Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 3 februari 2026, nr. 54236746, houdende vaststelling van het onderwijsaccountantsprotocol voor de sectoren PO, VO, MBO en HO (Regeling onderwijsaccountantsprotocol OCW 2025)
Gelet op artikel 141, vierde lid, tweede volzin, van de Wet op de expertisecentra, artikel 165, vierde lid, tweede volzin, van de Wet op het primair onderwijs, de artikelen 6.12, derde lid, en 6.19, zevende lid, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, artikel 5.2.5, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WEB en artikel 4.4, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008;
Besluit:
Artikel 1. Vaststelling onderwijsaccountantsprotocol OCW 2025
Het protocol voor de controle en het onderzoek door de accountant over het jaar 2025 wordt vastgesteld overeenkomstig de bijlage bij deze regeling.
Artikel 2. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2025.
Deze regeling heeft betrekking op het jaar 2025 en vervalt met ingang van 1 januari 2032.
Artikel 3. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling onderwijsaccountantsprotocol OCW 2025.
Bijlage. bij de Regeling onderwijsaccountantsprotocol OCW 2025
Versie 9 december 2025
Inleiding
1 juli 2025
Dit is het onderwijsaccountantsprotocol OCW 2025, hierna te noemen accountantsprotocol.
Instellingen worden gevraagd om vrijwillig een controle te laten uitvoeren op de tijdige aanwezigheid van de VOG. Deze afzonderlijke opdracht is als bijlage IV bij het OAP gevoegd.
De controle op de tijdige aanwezigheid van de VOG maakt met ingang van 2024 geen onderdeel meer uit van de verplichte jaarrekening controle in het OAP.
In het accountantsprotocol wordt aangesloten op de van toepassing zijnde wet- en regelgeving.
In overleg met o.a. de vertegenwoordigers van de accountantskantoren heeft de inspectie besloten om vanaf 2022 de juliversie van het accountantsprotocol alleen beschikbaar te stellen op de website van de inspectie en niet meer als ministeriële regeling te publiceren in de Staatscourant. De in december vastgestelde versie van het accountantsprotocol 2025 wordt beschikbaar gesteld op de website van de Inspectie van het Onderwijs. Vervolgens wordt begin 2026 het accountantsprotocol 2025 geformaliseerd met een ministeriële regeling in de Staatscourant.
Bij elk onderwerp is de datum vermeld waarop de tekst voor het laatst is gewijzigd. Deze datum wordt overigens niet gewijzigd als het een verhoging betreft van de jaartallen in de tekst met 1 ten opzichte van het definitieve accountantsprotocol van het voorgaande jaar.
Inhoud
1. Algemene uitgangspunten
1.1. Algemeen
1.1.1. Doelstelling van het accountantsprotocol
1 december 2022
Voor elke onderwijssector is geregeld dat bepaalde informatie (jaarrekening en opgave van bekostigingsgegevens of over besteding van bekostiging) moet zijn voorzien van een verklaring van de accountant. Ook is geregeld dat de minister via een ministeriële regeling aanwijzingen of voorschriften kan geven voor de controle door de instellingsaccountant. Hier is invulling aan gegeven met het accountantsprotocol. Het accountantsprotocol vormt daarmee de schakel tussen enerzijds de wet- en regelgeving en anderzijds de uit te voeren werkzaamheden door instellingsaccountants. Het geeft een toelichting op het te hanteren referentiekader, het accountantsonderzoek en de gewenste accountantsproducten.
Het accountantsprotocol is opgesteld naar analogie van de door de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) uitgegeven ‘Schrijfwijzer accountantsprotocollen’. De daarin opgenomen uitgangspunten zijn specifiek gemaakt voor de OCW-situatie. Waar mogelijk zijn passages uit de handreiking in dit accountantsprotocol overgenomen.
