Regeling kwaliteitscriteria en opleidings- en trainingsvereisten van de politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Overwegende:
dat op grond van artikel 41, eerste lid, van de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba de landen onderling een regeling treffen die kwaliteitscriteria en opleidings- en trainingsvereisten voor ambtenaren van politie bevat;
dat deze regeling in elk van de landen wordt vastgesteld bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, respectievelijk algemene maatregel van bestuur,
Gelet op artikel 38, eerste lid, van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden en artikel 41, eerste lid, van de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemeen
Artikel 1.1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a. ambtenaar: de ambtenaar van politie, bedoeld in artikel 3 van de rijkswet, en de aspirant;
- b. ambtenaar van politie aangesteld voor de uitvoering van de politietaak: de ambtenaar, bedoeld in artikel 3, onder a, van de rijkswet, met uitzondering van de aspirant;
- c. ambtenaar van politie aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie:de ambtenaar, bedoeld in artikel 3, onder b, van de rijkswet;
- d. aspirant: degene die door het bevoegd gezag is aangesteld als aspirant en die is toegelaten tot de basisopleiding;
- e. betrouwbaarheidsonderzoek: een onderzoek ter bepaling of bedenkingen bestaan tegen vervulling van de functie door een bepaalde persoon;
- f. bevoegd gezag: het bij landsverordening of bij wet aangewezen gezag, bedoeld in artikel 45, eerste lid, van de rijkswet;
- g. competentiegerichte eindtermen: als zodanig omschreven kwaliteiten op het gebied van kennis, inzicht, vaardigheden, houding en ervaring waarover degene die het onderwijstraject op een bepaald kwalificatieniveau voltooit, met het oog op het maatschappelijk en beroepsmatig functioneren dient te beschikken, en die in voorkomende gevallen betekenis hebben voor de doorstroming naar vervolgonderwijs;
- h. geleider: de ambtenaar van politie, bedoeld in artikel 3 van de rijkswet, die toestemming heeft van de korpsbeheerder om dienst te doen met een politiespeurhond, politiesurveillancehond of een hond die bedoeld is om in te zetten bij het optreden van een aanhoudings- en ondersteuningseenheid;
- i. geweldmiddel: het geweldmiddel, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Ambtsinstructie voor de politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
- j. justitiële documentatie: bij of krachtens landsverordening of bij of krachtens wet omschreven gegevens omtrent natuurlijke personen of rechtspersonen inzake de toepassing van het strafrecht of de strafvordering;
- k. Onze Minister: Onze Minister van Justitie van Curaçao, Onze Minister van Justitie van Sint Maarten of Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
- l. Onze Ministers: Onze Minister van Justitie van Curaçao, Onze Minister van Justitie van Sint Maarten en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gezamenlijk;
- m. politiegegevens: de gegevens, bedoeld in artikel 1, onder a, van de onderlinge regeling tussen Curaçao, Sint Maarten en Nederland betreffende de verwerking van politiegegevens, bedoeld in de artikelen 39, tweede lid, en 57 van de rijkswet;
- n. rijkswet: de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
- o. toets aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden: de door Onze Ministers samengestelde toets ter beoordeling van aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden;
- p. toets geweldsbeheersing: de door Onze Ministers samengestelde toets ter beoordeling van de kennis op het gebied van geweldbeheersing;
- q. toets schietvaardigheid: de door Onze Ministers samengestelde toets ter beoordeling van de schietvaardigheid;
- r. toetser: de ambtenaar van politie die heeft voldaan aan de daartoe strekkende opleiding en is gecertificeerd om de toets geweldbeheersing, de toets aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden of de toets schietvaardigheid af te nemen;
- s. verklaring omtrent het gedrag: een verklaring van een bij landsverordening of bij wet aangewezen instantie dat uit een onderzoek met betrekking tot het gedrag van de betrokkene, gelet op het doel waarvoor de afgifte is gevraagd, niet is gebleken van bezwaren tegen die betrokkene.
- t. vertrouwensfunctie: een door Onze Minister aangewezen functie die de mogelijkheid biedt de nationale veiligheid te schaden;
- u. vrijwillige ambtenaar: de ambtenaar, bedoeld in artikel 3, onder c, van de rijkswet;
- v. vrijwillige ambtenaar in opleiding: degene die door het bevoegd gezag is aangesteld tot vrijwillige ambtenaar in opleiding en die is toegelaten tot de opleiding tot vrijwillige ambtenaar van politie.
