete die onherroepelijk is op de datum waarop de huidige bedrijfsinspectie aanvangt;
- tweede transportinspectie: transportinspectie die plaatsvindt binnen vijf jaar na een eerste transportinspectie waarbij de eerste transportinspectie heeft geresulteerd in de oplegging van een bestuurlijke boete die onherroepelijk is op de datum waarop de transportinspectie aanvangt;
- volgende bedrijfsinspectie: bedrijfsinspectie die plaatsvindt binnen vijf jaar na twee of meer bedrijfsinspecties, waarbij ten minste twee van deze bedrijfsinspecties hebben geresulteerd in de oplegging van een bestuurlijke boete en deze bestuurlijke boetes onherroepelijk zijn op de datum waarop de bedrijfsinspectie aanvangt;
- volgende transportinspectie: transportinspectie die plaatsvindt binnen vijf jaar na twee of meer transportinspecties, waarbij ten minste twee van deze transportinspecties hebben geresulteerd in de oplegging van een bestuurlijke boete en deze bestuurlijke boetes onherroepelijk zijn op de datum waarop de transportinspectie aanvangt;
- zelfstandige: persoon als bedoeld in artikel 2:7 van de Arbeidstijdenwet.
Artikel 2. Toepassingsgebied
Deze beleidsregel is van toepassing op elke als zodanig aangemerkte overtreding van het bij of krachtens de Arbeidstijdenwet bepaalde met betrekking tot taxivervoer of direct daarmee samenhangende werkzaamheden, voor zover daarvoor op grond van de Arbeidstijdenwet een bestuurlijke boete kan worden opgelegd.
Artikel 3. Berekening van de bestuurlijke boete
In bijlage 1 bij deze beleidsregel staan de normbedragen die, met inachtneming van artikel 10:7, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet en met toepassing van het tweede en vierde lid van dat artikel als uitgangspunt worden gehanteerd bij het opleggen van een bestuurlijke boete.
Bij het opleggen van een bestuurlijke boete wordt in beginsel uitgegaan van een normale verwijtbaarheid als bedoeld in het derde lid, onder b.
Het normbedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt vermenigvuldigd met de factor:
- a. 0,50, indien sprake is van verminderde verwijtbaarheid;
- b. 1,00, indien sprake is van normale verwijtbaarheid;
- c. 1,50, indien sprake is van grove schuld; en
- d. 2,00, indien sprake is van opzet.
Bij het bepalen van de mate van verwijtbaarheid, bedoeld in het derde lid, worden in ieder geval de volgende omstandigheden meegewogen:
- a. eerdere interventies of overtredingen;
- b. andere overtredingen in de controleperiode;
- c. het met de overtreding behaalde voordeel;
- d. de impact of duur van de overtreding;
- e. of de overtreding op eigen initiatief is beëindigd.
In bijlage 2 bij deze beleidsregel staan de overtredingen waarvoor bij de toepassing van het eerste lid direct bij constatering een bestuurlijke boete wordt opgelegd en de overtredingen waarvoor eerst een waarschuwing wordt gegeven en pas nádat eenzelfde overtreding nogmaals is geconstateerd, wordt overgegaan tot oplegging van een bestuurlijke boete.
Artikel 4. Cumulatie bestuurlijke boetes
Onverminderd de artikelen 5, 6, 7 en 8 bestaat de bij een boetebeschikking op te leggen bestuurlijke boete, in geval er sprake is van meerdere overtredingen, uit de som van de per overtreding berekende boetebedragen overeenkomstig artikel 3.
Artikel 5. Maximering boete werknemers
Aan werknemers wordt per boetebeschikking per boetefeit maximaal één boete opgelegd.
Artikel 6. Maximum aantal werknemers
Bij een bedrijfsinspectie bedraagt het maximaal in het boeterapport of proces-verbaal op te nemen aantal personen ter zake waarvan een of meer overtredingen zijn vastgesteld, voor een werkgever met:
- a. minder dan 25 werknemers: 3;
- b. 25 of meer, maar minder dan 50 werknemers: 6;
- c. 50 of meer, maar minder dan 100 werknemers: 9;
- d. 100 of meer werknemers: 12.
