Besluit van de Minister van Buitenlandse Zaken van 11 maart 2026, nr. BZ2625757 tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Subsidieprogramma Nederland – Oekraïne cyberbeveiliging)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-03-20
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 6 en 7 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken;

Gelet op artikel 2.4, onderdeel f, van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006;

Besluit:

Artikel 1

Voor subsidieverlening op grond van de artikelen 2.4, onderdeel f, van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 met het oog op subsidiëring van activiteiten die bijdragen aan de cyberbeveiliging in Oekraïne, gelden voor de periode vanaf inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 december 2030 de als bijlage bij dit besluit gevoegde beleidsregels.

Artikel 2
1.

Aanvragen voor subsidie in het kader van het Subsidieprogramma Nederland – Oekraïne cyberbeveiliging worden ingediend vanaf 2 april 2026 09:00 tot en met 29 april 2026 17:00 Nederlandse tijd.

2.

Aanvragen voor subsidie in het kader van het Subsidieprogramma Nederland – Oekraïne cyberbeveiliging worden ingediend aan de hand van een door de minister beschikbaar gesteld formulier en voorzien van de op het aanvraagformulier gevraagde bescheiden1www.rvo.nl/subsidies-financiering/nl-ua-cf.

Artikel 3
1.

Voor subsidieverlening in het kader van het Subsidieprogramma Nederland – Oekraïne cyberbeveiliging geldt voor de periode vanaf inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 december 2030 een totaal subsidieplafond van € 2,5 miljoen, onderverdeeld in de volgende subsidieplafonds:

2.

Als een subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, niet volledig wordt benut voor de aanvragen waarvoor het is vastgesteld, wordt het resterende bedrag toegevoegd aan het subsidieplafond waar de meeste aanvragen voor zijn ingediend.

Artikel 4

De verdeling van elk van de subsidieplafonds, bedoeld in artikel 3, vindt plaats op grond van een beoordeling overeenkomstig de maatstaven die in de bijlage bij dit besluit zijn neergelegd, met dien verstande dat uit alle aanvragen die voldoen aan de maatstaven, de aanvragen die het beste voldoen aan die maatstaven het eerst voor subsidieverlening in aanmerking komen, binnen het raam van een evenwichtige spreiding van de beschikbare middelen als bedoeld in artikel 8, derde lid, onderdeel d, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2031, met dien verstande dat het besluit van toepassing blijft op aanvragen die voor die datum zijn ingediend en subsidies die voor die datum zijn verleend.

Artikel 6

Dit besluit wordt aangehaald als: Subsidieprogramma Nederland – Oekraïne cyberbeveiliging.

Bijlage

1. Algemeen

1.1. Achtergrond

Sinds een aantal jaar, met een sterke stijging sinds de start van de Russische invasie, vinden er veel cyberaanvallen plaats op alle lagen van de Oekraïense overheid, zoals de gezondheidssector, maar ook op de financiële instellingen, het bedrijfsleven en de vitale infrastructuur van het land. Russische cyberoffensieven zijn onlosmakelijk verbonden met de oorlog en maken het dagelijks leven van veel Oekraïners zwaarder. Oekraïense autoriteiten en het complete cyberbeveiligingsecosysteem werken dagelijks met man en macht aan de cyberbeveiliging.

Tegelijkertijd ondervinden Europese landen, waaronder Nederland, ook meer last van cyberaanvallen sinds het begin van de oorlog, zoals blijkt uit rapportages van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) en het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC)2https://www.nctv.nl/documenten/2025/11/26/cybersecuritybeeld-nederland-2025. Nederland moet voorbereid zijn op een toenemende mate van cyberaanvallen van statelijke actoren in de nabije toekomst. Nederlandse partijen hebben veel kennis en kunde op het gebied van cyberbeveiliging en genieten een goede internationale reputatie op het gebied van innovatie.

Op dit moment vindt er veel uitwisseling plaats over cyberbeveiliging tussen Oekraïense en Nederlandse overheidspartijen. Deze uitwisseling vindt een stuk minder plaats wanneer het aankomt op contact tussen cyberbeveiligingsondernemingen tussen beide landen. Vanuit beide kanten is er een grote wens om van elkaar te leren. Ook Nederlandse ondernemingen willen zich klaarmaken voor een onzekere geopolitieke toekomst en leren hoe cyberverdediging werkt aan de frontlinie. Daarnaast hebben Oekraïense ondernemingen veel interesse in de specifieke vaardigheden van het Nederlandse ecosysteem en innovatieve ideeën die ingezet kunnen worden in hun dagelijks werk.