Hoofdstuk 2. Aanstellingseisen
Artikel 2.1
Voor een aanstelling als aspirant komt uitsluitend in aanmerking degene die:
- a. de Nederlandse nationaliteit bezit;
- b. voldoet aan de eisen betreffende het geneeskundig en psychologisch onderzoek;
- c. ten minste de leeftijd van 17 jaar heeft;
- d. voldoet aan de eisen met betrekking tot het opleidingsniveau;
- e. op het moment van zijn aanstelling in het bezit van het rijbewijs B of behaalt dit binnen twee jaar na zijn aanstelling;
- f. voldoet aan de bij het geschiktheidsonderzoek gestelde eisen.
Voor een aanstelling als vrijwillige ambtenaar in opleiding aangesteld voor de uitvoering van de politietaak komt uitsluitend in aanmerking degene die voldoet aan het gestelde in het eerste lid, a tot en met d en f.
Artikel 2.2
Voor een aanstelling als ambtenaar van politie aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de vrijwillige ambtenaar komt uitsluitend in aanmerking degene die:
- a. de Nederlandse nationaliteit bezit;
- b. ten minste de leeftijd van 18 jaar heeft;
- c. voldoet aan de eisen met betrekking tot het opleidingsniveau;
- d. voldoet aan de eisen betreffende het geneeskundig en psychologisch onderzoek.
Artikel 2.3
Voor de aanstelling als ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie komt in aanmerking degene die:
- a. de Nederlandse nationaliteit bezit;
- b. ten minste de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt;
- c. voldoet aan de gestelde eisen met betrekking tot het opleidingsniveau;
- d. voldoet aan de eisen betreffende het geneeskundig onderzoek;
- e. voldoet aan de eisen betreffende het psychologisch onderzoek, indien daaraan naar het oordeel van het bevoegd gezag behoefte aan bestaat;
- f. voldoet aan de overige door het bevoegd gezag te stellen eisen die specifiek gerelateerd zijn aan de te vervullen functie binnen het politiekorps.
Artikel 2.4
Teneinde vast te stellen of de persoon, bedoeld in de artikelen 2.1, eerste lid, aanhef, en tweede lid, 2.2, aanhef, en 2.3, aanhef, in voldoende mate geschikt en bekwaam is voor de vervulling van de functie, kan het bevoegd gezag de gegevens die door de betrokkene desgevraagd zijn verstrekt, verifiëren en zo nodig aanvullen.
Hoofdstuk 3. Opleidingsniveau
Artikel 3.1
Onze Minister wijst voor zijn land de onderwijstrajecten voor de ambtenaren van politie aan op de kwalificatieniveaus:
-
- VSBO/MBO;
-
- HBO, en
-
- WO.
Onze Ministers stellen voor onderwijstrajecten, bedoeld in het eerste lid, competentiegerichte eindtermen vast.
Artikel 3.2
Voor toelating tot de onderwijstrajecten op kwalificatieniveau VSBO/MBO komt in aanmerking degene die in het bezit is van:
- a. een LBO-diploma;
- b. een MAVO-diploma;
- c. een VSBO-diploma praktisch basisgerichte leerweg;
- d. een VSBO-diploma theoretisch kadergerichte leerweg;
- e. een VSBO-diploma, praktisch kadergerichte leerweg, of
- f. een getuigschrift van een onderwijsinstelling waaruit blijkt dat de eerste drie jaren van een HAVO of VWO-opleiding met goed gevolg zijn afgelegd.
Voor toelating tot een onderwijstraject op kwalificatieniveau HBO komt in aanmerking degene die in het bezit is van:
- a. een HAVO-diploma, of
- b. een diploma politiemedewerker op het kwalificatieniveau VSBO/MBO.
Voor toelating tot een onderwijstraject op kwalificatieniveau WO komt in aanmerking degene die in het bezit is van:
- a. een VWO-diploma;
- b. een bewijsstuk dat op grond van een voor Nederland, Curaçao of Sint Maarten in werking getreden internationale overeenkomst toelating geeft tot het universitaire onderwijs, of
- c. in het bezit is van een diploma politiekundige bachelor op het kwalificatieniveau HBO).
Met een diploma, genoemd in het eerste, tweede en derde lid, wordt voor de toepassing van deze leden gelijkgesteld een diploma vergezeld met een verklaring van de daartoe bevoegde autoriteit waarin staat dat het wordt gelijkgesteld met een diploma, genoemd in deze leden. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op een getuigschrift, bedoeld in het eerste lid, onder f.