Omdat de controleverklaring toeziet op de rol van de accountant en de reikwijdte rondom de werkzaamheden van de accountant, wordt de verantwoordelijkheid van het bestuur in de controleverklaring ten aanzien van de jaarrekening, het bestuursverslag en de andere informatie alleen gericht op de Rjo en het financiële rechtmatigheidskader zoals opgenomen in het accountantsprotocol. Dit laat onverlet dat het bestuur zich aan alle van toepassing zijnde wet- en regelgeving moet houden, ook als die niet specifiek voorkomt in het accountantsprotocol.
1.1.2. Indeling van het accountantsprotocol
1 juli 2022
Het accountantsprotocol heeft betrekking op het volgende controleobject en onderzoeksobject:
*) Het jaarverslag bestaat uit de jaarrekening, bestuursverslag en overige gegevens, zoals bedoeld in artikel 1, sub c, van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.
1.1.3. Accountantsproducten / Rapportering
1 juli 2025
De accountantscontrole op het jaarverslag mondt uit in een controleverklaring. Het onderzoek naar het Register onderwijsdeelnemers leidt tot een assurance-rapport. Deze aanduidingen worden in het accountantsprotocol gehanteerd, hoewel de term ‘accountantsverklaring’ (nog) in de OCW-wet- en regelgeving staat vermeld. De instellingsaccountant maakt voor beide producten gebruik van de in het accountantsprotocol opgenomen modelteksten. De instellingsaccountant mag ervoor kiezen om ten behoeve van OCW een zogenaamde ‘WG-verklaring’ af te geven, waarbij uitsluitend de naam van de instellingsaccountant met aanduiding w.g. (was getekend) wordt vermeld. De originele ondertekende verklaring/rapport met de persoonlijke handtekening van de instellingsaccountant moet in het archief van het bevoegd gezag van de school of instelling worden opgenomen (zie ook HRA deel III, Sectie I voorbeeldbrieven, o.a. onderdeel 3 Toestemming openbaarmaking controleverklaring voorbeeld 3.1 van de NBA).
Ten aanzien van de in het accountantsprotocol opgenomen werkzaamheden geldt een rapportagegrens. De rapportagegrens geeft aan vanaf welke omvang fouten gemeld moeten worden. Het accountantsprotocol geeft per onderdeel aan welke rapportagegrens van toepassing is zodra deze afwijkt van het standaardpercentage van 0,1% (van de totale publieke middelen). Omdat het uitgangspunt wordt gehanteerd dat geconstateerde fouten zoveel mogelijk moeten worden gecorrigeerd, beperkt de instellingsaccountant zich tot een uitzonderingsrapportage. Hiervoor gebruikt hij een verslag van bevindingen, waarin hij de aard en omvang van de geconstateerde fouten vermeldt. Het verslag van bevindingen is vormvrij. Op het aanbiedingsformulier geeft de instellingsaccountant aan dat er sprake is van een verslag van bevindingen. Het bevoegd gezag stuurt in een dergelijk geval het verslag van bevindingen samen met de controleverklaring en verantwoording naar de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Het bevoegd gezag kan daarbij aangeven hoe het heeft ge(re)ageerd op de geconstateerde bevindingen. Voor wat betreft het omgaan met geconstateerde fouten wordt verwezen naar de in de hoofdstukken jaarverslag (2) en bekostigingsonderzoek (3) daarover opgenomen toelichting.
1.1.4. Melding niet-naleving (NV NOCLAR)
1 december 2019
Op grond van de Nadere Voorschriften NOCLAR (Nadere voorschriften handelwijze accountant bij niet-naleving wet- en regelgeving door eigen organisatie of cliënt) doet een instellingsaccountant in voorkomende gevallen melding bij de bevoegde instantie die aangewezen is om een relevante niet-naleving te onderzoeken. Voor de onderwijswet- en regelgeving is de Inspectie van het Onderwijs (verder inspectie) de aangewezen instantie. De melding kan plaatsvinden via het contactformulier op de website van de inspectie bij het meldpunt (https://toezichtresultaten.onderwijsinspectie.nl/meldpunt-inspectie).
