Besluit van het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand, d.d. 11 december 2025, houdende de bekendmaking van een tijdelijke beleidsregel tot verlening van een voorschot aan advocaten die in liquiditeitsproblemen zijn gekomen door vertraging in de afhandeling van aanvragen of procedures door een bestuursorgaan of een gerechtelijke instantie (Tijdelijke beleidsregel voorschot advocaten in liquiditeitsproblemen)
Gelet op de artikelen 7, eerste lid onder a en b, artikel 37, vierde lid van de Wet op de rechtsbijstand, artikel 35, eerste lid en artikel 36 van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000, juncto 4:81, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht;
Besluit:
De volgende beleidsregel vast te stellen:
Hoofdstuk I. Algemeen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
- a. advocaat: de advocaat als bedoeld in de artikelen 9a en 9j van de Advocatenwet, die is ingeschreven bij de Raad als bedoeld in artikel 14 van de Wet op de rechtsbijstand;
- b. bestuur: het bestuur van de Raad als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wrb;
- c. Bvr: het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000;
- d. kantoor: kantoor van de advocaat als bedoeld in artikel 12 van de Advocatenwet;
- e. Raad: de Raad voor Rechtsbijstand als bedoeld in Hoofdstuk II van de Wrb;
- f. toevoeging: de toevoeging als bedoeld in artikel 1 van de Wrb;
- g. voorschot: het kwartaalvoorschot als bedoeld in artikel 35, eerste lid Bvr;
- h. Wrb: Wet op de rechtsbijstand.
Artikel 2. Doel
Deze beleidsregel heeft tot doel om in uitzonderlijke gevallen in afwijking van het Bvr een tijdelijk hoger voorschot te kunnen verlenen aan advocaten die als gevolg van vertragingen in de afhandeling van aanvragen of procedures door een bestuursorgaan of een gerechtelijke instantie in liquiditeitsproblemen zijn gekomen.
Hoofdstuk 2. Aanvrager en aanvraag
Artikel 3. Voorwaarden aanvrager
Het bestuur kan in afwijking van artikel 35, eerste lid Bvr in de eerste maand van elk kwartaal een voorschot verlenen aan de advocaat die voldoet aan de volgende voorwaarden:
- a. op minimaal tien van de aan de advocaat afgegeven toevoegingen in de periode genoemd in artikel, 5 eerste lid is sprake van een vertraging van minimaal een half jaar in de afhandeling van aanvragen of procedures door een bestuursorgaan of een gerechtelijke instantie;
- b. de vertraging is veroorzaakt door een verstoring in de werkprocessen bij de onder a. genoemde instanties;
- c. de vertraging is minder dan één jaar voorafgaand aan de aanvraag genoemd in artikel 4 ontstaan;
- d. als gevolg van de vertraging kan de advocaat deze toevoegingen niet ter declaratie bij de Raad indienen omdat niet wordt voldaan aan het gestelde in artikel 28, eerste lid Bvr en;
- e. de advocaat beschikt als gevolg van de omstandigheden genoemd onder a. tot en met d. over onvoldoende direct beschikbare geldmiddelen om aan de financiële verplichtingen verbonden aan diens kantoor te kunnen voldoen.
Geen voorschot kan worden aangevraagd indien de advocaat of het kantoor:
- a. getroffen is door een conservatoir of executoriaal beslag;
- b. in staat van faillissement verkeert;
- c. surséance van betaling is verleend; of
- d. toevoegingsvergoedingen heeft gecedeerd aan een derde.
Artikel 4. Wijze van indienen aanvraag
De advocaat dient de aanvraag tot verlening van een voorschot bedoeld in artikel 3 per e-mail in bij de Raad.
De aanvraag bevat een verklaring van de advocaat dat de in artikel 3 genoemde omstandigheden op hem van toepassing zijn alsmede een motivering waarbij de advocaat aannemelijk maakt dat die omstandigheden op hem van toepassing zijn.
Indien de aanvraag niet volledig is, stelt het bestuur de advocaat in de gelegenheid om de aanvraag binnen vier weken aan te vullen. De beslistermijn op de aanvraag wordt gedurende deze periode opgeschort.
Hoofdstuk 3. Financiele bepalingen
Artikel 5. Hoogte van het voorschot
In afwijking van artikel 35, tweede lid Bvr is de hoogte van het kwartaalvoorschot gelijk aan 75 procent van het door de minister vast te stellen normbedrag vermenigvuldigd met een vierde deel van het aantal toevoegingen dat aan de advocaat is afgegeven in de periode van de eerste dag van de maand van het jaar voorafgaand aan de maand waarin het verzoek wordt gedaan tot de eerste dag van de maand in de maand waarin het verzoek wordt gedaan.
In afwijking van artikel 35, vierde lid, eerste volzin Bvr bedraagt het voorschot ten hoogste 75 procent van het door de minister te bepalen bedrag.
Artikel 6. Duur van het voorschot
Het voorschot wordt toegekend voor een periode van één jaar (vier kwartalen).
De toekenning van het voorschot kan jaarlijks op verzoek van de advocaat na afloop van de periode genoemd in het eerste lid worden verlengd met één jaar indien de omstandigheden, genoemd in artikel 3, eerste lid nog steeds van toepassing zijn. Artikel 4 en 5 zijn van overeenkomstige toepassing voor de verlenging van het voorschot.
Indien gedurende de periode genoemd in het eerste lid blijkt dat de omstandigheden, genoemd in artikel 3, eerste lid, niet meer van toepassing zijn, meldt de advocaat dit onverwijld aan de Raad. De Raad beëindigt dan de toekenning van het voorschot met ingang van het eerstvolgende kwartaal.
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
Artikel 7. Inwerkingtreding en geldigheidsduur
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze beleidsregel vervalt op 1 januari 2028.
Artikel 8. Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Tijdelijke beleidsregel voorschot advocaten in liquiditeitsproblemen.
Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.