Artikel 3.3
Kandidaten die niet voldoen aan de krachtens artikel 3.1 aan een onderwijstraject gestelde eisen, kunnen een door Onze Ministers goedgekeurde toelatingstoets afleggen.
Indien de toets met goed gevolg wordt afgelegd, komt de kandidaat alsnog in aanmerking voor toelating tot het desbetreffende onderwijstraject.
Hoofdstuk 4. Geschiktheidsonderzoek
Artikel 4.1
De kandidaat-aspirant en de kandidaat-vrijwillige ambtenaar in opleiding wordt onderworpen aan een geschiktheidsonderzoek, bestaande uit achtereenvolgens:
- a. een taalvaardigheidsonderzoek;
- b. een cognitief capaciteitenonderzoek;
- c. een psychologisch onderzoek;
- d. een fysiek motorisch onderzoek.
Het taalvaardigheidsonderzoek, het cognitief capaciteitenonderzoek en het psychologisch onderzoek worden afgenomen door een door Onze Minister aangewezen instantie belast met de werving en selectie van politie met inachtneming van de nader door Onze Ministers te bepalen richtlijnen.
Het fysiek motorisch onderzoek wordt afgenomen door het in het tweede lid bedoelde instantie en geschiedt met inachtneming van de nader door Onze Ministers te bepalen richtlijnen.
De in het tweede lid bedoelde instantie rapporteert aan het bevoegd gezag naar aanleiding van de uitkomsten.
De kosten van het geschiktheidsonderzoek worden gedragen door het bevoegd gezag.
Artikel 4.2
Niet tot aanstelling bij een politiekorps kan worden overgegaan indien:
- a. de betrokkene die aan het taalvaardigheidsonderzoek is onderworpen de nader door Onze Ministers te bepalen minimumnorm niet heeft behaald;
- b. de betrokkene niet het nader door Onze ministers te bepalen minimale vereiste niveau op een of meer van de stabiele persoonlijkheidseigenschappen heeft behaald;
- c. de betrokkene voor het fysiek motorisch onderzoek niet voldoet aan de nader door Onze Ministers te bepalen minimale vereisten, of
- d. de betrokkene niet voldoet aan de door het bevoegd gezag gestelde en voorafgaand aan het geschiktheidsonderzoek bekendgemaakte eisen met betrekking tot de onderdelen van de onderzoeken waar sprake is van een open normering.
Hoofdstuk 5. Geneeskundig onderzoek
Artikel 5.1
Nadat alle overige beoordelingen van de geschiktheid van de betrokkene hebben plaatsgevonden en het bevoegd gezag op grond daarvan voornemens is de betrokkene aan te stellen, wordt de betrokkene onderworpen aan een geneeskundig onderzoek.
Het geneeskundig onderzoek kan steeds worden verricht voorafgaand aan een met betrekking tot de betrokkene in stellen onderzoek als bedoeld in artikel 6.1 of artikel 6.4.
Het geneeskundig onderzoek geschiedt door een door het bevoegd gezag aangewezen geneeskundige, niet zijnde de behandelend arts van de betrokkene, met inachtneming van de nader door Onze ministers te bepalen richtlijnen.
De uitslag van het geneeskundig onderzoek wordt de betrokkene zo spoedig mogelijk medegedeeld.
De kosten van het geneeskundig onderzoek komen ten laste van het bevoegd gezag.
Artikel 5.2
Indien aan het geneeskundig onderzoek voor de betrokkene een negatieve gevolgtrekking dan wel een positieve gevolgtrekking onder bepaalde bedenkingen wordt verbonden, heeft betrokkene recht op een herkeuring aan de hand van de richtlijnen, bedoeld in artikel 5.1, derde lid. De betrokkene maakt zijn wens daartoe met redenen omkleed aan het bevoegd gezag kenbaar binnen twee weken nadat de genoemde gevolgtrekking aan hem is meegedeeld.
In geval van herkeuring wordt de door het bevoegd gezag te nemen beslissing uitgesteld totdat de uitslag van de herkeuring aan het bevoegd gezag is meegedeeld.
De herkeuring geschiedt door een commissie van drie geneeskundigen.
Het bevoegd gezag en de betrokkene wijzen elk een geneeskundige aan voor de commissie. Deze geneeskundigen wijzen een derde geneeskundige aan voor de commissie.
De geneeskundige die het geneeskundig onderzoek, bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, heeft verricht en de behandelend arts van de betrokkene maken geen deel uit van de commissie.
De kosten van de herkeuring komen ten laste van het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag kan van de betrokkene een redelijke bijdrage verlangen.
Artikel 5.3
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.