Regeling erkenning leerbedrijven SBB

Type ZBO-regeling
Publication 2026-08-01
Laatst bijgewerkt 2026-08-05
State In force
Source BWB
artikelen 16
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Vastgesteld door het Algemeen Bestuur van SBB op 26 juni 2026 en conform lid 6 van artikel 5.2.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) goedgekeurd door de Minister van OCW op 26 juni 2026.

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Doel

Uitsluitend bedrijven en organisaties in binnen- en buitenland die voldoen aan de bepalingen in deze regeling en die door SBB als zodanig zijn erkend, zijn bevoegd om op te treden als leerbedrijf1SBB kan de toetsing van buitenlandse bedrijven op de geschiktheid als leerbedrijf overlaten aan buitenlandse partnerorganisaties. Deze partnerorganisaties dienen te beschikken over een goede systematiek voor het erkennen van leerbedrijven en SBB kan aantonen dat deze systematiek dekkend is voor de wettelijke erkenningseisen..

Artikel 3. Verzoek tot erkenning

1.

Met inachtneming van de bepalingen in deze regeling wordt een erkenning afgegeven op verzoek van het bedrijf of de organisatie die de beroepspraktijkvorming wil verzorgen. Onderwijsinstellingen, studenten of andere betrokkenen kunnen met instemming van het leerbedrijf een voordracht voor erkenning indienen.

2.

De aanvraag heeft betrekking op één of meerdere kwalificaties of delen daarvan.

3.

Een aanvraag wordt in behandeling genomen indien dit een eerste aanvraag betreft of indien er na ongunstige beoordeling van een eerdere aanvraag sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden. Wanneer er geen sprake is van nieuw gebleken feiten of omstandigheden dan wordt de herhaalde aanvraag afgewezen onder verwijzing naar het eerdere besluit.

Artikel 4. Beoordeling van het verzoek

1.

SBB verleent de erkenning indien naar haar oordeel aan de in artikel 5, 5a, 5b of 5c genoemde voorwaarden is voldaan.

2.

Onverminderd het bepaalde in lid 1 kan SBB op grond van zwaarwegende redenen besluiten om de erkenning niet te verlenen.

3.

Aan de beoordeling van de aanvraag is het bedrijf of de organisatie verplicht zijn medewerking te verlenen.

Artikel 5. Voorwaarden voor erkenning

Het bedrijf of de organisatie wordt geacht:

De eisen die aan een leerplaats en aan de begeleiding worden gesteld, kunnen afhankelijk zijn van de bijzondere eisen per kwalificatie waarvoor de erkenning wordt verleend (bijlage 2).

Artikel 5a. Aanvullende voorwaarden collectieve leerbedrijven

1.

Een collectief leerbedrijf is een samenwerking in het kader van opleiden van individuele leerbedrijven.

2.

Een collectief leerbedrijf voorziet in bpv-werkzaamheden op de eigen locatie wanneer individuele leerbedrijven aantoonbare belemmerde toegang bieden tot bpv-werkzaamheden onder invloed van wet- en regelgeving of veiligheid en/of wanneer bepaalde variatie in werkzaamheden onvoldoende voorkomt in de werkelijke beroepspraktijk van het individuele leerbedrijf.

3.

Een collectief leerbedrijf moet voldoen aan de voorwaarden voor erkenning als leerbedrijf zoals vermeld in artikel 5 lid 1 tot en met lid 5 van de regeling erkenning leerbedrijven.

4.

De erkenning van een collectief leerbedrijf mag niet leiden tot oneerlijke concurrentie met reguliere erkende leerbedrijven.

De leerbedrijven die gebruik maken van een collectief leerbedrijf hebben in alle gevallen de status van erkend leerbedrijf op basis van de regeling erkenning leerbedrijven.

Artikel 5b. Aanvullende voorwaarden vmbo

1.

Een erkend leerbedrijf voor het vmbo moet voldoen aan de voorwaarden voor erkenning als leerbedrijf zoals vermeld in artikel 5 van de regeling erkenning leerbedrijven.

2.

Aanvullend gelden voor het erkend leerbedrijf de voorwaarden van artikel 2.64 van het Uitvoeringsbesluit van de Wet op het voortgezet onderwijs, waaronder in ieder geval de volgende voorwaarden:

Artikel 5c. Aanvullende voorwaarden pro/vso

1.

Een erkend leerbedrijf voor het pro en/of vso moet voldoen aan de voorwaarden voor erkenning als leerbedrijf zoals vermeld in artikel 5 van de regeling erkenning leerbedrijven.

2.

Aanvullend gelden voor het erkend leerbedrijf de volgende voorwaarden:

Artikel 6. Verlenen van de erkenning

1.

Uiterlijk tien werkdagen na dagtekening van het verzoek als bedoeld in artikel 3 lid 1 beslist SBB over de verlening van de erkenning en maakt dit aan het bedrijf of de organisatie bekend. Overschrijding van deze termijn is in uitzonderlijke gevallen toegestaan en dient in de beslissing te worden gemotiveerd.

