Regeling van de Minister van Klimaat en Groene Groei van 11 juni 2026, nr. WJZ/106640569, tot aanwijzing windenergie op zee als een subsidiabele categorie in het kader van de stimulering van duurzame energieproductie en klimaattransitie en houdende regels voor de vergunningverlening van kavel Gamma-A in windenergiegebied IJmuiden Ver (Regeling subsidie- en vergunningverlening kavel Gamma-A in windenergiegebied IJmuiden Ver) [KetenID WGK 29160]
Gelet op artikel 3, eerste lid, van de Kaderwet EZ-, LVVN- en KGG-subsidies, de artikelen 2, tweede tot en met vierde en zesde lid, 6, tweede lid, 7, 8, eerste lid, 19, tweede lid, 20, eerste lid, 20a, 23, derde tot en met vijfde lid, 56, derde lid, 59, tweede en derde lid, 60, tweede en zevende lid, en 61, eerste lid van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie, de artikelen 12a, vijfde lid, 14, eerste lid, onderdeel d, en tweede lid, 14a, tweede tot en met vierde lid, 15a, tweede lid, en 25e, tweede en derde lid, van de Wet windenergie op zee en Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1176;
Besluit:
Paragraaf 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- groep of groepsmaatschappij: groep of groepsmaatschappij als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
- kapitaaltoezegging: bindende reservering van investeringskapitaal van een investeerder, gedaan aan een fonds waarvan de fondsbeheerder onder financieel toezicht is gesteld en vergunningplichtig is op grond van Richtlijn 2011/61/EU van het Europees parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010 (PbEU 2011, L 174);
- kavel: kavel Gamma-A in het windenergiegebied IJmuiden Ver als bedoeld in artikel 1 van de Wet windenergie op zee;
- minister: Minister van Klimaat en Groene Groei;
- P50-waarde voor de netto elektriciteitsproductie: de verwachte jaarlijkse energieproductie voor een gegeven combinatie van locatie en productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie, bepaald met een waarschijnlijkheid van 50%;
- penvoerder: de aanvrager die deelneemt aan het samenwerkingsverband en in de aanvraag is aangewezen om als penvoerder te handelen namens het samenwerkingsverband;
- richtlijn 2013/34/EU: Richtlijn 2013/34/EU van het Europees parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad;
- richtlijn 2024/1760: Richtlijn (EU) 2024/1760 van het Europees parlement en de Raad van 13 juni 2024 inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2019/1937 en Verordening (EU) 2023/2859;
- samenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit ten minste twee niet in een groep verbonden deelnemers, dat is opgericht ten behoeve van de uitvoering van activiteiten, niet zijnde een vennootschap;
- uitvoeringsverordening 2025/1176: Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1176 van de Commissie van 23 mei 2025 tot nadere specificering van de voorselectie- en gunningscriteria bij veilingen voor de uitrol van energie uit hernieuwbare bronnen;
- vergunning: vergunning als bedoeld in artikel 12 van de Wet windenergie op zee;
- wet: Wet windenergie op zee.
Paragraaf 2. Aanvraag vergunning en subsidie
Artikel 2
Een aanvraag voor een vergunning voor de kavel en een aanvraag voor subsidie wordt ingediend in de periode van 26 november 2026 tot 10 december 2026 om 17:00 uur.
Een aanvrager dient ten hoogste één aanvraag in voor de vergunning, die betrekking kan hebben op de procedure van een veiling of de procedure met subsidie.
Indien de aanvrager een vergunning aanvraagt in de procedure met
subsidie, dient hij ten hoogste één aanvraag voor subsidie in.
Voor de toepassing van het tweede en derde lid gelden rechtspersonen en vennootschappen in een groep of groepsmaatschappij als één aanvrager.
Indien aanvragers samenwerken in een samenwerkingsverband, dient de penvoerder namens hen de aanvraag in.
Artikel 3
Het ontwerp voor het windpark, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel a, van de wet, omvat ten minste:
- a. een windenergie-opbrengstberekening die is opgesteld door een onafhankelijke organisatie met expertise op het gebied van windenergie-opbrengstberekeningen, met gebruikmaking van gerenommeerde rekenmodellen, omgevingsmodellen, windmodellen en windkaarten en die ten minste de locatiegegevens, het merk, het type, de technische specificaties, waaronder ashoogte, rotordiameter en vermogenscurve van de windturbines, de lokale windgegevens voor het windpark en een berekening van de P50-waarde voor de netto elektriciteitsproductie van het windpark omvat;
- b. de rekenmodellen, omgevingsmodellen en windmodellen die zijn gebruikt voor de windenergie-opbrengstberekening;
- c. de bescheiden waarmee aannemelijk wordt gemaakt dat aan het van toepassing zijnde kavelbesluit wordt voldaan; en
- d. informatie die aannemelijk maakt dat tijdig de verklaring, bedoeld in artikel 7.34, tweede lid, onderdeel c, van het Besluit activiteiten leefomgeving kan worden overgelegd.