1.1.5. Eindafrekening van een opgeheven onderwijsinstelling (sector mbo en ho)
1 juli 2023
Artikel 2.2.10 , van de WEB en artikel 2.16, van de WHW.
De instellingsaccountant verstrekt bij de eindafrekening van een opgeheven onderwijsinstelling een controleverklaring. De instellingsaccountant stelt vast dat de kosten rechtmatig zijn besteed en dat er geen rijksmiddelen zijn besteed aan private activiteiten. Daarnaast stelt de instellingsaccountant vast dat het publieke vermogen ultimo boekjaar juist en volledig is opgenomen.
1.2. Definities
1.2.1. Onderwijssectoren
1 december 2017
Het accountantsprotocol is van toepassing op de door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) bekostigde rechtspersonen in de onderwijssectoren Primair Onderwijs (PO), Voortgezet Onderwijs (VO), Middelbaar Beroepsonderwijs (MBO) en Hoger Onderwijs (HO).
1 juli 2022
Voor rechtspersonen (waaronder samenwerkingsverbanden) bekostigd op grond van de WPO en WEC is het accountantsprotocol een leidraad/regeling als bedoeld in artikel 165, lid 4, van de WPO en in artikel 141, lid 4, van de WEC.
1 juli 2022
Voor rechtspersonen (waaronder samenwerkingsverbanden) bekostigd op grond van de WVO is het accountantsprotocol een leidraad die ingevolge artikel 6.12, lid 3 en artikel 6.19, lid 7, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 in een ministeriële regeling wordt vastgesteld.
1 juli 2014
Voor rechtspersonen bekostigd op grond van de WEB is het accountantsprotocol een leidraad, die ingevolge artikel 5.2.5, lid 1, van het Uitvoeringsbesluit WEB in een ministeriële regeling wordt vastgesteld.
1 juli 2015
Voor rechtspersonen bekostigd op grond van de WHW is het accountantsprotocol een leidraad, die ingevolge van artikel 4.4, lid 2, van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008 in een ministeriële regeling wordt vastgesteld. Het accountantsprotocol voor deze sector (ex artikel 2.10a, van de WHW) bevat aanwijzingen voor de controle die ten grondslag liggen aan het afgeven van de controleverklaring (artikel 2, van de Rjo en daarmee artikel 393, van Boek 2 van het burgerlijk wetboek).
1.2.2. Referentiekader
1 juli 2014
Het referentiekader voor de controle ligt vast in de wet- en regelgeving. Het accountantsprotocol treedt niet in de plaats van de oorspronkelijke wet- en regelgeving.
1.2.3. Minimale controlewerkzaamheden
1 juli 2022
Per onderdeel van het controleobject zijn aanwijzingen opgenomen:
Voor de controle van het jaarverslag en het onderzoek naar het Basisregisteronderwijs zijn verplichte teksten voor de controleverklaring(en) en assurance-rapport(en) opgenomen.
Het accountantsprotocol bevat:
De beschreven minimale controlewerkzaamheden zijn bedoeld als aanvulling op de ’Nadere voorschriften Controle- en overige standaarden’ (NV COS).
1.2.4. Rechtmatigheid
1 juli 2024
De instellingsaccountant moet onderzoeken of de gegevens m.b.t. het Register onderwijsdeelnemers juist zijn (onderzoek Register onderwijsdeelnemers en controleren of de bekostiging rechtmatig is besteed (controle jaarrekening).
Ten aanzien van de verkrijging van de rijksbijdrage en ten behoeve van andere beleidsdoelen stelt hij vast dat de in het Register onderwijsdeelnemers van de school of instelling opgenomen gegevens voldoen aan de eisen van rechtmatigheid. Dit houdt in dat deze gegevens in overeenstemming zijn met de in de wet- en regelgeving opgenomen bepalingen. Het gaat hier om rechtmatigheid van niet-financiële informatie. De instellingsaccountant geeft een assurance-rapport bij deze verantwoording af.