2.

De erkenning wordt verleend voor één of meerdere kwalificaties of delen daarvan.

3.

De erkenning wordt verleend op vestigings- en/of afdelingsniveau.

4.

Van de beslissing als bedoeld in het eerste lid wordt het bedrijf of de organisatie schriftelijk binnen 20 werkdagen na dagtekening van het verzoek tot erkenning in kennis gesteld. Indien de erkenning niet wordt verleend worden de redenen vermeld.

5.

De erkenning vervalt van rechtswege als het leerbedrijf gedurende een aaneengesloten periode van vier jaar geen beroepspraktijkvorming heeft verzorgd.

Artikel 7. Herbeoordelen van de erkenning

1.

SBB zorgt ervoor dat bedrijven en organisaties die de beroepspraktijkvorming verzorgen eenmaal in de vier jaar worden beoordeeld aan de hand van de voorwaarden zoals genoemd in artikel 3 en 5, 5a, 5b en 5c. Indien daartoe door bijzondere omstandigheden aanleiding bestaat, kan controle frequenter plaats vinden.

2.

SBB handhaaft de erkenning bij een gunstige beoordeling op grond van het eerste lid.

Artikel 8. Intrekken van de erkenning

1.

SBB kan besluiten tot intrekking van de erkenning, indien naar haar oordeel:

2.

Van intrekking van de erkenning wordt het leerbedrijf schriftelijk onder opgave van redenen door SBB op de hoogte gebracht.

3.

SBB heeft het recht om, wanneer zij het voornemen heeft om een besluit te nemen tot intrekking van de erkenning, in afwachting van de beoordeling en het definitieve besluit over de intrekking van de erkenning, de erkenning bij schriftelijk gemotiveerd besluit te schorsen.

Artikel 9. Dienstverlening

Het leerbedrijf ontvangt ondersteuning van SBB bij het vervullen van de rol als leerbedrijf. Ondersteuning is gericht op het verhogen van de kwaliteit van de leeromgeving en van het praktijkleren.

Artikel 10. Bezwaar

1.

Indien de erkenning geweigerd, geschorst of ingetrokken wordt kan het bedrijf of de organisatie tegen de beslissing als bedoeld in de artikelen 6 lid 1 en 8 lid 1 en 3 binnen 6 weken na dagtekening van de beslissing bezwaar maken bij SBB. Op de bezwaarprocedure is de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

Artikel 11. Onvoorziene omstandigheden

In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet beslist SBB.

Artikel 12. Inwerkingtreding

1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 2026.

2.

Met de inwerkingtreding van deze regeling wordt de Regeling erkenning leerbedrijven SBB van 12 november 2025 ingetrokken.

3.

Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Regeling erkenning leerbedrijven SBB’.

Artikel 13. Wijzigingen

Wijzigingen in de regeling worden vastgesteld door het bestuur van SBB en ter goedkeuring aangeboden aan de Minister van OCW.

Bijlage 1. – Model profiel praktijkopleider

De praktijkopleider werkt in een (leer)bedrijf dat door SBB is erkend. Hij6Daar waar in de tekst hij/hem staat wordt ook zij/haar/hen/hun bedoeld. leidt de student7Het begrip ‘student’ dient hier breed geïnterpreteerd te worden. Het kan een jongere zijn die voor het eerst een pro-, vso-, vmbo- of mbo-opleiding volgt (initieel onderwijs), maar ook iemand die bijvoorbeeld voor om- of bijscholing een (deel van een) mbo-opleiding volgt (post-initieel onderwijs). in de praktijk op. De praktijkopleider is het aanspreekpunt voor de student en maakt deze wegwijs in de dagelijkse praktijk.

De praktijkopleider leidt de student op en organiseert zijn leeractiviteiten. De praktijkopleider zorgt daarbij voor een zo goed mogelijke leeromgeving. De student krijgt een werkplek waar zoveel mogelijk (dagelijkse) praktijksituaties voorkomen die deze ook zal tegenkomen in het beroep waarvoor wordt opgeleid.

De praktijkopleider heeft een begeleidende en opleidende rol, heeft aandacht voor de student en stuurt deze (bij) als dat nodig is. De praktijkopleider brengt kennis en vaardigheden over en stimuleert de student om zich verantwoordelijk te voelen voor diens leerproces en functioneren als medewerker. De praktijkopleider motiveert de student en stemt de begeleiding op deze af. Ook let de praktijkopleider op de concrete voortgang van het leerproces van de student.

De praktijkopleider zorgt voor een (sociaal) veilige leeromgeving voor de student. De praktijkopleider zorgt dat de student instructie rondom veilig werken krijgt en uitvoert, zoals vastgelegd in de wettelijke eisen en Arbowetgeving over veiligheid. De praktijkopleider geeft het goede voorbeeld.

