Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 24 maart 2026, nr. MBO/62696879 houdende het opnieuw vaststellen van de vervallen Subsidieregeling instructeursbeurs 2025 om mogelijk te maken dat voor de studiejaren 2026–2027 en 2027–2028 subsidie voor herhaalaanvragen wordt verstrekt (Subsidieregeling herhaalaanvragen instructeursbeurs mbo 2026–2028)
Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en artikel 1.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- bachelor of associate degree-opleiding: opleiding als bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, die is opgenomen in het Register Instellingen en Opleidingen en wordt verzorgd door een erkende onderwijsinstelling;
- bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdelen a en b van de begripsbepaling van bevoegd gezag, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
- DUO: Dienst Uitvoering Onderwijs;
- herhaalaanvraag: aanvraag voor een opleiding als bedoeld in artikel 3, derde lid, waarvoor reeds eenmaal of tweemaal subsidie is verstrekt op grond van de Subsidieregeling instructeursbeurs mbo of op grond van de Subsidieregeling instructeursbeurs mbo 2025;
- instructeur: personeelslid van een instelling, niet zijnde docent, belast met onderwijsondersteunende werkzaamheden als bedoeld in artikel 3.2, van het Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel;
- minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- studiejaar: studiejaar als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel k, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
- studiepunten: studiepunten als bedoeld in artikel 7.4, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
- subsidie voor studiekosten: subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a;
- subsidie voor studieverlof: subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b.
Hoofdstuk 2. Subsidie voor instructeursbeurs
Paragraaf 2.1. Algemene bepalingen
Artikel 2. Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS
Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, met uitzondering van de artikelen 2.3, eerste lid, onderdeel a, 3.1 en 3.2, tweede lid.
Artikel 3. Te subsidiëren activiteiten
De minister kan subsidie verstrekken aan:
- a. een instructeur in het middelbaar beroepsonderwijs voor studiekosten in verband met het volgen van een bachelor of associate degree-opleiding; en
- b. het bevoegd gezag voor kosten in verband met het verlenen van studieverlof voor het volgen van een bachelor of associate degree-opleiding aan de instructeur in het middelbaar beroepsonderwijs.
De subsidie wordt telkens voor één studiejaar en voor één opleiding verstrekt.
Indien het een opleiding betreft met een totale studielast van meer dan zestig studiepunten, verstrekt de minister op grond van deze regeling, de Subsidieregeling instructeursbeurs mbo en de Subsidieregeling instructeursbeurs mbo 2025 in totaal niet meer dan driemaal subsidie.
Artikel 4. Subsidieplafond en verdeling
In de kalenderjaren 2026 en 2027 is voor het verstrekken van subsidie op grond van deze regeling voor herhaalaanvragen per kalenderjaar ten hoogste € 400.000,– beschikbaar.
Indien het beschikbare bedrag voor herhaalaanvragen, bedoeld in het eerste lid, in enig kalenderjaar niet volledig wordt benut, wordt het resterende bedrag door de minister bekendgemaakt in de Staatscourant en toegevoegd aan het voor subsidieverstrekking in het desbetreffende kalenderjaar beschikbare bedrag, bedoeld in artikel 8h, eerste lid van de Subsidieregeling onderwijspersoneel opleiding tot leraar.
De minister verdeelt een beschikbaar bedrag als bedoeld in het eerste lid op volgorde van binnenkomst van de herhaalaanvragen.
De aanvrager krijgt krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht twee weken de gelegenheid de aanvraag aan te vullen. Als de aanvraag binnen twee weken voldoende is aangevuld, geldt de dag waarop de aanvraag is ingediend als datum van ontvangst.
Artikel 5. Subsidieaanvraag studiekosten en studieverlof
De subsidie voor studiekosten wordt aangevraagd door de instructeur.
De subsidie voor studieverlof wordt door de instructeur aangevraagd namens het bevoegd gezag.
Een aanvraag of een herhaalaanvraag wordt gedaan met gebruikmaking van de aanvraagformulieren die daartoe op de website van DUO beschikbaar zijn gesteld.
Voor de studiejaren 2026–2027 en 2027–2028 kunnen uitsluitend herhaalaanvragen worden ingediend. Een herhaalaanvraag voor het studiejaar 2026–2027 kan worden ingediend van 1 april 2026 tot en met 31 mei 2026. Een herhaalaanvraag voor het studiejaar 2027–2028 kan worden ingediend van 1 april 2027 tot en met 31 mei 2027.
Herhaalaanvragen die buiten de aanvraagperiode worden ingediend, worden afgewezen.
Een aanvraag voor een opleiding als bedoeld in artikel 3, derde lid, waarvoor eerder reeds eenmaal subsidie is verstrekt op grond van de Subsidieregeling instructeursbeurs mbo of de Subsidieregeling instructeursbeurs mbo 2025, wordt binnen drie studiejaren na de eerste subsidieverlening aangevraagd.
