Tijdelijke Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 23 april 2026, nr. IENW/BSK-2026/68755, houdende regels voor het verstrekken van een specifieke uitkering ter stimulering van de realisatie van Clean Energy Hubs (Tijdelijke regeling specifieke uitkering Clean Energy Hubs 2026–2030) [KetenID WGK028222]

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-05-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 4, eerste en tweede lid, en 5, onderdelen a tot en met h, van de Kaderwet subsidies I en M en artikel 2, derde lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M;

BESLUIT:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Toepasselijkheid Kaderbesluit subsidies I en M

De artikelen 6, eerste en vierde lid, 8, eerste en derde lid, aanhef en onderdelen a, b en e, 10, 11, 12, aanhef en onderdelen b tot en met i en k, 14, eerste en vierde lid, 17, eerste lid, aanhef en onderdelen a, b, e en f, en tweede lid, 18, 21, 22, 23, eerste lid, en 24, eerste lid van het Kaderbesluit subsidies I en M zijn van overeenkomstige toepassing op een uitkering die op grond van deze regeling wordt verstrekt.

Artikel 3. Doel van de regeling

Deze regeling heeft tot doel provincies te stimuleren de realisatie van Clean Energy Hubs te versnellen, en daarmee bij te dragen aan de verduurzaming van zwaar wegtransport en de binnenvaart.

Artikel 4. Activiteiten
1.

De minister kan op aanvraag van een goederenvervoer corridorprovincie of een niet-goederenvervoer corridorprovincie een uitkering verstrekken voor het uitvoeren van een subsidieregeling voor:

2.

De minister kan op aanvraag van de provincie Gelderland een uitkering verstrekken voor:

Artikel 5. Kosten die in aanmerking komen voor een uitkering
1.

Voor de activiteiten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, komen voor een uitkering in aanmerking de uitgaven op grond van de subsidieregeling en de uitvoeringskosten van de subsidieregeling, waarbij geldt dat een ontvanger maximaal 5 procent van het toegekende bedrag kan benutten voor de uitvoeringskosten van de subsidieregeling.

2.

Voor de activiteiten, bedoeld in artikel 4, tweede lid, komen voor een uitkering in aanmerking de uitgaven die direct verbonden zijn met de uitvoering van die activiteiten en de uitgaven ten behoeve van de inzet van een projectleider en een business developer voor de looptijd van de regeling;

3.

Kosten die niet in aanmerking komen voor uitkering zijn verrekenbare btw en compensabele btw.

Artikel 6. Uitkeringsplafond, hoogte en wijze van verdeling
1.

Het uitkeringsplafond bedraagt € 20.790.000, inclusief compensabele btw.

2.

De minister verdeelt het bedrag tussen de goederenvervoer corridorprovincies en de niet-goederenvervoer corridorprovincies, waarbij maximaal € 2.000.000 per goederenvervoer corridorprovincie beschikbaar is en maximaal € 1.361.050 per niet-goederenvervoer corridorprovincie voor de gehele looptijd van deze regeling.

3.

Met betrekking tot de uitvoering van de in artikel 4, eerste lid, genoemde activiteiten is sprake van een cofinanciering door de provincies van 50%.

4.

In aanvulling op het tweede lid bedraagt de uitkering voor de goederenvervoer corridorprovincie Gelderland naast het maximale bedrag, genoemd in het tweede lid, een bedrag van € 623.700 voor de activiteiten, genoemd in artikel 4, tweede lid, en de kosten, genoemd in artikel 5, tweede lid.

Artikel 7. Aanvraag
1.

De minister kan op aanvraag een uitkering verstrekken.

2.

Een aanvraag kan worden ingediend in de periode van 1 mei 2026, 9:00 uur, tot en met 31 december 2026, 12:00 uur.

3.

Een aanvraag bevat in ieder geval de volgende gegevens:

Artikel 8. Verlening
1.

Een besluit tot verlening vermeldt in elk geval:

2.

Het bedrag van de uitkering wordt niet geïndexeerd.

Artikel 9. Verplichtingen ontvanger
1.

Ontvangers met hoofdvaarwegen, te weten alle provincies met uitzondering van Drenthe, dienen ten minste 50% van het uitkeringsplafond in te zetten voor de realisatie van openbaar toegankelijke Clean Energy Hubs ten behoeve van verduurzaming van de binnenvaart.

2.

Indien de uitkering op 1 juni 2028 nog niet volledig is benut, kan een ontvanger dit gedeelte van de uitkering, in afwijking van het eerste lid, alsnog ook inzetten voor de realisatie van openbaar toegankelijke Clean Energy Hubs ten behoeve van de verduurzaming van zwaar wegtransport.

Artikel 10. Bevoorschotting en betaling

Gelijktijdig met de beschikking tot verlening van de uitkering verleent de minister een voorschot van 100% van de uitkering.

Artikel 11. Verantwoording
1.

De ontvanger legt verantwoording af over de besteding van de uitkering op de wijze bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

2.

De verantwoordingsinformatie, bedoeld in het eerste lid, bevat in ieder geval het bedrag aan subsidies dat de ontvanger heeft verleend.

Artikel 12. Vaststelling
1.

De minister stelt de uitkering vast op 31 december van het jaar waarin de laatste verantwoording, bedoeld in artikel 11, heeft plaatsgevonden.

2.

De uitkering kan op een lager bedrag worden vastgesteld, indien:

3.

De minister kan onverschuldigd betaalde uitkeringen en voorschotten terugvorderen, voor zover na de dag waarop de uitkering is vastgesteld nog geen vijf jaren zijn verstreken.

Artikel 13. Inwerkingtreding en horizonbepaling
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 mei 2026.

2.

Deze regeling vervalt op 1 mei 2031, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op uitkeringen die voor die datum zijn aangevraagd, verleend of vastgesteld.

Artikel 14. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling specifieke uitkering Clean Energy Hubs 2026–2030.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.