Het Tallinn Mechanisme3https://www.government.nl/documents/diplomatic-statements/2023/12/20/tallinn-mechanism-officially-formalized is in 2023 opgericht om civiele cyberbeveiligingssupport van verschillende landen aan Oekraïne te coördineren. Prioriteiten onder het Tallinn Mechanisme zijn het verhogen van de weerbaarheid van het Oekraïense civiele cyberbeveiligingsecosysteem, het coördineren van financiële steun aan Oekraïne en het bevorderen van business-to-business relaties tussen Oekraïense ondernemingen en ondernemingen uit de landen aangesloten bij het Tallinn Mechanisme. De Tweede Kamer heeft op 16 juli 2025 besloten om twintig miljoen euro beschikbaar te stellen voor ondersteuning van cybersteun in Oekraïne in 2025 en 2026.4kst-36045-209.pdf

1.2. Bijdragen aan prioriteiten Tallinn Mechanisme

Gelet op de voortdurende grote behoefte aan steun vanuit Oekraïne en ook met het oog op de staat van nationale veiligheid in Nederland, wil de minister met het Subsidieprogramma Nederland – Oekraïne cyberbeveiliging (hierna: subsidieprogramma) bijdragen aan de prioriteiten die gesteld zijn voor het Tallinn Mechanisme. Het subsidieprogramma is daarbij gericht op het verbinden van het Oekraïense en Nederlandse bedrijfsleven, gelet op de meerwaarde die het Nederlandse bedrijfsleven hiervoor kan hebben.

Het cyberbeveiligingsecosysteem in Oekraïne heeft veel te verduren onder constante Russische aanvallen. De nood op veel vlakken van cyberbeveiliging is hoog, van het leveren van Security Operations Center (SOC) diensten tot het beschermen van kritieke data. Innovatieve producten kunnen de druk verlichten en cyberbeveiliging-aanbieders in staat stellen om hun werk nog efficiënter uit te voeren.

De minister stelt met het subsidieprogramma middelen beschikbaar voor projecten van samenwerkingsverbanden van Nederlandse en Oekraïense ondernemingen die bijdragen aan civiele cyberbeveiligingsdoeleinden in Oekraïne en Nederland. Militaire cyberbeveiligingsdoeleinden vallen derhalve niet onder de reikwijdte van dit subsidieprogramma.

Nederland streeft ernaar om zo goed mogelijk aan te sluiten bij de prioriteiten van de Oekraïense cyberbeveiligingsgemeenschap ten aanzien van cyberbeveiliging en aansluiting van het Oekraïense ecosysteem op het Nederlandse ecosysteem. Nederlandse ondernemingen hebben veel ervaring in veel aspecten van de cyberbeveiligingssector. Het faciliteren van het leveren van een korte-termijnbijdrage door het (Nederlandse) bedrijfsleven wordt daarom van belang geacht voor het bereiken van een verhoogde cyberbeveiliging in Oekraïne en Nederland.

Ter illustratie volgt hierna een beschrijving van het type projecten dat het subsidieprogramma beoogt te financieren:

2. Uitvoerder

De minister heeft de uitvoering van het subsidieprogramma opgedragen aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), agentschap van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. RVO zal het subsidieprogramma uitvoeren namens de minister op grond van een aan RVO verleend mandaat.

3. Begrippen

In dit subsidieprogramma wordt verstaan onder:

4. Subsidieprogramma Nederland – Oekraïne cyberbeveiliging

4.1. Doel en doelgroep

Het subsidieprogramma heeft als doel om de samenwerking tussen het Oekraïense en Nederlandse cyberbeveiligingsecosysteem te vergroten, Nederlandse ondernemers lessen te laten trekken uit de cyberbeveiliging van Oekraïne en in Nederland, en bij te dragen aan de civiele cyberbeveiliging in Oekraïne, zoals omschreven in paragraaf 1.

4.2. Wie kunnen in aanmerking komen voor een subsidie

Met het subsidieprogramma wil de minister samenwerkingsverbanden ondersteunen, namens welke een penvoerder een subsidie aanvraagt.

