Uitvoeringsregeling AMAR

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-04-04
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op het Algemeen militair ambtenarenreglement;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1:1. Begripsbepalingen

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 2. Aanstelling en ontslag

Paragraaf 2.1. Aanstelling

Artikel 2:1. Maximum leeftijdsgrens bij aanstelling

Voor de in bijlage 1 bij deze regeling opgenomen specifieke functiegroepen personeel gelden de daarbij vermelde maximum leeftijden bij de initiële aanstelling bij het beroepspersoneel.

Artikel 2:2. Aanstelling bij het beroepspersoneel
1.

Bij de aanstelling bij het beroepspersoneel waarbij een militair wordt aangewezen voor het volgen van een initiële opleiding wordt hem de rang of stand en klasse toegekend die past bij de fase van die opleiding waarvoor hij wordt aangewezen.

2.

Bij een aanstelling bij het beroepspersoneel waarbij een militair niet wordt aangewezen voor het volgen van een initiële opleiding, wordt hem de rang of stand en klasse toegekend die is verbonden aan de eerste functie waarvoor de militair is bestemd.

3.

In afwijking van het eerste of het tweede lid behoudt de militair, die voor aanvang van de initiële opleiding reeds was aangesteld bij het beroepspersoneel, zijn rang tenzij toepassing van een van die leden leidt tot toekenning van een hogere rang.

4.

De militair die bij aanstelling bij het beroepspersoneel wordt aangewezen voor het volgen van de specialistenopleiding voor officieren dan wel de specialistenopleiding voor onderofficieren, wordt bij aanstelling voor de duur van de opleiding een tijdelijke rang als bedoeld in artikel 24b, tweede lid, van het AMAR toegekend die is verbonden aan de functie welke hem na voltooiing van deze opleiding zal worden toegewezen.

Artikel 2:3. Aanstelling bij het reservepersoneel
1.

Bij aanstelling bij het reservepersoneel aansluitend aan zijn ontslag bij het beroepspersoneel behoudt de militair de rang die hij op het moment van ontslag effectief bekleedde, tenzij deze rang hem uitsluitend tijdens de initiële opleiding is toegekend.

2.

Aan de militair die bij aanstelling bij het reservepersoneel wordt aangewezen voor het volgen van een initiële opleiding wordt de stand of rang toegekend die behoort bij de fase van de opleiding waarvoor hij bij zijn aanstelling is aangewezen.

3.

Aan de militair die bij aanstelling bij het reservepersoneel niet wordt aangewezen voor het volgen van een initiële opleiding, wordt de stand of rang toegekend die is verbonden aan de eerste functie waarvoor de militair is bestemd.

4.

De gegadigde voor een aanstelling bij het reservepersoneel komt niet in aanmerking voor een bestemming om functies te vervullen bij het Korps Nationale Reserve indien hij reeds een bestemming heeft voor opkomst in geval van nationale rampen en crisissituaties bij een onderdeel van de krijgsmacht of daarbuiten.

5.

Aan een aanstelling bij het reservepersoneel wordt een proeftijd verbonden van 6 maanden indien de militair niet beschikt over eerder opgedane militaire ervaring.

Artikel 2:4. Aan de aanstelling verbonden verplichting
1.

De specifieke groepen personeel, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van het AMAR waarvoor een vermindering van de aan de aanstelling verbonden verplichting geldt, zijnl:

2.

Bij het besluit tot wijziging van de bestemming krijgt de militair de bij die bestemming behorende dienverplichting opgelegd. Hierop wordt in mindering gebracht de bij aanstelling opgelegde dienverplichting voor zover deze is voldaan.

3.

Voor officieren-arts die voor 1 februari 2025 als officier-arts bij het beroepspersoneel zijn aangesteld dan wel voor 1 februari 2025 zijn geworven waarbij de aanstelling aanvangt na 1 februari 2025, blijft de aan hen opgelegde dan wel toegezegde verplichting om deel uit te maken van het beroepspersoneel gehandhaafd.

Paragraaf 2.2. Ontslag

Artikel 2:5. Uiterste keuzemoment aanvraag ontslag oude diensteinderegeling
1.

De aanvraag, bedoeld in artikel 39a, eerste tot met vijfde lid van het AMAR, moet uiterlijk drie jaar voor de datum van leeftijdsontslag op grond van de ‘oude’ diensteinderegeling zijn ingediend.

2.

De militair die vóór 1 januari 2020 een aanvraag als bedoeld in het eerste lid heeft ingediend kan de aanvraag of gehonoreerde aanvraag eenmalig intrekken tot drie jaar voor de voor hem op basis van de ‘oude’ diensteinderegeling geldende datum van leeftijdsontslag.

3.