Artikel 7. Boete bij een bedrijfsinspectie
De boete die per boetebeschikking kan worden opgelegd bij een eerste bedrijfsinspectie bedraagt ten hoogste het in de tabel opgenomen percentage van het in artikel 10:7, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet, bedoelde bedrag van de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
| Zelfstandige/aantal werknemers | verminderde verwijtbaarheid | normale verwijtbaarheid | grove schuld | opzet |
|---|---|---|---|---|
| Zelfstandige | 1,5% | 3% | 4,5% | 6% |
| 1 t/m 4 | 3% | 6% | 9% | 12% |
| 5 t/m 24 | 4,5% | 9% | 13,5% | 18% |
| 25 t/m 49 | 9% | 18% | 27% | 36% |
| 50 t/m 99 | 18% | 36% | 54% | 72% |
| 100 of meer | 36% | 54% | 90% | 108% |
Indien meerdere overtredingen zijn vastgesteld met verschillende maten van verwijtbaarheid, wordt bij toepassing van het eerste lid uitgegaan van de ernstigste mate van verwijtbaarheid die is vastgesteld bij de begane overtredingen, overeenkomstig artikel 3, derde lid, van deze beleidsregel.
De boete die per boetebeschikking kan worden opgelegd bij een tweede bedrijfsinspectie aan de werkgever of aan de zelfstandige bedraagt ten hoogste 200% van het bedrag dat op grond van het eerste en tweede lid kan worden opgelegd.
Artikel 8. Boete bij een transportinspectie
De boete die per boetebeschikking aan de werkgever of aan de zelfstandige kan worden opgelegd bij een eerste transportinspectie bedraagt het bedrag dat op grond van artikel 7, eerste en tweede lid, aan een bedrijf met 1 t/m 4 werknemers respectievelijk een zelfstandige kan worden opgelegd.
De boete die per boetebeschikking kan worden opgelegd bij een tweede transportinspectie aan de werkgever of aan de zelfstandige bedraagt ten hoogste 200% van het bedrag dat op grond van artikel 7, eerste en tweede lid, aan een bedrijf met 1 t/m 4 werknemers respectievelijk een zelfstandige kan worden opgelegd.
Artikel 9. Overgangsrecht
Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze beleidsregel een overtreding is begaan, blijft met betrekking tot de berekening van de boete voor die overtreding het recht gelden zoals dat luidde onmiddellijk voor dat tijdstip, indien de toepassing daarvan voor de overtreder gunstiger is.
Artikel 10. Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst.
Artikel 11. Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit vervoer (taxivervoer) 2026.
Bijlage 1. Tarieflijst boetenormbedragen bestuurlijke boete taxivervoer (boetecatalogus) (bijlage als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit vervoer (taxivervoer) 2026)
Voor de toepassing van deze boetecatalogus wordt verstaan onder:
- Atw: Arbeidstijdenwet;
- Atbv: Arbeidstijdenbesluit vervoer;
- Bp 2000: Besluit personenvervoer 2000;
- Wg: werkgever
- Zs: zelfstandige
- Vv: vervoerder
| Feitcode | Overtreden bepaling | Omschrijving overtreding | Norm- adressaat | Boete in € | Direct beboetbaar bij transport inspectie |
|---|---|---|---|---|---|
| 1. REGISTRATIE EN BEWAARPLICHT | 1. REGISTRATIE EN BEWAARPLICHT | 1. REGISTRATIE EN BEWAARPLICHT | 1. REGISTRATIE EN BEWAARPLICHT | 1. REGISTRATIE EN BEWAARPLICHT | 1. REGISTRATIE EN BEWAARPLICHT |
| A 4.3 (1) wg | art. 4:3, eerste lid, Atw | Het niet voeren van een deugdelijke registratie door een werkgever ter zake van de arbeids- en rusttijden welke het toezicht op de naleving van deze wet en de daarop berustende bepalingen mogelijk maakt | Werkgever | 2.100,– | Nee |