Bij de berekening van de P50-waarde voor de netto elektriciteitsproductie zijn de beschikbaarheid, zogeffecten, elektriciteitsverliezen en terugregelverliezen opgenomen, waarbij voor het zogeffect uitsluitend rekening wordt gehouden met het windpark waarvoor de aanvraag wordt gedaan.
In het tijdschema voor de bouw en exploitatie van het windpark, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel b, van de wet worden de realisatiedata vermeld van de volgende activiteiten:
- a. de instemming door de exploitant van het windpark met de voorwaarden van de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee voor de aansluiting en het transport van elektriciteit overeenkomstig de Energiewet;
- b. de verstrekking van opdrachten aan producenten, leveranciers en installateurs;
- c. de plaatsing van de eerste fundering;
- d. de plaatsing van de eerste windturbine;
- e. de start van het intrekken van de 66 kV-kabels op het platform van het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee;
- f. de start van de levering van elektriciteit;
- g. het gereed zijn voor leveren van vol vermogen ten behoeve van de testfase van het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee; en
- h. het buiten bedrijf stellen van het windpark.
De raming van de kosten en opbrengsten, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel c, van de wet, omvat in ieder geval een exploitatieberekening met:
- a. een specificatie van de investeringskosten per component van de productie-installatie;
- b. een overzicht van alle kosten en opbrengsten van de productie-installatie; en
- c. een berekening van het projectrendement over de looptijd van het project.
Tot de bij de bouw en exploitatie van het windpark betrokken partijen, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel d, van de wet, worden gerekend:
- a. de aanvrager en indien van toepassing, elke deelnemer aan het samenwerkingsverband;
- b. de producenten van de funderingen;
- c. de installateurs van de funderingen;
- d. de producenten van de windturbines;
- e. de installateurs van de windturbines;
- f. de producenten van de parkbekabeling;
- g. de installateurs van de parkbekabeling; en
- h. de verantwoordelijke partijen voor het onderhoud en de bediening van het windpark.
De beschrijving van de kennis en ervaring van de betrokken partijen, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel e, van de wet, betreft de kennis en ervaring bij windparken op zee en omvat:
- a. het geïnstalleerd vermogen van de windparken op zee of het aantal energieprojecten op zee waarvoor door de aanvrager tijdens de bouw het projectmanagement is gedaan;
- b. het aantal door de producenten geproduceerde funderingen;
- c. het aantal door de installateurs geïnstalleerde funderingen;
- d. het aantal door de producenten geproduceerde windturbines;
- e. het aantal door de installateurs geïnstalleerde windturbines;
- f. het aantal elektriciteitsverbindingen op zee waarvoor door de producenten bekabeling is geproduceerd;
- g. het aantal windturbines dat door de installateurs van de parkbekabeling is aangesloten;
- h. het geïnstalleerd vermogen van de windparken dat de verantwoordelijke partijen voor het onderhoud en de bediening in onderhoud hebben en bedienen.
De artikelen 2a tot en met 2d van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie zijn niet van toepassing op de aanvraag.