Onder ‘oude’ diensteinderegeling wordt verstaan: de artikelen 39a tot en met 39d van het Algemeen militair ambtenarenreglement zoals die artikelen luidden vóór 1 januari 2017.

Hoofdstuk 3. Opleiding, functietoewijzing, bevordering en loopbaanbegeleiding

Paragraaf 3.1. Opleiding

Artikel 3:1. Opleidingsreglement

Het HDO draagt zorg voor vaststelling van opleidingsreglementen voor de onder hem ressorterende opleidingsinrichtingen, waarin ten minste de volgende elementen zijn opgenomen:

Artikel 3:2. Commissie van advies bij ontheffing uit de opleiding
1.

De Minister laat zich bij de ontheffing van een militair uit een initiële, functie- of loopbaanopleiding adviseren door een commissie van advies, bestaande uit drie leden.

2.

In het opleidingsreglement wordt de samenstelling van een commissie van advies vastgesteld, waarbij de kwaliteit en onafhankelijkheid van de commissie voldoende is gewaarborgd.

3.

De commissie van advies hoort de betrokken militair, waarbij de militair zich kan laten bijstaan door een derde.

4.

Het inschakelen van een commissie, als bedoeld in het eerste lid, kan achterwege blijven wanneer de militair op eigen aanvraag wordt ontheven uit de opleiding.

Artikel 3:3. Vergoeding van kosten

De kosten, genoemd in artikel 14, tweede lid, 15, tweede lid, 16, tweede lid en 16a, derde en 16bis, van het AMAR, die in ieder geval voor vergoeding in aanmerking komen, zijn, voor zover zij niet rechtstreeks voor rekening komen van of rechtstreeks worden betaald door het Ministerie van Defensie:

Eventuele tegemoetkomingen van derden worden hierop in mindering gebracht.

Artikel 3:4. Informatie voortgang

De militair, die een opleiding, als bedoeld in artikel 16, 16a of 16bis van het AMAR, volgt buiten het Ministerie van Defensie, informeert het HDO schriftelijk over de voortgang van zijn opleiding, met overlegging van cijferlijsten, certificaten en diploma’s van de externe onderwijsinstelling.

Artikel 3:5. Maximale vergoeding individuele opleidingsaanspraak militair
1.

De kosten, bedoeld in artikel 16bis, tweede lid, van het AMAR, worden vergoed:

2.

In aanvulling op de vergoeding van de opleidingskosten, bedoeld in het eerste lid, wordt een extra vergoeding toegekend:

Artikel 3:6. Duur terugbetalingsverplichting en drempelbedrag voor de opleidingen genoemd in de artikelen 14 tot en met 16a van het AMAR
1.

Er wordt geen terugbetalingsverplichting opgelegd, wanneer de totale kosten van de opleiding minder dan € 4.000,– bedragen.

2.

De periode, waarover de terugbetalingsverplichting, genoemd in artikel 16e van het AMAR, geldt, is afhankelijk van de duur van de opleiding. Is de duur van de opleiding korter dan of gelijk aan zes maanden dan geldt de terugbetalingsverplichting gedurende de opleiding en aansluitend een periode van twee jaar. Is de duur van de opleiding langer dan zes maanden dan geldt de terugbetalingsverplichting gedurende de opleiding en aansluitend een periode van vier jaar.

3.

In afwijking van het gestelde in het tweede lid geldt een terugbetalingsverplichting gedurende de opleiding en aansluitend een periode van:

4.

Voor een opleiding die binnen het Ministerie van Defensie wordt gevolgd en die niet aaneengesloten plaatsvindt wordt de duur van de opleiding berekend op basis van de uren dat de opleiding wordt gevolgd.

5.

Voor een opleiding die buiten het Ministerie van Defensie wordt gevolgd en waarvoor gedeeltelijke vrijstelling van arbeid is gegeven wordt de duur van de opleiding berekend op basis van de uren waarvoor de vrijstelling van arbeid is verleend.

6.

In afwijking van het tweede en derde lid kan voor een opleiding uit oogpunt van organisatiebelang worden bepaald dat de terugbetalingsverplichting voor een kortere periode geldt. De bekorting geldt voor alle militairen die aan die opleiding deelnemen, ook als dit militairen van verschillende operationele commando’s zijn. De commandanten van de betrokken operationele commando’s moeten instemmen met de bekorting.

7.

Het bedrag van de terugbetalingsverplichting wordt naar evenredigheid verminderd naarmate de termijn na beëindiging van de opleiding, zoals bedoeld in het tweede, derde en zesde lid, is verstreken.

Artikel 3:7. Bepaling kosten opleiding per cursist, als bedoeld in artikel 16e, vierde lid, onder a, AMAR

Voor opleidingen, die zijn gevolgd binnen het Ministerie van Defensie, worden de kosten van die opleiding per dag per cursist als volgt vastgesteld:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.