Een aanvraag voor een opleiding als bedoeld in artikel 3, derde lid, waarvoor eerder reeds tweemaal subsidie is verstrekt op grond van de Subsidieregeling instructeursbeurs mbo of de Subsidieregeling instructeursbeurs mbo 2025, wordt binnen vijf studiejaren na de eerste subsidieverlening aangevraagd.
Artikel 6. Weigeringsgrond
Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht weigert de minister subsidieverlening aan een instructeur, voor zover deze van de minister op basis van een andere regeling een tegemoetkoming in de studiekosten ontvangt voor het volgen van de opleiding.
Artikel 7. Beslistermijn
De minister besluit binnen acht weken na het sluiten van de aanvraagtermijn, bedoeld in artikel 5, vierde lid, op de subsidieaanvragen.
Indien de instructeur het dienstverband met het bevoegd gezag beëindigt en bij een ander bevoegd gezag in dienst treedt, maakt de instructeur daar melding van bij DUO in overeenstemming met het nieuwe bevoegd gezag.
Paragraaf 2.2. Subsidie voor studiekosten
Artikel 8. Subsidiecriteria
De subsidie voor studiekosten wordt uitsluitend verstrekt aan een instructeur die:
- a. voldoet aan de bekwaamheidseisen voor instructeurs in het beroepsonderwijs, bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel;
- b. in dienst is van een bevoegd gezag dan wel een andere werkgever, en werkt bij een of meerdere instellingen, bedoeld in artikel 1.1.1, onderdelen a en b van de begripsbepaling van bevoegd gezag, van de Wet educatie en beroepsonderwijs; en
- c. voor minimaal twintig procent van zijn betrekkingsomvang belast is met het geven van instructie aan studenten met het oog op het verwerven van beroepsvaardigheden of het begeleiden van studenten binnen onderdelen van de beroepsopleiding die betrekking hebben op de beroepspraktijk tijdens de begeleide onderwijsuren, bedoeld in artikel 7.2.7, zesde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs.
Artikel 9. Berekening subsidiebedrag en betaling
De subsidie voor studiekosten bestaat uit:
- a. de kosten van collegegeld tot een maximum van € 7.000;
- b. de kosten van studiemiddelen van tien procent van het verschuldigde collegegeld tot een maximum van € 350; en
- c. reiskosten van tien procent van het verschuldigde collegegeld tot een maximum van € 350.
De minister betaalt het subsidiebedrag ineens voor aanvang van de opleiding waarop de subsidie betrekking heeft.
Artikel 10. Subsidieverplichting
De instructeur behaalt per studiejaar ten minste vijftien studiepunten.
Artikel 11. Vaststelling
De subsidie voor studiekosten wordt ambtshalve vastgesteld binnen 22 weken na afloop van het studiejaar waarvoor de subsidie is verleend.
Paragraaf 2.3. Subsidie voor studieverlof
Artikel 12. Subsidiecriteria
De subsidie voor studieverlof wordt slechts verstrekt aan het bevoegd gezag, indien:
- a. de instructeur in dienst is bij het bevoegd gezag; en
- b. aan deze instructeur subsidie voor studiekosten wordt verleend.
Artikel 13. Aantal studieverlofuren
Voor een instructeur met een voltijdsaanstelling komt ten hoogste 160 uur studieverlof voor subsidie in aanmerking.
Bij een instructeur met een deeltijdsaanstelling komt van de 160 uren studieverlof ten hoogste een evenredig deel voor subsidie in aanmerking.
Artikel 14. Subsidiebedrag en betaling
Het subsidiebedrag voor studieverlof bedraagt € 46,44 per studieverlofuur.
De minister betaalt het subsidiebedrag ineens voor aanvang van de opleiding waarop de subsidie betrekking heeft.
Artikel 15. Terugvordering
De minister kan de subsidie voor studieverlof terugvorderen, indien de instructeur binnen twee maanden na het verstrekken van de subsidie de aanvraag voor studieverlof of de aanvraag voor studiekosten intrekt.
Artikel 16. Subsidieverplichtingen
Het bevoegd gezag verleent studieverlof aan de instructeur.
Uit de administratie van het bevoegd gezag blijkt dat het studieverlof daadwerkelijk is verleend.
Artikel 17. Vaststelling en niet-bestede middelen
De subsidie voor studieverlof wordt direct vastgesteld.
Indien voldaan is aan de subsidieverplichtingen kan de resterende subsidie voor studieverlof worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.
Artikel 18. Verantwoording
De verantwoording door het bevoegd gezag van de subsidie voor studieverlof geschiedt in de jaarverslaggeving, bedoeld in bijlage 4 van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, met model G, onderdeel 1.
Hoofdstuk 3. Slotbepalingen
Artikel 19. Inwerkingtreding en horizonbepaling
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2028, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de subsidies die voor die datum zijn verstrekt.
Artikel 20. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling instructeursbeurs mbo 2026.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.