Artikel 4
In aanvulling op artikel 12a, vierde lid, van de wet bevat de aanvraag:
- a. een samenvattende beschrijving van de realisatie en de bescheiden waarmee aannemelijk wordt gemaakt dat aan de van toepassing zijnde opleveringsdatums uit het ontwikkelkader transmissiesysteem voor windenergie op zee, bedoeld in artikel 3.83 van de Energiewet, wordt voldaan;
- b. een samenvattende beschrijving van de exploitatie en verwijdering van het windpark;
- c. een financieringsplan, inclusief de beoogde financiers en het beoogde aandeel dat zij zouden dragen;
- d. indien van toepassing, een door elke deelnemer aan een samenwerkingsverband ondertekende:
- 1°. verklaring van deelname aan het samenwerkingsverband;
- 2°. machtiging voor de penvoerder voor het indienen van de aanvraag;
- e. de meest recent vastgestelde jaarrekening van de aanvrager, de moederonderneming ervan, en indien van toepassing, elk van de deelnemers aan het samenwerkingsverband of de moederondernemingen van de deelnemers van het samenwerkingsverband, waarbij de jaarrekening betrekking heeft op een jaar dat ten hoogste drie kalenderjaren voor het jaar waarin de aanvraag wordt ingediend;
- f. indien de aanvrager een kapitaaltoezegging in de aanvraag betrekt, een accountantsverklaring waarin de investeerder en het gereserveerde bedrag zijn opgenomen;
- g. indien een aanvraag in de procedure van een veiling is gedaan, concepten van leveringsovereenkomsten met derden voor elektriciteit afkomstig van het windpark;
- h. indien de aanvrager behoort tot een groep of groepsmaatschappij, een organigram van de groep of groepsmaatschappij en de nummers van inschrijving in het handelsregister van de rechtspersonen en vennootschappen in de groep of groepsmaatschappij;
- i. indien de aanvrager een vergunning aanvraagt in de procedure met subsidieverlening, een tenderbedrag weergeven in euro per kWh met 6 decimalen;
- j. indien de aanvrager een vergunning aanvraagt in de procedure van een veiling, het geboden bedrag, in hele euro’s, zonder decimalen.
In aanvulling op artikel 12a, vierde lid, van de wet en het eerste lid bevat de aanvraag:
- a. de toezeggingen, genoemd in artikel 7;
- b. indien de aanvrager onder de jurisdictie valt van een derde land dat voldoet aan ten minste één van de twee criteria in artikel 5, onderdeel b, van uitvoeringsverordening 2025/1176: een cyberbeveiligingsplan dat voldoet aan de eisen van dat onderdeel.
Paragraaf 3. Algemene procedurele regels
Artikel 5
De verlening van een vergunning geschiedt met toepassing van de procedure van een veiling of de procedure met subsidie.
Aanvragen in de procedure van een veiling worden eerst behandeld.
Aanvragen in de procedure met subsidie worden behandeld indien de procedure van een veiling niet heeft geleid tot het verlenen van een vergunning.
Artikel 6
De waarborgsom of bankgarantie, bedoeld in artikel 15a, eerste lid, van de wet, bedraagt € 100.000.000.
De termijn waarbinnen de waarborgsom of bankgarantie moet zijn verstrekt, is vier weken na de datum waarop de minister de vergunning heeft verleend.
Indien niet tijdig aan de voorwaarde, bedoeld in het tweede lid, is voldaan wordt de vergunning voor de desbetreffende kavel verleend aan de eerstvolgende aanvrager in de rangschikking.
De periode waarvoor de waarborgsom of bankgarantie moet zijn verstrekt eindigt uiterlijk op het moment dat de minister in kennis is gesteld van het gereed zijn voor leveren van vol vermogen ten behoeve van de testfase van het transmissiesysteem voor elektriciteit op zee.
Een waarborgsom wordt afgesloten bij een verzekeraar die minimaal beschikt over een door een ratingbureau, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1060/2009 van het Europees parlement en Raad van 16 september 2009 inzake ratingbureaus, afgegeven langetermijnrating A.
De bankgarantie wordt afgegeven door een binnen de Europese Economische Ruimte gevestigde bank.
De hoogte van de waarborgsom of bankgarantie die op grond van artikel 15a, vierde lid, van de wet wordt verbeurd bedraagt:
- a. € 10.000.000 voor het tijdvak waarbinnen de houder van de vergunning de voor dat tijdvak in de vergunning aangegeven activiteiten niet heeft verricht;
- b. € 10.000.000 voor elke maand volgend op het tijdvak waarbinnen de houder van de vergunning de voor dat tijdvak in de vergunning aangegeven activiteiten niet heeft verricht; en
- c. € 100.000.000 indien de minister besluit de vergunning in te trekken op grond van artikel 17, eerste, tweede of vierde lid, van de wet.