| A 4.3 (1) zs | Art. 4:3, eerste lid, Atw | Het niet voeren van een deugdelijke registratie door een persoon als bedoeld in art. 2:7, eerste lid, Atw ter zake van de arbeids- en rusttijden welke het toezicht op de naleving van deze wet en de daarop berustende bepalingen mogelijk maakt | Zelfstandige | 1.300,– | Nee |
| 2. BOORDCOMPUTER TAXI | 2. BOORDCOMPUTER TAXI | 2. BOORDCOMPUTER TAXI | 2. BOORDCOMPUTER TAXI | 2. BOORDCOMPUTER TAXI | 2. BOORDCOMPUTER TAXI |
| B 2.4:2 (15) zs | art. 2.4:2, eerste lid, Atbv | Geen of incorrect gebruik gemaakt van het controlemiddel | Zelfstandige | 1.300,– | Ja |
| B 2.4:2 (15) wg | art. 2.4:2, eerste lid, Atbv | Geen of incorrect gebruik gemaakt van het controlemiddel | Werkgever | 2.100,– | Ja |
| B 2.4:2 (16) wg | art. 2.4:2, tweede lid, Atbv jo art. 18, eerste lid, RGBCT | Niet voldoen aan registratieverplichtingen vervoerder en bestuurder ingeval van storing dan wel wanneer het controlemiddel buiten gebruik is | Werkgever | 2.100,– | Ja |
| B 2.4:2 | art. 2.4:2, tweede lid, Atbv jo art. 18, eerste | Niet voldoen aan registratieverplichtingen | Zelfstandige | 1.300,– | Ja |
| (16) zs | lid, RGBCT | vervoerder en bestuurder ingeval van storing dan wel wanneer het controlemidddel buiten gebruik is | |||
| B2.4:2 (17) vv | art. 79, vierde lid, Bp 2000 en art. 83b, tweede lid aanhef en onder c, Bp 2000. | Niet voldoen aan registratieverplichting vervoerder middels het controlemiddel | Vervoerder | 2.100,– | Ja |
| B 2.4:2 (17) zs | Art. 79, vierde lid, Bp 2000 en art. 83b, tweede lid aanhef en onder c, Bp 2000. | Niet voldoen aan registratieverplichting vervoerder middels het controlemiddel | Zelfstandige | 1.300,– | Ja |
| B 2.4:2 (18) zs | art. 80, vierde lid, Bp 2000, jo art. 16, achtste lid en art. 19, eerste, tweede en derde lid, RGBCT | Niet overbrengen gegevens door vervoerder, zelfstandige en bestuurder | Zelfstandige | 450,– | Nee |
| B 2.4:2 (18) | art. 80, vierde lid, Bp 2000, jo art. 16, achtste lid en art. 19, eerste, tweede en derde lid, RGBCT | Niet overbrengen gegevens door vervoerder, zelfstandige en bestuurder | Werkgever | 900,– | Nee |
| B 2.4:2 (19) | art. 83, achtste lid en onder b, Bp 2000 | Onjuist gebruik keuringskaart, i.v.m. art. 10 Regeling erkenning werkplaatsen boordcomputer taxi | Erkenninghouder | 1.100,– | Ja |
| B2.4:2 (20) | art. 83, achtste lid en onder b, Bp 2000 | Onjuiste melding art. 15, tweede lid RGBCT | Erkenninghouder | 500,– | Ja |
| B 2.4:2 (21) | art. 83, achtste lid en onder b, Bp 2000 jo art. 15, vierde lid, RGBCT | Niet terugsturen ingetrokken keuringskaart | Erkenninghouder | 500,– | Ja |
| 3. ONVOLDOENDE DAGELIJKSE RUSTTIJD VAN MINDER DAN 10 UUR, INDIEN VERKORTING NIET IS TOEGESTAAN | 3. ONVOLDOENDE DAGELIJKSE RUSTTIJD VAN MINDER DAN 10 UUR, INDIEN VERKORTING NIET IS TOEGESTAAN | 3. ONVOLDOENDE DAGELIJKSE RUSTTIJD VAN MINDER DAN 10 UUR, INDIEN VERKORTING NIET IS TOEGESTAAN | 3. ONVOLDOENDE DAGELIJKSE RUSTTIJD VAN MINDER DAN 10 UUR, INDIEN VERKORTING NIET IS TOEGESTAAN | 3. ONVOLDOENDE DAGELIJKSE RUSTTIJD VAN MINDER DAN 10 UUR, INDIEN VERKORTING NIET IS TOEGESTAAN | 3. ONVOLDOENDE DAGELIJKSE RUSTTIJD VAN MINDER DAN 10 UUR, INDIEN VERKORTING NIET IS TOEGESTAAN |
| B 2.5:1 (la) | art. 2.5:1, zesde lid en onder a, Atbv | Indien verkorting niet is toegestaan; dagelijkse rust minder dan 10 uur | Werkgever/ Zelfstandige | 100,– | Ja |
| B 2.5:1 (2a) | art. 2.5:1, zesde lid en onder a, Atbv | Indien verkorting niet is toegestaan; dagelijkse rust minder dan 9 uur | Werkgever/ Zelfstandige | 200,– | Ja |