Aan (de partners van) het samenwerkingsverband worden de volgende eisen gesteld:

De rol van penvoerder wordt vervuld door een onderneming met een statutaire zetel in Nederland of een onderneming met een statutaire zetel in het buitenland én een vestiging of vaste inrichting in Nederland. Verder dient de penvoerder:

Oekraïense en Nederlandse(semi-)overheidsinstellingen kunnen niet in aanmerking komen voor subsidie in het kader van dit subsidieprogramma (niet direct als penvoerder noch als partner). Het is wel mogelijk om deze instellingen te betrekken als observerende partijen bij het project, waardoor ze kunnen adviseren over lokale behoeften in het kader van de te behalen doelstellingen, zonder hiervoor subsidiemiddelen te ontvangen.

4.3. Subsidiabele activiteiten

Om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie in het kader van dit subsidieprogramma moet de aanvraag betrekking hebben op een planmatige integrale aanpak van activiteiten die bijdragen aan één gezamenlijk doel (ook wel te noemen: project).

Het project moet gericht zijn op één van volgende deelgebieden behorend bij de subsidieplafonds waarin het totaal subsidieplafond dat voor subsidieverlening in het kader van dit subsidieprogramma beschikbaar is, is verdeeld:

Verder moet het project:

In ieder geval niet-subsidiabel zijn activiteiten waarvoor reeds rechtstreeks een subsidie of bijdrage ten laste van het (Nederlandse) Ministerie van Buitenlandse Zaken is ontvangen.

4.4. Looptijd van de activiteiten

De activiteiten hebben een maximale looptijd van zes maanden. De activiteiten moeten starten binnen één maand na subsidieverlening.

4.5. Omvang van de subsidie

De subsidie bedraagt per aanvraag maximaal 100% van de totale subsidiabele kosten, met een minimum van € 200.000 en tot een maximum van € 250.000. Alleen indien er sprake is van uit een subsidieplafond voor een deelgebied overblijvende middelen die worden ingezet voor aanvragen voor een ander deelgebied (zie daarover nader paragraaf 7.1) kan een subsidie minder dan € 200.000 zijn, namelijk minstens € 125.000.

5. Subsidiabele kosten

5.1. Uitgangspunten

Voor het bepalen van (de omvang van) de kosten die in aanmerking kunnen worden genomen bij het bepalen van de hoogte van de te verlenen subsidie gelden de volgende uitgangspunten:

5.2. Subsidiabele kosten

Subsidiabele kosten zijn de volgende door de partners zelf te maken kosten:

5.3. Niet-subsidiabele kosten

Niet subsidiabel zijn in ieder geval de volgende kosten:

6. Aanvraag

6.1. Vereisten

De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een daartoe door RVO beschikbaar gesteld middel en voorzien van de daarin genoemde bijlagen waarvoor modellen beschikbaar worden gesteld door RVO. Het projectplan, de begroting en de samenwerkingsovereenkomst moeten worden aangeleverd in het Engels. De bewijsstukken voor minimaal 3 FTE in loondienst voor de penvoerder mogen in het Nederlands of Engels worden aangeleverd.

De aanvraag bevat in ieder geval:

De aanvrager zorgt ervoor dat elke onderneming die in de aanvraag participeert, verklaart dat ze op de hoogte is van, en zal handelen in overeenstemming met, de OESO-richtlijnen11https://www.oesorichtlijnen.nl/. Dit betekent dat ondernemingen gepaste zorgvuldigheid (due diligence) toepassen in overeenstemming met deze richtlijnen om (potentiële) negatieve effecten op mens en milieu in hun eigen activiteiten en hun waardeketen te identificeren en waar nodig aan te pakken, en hier transparant over communiceren. Ondernemingen verklaren ook dat ze geen activiteiten ondernemen die op de FMO-uitsluitingenlijst12https://www.fmo.nl/policies-and-position-statements staan.

Ondernemingen moeten signalen of omstandigheden die duiden op betrokkenheid bij een schending van de OESO-richtlijnen onmiddellijk melden aan RVO, waaronder schendingen van mensenrechten of significante milieuschade. Wanneer over een onderneming een melding is (of wordt) ingediend bij het Nederlands Nationaal Contactpunt (NCP) voor de OESO-richtlijnen13https://www.oesorichtlijnen.nl/meldingen, moeten ondernemingen dit melden bij RVO en medewerking verlenen aan het NCP.