Ten aanzien van de in de jaarrekening van de school of instelling verantwoorde baten, lasten en balansmutaties stelt de instellingsaccountant vast dat deze voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid. De financiële rechtmatigheid heeft betrekking op publieke middelen. De definitie en het kader van de financiële rechtmatigheid ligt in detail vast in hoofdstuk 2.3 van dit protocol. In hoofdstuk 2.5 wordt ingegaan op overige wet- en regelgeving en de rol van de accountant.
1.3. Procedures
1 juli 2022
In overleg met de vertegenwoordigers van de accountantskantoren heeft de inspectie besloten om vanaf 2022 de juliversie van het accountantsprotocol alleen beschikbaar te stellen op de website van de inspectie en niet meer als ministeriële regeling te publiceren in de Staatscourant.
De decemberversie van het accountantsprotocol wordt beschikbaar gesteld op de website van de inspectie en daarnaast als ministeriële regeling gepubliceerd in de Staatscourant. Mochten er na december onverhoopt nog wijzigingen noodzakelijk zijn dan zal de publicatie hiervan op dezelfde wijze plaatsvinden.
De publicatie van het accountantsprotocol geschiedt nadat het concept is afgestemd met vertegenwoordigers van alle betrokken partijen: accountantskantoren, NBA, koepelorganisaties en administratiekantoren. Afstemming van het concept accountantsprotocol met sectororganisaties c.q. hun koepelorganisaties is mede bedoeld ter voorkoming van formuleringen die onbedoeld in het nadeel van de scholen en instellingen kunnen worden uitgelegd.
In november vindt de jaarlijkse informatiebijeenkomst over het accountantsprotocol plaats met alle betrokkenen, waarin o.a. de wijzigingen ten opzichte van het voorgaande jaar worden toegelicht.
1.4. Dossiervorming
1 juli 2022
Voor de documentatie van verrichte controlewerkzaamheden, de bevindingen en de conclusie daarbij gelden de eisen zoals genoemd in Standaard 230. Tijdens reviews is gebleken dat er onduidelijkheid bestaat over de implicatie van deze richtlijn op de aard en omvang van de documentatie van verrichte werkzaamheden bij de controle van het Basisregisteronderwijs en het jaarverslag van scholen en instellingen. In het controledossier van de instellingsaccountant dient per aandachtspunt van het accountantsprotocol minimaal aanwezig te zijn: de uitgevoerde werkzaamheden, de identificatie van het gecontroleerde stuk (opschrift, totaalsaldo) of een kopie van de laatste pagina, de bevindingen en de conclusie. Indien bijvoorbeeld proceduretesten zijn uitgevoerd, dan zijn niet kopieën van de inkoopfacturen in het dossier aanwezig, maar wel een lijst met factuurnummers en van items waarop de facturen zijn gecontroleerd.
Bij de controle van de lasten (personeel en exploitatie) en investeringen wordt vaak impliciet ook de rechtmatigheid getoetst. De controlewerkzaamheden voor rechtmatigheid dienen echter zichtbaar uit het controledossier te blijken.
1.5. Informatie/documentatie
1 december 2025
Hier vindt u een niet-uitputtend overzicht van (aanvullende) informatie die bij de controle en het onderzoek door de instellingsaccountant relevant is.
2. Controle op het jaarverslag
2.1. Algemeen
2.1.1. Doelstelling controle op het jaarverslag
1 december 2022
In dit deel van het accountantsprotocol staat het jaarverslag 2025 centraal. Met ‘jaarverslag’ wordt in dit accountantsprotocol bedoeld: de jaarrekening, het bestuursverslag en de overige gegevens (artikel 1, sub c, van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs).
