Bestuursreglement Zorginstituut Nederland 2026

Type ZBO-regeling
Publication 2026-07-02
Laatst bijgewerkt 2026-07-03
State In force
Source BWB
artikelen 19
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

gelet op artikel 60, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet;

heeft in zijn vergadering van 24 februari 2026 besloten:

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1.1. Begripsbepalingen

Dit reglement verstaat onder:

  • –. bestuursleden: de leden van de Raad van Bestuur van het Zorginstituut, waaronder de voorzitter;
  • –. minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
  • –. onderwerp: rapport, dossier, advies, signalement, standpunt, richtlijn of agendapunt op de vergadering van de Raad van Bestuur;
  • –. persoonlijk belang: ieder belang dat niet behoort tot de belangen die de Raad van Bestuur uit hoofde van de aan hem opgedragen taak behoort te behartigen;
  • –. plaatsvervangend voorzitter: de plaatsvervangend voorzitter van de Raad van Bestuur;
  • –. Raad van Bestuur: de Raad van Bestuur van het Zorginstituut;

Hoofdstuk 2. Samenstelling, taken en bevoegdheden

Artikel 2.1. Samenstelling

1.

De Raad van Bestuur bestaat uit twee of drie bestuursleden, waaronder de voorzitter.

2.

Indien de Raad van Bestuur uit twee bestuursleden bestaat, treedt het andere bestuurslid op als plaatsvervangend voorzitter. Indien de Raad van Bestuur uit drie bestuursleden bestaat, wijst de voorzitter een ander bestuurslid aan als plaatsvervangend voorzitter.

3.

Indien een bestuurslid langdurig afwezig is, vindt overleg plaats met de minister over de noodzaak en wijze van tijdelijke vervanging.

Artikel 2.2. Taken en bevoegdheden

1.

De Raad van Bestuur oefent de taken en bevoegdheden van het Zorginstituut uit.

2.

De voorzitter geeft leiding aan de Raad van Bestuur.

3.

De Raad van Bestuur regelt de onderlinge taakverdeling.

4.

De voorzitter ondertekent de besluiten die de Raad van Bestuur heeft genomen en de adviezen, rapporten, signalementen, standpunten of richtlijnen die de Raad van Bestuur heeft vastgesteld.

5.

De plaatsvervangend voorzitter treedt in alle bevoegdheden van de voorzitter wanneer hij de voorzitter vervangt.

6.

De Raad van Bestuur stelt een reglement vast over de organisatie van het Zorginstituut, de mandaten, volmachten en machtigingen.

7.

De Raad van Bestuur stelt een klachtenregeling vast voor interne en externe klachten.

Hoofdstuk 3. Persoonlijke belangen en integriteit

Artikel 3.1. Omgaan met persoonlijke belangen

1.

De Raad van Bestuur verricht zijn taak onpartijdig en zonder vooringenomenheid.

2.

Bestuursleden onthouden zich van deelname aan beraadslagingen en besluitvorming over onderwerpen waarbij sprake is van een persoonlijk belang dat de onafhankelijkheid van hun oordeel kan beïnvloeden of de schijn daarvan kan wekken.

3.

Indien het bestuurslid een persoonlijk belang heeft maakt de Raad van Bestuur een expliciete afweging over de vraag of en onder welke voorwaarden het betreffende bestuurslid kan deelnemen aan de beraadslaging en besluitvorming over het betreffende onderwerp. Bij stakende stemmen geeft, in afwijking van artikel 4.3, tweede lid, de stem van het bestuurslid dat geen persoonlijk belang heeft de doorslag.

Artikel 3.2. Vertrouwelijkheid

De bestuursleden nemen strikte geheimhouding in acht omtrent alle informatie en documentatie die zij in het kader van hun functie verkrijgen en die als vertrouwelijk is aangemerkt, dan wel waarvan de vertrouwelijkheid uit de aard van de informatie voortvloeit, ook na de beëindiging van hun benoeming.

Artikel 3.3. Gedragscode integriteit

Het Zorginstituut hanteert de Gedragscode Integriteit Rijk.

Hoofdstuk 4. De vergaderingen van de raad van bestuur

Artikel 4.1. Frequentie en toegankelijkheid van vergaderingen

1.

De Raad van Bestuur vergadert in beginsel twee keer per maand onder leiding van de voorzitter en verder zo vaak als de voorzitter of één of meer andere bestuursleden dit nodig achten. De voorzitter bepaalt de tijd, plaats en werkwijze van de vergaderingen.

2.

De vergaderingen van de Raad van Bestuur zijn besloten, met dien verstande dat medewerkers van het Zorginstituut en derden op verzoek van de Raad van Bestuur de vergadering geheel of gedeeltelijk kunnen bijwonen.

Artikel 4.2. Agenda

1.

De voorzitter stelt de agenda voor de vergadering van de Raad van Bestuur vast en maakt daarbij een onderscheid tussen:

  • a. onderwerpen die betrekking hebben op personeelsaangelegenheden, op benoemingen of anderszins vertrouwelijk van aard zijn;
  • b. onderwerpen van organisatorische of beleidsmatige aard, alsmede overige onderwerpen die niet onder onderdeel a vallen.
2.

De Raad van Bestuur draagt zorg voor een voorraadagenda met de op langere termijn te behandelen onderwerpen.

3.