6.2. Herstelperiode

In het kader van de aanvraagprocedure wordt met nadruk gewezen op artikel 7, derde lid, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken. Mocht een aanvraag onvolledig worden ingediend, dan kan de minister (met gebruikmaking van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht) vragen om een aanvulling. Als datum en tijd van ontvangst van de aanvraag zal vervolgens gelden de datum en tijd waarop de aanvulling is ontvangen.

Daarbij geldt ook dat hoe korter voor het verstrijken van de deadline voor het indienen van aanvragen een aanvraag wordt ingediend, hoe groter het risico dat de minister geen toepassing zal geven aan zijn bevoegdheid om een aanvulling te vragen; dit in verband met de tijd die is gemoeid met het controleren van alle aanvragen op volledigheid en de tijd die nodig is om een aanvulling te vragen en in te dienen. In dat geval zal de aanvraag derhalve niet meer kunnen worden aangevuld, maar zal deze worden beoordeeld zoals hij primair is ingediend. Dit kan leiden tot afwijzing van de subsidieaanvraag.

Daarnaast geldt in het algemeen dat het niet volledig indienen van aanvragen of onvoldoende onderbouwen van (onderdelen van) de aanvraag mogelijk leidt tot afwijzing van een subsidieaanvraag op basis van het niet of niet in voldoende mate voldoen aan de aan aanvragen gestelde vereisten en criteria.

Kortheidshalve verwijzen naar andere onderdelen van de aanvraag, websites of bijlagen is niet voldoende, tenzij in de aanvraagdocumenten uitdrukkelijk is aangegeven dat daarmee (geheel of gedeeltelijk) kan worden volstaan. Indien onderdelen van de aanvraagdocumenten niet worden ingevuld, loopt de penvoerder het risico op afwijzing van de aanvraag.

7. Beoordeling en verdeling beschikbare middelen

7.1. Beoordeling en verdeling

De bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht, het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 zijn onverkort van toepassing op de beoordeling van aanvragen en de uiteindelijke subsidieverstrekking in het kader van het subsidieprogramma. De aanvragen worden beoordeeld met inachtneming van deze regelgeving en overeenkomstig de maatstaven die in het subsidieprogramma zijn neergelegd.

Om voor subsidie in aanmerking te kunnen komen dient de aanvraag te voldoen aan de in paragraaf 4 tot en met 6 opgenomen vereisten. Slechts de aanvragen die daaraan voldoen worden inhoudelijk beoordeeld op kwaliteit aan de hand van de criteria in paragraaf 7.2. Daaraan moet in voldoende mate (ten minste 63 punten van de maximaal 95 te behalen punten) worden voldaan om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie. Ook voor de criteria 1 tot en met 3 moet ten minste een minimum aantal punten worden behaald ten einde te kunnen kwalificeren voor subsidie, zie daarover nader paragraaf 7.2.

De verdeling van de subsidiemiddelen vindt voor elk van de subsidieplafonds/deelgebieden (zie paragraaf 4.3) plaats via een subsidietender, oftewel op basis van kwaliteit. De kwaliteit wordt beoordeeld door beoordeling van aanvragen op grond van de kwalitatieve criteria neergelegd in paragraaf 7.2. Aanvragen worden beoordeeld per deelgebied waaronder ze worden ingediend. De uitkomsten van deze beoordeling leiden tot een rangorde van de aanvragen per subsidieplafond/per deelgebied op basis van kwaliteit. Aanvragen die niet van ten minste voldoende kwaliteit zijn, worden niet meegenomen in deze rangschikking.

In geval het honoreren van twee of meer aanvragen met een even hoge score zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond voor het deelgebied waarop de aanvragen betrekking hebben, wordt door middel van loting bepaald welke aanvraag wordt gehonoreerd.

In geval er subsidiemiddelen over blijven uit een subsidieplafond voor een deelgebied, komen deze middelen beschikbaar voor aanvragen voor het deelgebied waarop de meeste aanvragen zijn ingediend. De minimale omvang van een subsidie is in dit geval € 125.000.

7.2. Criteria

De hiernavolgende criteria zijn van toepassing, waarbij de puntentoekenning afhankelijk is van de mate waarin er aan de (sub)criteria wordt voldaan.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.