Artikel 7
De minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag voor een vergunning indien de aanvrager niet toezegt:
- a. te voldoen aan de eis dat de permanente magneten van de windturbines voor niet meer dan 85% afkomstig zijn uit één derde land;
- b. te voldoen aan de eis dat van ten minste 75% van de windturbines in de aanvraag:
- 1°. de windturbines niet afkomstig zijn uit de Volksrepubliek China;
- 2°. niet meer dan vier van de volgende voornaamste specifieke componenten afkomstig zijn uit de Volksrepubliek China:
- a. gondels (assemblage);
- b. rotornaven;
- c. hoofd-, gier- en stelhoeklagers;
- d. aandrijfsystemen met directe aandrijving, inclusief generator, of aandrijfsystemen met tandwielkast, inclusief generator;
- e. permanente magneten van windturbines;
- f. tandwielkasten van windturbines;
- g. rotorbladen;
- h. masten;
- i. funderingen; en
- 3°. de aandrijfsystemen met directe aandrijving of versnellingsbak, inclusief generator, niet afkomstig zijn uit de Volksrepubliek China;
- c. maatregelen te nemen om in te gaan op de kernbestanddelen van passende zorgvuldigheid als bedoeld in artikel 5, eerste lid, punten a tot en met g, van richtlijn 2024/1760 en hierover behoudt en hier gedurende de looptijd van de vergunning documentatie over te verstrekken, op een wijze die in de beschikking tot vergunningverlening wordt uitgewerkt, tenzij de aanvrager kwalificeert als een natuurlijke persoon, een onderneming die niet onder richtlijn 2013/34/EU valt in de zin van de artikelen 19 bis en 29 bis van die richtlijn of een hernieuwbare-energiegemeenschap;
- d. de koolstofvoetafdruk van de componenten van het project te beoordelen op basis van een objectieve, transparante en niet-discriminerende methode voor de koolstofvoetafdrukbeoordeling;
- e. de koolstofvoetafdruk van de componenten van het project te meten en mee te delen op basis van methoden voor beoordeling gedurende de levenscyclus die in de beschikking tot vergunningverlening worden uitgewerkt;
- f. dat alle toegepaste rotorbladen voor ten minste 70% van het totale oorspronkelijke gewicht recyclebaar zijn, waarbij de berekening is omschreven met toepassing van NEN-EN 45555:2019 of een vergelijkbare norm, het recyclebaarheidspercentage en de beoogde recyclingstechniek is geverifieerd overeenkomstig ISO 14034 of een vergelijkbare norm en waarbij de recyclingtechniek zich bevindt op het niveau van Technology Readiness Level 6;
- g. gedurende de looptijd van de vergunning informatie te verschaffen over het gemak van reparatie en onderhoud of gemak van verbeteren, hergebruik, herproductie en opknappen van producten, op een wijze die in de beschikking tot vergunningverlening wordt uitgewerkt;
- h. dat een binnen de Europese Economische Ruimte gevestigde exploitant operationele zeggenschap over de installatie behoudt en hier gedurende de looptijd van de vergunning documentatie over te verstrekken;
- i. indien de aanvrager een beroep doet op leveranciers voor de levering van ICT-producten die worden gebruikt in de windturbines of de verlening van ICT-diensten met betrekking tot de exploitatie ervan die onder de jurisdictie vallen van een derde land dat voldoet aan ten minste één van de twee criteria in artikel 5, onderdeel b, van uitvoeringsverordening 2025/1176: documentatie te zullen overhandigen waaruit blijkt dat die leveranciers ook de in dat onderdeel genoemde maatregelen nemen;
- j. gedurende de looptijd van de vergunning te verstrekken: douanedocumentatie en andere relevante documenten als bedoeld in artikel 16, vijfde lid, van uitvoeringsverordening 2025/1176, inclusief digitale stuklijsten van alle digitale hardwarecomponenten en hardwaredeelcomponenten van de geleverde windturbines en alle daarin toegepaste software en firmware, op een wijze die in de beschikking tot vergunningverlening wordt uitgewerkt.
Artikel 8
De perioden, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel d, van de wet, bedragen:
- a. 39 maanden nadat de vergunning onherroepelijk is geworden voor het starten met de bouw van het windpark; en
- b. 54 maanden nadat de vergunning onherroepelijk is geworden voor het starten met de exploitatie van het windpark.
Bij de beoordeling van de technische haalbaarheid van de bouw en exploitatie van een windpark, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van de wet, wordt in ieder geval rekening gehouden met:
- a. het door de aanvrager overgelegde ontwerp voor het windpark, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel a, van de wet; en
- b. de door de aanvrager overgelegde gegevens met betrekking tot kennis en ervaring met windparken op zee, bedoeld in artikel 3, zesde lid.