| B 2.5:1 (3a) | art. 2.5:1, zesde lid en onder a, Atbv | Indien verkorting niet is toegestaan; dagelijkse rust minder dan 8 uur | Werkgever/ Zelfstandige | 550,– + 100,– per uur te kort | Ja |
| 4. ONVOLDOENDE DAGELIJKSE RUSTTIJD VAN MINDER DAN 8 UUR, INDIEN VERKORTING IS TOEGESTAAN | 4. ONVOLDOENDE DAGELIJKSE RUSTTIJD VAN MINDER DAN 8 UUR, INDIEN VERKORTING IS TOEGESTAAN | 4. ONVOLDOENDE DAGELIJKSE RUSTTIJD VAN MINDER DAN 8 UUR, INDIEN VERKORTING IS TOEGESTAAN | 4. ONVOLDOENDE DAGELIJKSE RUSTTIJD VAN MINDER DAN 8 UUR, INDIEN VERKORTING IS TOEGESTAAN | 4. ONVOLDOENDE DAGELIJKSE RUSTTIJD VAN MINDER DAN 8 UUR, INDIEN VERKORTING IS TOEGESTAAN | 4. ONVOLDOENDE DAGELIJKSE RUSTTIJD VAN MINDER DAN 8 UUR, INDIEN VERKORTING IS TOEGESTAAN |
| B 2.5:1 (4a) | art. 2.5:1, zesde lid en onder a, Atbv | Indien verkorting is toegestaan; dagelijkse rust minder dan 8 uur | Werkgever/ Zelfstandige | 100,– | Ja |
| B 2.5:1 (6a) | art. 2.5:1, zesde lid en onder a, Atbv | Indien verkorting is toegestaan; dagelijkse rust minder dan 7 uur | Werkgever/ Zelfstandige | 550,– + 100,– per uur te kort | Ja |
| 5. ONVOLDOENDE WEKELIJKSE RUSTTIJD VAN MINDER DAN 72 UUR | 5. ONVOLDOENDE WEKELIJKSE RUSTTIJD VAN MINDER DAN 72 UUR | 5. ONVOLDOENDE WEKELIJKSE RUSTTIJD VAN MINDER DAN 72 UUR | 5. ONVOLDOENDE WEKELIJKSE RUSTTIJD VAN MINDER DAN 72 UUR | 5. ONVOLDOENDE WEKELIJKSE RUSTTIJD VAN MINDER DAN 72 UUR | 5. ONVOLDOENDE WEKELIJKSE RUSTTIJD VAN MINDER DAN 72 UUR |
| B 2.5:1 (16) T | art. 2.5:1, zesde lid en onder b, Atbv | Wekelijkse rust tussen de 72 en 36 uur. | Werkgever/ Zelfstandige | 75,– | Ja |
| B 2.5:1 (17) T | art. 2.5:1, zesde lid en onder b, Atbv | Wekelijkse rust minder dan 36 uur. | Werkgever/ Zelfstandige | 150,– | Ja |
| 6.PAUZE | 6.PAUZE | 6.PAUZE | 6.PAUZE | 6.PAUZE | 6.PAUZE |
| B 2.5:6 (7) | art. 2.5:6, eerste lid, Atbv | Bestuurder handelt niet conform art. 5.4, tweede en derde lid, Atw (Pauze) | Werkgever/ Zelfstandige | 100,– | Ja |
| 7. ARBEIDSTIJDEN | 7. ARBEIDSTIJDEN | 7. ARBEIDSTIJDEN | 7. ARBEIDSTIJDEN | 7. ARBEIDSTIJDEN | 7. ARBEIDSTIJDEN |
| B 2.5:7 (1) | art. 2.5:7, zesde lid, Atbv | arbeidstijd van meer dan 60 uren per week, meer dan 12 uren per dienst of meer dan gemiddeld 48 uren per week in elke periode van 16 aaneengesloten weken. | Werkgever/ Zelfstandige | 200,– | N.V.T. |
Bijlage 2. Overtredingen waarvoor direct een bestuurlijke boete wordt opgelegd alsmede waarvoor eerst wordt gewaarschuwd (bijlage als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit vervoer (taxivervoer) 2026)
Voor de toepassing van deze bijlage wordt verstaan onder:
Transportinspectie
Bij een transportinspectie wordt voor de volgende overtredingen direct een bestuurlijke boete opgelegd:
De overtredingen ter zake van rusttijden:
De overtredingen ten aanzien van registratiemiddelen:
Bij een transportinspectie wordt voor de volgende overtredingen eerst gewaarschuwd: De overtredingen ter zake van pauzenormen;
De overtredingen ter zake van de wekelijkse rusttijd, indien cumulatie van het normbedrag, zoals opgenomen in bijlage 1 van deze beleidsregel, leidt tot een KI of BI.
Bedrijfsinspectie
Bij een bedrijfsinspectie worden de meest belangrijke inbreuken en de heel belangrijke inbreuken direct beboet bij een eerste bedrijfsinspectie. Voor de overige overtredingen wordt eerst een waarschuwing gegeven. Bij een tweede bedrijfsinspectie worden tevens de belangrijke inbreuken direct beboet, voor de kleine inbreuken wordt nog een waarschuwing gegeven. Vanaf een volgende bedrijfsinspectie worden alle overtredingen direct beboet.
Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)