Verantwoordelijkheidsgevoel, organisatietalent en het gevoel om met mensen te werken zijn onmisbaar voor een praktijkopleider. Naast het contact met de student onderhoudt de praktijkopleider contact met de bpv-begeleider (de begeleider van de student vanuit de opleiding/school) en de adviseur praktijkleren van SBB.

De adviseur praktijkleren van SBB adviseert de praktijkopleider over diens rol tijdens de stageperiode. Verder is de adviseur praktijkleren klankbord voor de praktijkopleider als het gaat om de invulling van diens rol. Ook helpt de adviseur praktijkleren de praktijkopleider bij het promoten van het opleiden in de praktijk en het stagebeleid in het leerbedrijf.

Voor de praktijkopleider zijn de volgende competenties van belang:

Aansturen

Begeleiden

Beslissen en activiteiten initiëren

Instructies en procedures volgen

Leren

Op de behoeften en verwachtingen van de ‘klant’ richten

Plannen en organiseren

Samenwerken en overleggen

Vakdeskundigheid toepassen

Bijlage 2. - Sectorale aanvullingen erkenningsregeling leerbedrijven

Onderwijs en bedrijfsleven in de besturen van de kenniscentra hebben voor 1 augustus 2015 voor leerbedrijven sectorale aanvullingen vastgesteld. Deze aanvullende bepalingen zijn door het bestuur van SBB overgenomen bij de vaststelling van de erkenningsregeling voor leerbedrijven van SBB en geactualiseerd op 26 juni 2026. De volgende sectorale aanvullingen voor leerbedrijven zijn van toepassing vanaf 1 augustus 2026:

(Artikel 5. Lid 3)

Sector Aanvulling
Zakelijke dienstverlening en veiligheid Praktijkopleiders dienen hun begeleidings- en beoordelingscompetenties (mede) te hebben verworven, of alsnog binnen een afgesproken termijn te verwerven door het volgen van een ten behoeve van de sector ontwikkelde en verzorgde training.1 A
Techniek en gebouwde omgeving De praktijkopleider is door aantoonbare scholing voorbereid op de rol als praktijkopleider in de bouw, afbouw en infra, waarbij expliciet aandacht is voor het begeleiden en beoordelen van studenten in wisselende teams, op wisselende werkplekken met nadruk op veiligheid. De praktijkopleider houdt de deskundigheid als praktijkopleider - gericht op begeleiding en beoordeling van studenten in wisselende teams, op wisselende werkplekken met nadruk op veiligheid – bij door middel van nascholing, intervisie of anderszins. Hiertoe houdt deze een portfolio bij.1 B
Voedsel, groen en gastvrijheid De praktijkopleider kan aantoonbaar (diploma, certificaat) de begeleiding van de student verzorgen.1 C

1 SBB beheert de lijst met de relevante crebo’s per sectorale aanvulling.

Zakelijke dienstverlening en veiligheid Het leerbedrijf is op basis van de Wet Particuliere Beveiligingsorganisaties en Recherchebureau een toegelaten particuliere beveiligingsorganisatie in Nederland die beschikt over een geldige ND, BD of PGW vergunning van de Dienst Justis of voert op basis van andere Nederlandse wet-of regelgeving in het Koninkrijk der Nederlanden beveiligingswerk uit. Deze geldige vergunning (c.q. het uitvoeren van beveiligingswerkzaamheden) moet tenminste 1 jaar voorafgaand aan aanvraag voor de erkenning als leerbedrijf zijn ingegaan. Toegelaten particuliere alarmcentrales en particuliere videotoezichtcentrales kunnen opleiden voor één van de mbo-beveiligingskwalificaties als zij ook de alarmopvolging in eigen beheer afhandelen en hiervoor vergunning hebben van de Dienst Justis. Een zzp’er kan op geen enkele manier worden erkend als leerbedrijf op grond van de bepalingen in de Regeling particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Rpbr). In afwijking van art. 3 lid 2 van de erkenningsregeling leerbedrijven SBB waarborgt een leerbedrijf voor de mbo-kwalificaties beveiliger dat alle kerntaken en werkprocessen tijdens de BPV volledig kunnen worden geleerd in de beroepspraktijk. Het leerbedrijf dat is toegelaten als particuliere beveiligingsorganisatie met een ND vergunning heeft aantoonbaar ten minste 2 verschillende zelfstandig verkregen en rechtstreeks afgesloten contracten met opdrachtgevers waarin zij als organisatie eindverantwoordelijk zijn voor de beveiliging. Praktijkopleiders dienen hun begeleidings- en beoordelingsvaardigheden (mede) te hebben verworven en te behouden door het volgen van ten behoeve van de sector ontwikkelde en verzorgde praktijkopleiders trainingen. Een organisatie die meer dan twee aspirant beveiligers tegelijkertijd opleidt in de beroepspraktijk beschikt over minimaal twee gecertificeerde praktijkopleiders. De praktijkopleider is opgeleid als beveiliger (of coördinator beveiliger) of gelijkwaardig conform de bepalingen uit de Rpbr (art. 5 lid 6) en heeft operationele ervaring in beveiligingswerk. D

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)