De controleverklaring van de instellingsaccountant bij de jaarrekening betreft de getrouwheid van de grootte en de samenstelling van het vermogen en het resultaat, evenals de naleving van de wet- en regelgeving. Het oordeel omtrent de naleving van wet- en regelgeving vloeit voort uit het voldoen aan de eisen van financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. De instellingsaccountant stelt verder vast dat het bestuursverslag verenigbaar is met de jaarrekening en geen materiële afwijkingen bevat.
2.1.2. Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van de jaarrekeningcontrole
1 december 2022
Het begrip omvangsbasis geeft aan tegen welke omvang (bedrag) het percentage materialiteit moet worden afgezet, bijvoorbeeld een bepaalde geldstroom of post in de verantwoording. De te hanteren omvangsbases bij de controle van de jaarrekening zijn afhankelijk van de te controleren massa: de totale publieke middelen en de bestedingen van de (geoormerkte) aanvullende subsidies/bekostiging.
De instellingsaccountant voert zijn controle in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden en dit accountantsprotocol uit en richt in dat kader zijn controle zodanig in, dat hij met een redelijke mate van zekerheid kan verklaren dat in de jaarrekening geen afwijkingen (als gevolg van fouten en fraude, en onzekerheden) voorkomen met een materieel belang. Indien dit begrip voor het gebruik van statistische technieken gekwantificeerd moet worden, betekent dit een betrouwbaarheid van 95 procent.
2.1.3. Materialiteitstabel
1 december 2025
Een verklaring met een goedkeurende strekking met betrekking tot de rechtmatigheid impliceert, dat gegeven de betrouwbaarheid, in de verantwoording geen afwijkingen (als gevolg van fouten en fraude, en onzekerheden) voorkomen, die groter zijn dan de percentages in de hieronder opgenomen materialiteitstabel.
De materialiteit is van toepassing op het oordeel over de financiële rechtmatigheid en de overige rechtmatigheid, tenzij sprake is van een specifieke uitvoeringsmaterialiteit.
Publieke middelen worden gedefinieerd in RJ 940.
In het accountantsprotocol wordt geen materialiteit meer voorgeschreven voor de getrouwheid. Voor OCW is een maximale materialiteit van 2% van het totaal van de baten of 5% van het balanstotaal aanvaardbaar. Het is de verantwoordelijkheid van de instellingsaccountant om deze te bepalen met inachtneming van hetgeen hierover in de standaarden is opgenomen. Uit toepassing van de standaarden blijkt dat het totaal van de baten in het algemeen een passende benchmark is voor een onderwijsinstelling. Voor samenwerkingsverbanden passend onderwijs blijkt het totaal van de baten of het balanstotaal geen passende benchmark te zijn. Voor samenwerkinsgverbanden passend onderwijs is voor OCW een maximale materialiteit van 2% van de netto-baten aanvaardbaar. De netto-baten zijn de totale baten verminderd met de verplichte afdrachten uit te voeren door OCW.
Voor elke post gelden voor de evaluatie van afwijkingen bij de oordeelvorming de materialiteit op jaarrekeningniveau zoals opgenomen in de materialiteitstabel rechtmatigheid.
Voor alle in het accountantsprotocol genoemde posten, exclusief de hieronder opgenomen posten, geldt een standaard rapportagegrens van 0,1% (van de totale publieke middelen). De rapportagegrens geeft aan vanaf welke omvang fouten en onzekerheden gemeld moeten worden aan OCW in het verslag van bevindingen. Zie verder omgaan met afwijkingen.
Voor de volgende posten/onderwerpen geldt een specifieke uitvoeringsmaterialiteit (SM) en specifieke rapportagegrens (SR):
De afwijkingen (als gevolg van fouten en fraude, en onzekerheden) die bij deze controlewerkzaamheden worden geconstateerd worden door de instellingsaccountant ook betrokken in de evaluatie van afwijkingen bij de oordeelvorming bij de jaarrekening als geheel.
⋯
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.