De Raad van Bestuur draagt zorg voor publicatie van de agenda, de vergaderstukken en de voorraadagenda op het interne communicatieplatform van het Zorginstituut, met uitzondering van vergaderstukken voor de in het eerste lid, onderdeel a, genoemde onderwerpen.

4.

Vertrouwelijke vergaderstukken zijn uitsluitend in te zien door de indieners, team bestuursondersteuning en diegenen die de bespreking daarover bijwonen.

Artikel 4.3. Besluitvorming en verslaglegging

1.

Besluitvorming binnen de Raad van Bestuur vindt plaats met instemming van de bestuursleden, waarbij ieder bestuurslid één stem heeft.

2.

Bij het staken van de stemmen beslist de voorzitter.

3.

De bestuursleden stemmen zonder last.

4.

De Raad van Bestuur kan tussentijdse besluiten nemen als het Zorginstituut daar een spoedeisend belang bij heeft en de eerstvolgende vergadering niet kan worden afgewacht. Tussentijdse besluiten worden bekrachtigd in de volgende vergadering.

5.

De Raad van Bestuur draagt zorg voor een zakelijk verslag van elke vergadering, dat hij in de eerstvolgende vergadering vaststelt. Het verslag bevat tenminste:

  • a. een overzicht van de aanwezige personen;
  • b. de behandelde onderwerpen;
  • c. een korte weergave van de bespreking;
  • d. de genomen besluiten en actiepunten.
6.

De Raad van Bestuur draagt zorg voor publicatie van het verslag op het interne communicatieplatform.

Hoofdstuk 5. De commissies

Artikel 5.1. Commissies

1.

De Raad van Bestuur kan bij besluit een of meer al dan niet vaste commissies instellen.

2.

De Raad van Bestuur stelt voor elke commissie, bedoeld in het eerste lid, een reglement vast waarin hij tenminste de benoeming, beëindiging van het lidmaatschap, samenstelling, taak en werkwijze regelt.

3.

Voor een wettelijke commissie stelt de Raad van Bestuur een reglement vast waarin hij tenminste de werkwijze regelt.

4.

De Raad van Bestuur legt in elk reglement vast op welke wijze wordt omgegaan met persoonlijke belangen, zodat de commissie haar werkzaamheden onpartijdig en zonder vooringenomenheid kan vervullen.

5.

Elk reglement wordt gepubliceerd in de Staatscourant.

6.

De Raad van Bestuur besteedt in zijn jaarverslag aandacht aan de adviezen van de commissies en de wijze waarop hij is omgegaan met deze adviezen.

Artikel 5.2. Vergoeding

De leden van een commissie kunnen een vergoeding voor hun werkzaamheden ontvangen. Indien er geen wettelijke regels voor vergoeding zijn, stelt het Zorginstituut een vergoedingsregeling vast.

Artikel 5.3. Wetenschappelijke Adviesraad

Het Zorginstituut heeft een vaste commissie, genaamd Wetenschappelijke Adviesraad.

Artikel 5.4. De Raad van Advies

De Raad van Bestuur heeft een Raad van Advies.

Artikel 5.5. De Auditcommissie

De Raad van Bestuur heeft een Auditcommissie.

Artikel 5.6. Instellen gezamenlijke commissie met andere bestuursorganen

1.

De Raad van Bestuur kan besluiten tot het instellen van een gezamenlijke commissie met een of meer andere bestuursorganen.

2.

Voor elke gezamenlijke commissie stelt de Raad van Bestuur een reglement vast waarin hij tenminste de benoeming, beëindiging van het lidmaatschap, samenstelling, taak, werkwijze en bezoldiging regelt.

Hoofdstuk 6. Voorbereiding en inspraak

Artikel 6.1. Voorbereiding en inspraak

1.

Bij de voorbereiding van besluiten, adviezen, rapporten, signalementen, standpunten en richtlijnen vergaart de Raad van Bestuur informatie over de relevante feiten en de af te wegen belangen.

2.

Informatievergaring vindt plaats door eigen onderzoek, deelname van belanghebbenden aan project- of werkgroepen, het horen van belanghebbenden of op enige andere geschikte wijze.

3.

De Raad van Bestuur kan op eigen initiatief inspraak organiseren bij de voorbereiding van besluiten, adviezen, rapporten, signalementen, richtlijnen en standpunten.

4.

Bij verzoeken om inspraak beoordeelt de Raad van Bestuur of het belang van de verzoeker voldoende is.

5.

Indien de Raad van Bestuur dat noodzakelijk acht, regelt hij inspraak bij een commissie in het reglement van die commissie of op een andere geschikte wijze.

Artikel 6.2. Onderhouden van contact met vertegenwoordigende organisaties

Onverminderd artikel 6.1 onderhoudt de Raad van Bestuur, met het oog op een adequate uitvoering van zijn taken en bevoegdheden, contacten met de vertegenwoordigende organisaties van de belanghebbende partijen.

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Artikel 7.1. Intrekking en inwerkingtreding

1.

Het Bestuursreglement Zorginstituut Nederland van 1 april 2014 wordt ingetrokken.

2.

Dit reglement treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2026.

Artikel 7.2. Citeertitel

Dit besluit kan worden aangehaald als: Bestuursreglement Zorginstituut Nederland 2026.

Goedgekeurd door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport bij brief van 12.06.2026, kenmerk 4371133-1096266-BPZ.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)