Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 26 maart 2026 nr. IENW/BSK-2026/34761, houdende vaststelling van de Tijdelijke subsidieregeling energietransitie binnenvaartmotoren (Tijdelijke subsidieregeling energietransitie binnenvaartmotoren 2026–2027) [KetenID WGK028335]

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-03-28
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 2, eerste lid, 4, 8, eerste lid en tweede lid, onderdeel b, 9, 22 en 23, vijfde lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M;

BESLUIT:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Doel van de regeling

Het doel van de regeling is het versnellen van de ontwikkeling en het op de markt brengen van methanol- of waterstof-verbrandingsmotoren voor binnenschepen, die nodig zijn voor de energietransitie in deze sector.

Artikel 3. Subsidiabele activiteiten
1.

De Minister kan op aanvraag subsidie verstrekken aan een fabrikant of mariniseerder voor een project.

2.

De volgende activiteiten, als onderdeel van een project, komen voor subsidie in aanmerking:

Artikel 4. Subsidiabele kosten
1.

Als subsidiabele kosten komen uitsluitend in aanmerking de kosten, bedoeld in artikel 25, derde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

2.

Onder artikel 25, derde lid, onderdeel e, van de algemene groepsvrijstellingsverordening vallen ook brandstofkosten die nodig zijn voor het uitvoeren van de activiteiten zoals in artikel 3.

Artikel 5. Hoogte subsidie
1.

De subsidie voor een project bedraagt ten hoogste € 750.000,–.

2.

De subsidie bedraagt ten hoogste 40% van de subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 4.

3.

De steunintensiteit voor een project, kan worden verhoogd overeenkomstig de bepalingen van artikel 25 van de algemene groepsvrijstellingsverordening:

Artikel 6. Subsidieplafond

Voor de looptijd van deze regeling is voor subsidiabele projecten ten hoogste € 4.500.000 beschikbaar:

Artikel 7. Uitvoeringsorganisatie
1.

Als uitvoeringsinstantie voor het verzamelen en verwerken van de aanvragen wordt het EICB aangewezen.

2.

De uitvoeringsinstantie heeft daarnaast een adviserende rol in de rangschikking van de aanvragen.

Artikel 8. Rangschikking
1.

De Minister kent, bij het beoordelen van een project als bedoeld in artikel 3 aan een aanvraag een hoger aantal punten toe naarmate de:

2.

De Minister kent aan de onderdelen in het eerste lid, onderdeel a ten hoogste 35 punten, voor het eerste lid, onderdeel b ten hoogste 30 en voor het eerste lid, onderdeel c ten hoogste 35 punten toe.

3.

Indien twee of meer aanvragen op dezelfde plaats in de rangschikking terechtkomen, wordt door middel van loting de definitieve plaats in de rangschikking bepaald.

Artikel 9. Aanvraag
1.

Een aanvraag wordt gedaan door een mariniseerder of een fabrikant.

2.

Een aanvraag wordt gericht aan de Minister door middel van het formulier dat gepubliceerd zal worden op de website van het EICB.

3.

Een aanvraag heeft betrekking op een waterstofverbrandingsmotor-project óf een methanolverbrandingsmotor-project zoals in Artikel 6.

4.

Een aanvraag voor 2026 wordt ingediend vanaf 1 april 2026 9:00 uur tot en met 1 juni 2026 17:00 uur, bij de uitvoeringsinstantie, als bedoeld in artikel 7.

5.

Een aanvraag voor 2027 wordt ingediend vanaf 4 januari 2027 9:00 uur tot en met 12 maart 2027 17:00 uur, bij de uitvoeringsinstantie, als bedoeld in artikel 7.

6.

Een aanvraag bevat:

Artikel 10. Specifieke afwijzingsgronden

Onverminderd de artikelen 11 en 12 van het Kaderbesluit wordt een aanvraag tot subsidie afgewezen indien:

Artikel 11. Subsidieverlening

Voor zover de subsidie wordt verleend ten laste van een nog niet door de Staten-Generaal aangenomen rijksbegroting, onderdeel Infrastructuur en Waterstaat, wordt in de beschikking tot verlening van een subsidie vermeld dat de verlening plaatsvindt onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld in de Wet tot vaststelling van de rijksbegroting, onderdeel Infrastructuur en Waterstaat.

Artikel 12. Subsidieverstrekking en -vaststelling
1.

De subsidiebeschikking zal door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat worden verleend.

2.

De hoogte van de subsidie wordt bepaald op basis van gegevens die worden ingediend bij de aanvraag.

3.

De beschikking tot subsidieverlening vermeldt de datum waarop de activiteiten uiterlijk zijn verricht.

4.

Het te verlenen voorschot bedraagt 100 procent van de verleende subsidie.

5.

Binnen dertien weken nadat het project is afgerond, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot subsidievaststelling in met gebruikmaking van een door de Minister beschikbaar gesteld digitaal formulier.

6.

Onverminderd artikel 24, vierde lid, van het Kaderbesluit worden bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie in elk geval de volgende gegevens verstrekt:

7.

In de beschikking tot subsidievaststelling stelt de Minister de subsidie vast op basis van de gegevens die bij de aanvraag tot subsidievaststelling zijn ingediend.

Artikel 13. Verplichtingen subsidieontvanger

De subsidieontvanger is, onverminderd artikelen 17 tot en met 22 van het Kaderbesluit, verplicht om:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.