Bij de beoordeling van de financiële haalbaarheid van de bouw en exploitatie van een windpark, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van de wet, wordt in ieder geval rekening gehouden met de door de aanvrager overgelegde raming van de kosten en opbrengsten, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel c, van de wet en de gegevens, bedoeld in artikel 4, onderdelen c, d, e en f. De gecombineerde omvang van het eigen vermogen en kapitaaltoezeggingen van de aanvrager, bedraagt ten minste 20% van de totale investeringskosten voor het windpark waarop de aanvraag betrekking heeft.
Op verzoek van de aanvrager wordt voor het bepalen van de gecombineerde omvang van het eigen vermogen en kapitaaltoezeggingen, bedoeld in het derde lid, meegerekend:
- a. indien van toepassing: het eigen vermogen van de deelnemers, dan wel kapitaaltoezeggingen gedaan aan de deelnemers aan het samenwerkingsverband; en
- b. indien de aanvrager of een deelnemer aan een samenwerkingsverband een dochteronderneming is: het eigen vermogen van de moederonderneming, dan wel kapitaaltoezeggingen gedaan aan de moederonderneming.
Bij de beoordeling van de aannemelijkheid dat de bouw en exploitatie van een windpark gestart kan worden binnen de perioden, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval rekening gehouden met:
- a. het door de aanvrager verstrekte tijdschema, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel b, van de wet; en
- b. of in het verstrekte tijdschema de periode tot instemming met de voorwaarden van de transmissiesysteembeheerder voor elektriciteit op zee voor de aansluiting en het transport van elektriciteit overeenkomstig de Energiewet maximaal twaalf maanden na verlening van de vergunning bedraagt.
Bij de beoordeling van de economische haalbaarheid van de bouw en exploitatie van een windpark, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel e, van de wet, wordt in ieder geval rekening gehouden met de door de aanvrager overgelegde raming van de kosten en opbrengsten, bedoeld in artikel 12a, vierde lid, onderdeel c, van de wet.
Paragraaf 4. Veiling
Artikel 9
Een bod in de procedure van een veiling is geldig, indien is voldaan aan artikel 4, eerste lid, onderdeel j.
Een ingediend bod kan niet worden gewijzigd.
Indien verschillende geldige biedingen dezelfde hoogste waarde hebben, bepaalt de minister het ‘hoogste bod’ door middel van een loting tussen deze biedingen.
De vergunninghouder verricht de eenmalige betaling van het bod binnen vier weken na de verlening van de vergunning op de wijze vermeld in de beschikking waarmee de vergunning is verleend.
Het bedrag, bedoeld in artikel 25e, derde lid, van de wet is € 0,–.
Paragraaf 5. Subsidie
Artikel 10
De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan één producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op zee die is gelegen op kavel Gamma-A in windenergiegebied IJmuiden Ver.
Artikel 11
De minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag voor subsidie indien:
- a. niet tijdig een aanvraag is ingediend voor een vergunning;
- b. geen vergunning wordt verleend;
- c. een vergunning wordt verleend in de procedure van een veiling.
Artikel 12
Het subsidieplafond bedraagt € 4.758.000.000.
De criteria voor rangschikking, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit zijn niet van toepassing.
Artikel 13
Het tenderbedrag bedraagt ten hoogste € 0,117 per kWh.
Artikel 14
De subsidie wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.
De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie binnen vijf jaar en zes maanden na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
Productie-installaties als bedoeld in artikel 10 worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 23, derde lid, van het besluit.
Artikel 15
De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van het besluit bedraagt € 0,037694 per kWh voor productie-installaties als bedoeld in artikel 10.
Het maximumaantal vollasturen, bedoeld in artikel 23, vijfde lid, van het besluit voor productie-installaties als bedoeld in artikel 10 is gelijk aan de P50-waarde voor de netto elektriciteitsproductie die is opgenomen in de aanvraag.
Het maximumaantal vollasturen bedraagt ten hoogste 4.000 uren als de P50-waarde voor de netto elektriciteitsproductie, zoals opgenomen in de aanvraag voor de vergunning, hoger is dan 4.000 uren.
Het opbrengstgrensbedrag, bedoeld in artikel 20a van het besluit, bedraagt € 0,135 per kWh.
Artikel 16
De subsidie, bedoeld in artikel 10, bevat staatssteun en wordt niet eerder verleend dan nadat de Europese Commissie goedkeuring heeft gegeven voor deze regeling in een procedure als bedoeld in artikel 108, derde lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
Paragraaf 6. Slotbepalingen
Artikel 17
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2026.
Artikel 18
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling subsidie- en vergunningverlening kavel Gamma-A in windenergiegebied IJmuiden Ver.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)